CLI

Raad van State schiet plan Demir om te snoeien in groenestroomcertificaten niet af, maar is kritisch over manier waarop

De Raad van State ziet geen fundamentele problemen in de plannen van Vlaams minister van Energie Zuhal Demir (N-VA) om stevig te snoeien in de miljoenen subsidies voor eigenaars van grote zonnepanelenparken. Dat laat het kabinet van Demir weten. Volgens sommige specialisten is het knippen in die subsidies nochtans een vorm van contractbreuk vanwege de Vlaamse regering, maar dat klopt niet volgens het advies van de Raad. Dat is tegelijk wel kritisch voor de manier waarop nu bepaald wordt wie zijn subsidies zal verliezen en wie niet.

Bepaalde grote bedrijven in Vlaanderen rijven miljoenen aan subsidies binnen omdat hun daken of terreinen geplaveid liggen met zonnepanelen. Door te snoeien in de groenestroomcertificaten van zo'n 200 bedrijven, wil Vlaams minister Demir 1,2 miljard euro besparen en met dat vrijgekomen geld de energiefactuur verlichten.

"Wij zien vooral dat grote zonnepanelenparken van voor 2013 overmatige subsidies hebben gehad. De installaties zijn terugbetaald, maar de belastingbetaler betaalt nog verder bovenop de winsten", legde Demir eerder dit jaar uit. Volgens haar moét de overheid zelfs ingrijpen omdat de regels rond staatssteun anders worden geschonden.

Probleem: de subsidies zijn destijds wel afgesproken met de betrokken bedrijven. Fernand Huts, die met zijn havenbedrijf Katoen Natie massaal investeerde in zonnepanelen en dus één van de geviseerden is, sprak in februari al dreigende taal in de richting van Demir. Minister Demir liet eerder ook al verstaan dat ze procedures verwacht.

Maar ze voelt zich nu wel gesterkt door een advies van de Raad van State. Volgens het kabinet oordeelt de Raad van State dat haar ontwerp van decreet op zich niet in strijd is met het vertrouwensbeginsel en het beginsel van legitieme verwachtingen. "Het is van onschatbare waarde dat de Raad van State iedereen terugfluit die ons ontwerpdecreet contractbreuk en een aanslag op de rechtszekerheid noemde", reageert Demir.

Onze redactie kon het advies ook zelf inkijken en daarin staat inderdaad dat het terecht is dat de Vlaamse overheid de overcompensatie, en dus de overmatige subsidies, wil aanpakken. Dat is bovendien "niet in strijd met het vertrouwensbeginsel en het beginsel van de bescherming van legitieme verwachtingen", staat er te lezen. Wie bij de installatie van zijn zonnepanelen groenestroomcertificaten toegewezen kreeg, mocht er volgens de Raad namelijk niet vanuit gaan dat die "onverkort en voor altijd zouden blijven gelden."

Kritische noot

En toch is de Raad van State ook kritisch voor het voorstel van de minister zoals het nu voorligt, met name over de criteria die bepalen welke subsidies precies zullen worden stopgezet en welke niet. In haar voorstel verwijst Demir daarvoor naar de de minimis-drempel uit de Europese staatssteunregeling. Die houdt in dat subsidies niet langer geoorloofd zijn als een bedrijf over een periode van drie jaar meer dan 200.000 euro aan steun ontving. Demir gebruikt die drempel ook: een investeerder verliest zijn subsidies als die tussen 1 januari 2021 en 31 december 2023 meer dan 200.000 euro aan steun ontving.

In de praktijk zorgt dat ervoor dat kleine investeerders (zoals particulieren met zonnepanelen op hun dak) buiten schot blijven en enkel bedrijven met erg grote installaties in het vizier komen. Maar kan je met die regeling daadwerkelijk overcompensatie tegengaan? Hoe kan je bewijzen dat bedrijven die boven die 200.000 euro zitten te veel gecompenseerd zijn en wie daaronder zit niet? Volgens de Raad van State is dat onvoldoende aangetoond.

Om dezelfde reden stelt de Raad ook vragen bij het tijdsgebonden criterium: enkel installaties van voor het jaar 2013 zouden hun subsidies kunnen verliezen, volgens Demir omdat de investeringen in dat geval al terugverdiend zijn. Maar de Raad is kritisch voor dat onderscheid. Waarom zou er geen sprake kunnen zijn van overcompensatie bij installaties van na 2013? Ook dat is niet voldoende gemotiveerd.

Het is nu aan minister Demir zelf om te beslissen wat ze met het advies van de Raad van State zal doen en of ze haar ontwerpdecreet nog zal aanpassen. Binnen de Vlaamse regering zou al afgesproken zijn om het voorstel beter te motiveren.

Verontwaardiging in het parlement

Tijdens het vragenuurtje in het Vlaams Parlement klonk woensdagmiddag verontwaardiging vanuit het halfrond. Verschillende parlementsleden uitten hun frustratie over het feit dat minister Demir het advies van de Raad van State te rooskleurig zou hebben voorgesteld. Opvallend genoeg klonk die kritiek ook vanuit de meerderheid.

"In de pers slaat u zich nogal stoer op de borst en speelt u de Robin Hood die het onrechtvaardig geïnde geld bij de rijken gaat terugpakken", zei Willem-Frederik Schiltz van Open VLD. "In werkelijkheid dreigt u de vrekkige prins Jan te worden die iedereen kaalplukt, niet alleen de rijken, en vooral zichzelf belangrijk vindt. U lanceerde een hoera-persbericht. (...) Het was triomfalisme alom en u tikte iedereen op de vingers die gedurfd had om kritisch te zijn. Zie je wel, zei u, het kan wel. Maar u heeft wel, in datzelfde persbericht, de helft van het advies verzwegen."

Wij verwachten van u een regeling waarmee u opnieuw naar de Raad van State gaat

Robrecht Bothuyne, Vlaams Parlementslid (CD&V)

Een gelijkaardig geluid klonk bij Robrecht Bothuyne van CD&V. "Wat we gisteren gezien hebben, is niet voor herhaling vatbaar. U communiceerde triomfantelijk over het advies, noemde het van onschatbare waarde, maar u deelde het niet. We hebben uren moeten wachten om het advies te lezen en helaas stonden daar ook andere dingen in dan degene die in uw persbericht werden weergegeven. Dat is jammer in een verhaal waarin rechtszekerheid zo cruciaal is. (...) Mevrouw de minister, wij verwachten van u een regeling waarmee u terug naar de Raad van State gaat, die effectief een positief advies krijgt."

Minister Demir beloofde aan het parlement dat ze de juridische gaten nog zal "dichttimmeren". Ze maakt zich sterk dat ze de Raad van State met bijkomend cijfermateriaal en extra motivering ervan zal kunnen overtuigen dat haar voorstel juridisch overeind kan blijven.

Meest gelezen