DLE

Hoe de crisis over de Vlaamse begroting aantoont dat de politiek de weg is kwijtgeraakt

Het akkoord over de Vlaamse begroting en het groeipakket ligt er dan toch. Het heeft bloed, zweet en tranen gekost maar Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) mag met uitstel zijn Septemberverklaring voorlezen in het parlement. De ellende van de voorbije dagen illustreert volop een haast existentieel probleem van de politiek. Want wat gebeurt er als partijbelangen de bovenhand nemen op duurzaam beleid? Dan organiseert de politiek haar eigen meltdown in 2024.

analyse
Fabian Lefevere
Fabian Lefevere is VRT-journalist

De Vlaamse regeringsverklaring is een van de meest slaapverwekkende momenten van het politieke jaar. We overdrijven niet. Oeverloos saai. Minister-presidenten die zonder bezieling hun Septemberverklaring van hun papier aflezen, een Trois Suisses-cataloog zonder bezieling, zonder begeesterend of zelfs maar herkenbaar project, met hier en daar een nietszeggende oneliner – het is een Vlaamse traditie van vele jaren.

Achtereenvolgens Yves Leterme (CD&V), Kris Peeters (CD&V) en Geert Bourgeois (N-VA) beheersten als minister-president uitstekend de kunst om emotieloos een waslijst maatregelen van hun blad af te lezen. Moeten we van Jan Jambon (N-VA) meer verwachten, als hij vandaag het spreekgestoelte in het Vlaams parlement beklimt? Wellicht niet: ook hij zal een aantal maatregelen voorlezen om de crisis te bestrijden. Maar een enthousiasmerende, overkoepelende visie op langere termijn? Dát zou pas een verrassing zijn.

Homogene regering

Wat deze keer wél anders was: de aanloop naar die Septemberverklaring. Die bood veel meer politiek spektakel dan de voorbije jaren, met meningsverschillen, off the record verwijten, blokkeringen en veto’s alom. In theorie is dat nochtans niet nodig. Want – in theorie dus, we kunnen het niet genoeg benadrukken – is dit een homogene regering, met drie Vlaamse partijen (N-VA, CD&V en Open VLD) die over veel zaken min of meer hetzelfde denken.

Vanwaar dan al dat spektakel? Vanwaar de quasi onmogelijkheid om eerbare compromissen te sluiten? Het antwoord is vrij simpel: de Vlaamse politiek is de voorbije jaren helemaal gefederaliseerd. Wat betekent: permanent geruzie, een eindeloze profileringsdrang, de wil zelfs om de tegenstrever te vernederen en hoe dan ook een ongezonde obsessie met de volgende verkiezingsdatum. De Vlaamse regering mag dan wel homogeen zijn, dat was de Zweedse regering onder toenmalig premier Charles Michel (MR) ook. En die mondde uit in een vechtscheiding.

Profileringsdrang

Het leek er even op dat de Vlaamse regering op weg was naar zo’n vechtscheiding met de discussie over de begroting en het groeipakket, door de onbuigzame opstelling van CD&V. Was dat het gevolg van de onervarenheid van de nog jonge voorzitter Sammy Mahdi? Twijfelachtig. Was het overmoed? Misschien.

Het was zeer zeker wél een gevolg van de profileringsdrang van een centrumpartij die bijzonder onzeker is over zichzelf. Die de voorbije jaren zo afbrokkelde dat ze moet vrezen voor haar verdere overleven in een landschap dat steeds meer in een links en rechts blok uiteenvalt.

Het “compromis” mag er dan liggen, het gaat ten koste van het laatste restje collegialiteit binnen de Vlaamse regering, een weinig comfortabele situatie in tijden van crisis. En waarvoor? CD&V-voorzitter Mahdi heeft niks (of heel erg weinig) extra gekregen. Zo krijgt CD&V haar profileringsdrang van de voorbije dagen als een boemerang terug in het gezicht. Want nu is de perceptie dat de partij geplooid heeft.

Iedereen verliest, maar toch vooral de politiek

Alleen maar verliezers dus. Het schouwspel van de voorbije dagen was hoe dan ook, bij wie je de fout ook legt, niet mooi om zien. Het illustreert hoe zeer de vaderlandse politiek ergens onderweg de weg is kwijtgeraakt. De politiek die we vandaag kennen is in niets meer te vergelijken met die van de periode van de liberale premier Guy Verhofstadt (1999 - 2008), en al helemaal niet met die van het christen-democratische boegbeeld Jean-Luc Dehaene (1992 - 1999). Die zei in zijn laatste actieve jaren niet voor niets dat hij een politicus van de vorige eeuw is.

Politiek was nooit een stiel voor kerstekinderen, maar na Dehaene sloegen de zeden om. Was het vroeger daarom beter? Niet noodzakelijk, maar het was fundamenteel anders.

Was het vroeger beter? Niet noodzakelijk, maar het was fundamenteel anders.

Het werd na loodgieter Dehaene heel normaal om uit de biecht te klappen, om zonder gêne onderhandelingsgeheimen op straat te gooien en ondertussen onderhandelingspartners off the record flink te beledigen. Politieke spin werd een beroep, voor de meest cynische politici in de Wetstraat zelfs een kunstvorm. De echte vraag is nu (nog) veel meer dan voordien: ziet de publieke opinie mijn partij op de korte termijn als winnaar? Kunnen we het meningsverschil en ons standpunt zo duidelijk mogelijk in de verf zetten? Het beleid en de resultaten op langere termijn lijken van minder tel.

“We weten allemaal wat we moeten doen”, zei socialist Bruno Tobback in 2007, “maar er is geen enkele politicus die weet hoe hij daarna moet verkozen geraken”. Dat ging toen over het klimaatprobleem, maar dat had net zo goed een ander maatschappelijk thema kunnen zijn. Tobbacks boutade is een puntige samenvatting van de manier waarop de laatste jaren aan politiek gedaan wordt (daarbij trouwens geholpen door sommigen in de media die liever focussen op het relletje van de dag dan op de inhoud van de dossiers).

De enige weg vooruit

De politieke realiteit is uiteindelijk altijd cijfermatig. Wie haalt de meeste stemmen?  Hoe geraak je aan een meerderheid? Het is een stuk moeilijker geworden om stemmen te halen, zowel voor de verschrompelende traditionele partijen als voor de N-VA, dat op zijn rechterflank weer onder vuur ligt van een groeiend Vlaams Belang.

En dan lijkt er soms – in de geesten van veel partijvoorzitters – maar een weg vooruit: niet jezelf profileren met duurzame en deugdelijke compromissen over het beleid, maar wel elkaar de duvel aandoen, elkaar proberen stemmen af te pakken, ook al zit je samen in een coalitie.

De politieke partijen zijn op drift geslagen

De voorbije jaren zijn de politieke partijen op drift geslagen, en helemaal in de ban van electoralisme. De hele legislatuur is één langgerekte kiescampagne geworden. Partijbelang is alles, en parallel daarmee is ook het machtscentrum binnen de politiek gekanteld. Dat ligt nu bij de partijvoorzitters, en niet bij de regeringen van dit land. In navolging van de parlementen zijn ook de regeringen van hun macht gestript. Vlaanderen en België worden bestuurd door een half dozijn mensen.

Partijen aan de macht

Want of het nu Dehaene, Verhofstadt of Leterme was, het was altijd de gewoonte dat de sterke man van de sterkste partij de federale of Vlaamse regering ging leiden. Nu worden adjudanten (zie Jan Jambon of Geert Bourgeois) naar de Vlaamse regering afgevaardigd, en mogen de kleinere partijen (zie Charles Michel en Alexander De Croo) de federale regering leiden.

Terwijl de partijvoorzitters zichzelf en hun partij aan de zijlijn kunnen blijven profileren. “Wie de Wetstraat 16 (de ambtswoning van de premier, nvdr) binnengaat, komt met 16 procent buiten”, zo vatte Bart De Wever ooit de tijdsgeest in de politiek perfect samen.  

De meltdown van 2024

De problemen van de voorbije dagen waren een illustratie van de almacht van de partijen. Een veelzeggende anekdote daarover: CD&V-onderhandelaars Jo Brouns en Benjamin Dalle moesten deze week voor alles telefonisch toestemming vragen aan partijvoorzitter Sammy Mahdi. Nog maar in 2010 was het bij de regeringsonderhandelingen net omgekeerd. Toen moest CD&V-voorzitter Wouter Beke voor alles bellen met sterke man Kris Peeters.

Het bevreemdende (en vervreemdende) spektakel van de voorbije jaren heeft het gevoel van een narcistische Wetstraat versterkt, zelfs al is er uiteindelijk een akkoord gevonden. Het beeld is dat van een politiek milieu dat meer met zichzelf bezig is dan met hun kiezers en de maatschappelijke uitdagingen. Het lijkt niet meer mogelijk om voorbij de belangen van de korte termijn te kijken, partijpolitiek is belangrijker dan oplossingen. Maar zo organiseert de Wetstraat haar eigen meltdown in 2024.

Meest gelezen