FrDr (Wikipedia.org)

Universiteit Gent zoekt inwoners uit rand rond Brussel die nog sappig dialect praten

Onderzoekers van de Universiteit van Gent zijn op zoek naar mensen uit Gooik, Nieuwenrode, Brussel, Boutersem en Watermaal-Bosvoorde die het lokale dialect kunnen praten. De wetenschappers willen zoveel mogelijk Belgische dialecten in kaart brengen, maar een paar gemeenten uit Vlaams-Brabant en Brussel ontbreken nog.

Het onderzoek wordt gevoerd door het Gesproken Corpus van de zuidelijk-Nederlandse Dialecten (GCND), dat behoort tot de Universiteit van Gent. Zij beschikken over een collectie van dialectopnames uit 768 verschillende plaatsen in België, Noord- Frankrijk en het zuiden van Nederland. Om hun collectie uit te breiden, zijn de onderzoekers nog op zoek naar mensen uit Gooik, Brussel, Boutersem, Watermaal-Bosvoorde en Nieuwenrode.

Taalwetenschapper aan de UGent, Lien Hellebaut, legt uit wat de vereisten zijn om deel te nemen aan het onderzoek. “We zijn op zoek naar 75-plussers die in de eerste plaats geboren en getogen zijn in één van de gemeentes die we onderzoeken", zegt Hellebaut, die het project coördineert. "Het is ook een pluspunt dat ze in hun eigen gemeente naar school zijn gegaan en dat hun ouders en eventuele partner ook in dezelfde gemeente zijn opgegroeid." Het is moeilijk om mensen te vinden die aan alle vereisten voldoen. Dat beseffen de onderzoekers ook. "Ik weet dat we streng zijn, maar dat zijn volgens ons de mensen die nog het meest traditionele dialect spreken.”

Een vlotte babbel

De meeste opnames waarover het GCND beschikt, dateren van meer dan 50 jaar geleden. “We hebben een heel grote verzameling van dialectopnames die gemaakt zijn in de jaren 60 en 70 door de toenmalige studenten van de UGent", vertelt Hellebaut. "Omdat die studenten voornamelijk uit West- en Oost-Vlaanderen kwamen, hebben we minder of zelfs geen opnames uit bepaalde regio’s in Vlaams-Brabant en Limburg. Die zijn we de laatste jaren intensief aan het verzamelen.” 

Kandidaten die in aanmerking komen voor het onderzoek worden eerst onderworpen aan een vooronderzoek om na te gaan of ze over het juiste profiel beschikken. Vervolgens komen de onderzoekers van de UGent ter plaatse om een gesprek op te nemen. "Wij nemen een luchtig gesprek op tussen de persoon die onderzocht wordt en een andere persoon die hetzelfde dialect spreekt", legt de onderzoekster uit. "Die babbel kan over alles gaan en duurt ongeveer 50 minuten."

Met uitsterven bedreigd

Met het onderzoek wil het GCND de dialecten bewaren, want pure dialectsprekers worden alsmaar zeldzamer. “Dialecten zijn aan verdwijnen", zegt Lien Hellebaut. "Dat komt omdat jongeren worden opgevoed in tussentaal, waardoor traditionele dialecten steeds minder worden doorgegeven aan de volgende generatie. Daarnaast sterven die traditionele dialecten letterlijk uit. Daarom is het belangrijk om het onderzoek nu te voeren, nu het nog kan."

Bij interesse kan je contact opnemen met de onderzoekers.

Meest gelezen