Pong wordt 50: een van de allereerste computerspellen traint nu zelfs kunstmatige hersencellen

Pong, een van de allereerste en eenvoudigste computerspellen, wordt vandaag 50. Het was oorspronkelijk, in 1972, een speelautomaat van Atari waar je munten moest insteken. In 1975 volgt er ook een console-versie van die je thuis kon aansluiten op je televisie. Door de jaren heen kwamen er nieuwe versies van het spel op de markt en recent werd het zelfs gebruikt om kunstmatige hersencellen te trainen. 

Mocht Pong je niets zeggen, denk dan aan het fysieke spel pingpong, want daar is de naam en het concept van dit oer-computergame in zwart-wit ook van afgeleid. Het spel werkt met twee verticale witte balkjes (die als bat dienen), een balletje, een stippellijn (die als net dient) en twee muren aan de zijkant. Doel is: het balletje achter het bat van de tegenspeler doen terechtkomen, dan scoor je een punt. Het spel kan met twee spelers gespeeld worden of tegen de computer. Wie 10 punten scoort, is de winnaar. 

Het spel is ontwikkeld door Alan Alcorn. Hij krijgt als 24-jarige van Nolan Bushnell, de oprichter van Atari, de opdracht om het "eenvoudigste spel mogelijk" maken. Tegelijk inspireert hij zijn medewerker om groots te denken door hem voor te houden dat hij voor het spel al een contract met General Electric heeft. Alcorn koopt voor 75 dollar een zwart-wit televisie, versterkt de ingebouwde tonen om geluidseffecten te creëren en plaatst het in een kast zodat het een speelautomaat (foto hieronder) wordt.

Wikimedia Commons

Bushnell wil er net zoals bij flipperkasten een spel op munten van maken. Het prototype wordt in de lokale bar Andy Capp's Tavern in Sunnyvale in Californië geplaatst. 

Mensen staan in de rij om het spel te spelen en al na een dag belt de barman om te zeggen dat de machine kapot is. Alcorn gaat kijken en ziet dat de machine vol met munten zit. Op dat moment beseft het bedrijf dat ze met dit prototype goud in handen hebben.

Wie een Pong-machine heeft staan, kan daar per dag al snel tot 40 of zelfs 50 dollar mee verdienen. Speelkasten die 20 dollar per dag opleveren zijn op dat moment al goed voor een zeer mooie winst op termijn, dus Pong overtreft die verwachtingen stevig. Atari besluit het spel zelf te produceren en te verkopen in plaats van het in licentie te geven aan andere bedrijven. Tegen het einde van 1973 worden Pong-machines verscheept naar verschillende locaties in onder meer de VS en Japan. 

Het was een ideale ijsbreker. Veel mensen hebben me verteld dat ze via Pong hun partners hebben ontmoet

Nolan Bushnell, oprichter van Atari

Pong is in die periode het eerste spel dat mensen samen kunnen spelen. Het is ook zo simpel dat iedereen het kan spelen. "Ik denk dat het een succes was omdat het zo eenvoudig en gemakkelijk te begrijpen was", legt Alcorn uit aan de Britse krant The Guardian. "Er was geen versie voor één speler. Iedereen zou het kunnen spelen." Bushnell gaat zelfs verder: "Het was een ideale ijsbreker. Veel mensen hebben me verteld dat ze zo hun partners hebben ontmoet."

In 1975 wordt een console-versie Home Pong (foto hieronder) van het spel uitgebracht die je thuis kan aansluiten op je televisie. Van een passief voorwerp wordt de tv hierdoor ook plots een interactief, populair medium. 

Wikimedia Commons

Van afgeleiden tot museummateriaal

Later brengt Atari een reeks opvolgers op de markt. Pong Doubles en Quadrapong zorgen ervoor dat het spel met vier spelers gespeeld kan worden. Er komen ook afgeleiden voor een nieuw publiek, zoals bijvoorbeeld Snoopy Pong (later Puppy Pong, om juridische problemen te voorkomen) waarin de beroemde tekenfilmbeagle het spel levendiger maakt. 

Aan het eind van de jaren 70, wanneer de technologie innovatiever wordt, wordt Pong minder populair. Maar het blijft zijn status in de populaire cultuur wel behouden. Zo duikt het onder meer op in het populaire tv-programma's "That '70's show". In 1999 creëert kunstenaar Pierre Huyghe de Atari Light, een interactief plafond waarop bezoekers Pong tegen elkaar kunnen spelen. In 2012 wordt het spel zelfs opgenomen in de collectie van het MoMA (Museum of Modern Art) in New York. 

En terwijl de creatie van Pong in 1972 een technologisch hoogstandje is, wordt het spel nu ook gebruikt om kinderen te leren coderen. Ook in opleidingen computerwetenschappen focust men nog steeds op de ontwikkeling van Pong. 

Heel recent is Pong trouwens opnieuw opgedoken in de actualiteit. Eind vorige maand raakt bekend dat Australische onderzoekers erin geslaagd zijn om een paar honderdduizend hersencellen, die ze zelf in een laboratorium gekweekt hadden via verbindingen met elektroden Pong te laten spelen. Al na een paar pogingen zien de onderzoekers ook dat de groep cellen beter wordt in Pong en dat de score hoger oploopt dan wanneer je gewoon willekeurig het balkje op en neer zou bewegen. Een doorbraak die volgens de wetenschappers het onderzoek naar hersenaandoeningen en de behandeling ervan een enorme boost kan geven. Waar een simpel spelletje ping-pong al niet goed voor kan zijn. 

Meest gelezen