Gentse wachtlijsten voor volks- of moestuintjes blijven lang: 400 mensen wachten op een plek, stad promoot tuindelen 

In Gent staan zo'n 400 mensen op een wachtlijst voor een volkstuin of een buurtmoestuin. De stad probeert aan de vraag te voldoen door een uitbreiding van een bestaande volkstuin en door tuindelen te promoten. 

De stad Gent telt 4 grote volkstuincomplexen met een 400-tal volkstuintjes. Er is ook nog een 40-tal buurtmoestuinen in verschillende wijken of deelgemeenten. Een onderzoek van de Universiteit Gent stelt dat er in de hele stad zo’n 1.300 mensen een volks- of buurttuintje hebben. De plaatsjes zijn erg gegeerd, bijna 400 mensen staan nog op een wachtlijst. Sommige mensen staan op verschillende lijsten aangemeld en de lange wachttijd, van soms wel enkele jaren, doet ook wel wat tuinliefhebbers afhaken. Maar toch blijft het aantal kandidaten al enkele jaren erg hoog.  

Extra tuintjes en tuindelen

Om aan de vraag te voldoen breidt Gent de volkstuin Slotenkouter in Sint-Amandsberg uit, daar zijn nu al 100 tuintjes. Begin volgend jaar komt er 2.300 vierkante meter aan moestuin bij. En, tijdens de gemeenteraad onderstreepte schepen Astrid De Bruycker (Vooruit) dat mensen die een moestuin hebben en hulp willen, zich kunnen aanmelden via een online platform. Ze deed dat na een vraag van raadslid Jef Van Pee (CD&V). 

"Op minder dan maand waren alle tuintjes bezet"

De nieuwe tuintjes én de plekken in bestaande tuinen zullen snel ingenomen. Dat blijkt ook uit recente projecten, bijvoorbeeld in de wijk Muide. Daar startte Maarten Merveille onlangs mee vzw Struik op, met plaats voor 55 tuintjes. “Mensen vroegen zich af of er wel voldoende kandidaten zouden zijn. Wel, op 3 weekends tijd waren alle plaatsen bezet.”

“Vrijwilligers beter coachen”

Sarah Wauters schreef afgelopen zomer nog een thesis over de Gentse volkstuintjes. Daarin pleit ze onder meer voor een betere coördinatie van de projecten. “De stad werkt versplinterd. Er zou één moestuinmedewerker moeten komen die een duidelijke visie kan uitdragen. Heel veel gebeurt nu door vrijwilligers die niet altijd de tijd en kennis hebben.” 

In de tijdelijke buurtmoestuintjes aan de Meubelfabriek, in de Brugse Poort, hebben ze wel een vrijwilliger die van wanten weet. Anour Aerts leidt er als beheerder alles in goede banen. “Ik probeer rekening te houden met de mix van mensen die hier komt. De ene wil klassiek moestuinieren, de andere houdt van een wildere stijl. Ik zoek het evenwicht, ook in de diversiteit in de verschillende tuintjes en de technieken die gebruikt worden. Aerts noemt de moestuin zelf een oase van rust en een utopische plek. 

“Niet altijd goede sociale mix”

In de moestuintjes aan de Meubelfabriek komt een vrij divers publiek langs. Dat is, volgens de thesis van Sarah Wauters, niet overal zo. Vooral de grotere volkstuincomplexen zijn volgens Wauters geen afspiegeling van de sociale mix in de buurt. “De stad zou een actievere rol kunnen spelen in de toewijzing van plaatsen. Zo zouden grote gezinnen zonder tuin hoger op een wachtlijst moeten komen. Maatschappelijk kwetsbare mensen zouden makkelijker de weg moeten vinden.”

De stad werkte mee aan de thesis van Wauters. Zij kon betrokken medewerkers en diensten interviewen. Uiteindelijk formuleerde ze afgelopen zomer 26 aanbevelingen. De stad werkt nu, met die input, een nieuwe beleidsvisie uit. Een mogelijkheid is dus alvast om bestaande tuinen te delen. Dat kan via het participatieplatform van de stad

Meest gelezen