Landbouw met minder dieren is de enige weg vooruit: waarom we het stikstofprobleem niet gaan oplossen met technologie

De "Pano"-uitzending van gisteren over stikstofuitstoot toont de afhankelijkheid van boeren van technologie. Maar doet de technologie wat ze belooft? Volgens Heleen De Smet van Bond Beter Leefmilieu is er te veel geloof in de kracht van bestaande en nieuwe technologie.

Al jaren wordt fors geïnvesteerd in technologie die spectaculaire verminderingen van de stikstofuitstoot belooft, maar in de praktijk amper resultaat oplevert. De ammoniakuitstoot in de landbouw bleef de laatste 10 jaar stabiel. Juridisch woedt in Nederland al geruime tijd een heftige strijd over de zekerheid die deze technieken voor stallen bieden voor natuurbescherming. Ze zijn te onzeker om vergunningen op te verlenen, stelde de Nederlandse Raad van State eerder deze maand. 

Naast de loze beloftes dreigt een blind optimisme in technologische oplossingen ons weg te leiden van een aanpak van de grondoorzaak: de import van stikstof via veevoer en kunstmest. We voeren meer veevoer in dan we hier zouden kunnen telen. Hierdoor kunnen we onze veestapel tot hallucinante proporties uitbouwen, maar zitten we ook met meer mest dan onze omgeving aankan. Deze enorme veestapel hebben we niet enkel voor onze eigen voedselnoden, vooral voor massale export. Dichtbevolkt Vlaanderen is wereldwijd de zesde grootste exporteur van kippenvlees, terwijl ondertussen onze leefomgeving en gezondheid bezwijken onder de overbelasting door deze industrie. 

Intensief

Bovendien werkt men zo de evolutie naar intensieve veehouderij met minder landbouwers en grotere stallen verder in de hand. Enkel grootschalige boeren kunnen namelijk op een rendabele manier investeren in de vereiste technieken. Zo zet men bewust verder in op een systeem waarvan we weten dat het, de agro-industrie buiten beschouwing gelaten, enkel verliezers kent. Meer nog, sommige technieken creëren zelfs nieuwe problemen. 

Zo hebben luchtwassers liters water nodig om de stikstofuitstoot te doen dalen. Een absurde gang van zaken in onze regio waar water net uitzonderlijk schaars is. Bij controle in 2020 bleek dat 20% van de boeren de geïnstalleerde wassers niet gebruikten, vermoedelijk omwille van hun hoog energie- en waterverbruik.

Zolang we het huidige denkkader niet in vraag durven stellen, blijft investeren in innovatie gerommel in de marge.

Met een focus op een daling in de stikstofuitstoot, richten we ons op slechts één symptoom van een landbouwsysteem dat op barsten staat. Zo lossen we vandaag in het beste geval een deel van de stikstofproblematiek op, om dan morgen de landbouwsector te moeten confronteren met beperkingen door de slechte waterkwaliteit, de gigantische mesthoop of een gebrek aan biodiversiteit. 

Alsof ze niets met elkaar te maken hebben. Enkel een stikstofakkoord dat de héle stikstofboekhouding integraal aanpakt kan landbouwer en natuur toekomst geven. Zolang we het huidige denkkader niet in vraag durven stellen, blijft investeren in innovatie gerommel in de marge.

Durven we kiezen voor een ander landbouwmodel dat de landbouwer centraal stelt? Daarvoor dienen we het pad van de exportgerichte massaproductie van vlees te verlaten, richting meer grondgebonden veeteelt, een meer duurzame vorm van veehouderij waarbij het aantal dieren afgestemd is op de draagkracht van de omgeving. 

Lokaal

In de praktijk komt dit neer op meer lokale veeteelt, waarbij de productie van veevoer en het gebruik van mest in evenwicht zijn. Een  kleinere veestapel biedt veel kansen. Niet voor de grote spelers in de keten, nee. Wel voor de samenleving.

En die winsten zijn glashelder: een gezondere bodem en lucht, schoner water en rijkere biodiversiteit, niet toevallig ook essentiële werkmiddelen voor de landbouwer.

Deze omslag is een stevige opdracht in een internationale context die haar eigen spelregels volgt, en overheerst wordt door een agro-industrie die diep vervlochten is met politieke belangen. De landbouwer, die een centrale rol zou moeten hebben in een weerbaar voedselsysteem, mist vaak de financiële en mentale ruimte om zich uit dit systeem los te weken.

Een  kleinere veestapel biedt veel kansen. Niet voor de grote spelers in de keten, nee. Wel voor de samenleving.

Ondanks de opmerkelijke focus op technische maatregelen, vormt dit stikstofakkoord een duidelijke trendbreuk in het landbouwbeleid van de laatste jaren. Het bevat enkele maatregelen die het probleem bij de bron aanpakken, zoals de afbouw van de varkensstapel, en kan zo de Vlaamse landbouwsector in een andere richting sturen. Deze maatregelen dienen we daarvoor fors te versterken. Prioriteit hierbij is om inkomstenmodellen uit te werken waarbij veehouders ook financieel gewaardeerd worden voor hun rol in landschapsbeheer.

Het stikstofakkoord vormt zo een kans om het vrijgemaakte budget van 3,6 miljard euro onverstoord te investeren in een toekomstgericht, divers landbouwlandschap met meer landbouwers en minder dieren. Zoals bepaalde landbouworganisaties stellen, is het inderdaad tijd om de waanzin te stoppen. Die waanzin zit echter niet in een kordate, doortastende regelgeving voor de stikstofproblematiek, wel in het halsstarrig vasthouden aan het huidige systeem.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.

Meest gelezen