Slachtoffers Borealiswerf getuigen: "We verkochten sieraden van onze vrouw en stukken grond, om smokkelaars te betalen" 

Meer dan 100 slachtoffers van mensenhandel in de zaak rond chemiebedrijf Borealis hebben betoogd aan het kabinet van Vlaams minister van Welzijn Hilde Crevits (CD&V). Afgelopen zomer ontdekte de politie op een bouwwerf in de haven van Antwerpen tientallen slachtoffers van mensenhandel. Ze werkten er voor een habbekrats mee aan de bouw van een nieuwe fabriek van Borealis. Meer dan 120 slachtoffers wachten nog op hulp en een verblijfsvergunning, en kwamen daarom op straat. VRT NWS sprak met enkele slachtoffers. 

“Ik heb een vrouw en een kind." Aan het woord is Afruz, een van de arbeiders die aan het werk was op de werf van Borealis, in dienst van onderaannemer Irem. Op 6 december 2021 vertrok hij vanuit Bangladesh. Een mensensmokkelaar zou hem naar een plek met werk brengen, samen met vele anderen. En die smokkelaar vroeg daar grof geld voor. “We betaalden 8.000 euro, sommigen onder ons zelfs 9.000 euro.” Een hoop geld: “We verkochten kostbare spullen om aan dat geld te komen, zoals sieraden van onze echtgenotes en zelfs stukken grond.”

In Portugal verbleven we met 22 mannen in een huis, er was slechts één toilet. 

Afruz - slachtoffer van mensenhandel

De arbeiders kwamen na maanden van omwegen – via India en Hongarije – terecht in Portugal. Tijdens de reis moesten de arbeiders hun paspoort afgeven en werden ze gehuisvest in bedenkelijke omstandigheden. “In Portugal verbleven we met 22 mannen in een huis. We kregen er geen geld, amper eten en er was slechts één toilet voor al die mensen”, vertelt Afruz. Werk en bijgevolg een inkomen was er niet. Pas in maart van dit jaar werden de arbeiders overgebracht naar België. Ook niet om in comfortabele omstandigheden te werken. “We werkten zes dagen op zeven. Een werkdag duurde 9 uur, ik kreeg daarvoor maximaal 1.100 euro per maand. Soms maar 1.000 euro”, zegt Afruz. 

Een giftige relatie

“In juli stond de politie er plots. Ze namen ons allemaal mee, stelden vragen, namen onze vingerafdrukken.” Het arbeidsauditoraat erkende algauw alle arbeiders als slachtoffers van mensenhandel. Maar de hulp na die erkenning kwam traag op gang. Hulporganisatie Payoke was overdonderd door de omvang van het dossier. Voor alle 174 slachtoffers hulp en huisvesting zoeken, is moeilijk. 

Een deel van de slachtoffers bleef nog lang in de armieterige gebouwen van de onderaannemer die hen tewerkstelde. “Vergelijk het met een giftige relatie, waar sprake is van huiselijk geweld, en het slachtoffer bij de dader blijft inwonen, omdat er gewoon geen alternatief is”, vertrouwt een vakbondsman ons toe. 

"Eindelijk contact met familie"

Intussen zijn we eind september, en slechts 55 arbeiders kregen intussen een langverwachte arbeidskaart. Veel slachtoffers zijn ondergebracht in een hotel. Een verbetering, zegt een van hen: “Hier is er internet, en kan ik contact opnemen met mijn familie. Ik ben bijna een jaar geleden vertrokken uit Bangladesh, en kon maar heel moeilijk contact met hun opnemen.” 

Wat ze willen, is duidelijk: werk. “Laat ons gewoon werken. We willen gerust belastingen betalen aan de Belgische overheid. We zijn ervaren, we kennen een stiel als lasser of pijpfitter. Laat ons gewoon werken.” Terug naar huis keren, naar Bangladesh, is geen optie. “Dit kostte allemaal veel geld, het moet nu wel opleveren, zodat we onze familie daar kunnen onderhouden.”

Crevits: "Meer middelen voor hulporganisaties"

In deze zaak zijn 174 dossiers geopend. Het arbeidsauditoraat van Antwerpen erkende de arbeiders als slachtoffers van mensenhandel. Maar slechts 55 van de 174 kregen al een werkvergunning. En daarom protesteren de arbeiders voor het kabinet van Vlaams minister van Welzijn Hilde Crevits (CD&V). "Mijn cliënten roepen de overheid op om hen de ondersteuning te geven die zij verdienen. Wie erkend is als slachtoffer, moet een werkvergunning en huisvesting krijgen. En ook de nodige psychologische ondersteuning, want velen van hen zijn getraumatiseerd", zegt advocaat Jan Buelens.

Het kabinet van minister Crevits laat weten dat het extra middelen voorziet om de slachtoffers op te vangen. Hulporganisatie Payoke ondersteunt de slachtoffers en krijgt geld om 4 extra voltijdse medewerkers aan te werven, om de dossiers te verwerken. Bij het Centrum Algemeen Welzijnswerk (CAW) van Antwerpen komen er 2 medewerkers bij. Het CAW maakt ook werk van een uitbreiding van haar noodopvangcapaciteit. Vanaf begin oktober zullen daar extra 24 mensen terecht kunnen, die in onveiligheid leven

Meest gelezen