VRT

Psychiater Dirk De Wachter na kankerdiagnose: "Overlevingskans is 40 procent, maar morele plicht om voor het leven te gaan"

"Binnen 4 jaar heb ik meer kans om dood te zijn dan om nog te leven. Maar ik ga natuurlijk ten volle voor die 40% overlevingskans: ze gaan mij niet hebben." Aan het woord is psychiater en hoogleraar Dirk De Wachter. Met Friedl' Lesage had hij vanochtend in "Touché" op Radio 1 een openhartig gesprek over kanker, het belang van menselijke nabijheid en troost en de dood. 

Psychiater Dirk De Wachter (62) heeft ons geleerd om om te gaan met de lastigheid van het leven. Hij stelt dat ongelukkig zijn geen schande is en moedigt de Vlaming aan geluk te vinden in het gewone, het alledaagse. Van zijn boek "Borderline times", dat in 2012 uitkwam, werden meer dan 100.000 exemplaren verkocht. 

Nu hij zelf kankerpatiënt is, voelt hij die lastigheid van het leven zelf nog meer. Omdat gedeeld leed helend kan werken schreef hij zijn ervaring neer in een nieuw boek: "Vertroostingen". Zijn ziekte heeft hij eerst enkele maanden privé gehouden, maar uiteindelijk kwam hij er toch mee naar buiten in een gesprek met de krant De Tijd, "omdat kanker geen taboe hoeft te zijn". "Veel mensen voelden zich door mijn verhaal getroost. Toen dacht ik: als ik daarover schrijf, kan dat voor mensen veel betekenen, dan kan ik toch nog mijn "werk" doen, al is dat allemaal raar om te zeggen."  

Zomer 2021: de diagnose

De diagnose kreeg De Wachter meer dan een jaar geleden. In de zomer van 2021, tijdens een bezoek aan het museum Centre Pompidou in zijn geliefde tweede thuis Parijs ontdekt hij dat er fysiek iets mis is. "Ik stond daar voor de wand van André Breton (Frans schrijver en dichter, red.). Hij heeft daar een kamertje en ik voelde mij zeer slecht. Ik had ongelofelijke krampen in mijn buik. Ik moest naar het toilet en ik bloedde daar half leeg, dacht ik. Dat is wat overdreven. Maar dat was het signaal dat er iets ernstigs mis was."  

Wat volgt, is een opeenvolging van gebeurtenissen die herkenbaar is voor veel kankerpatiënten en hun omgeving. "Ik heb contact genomen met artsen. De onderzoeken zijn begonnen. Dat is altijd een heel gedoe. Het was een kanker met uitzaaiingen, ook op afstand in de lever. En dat is prognostisch niet zo goed. Er volgde dan een operatie, nog een operatie en daarna een chemotherapietraject, zoals zoveel mensen, duizenden en duizenden, dat elke dag meemaken." 

BEKIJK - Het volledige gesprek met Dirk De Wachter in "De Afspraak":

Videospeler inladen...

Chemotherapie: "De hel, maar ook een houvast"

Dat chemotherapietraject omschrijft De Wachter als "de hel", al bood het hem in zekere zin ook een houvast. "Nogmaals, zoveel mensen maken dat mee. Ik moet er ook niet te veel over zagen. Je bent zo misselijk als ik-weet-niet-wat. Ik was zo blij dat het gedaan was en tegelijk mis ik het ook. Da's heel raar om te zeggen. Je hebt een soort vast patroon."

De Wachter werd goed omringd door zijn vrouw, zijn kinderen en goede vrienden. "Dankzij de mensen rondom mij is het voorbije jaar ook wel heel warm en genadig geweest. Er was een verpleegster – ongelofelijk - dat raakt mij zo... een verpleegster die er altijd was en die mij vriendelijk bejegende. Een verpleegkundige die komt en die je aanraakt, dat houdt je bijna letterlijk in leven. Of een vriendelijke mens op intensieve zorg die zegt: ik ga je wassen. En er was ook een dokter, die met mij gestudeerd heeft, die altijd langskwam, tijd maakte, aan mijn bed kwam zitten. Dat is zo deugddoend. Dat is de miserie die zich daar omdraait als een kous die binnenstebuiten wordt getrokken waarin de lastigheid zich tot schoonheid verheft. Het is heel raar om dat zo te zeggen."

Dat is de miserie die zich daar omdraait als een kous die binnenstebuiten wordt getrokken waarin de lastigheid zich tot schoonheid verheft

De nabijheid van mensen is voor De Wachter dan ook de mooiste en sterkste vorm van troost en steun. "Die verschrikking geeft toegang tot iets heel bijzonders, door die mensen, door de blik van de ander. Die verpleegster ben ik toevallig nog tegengekomen, zo’n mens is goud waard. Mensen in de zorg -dat kan niet genoeg benadrukt worden- zijn zo belangrijk in de maatschappij, dat wist ik al, maar dat heb ik nu echt aan den lijve ondervonden. En de nabijheid van een mens, waarachtig, authentiek, is met niks te vergelijken." 

In "Touché" komen we ook te weten dat "Road to nowhere" van Talking Heads een van zijn favoriete liedjes is. "Het vat samen wat ik van het leven denk, namelijk dat er geen vooraf gegeven zin is in het bestaan, dat het een absurde, gekke, volkomen toevallige toestand is waar wij in geworpen worden. Elkaar troosten en elkaar vasthouden is het enige wat we daarin kunnen doen. En tegen elkaar zeggen: "It's alright". De mens is veroordeeld tot zin. We kunnen niet anders dan op één of andere manier zin zoeken omdat onze hersenen dat nu eenmaal zo doen. Het leven is een lastige zaak en bij momenten ook heel mooi, dat is allebei zo. Wat ons te doen staat, is zorgzaam met elkaar en met de wereld omgaan. Dat is een soort ethische plicht, al klinkt dat nogal zwaar." 

"Ik hoop dat je gelukkig kan sterven, maar dat weet ik niet"

Na zijn diagnose werd de overlevingskans binnen een periode van 5 jaar voor De Wachter geschat op 40%. "Binnen ondertussen 4 jaar heb ik meer kans om dood te zijn dan om nog te leven. Maar ik ga natuurlijk ten volle voor die 40%: ze gaan mij niet hebben. Enfin, dat probeer ik zo voor ogen te houden. Dat moet je ook doen, het is een soort morele plicht om voor het leven te gaan, zo zie ik dat." 

De Wachter heeft een enorme wil om te blijven leven ("ik leef zeer graag, wees gerust"), maar sluit niet uit dat hij op een bepaald punt in zijn ziekte eventueel toch voor euthanasie (zelf het moment bepalen waarop je sterft) zou kiezen. "Als we realistisch kijken naar de prognose, dan behoort het tot de mogelijkheden dat er vroegtijdig een einde aan komt. Ik ben 62 jaar, het is ook wel al heel mooi geweest. Mocht ik aftakelen, pijn hebben, niet goed zijn, … dan zou ik wel -denk ik nu- bewust afscheid willen nemen. Dan zie ik dat we een bed in onze woonkamer zetten, ik zeg dat soms ook tegen mijn vrouw, niet te veel, en dan word ik omringd door mijn vrouw, mijn kinderen en dan kunnen we zeggen dat het goed geweest is, zoiets." 

Heel paradoxaal hoe verdriet ook de verbinding en de schoonheid van het bestaan bestendigt

Zal hij dan gelukkig kunnen sterven? "Ik hoop dat je gelukkig kan sterven, maar dat weet ik niet. Ik word toch erg door verdriet overmand wanneer ik daar aan denk, dan barst mijn stoïcijnse rustigheid toch af en toe. Ik weet dat mijn vrouw en mijn kinderen heel verdrietig gaan zijn en dat doet mijzelf ook veel verdriet, want zelf ga ik het niet meer weten. Maar dan denk ik ook: als je niemand hebt die verdrietig zal zijn, da’s nog veel erger. L’enfer, c’est le manque des autres (vrij vertaald: de hel, dat is anderen moeten missen). Het is toch maar heel goed dat er mensen heel verdrietig zijn, het is heel paradoxaal hoe verdriet eigenlijk ook wederom de verbinding en de schoonheid van het bestaan bestendigt. Het leven is een rare zaak."  

Meest gelezen