Samira uit Limburg wilde haar zoon Rayan (8) met syndroom van Down in het gewoon onderwijs houden: "Ze zeiden dat er geen plaats was, ook al klopt dat niet"

Toen Samira naar een school voor lager onderwijs belde om haar zoon Rayan (8) met het syndroom van Down in te schrijven, kreeg ze te horen dat er geen plaats was. Maar wanneer ze later terugbelde zonder de beperking van haar zoon te vermelden, was er plots wel plaats. “Je kan niet kiezen. Je wil dat je kind mee kan in het gewone leven, maar van kinds af aan wordt dat tegengehouden”, zegt Samira. “Pano” gaat vanavond dieper in op inclusie in het onderwijs, om 21.30 uur op Eén. 

“We hebben geen plaats meer.” Dat was wat Samira te horen kreeg toen ze zocht naar een lagere school voor haar zoon Rayan. Rayan (8) heeft het syndroom van Down, en heeft dus bijkomende ondersteuning nodig in de klas. Tenminste, als Rayan les wil volgen in het gewoon onderwijs, zoals de voorkeur is van zijn moeder, Samira. 

“Daarom heb ik mijn stoute schoenen aangetrokken, en heb ik opnieuw naar de school gebeld. Ik heb me toen voorgedaan als iemand anders”, vertelt Samira. Bij dat tweede telefoontje vertelde ze er niet bij dat haar zoon extra zorgnoden heeft. “En plots was er eventueel toch nog plaats. Toen ik zei dat ik dezelfde ochtend al had gebeld voor mijn zoon met Down, heb ik afgelegd.” 

KIJK - Samira legt uit hoe het voelde toen ze haar zoon Rayan (8) met het syndroom van Down in het gewoon onderwijs wilde inschrijven:

Videospeler inladen...

In het begin van het eerste leerjaar had Rayan wel nog een plaats op een gewone school, maar om dat werkbaar te maken, zette Samira haar job en de rest van haar leven volledig in het teken daarvan. “Ik ging echt naast hem zitten op de schoolbanken”, vertelt ze. “En mijn verlof zette ik in om hem daar te begeleiden. Ik ging ook minder werken, want anders kreeg ik het niet geregeld”, legt ze uit. Ze zocht ook hulp bij vrijwilligers en stagiaires om hulp te krijgen.

Omdat Rayan nog geen toegang krijgt tot een persoonlijk assistentiebudget voor personen met een beperking, kreeg de school het niet alleen gebolwerkt. Er waren volgens de school onvoldoende middelen om de ondersteuning van Rayan in het regulier onderwijs aan te houden. Daarom was buitengewoon onderwijs voor Rayan de beste optie, laat de school weten. “Ik heb het zo lang als mogelijk proberen doen, maar op een bepaald moment was het niet meer houdbaar. Werken en Rayan begeleiden, ik kreeg dat niet meer getrokken", zegt Samira.

Geen keuze

Voorstanders van meer inclusie in het onderwijs - waarbij kinderen met extra zorgnoden dus vaker in het gewoon onderwijs terecht kunnen - verwijzen graag naar een verdrag van de Verenigde Naties over de rechten van mensen met een handicap. België ratificeerde dat verdrag in 2009, en volgens artikel 24 moet ons land ervoor zorgen dat personen met een beperking “niet op grond van hun handicap worden uitgesloten van het algemene onderwijssysteem”. 

Maar voor Rayan was er uiteindelijk geen echte keuze meer. “Je kan niet kiezen”, zegt Samira ook. Rayan kwam uiteindelijk terecht in het buitengewoon onderwijs, type 2, voor kinderen met een verstandelijke beperking. Hoewel het niet de keuze is van Samira zelf, is ze toch tevreden over de zorg die Rayan er krijgt in kleine klasgroepen. 

“Hij gaat graag en komt terug met een glimlach”, zegt Samira. “Wat hij in die school bereikt, is ook heel knap. Het gaat dus wel”, zegt ze. Maar dat het wrang voelt dat sommige kinderen met een beperking wel in het gewoon onderwijs terecht kunnen en andere niet?  “Dat is heel moeilijk als ouder”, zegt Samira. “Je wil dat je kind mee kan in het gewone leven, maar van kinds af aan wordt dat tegengehouden. Dan houd ik mijn hart vast voor wat er later gaat komen.” 

Merel (7) heeft een heel andere beperking dan Rayan. Zij werd begin dit jaar op korte tijd blind, maar kon wél op haar gewone school blijven. Lees hier haar verhaal. 

Meest gelezen