"Pano" geeft unieke inkijk in assisenproces seriemoordenaar Stephaan Du Lion: "Toen ik mijn DNA afstond, wist ik dat ik gepakt ging worden"

Een banale diefstal waarbij de dader DNA moest afstaan, leidde in 2018 tot een doorbraak in de zoektocht naar een seriemoordenaar uit de jaren 90. Dat blijkt vanavond in de eerste aflevering van het nieuwe seizoen van "Pano", dat het hele assisenproces van viervoudige moordenaar Stephaan Du Lion kon filmen én kon spreken met de hoofdrolspelers. "Dit proces toont hoe belangrijk een goede DNA-wet is voor cold cases."

Het is 23 mei 2017, een doordeweekse dag, wanneer de computers van het Nationaal Instituut voor de Criminalistiek en de Criminologie (NICC) in Brussel een "match" melden. Een DNA-profiel dat toegevoegd wordt aan de DNA-databank van veroordeelde misdadigers blijkt overeen te komen met een DNA-spoor uit een oude moordzaak. Het gaat over een spermaspoor, dat begin jaren 90 is teruggevonden bij de moord op een jonge vrouw, Ariane Mazijn. Het DNA is van een ruitenwasser uit Deurne: Stephaan Du Lion.

Stephaan Du Lion is twee jaar eerder veroordeeld voor een poging tot inbraak, waardoor hij een DNA-staal heeft moeten afstaan. Na de match zal hij uiteindelijk de moord op Ariane Mazijn bekennen. Later bekent hij ook nog drie andere moorden op jonge vrouwen in de jaren 90. "De DNA-match heeft de bal aan het rollen gebracht", legt Karolien Van Dijck van het NICC vanavond uit in "Pano". Met dank aan een wetswijziging uit 2014.

Een spermaspoor

Even terug in de tijd. Wanneer in 1992 Ariane Mazijn vermoord wordt aangetroffen in de slaapkamer van haar appartement in Antwerpen, staat het forensisch DNA-onderzoek nog in zijn kinderschoenen. Op de plaats van de moord worden een aantal sporen aangetroffen, waaronder een "kleverige substantie" op de dij van het slachtoffer. Het spoor wordt afgenomen op een wattenstaafje, maar tien jaar lang gebeurt er niets mee.

Pas in 2001 wordt het spoor opnieuw onderzocht. Labotesten wijzen uit dat het om sperma gaat, vermoedelijk van de dader. De speurders laten een DNA-profiel opstellen en in de loop der jaren wordt dat vergeleken met DNA van verschillende mogelijke verdachten. Zonder succes. "En daar stopte het op dat moment", vertelt Karolien Van Dijck. "Enkel een een-op-een-vergelijking met verdachten was op dat ogenblik een mogelijkheid. Als de dader daar niet bijzat, wist je niet van wie het spoor was."

BEKIJK - Karolien Van Dijck, forensisch adviseur bij het NICC, legt in "Pano" uit hoe het komt dat het DNA-onderzoek ondanks een spermaspoor aanvankelijk niet tot een doorbraak leidde:

Videospeler inladen...

Maar dat verandert in 2002, wanneer in ons land twee DNA-databanken in gebruik genomen worden. In de eerste databank komen DNA-profielen van sporen die gevonden zijn op een plaats delict, zoals het spermastaal bij Ariane Mazijn. Die kunnen voortaan automatisch vergeleken worden met DNA-profielen in een tweede databank, waar de profielen van duizenden veroordeelde misdadigers inzitten.

Een mislukte inbraak

Fast forward naar de zomer van 2011. Na een dispuut met zijn ex-werkgever wil ruitenwasser Stephaan Du Lion wraak nemen. Hij probeert in te breken bij het bedrijf, in een loods op het bedrijventerrein in Olen. Zonder succes: het terrein is te goed beveiligd, Du Lion moet afdruipen.

Tijdens de inbraak staat Du Lion in contact met een vriend. Wat hij echter niet weet, is dat diens gsm op dat moment getapt wordt in het kader van een grootschalig drugsonderzoek. Zo komt de politie de inbraak, zonder schade of aanwijzingen, alsnog op het spoor. Toch duurt het nog tot 2015, wanneer de drugszaak afgerond is, voor Du Lion hiervoor ook veroordeeld wordt.

Ruitenwasser Stephaan Du Lion tijdens het assisenproces begin februari.

De verloren jaren blijken later een geluk bij een ongeluk, want ondertussen is de lijst van misdaden waarvoor veroordeelde misdadigers een DNA-staal moeten afstaan gevoelig uitgebreid. Aanvankelijk is die lijst beperkt tot de zwaarste misdrijven, zoals moord of verkrachting. Maar in 2014 verandert de wetgeving: ook bij een aantal lichtere misdrijven moet DNA worden afgestaan.

Een van die misdrijven is diefstal met braak. Wanneer Du Lion veroordeeld wordt, krijgt hij dan ook de vraag om een DNA-staal af te staan. Zo komt zijn DNA-profiel in de DNA-databanken terecht.

BEKIJK - "Toen ik mijn DNA moest afstaan, wist ik dat ik gepakt ging worden": "Pano" sprak na het proces met Stephaan Du Lion in de gevangenis:

Videospeler inladen...

Door werken aan het computersysteem zal het nog tot 2017 duren voor het profiel van Stephaan Du Lion ook effectief in de databanken belandt, waar het vervolgens matcht met het spermaspoor bij Ariane Mazijn. De rest is geschiedenis. Du Lion zal uiteindelijk niet alleen de moord op Ariane Mazijn, maar ook drie andere moorden bekennen: die op Lutgarda Bogaerts in 1993, op Maria Van den Reeck in 1994 en op Eve Poppe in 1997.

Uitbreiding DNA-wet in 2014

Dat Du Lion uiteindelijk gevat werd, is met andere woorden te danken aan een stevige portie toeval, zo blijkt tijdens het assisenproces. Maar dus ook aan de uitbreiding van de DNA-wet in 2014. "De zaak-Du Lion toont hoe belangrijk die DNA-wet is voor het functioneren van de databanken. En met deze zaak is het nut ervan ook bewezen voor het oplossen van cold cases", zegt Bieke Vanhooydonck van het NICC.

De match die leidde tot de viervoudige moordbekentenis van Du Lion is niet de enige die te danken is aan de uitbreiding van de DNA-wetgeving van 2014. Tussen 2006 en 2013 belandden jaarlijks gemiddeld 2377 profielen van veroordeelde misdadigers in de databank veroordeelden, in de periode na 2014 klom dat aantal naar jaarlijks 4052. "Bijgevolg nam ook het aantal matches tussen veroordeelden en openstaande sporen sterk toe", zegt Vanhooydonck.

De zaak-Du Lion heeft getoond hoe belangrijk DNA-onderzoek bij cold cases kan zijn als startpunt voor verder onderzoek

Bieke Vanhooydonck, DNA-experte NICC

In totaal zitten er vandaag ruim 130.000 unieke DNA-profielen in de Belgische DNA-databanken. Ongeveer de helft daarvan zijn profielen van veroordeelden. De andere helft zijn hoofdzakelijk profielen op basis van sporen. Van die sporenprofielen zijn bijna een kwart bovendien zogenoemde enkelvoudige profielen, die onmiddellijk kunnen gelinkt worden aan een mogelijke verdachte. Driekwart daarvan is nog altijd niet geïdentificeerd.

Hoeveel van de openstaande sporen betrekking heeft op zogenaamde cold cases is moeilijk te zeggen. "Dat hangt ook af van je definitie van een cold case", zegt Van Dijck. "Bovendien betekent een match nog niet per se dat je een dader hebt. Het enige wat DNA-onderzoek doet, is een link leggen tussen een bepaald feit en een bepaalde persoon. Maar de zaak-Du Lion heeft wel getoond dat dat een belangrijk startpunt kan zijn voor verder onderzoek. Zeker in het geval van cold cases."

BEKIJK - Volledige "Pano"-reportage "Het antwoord van assisen":

Videospeler inladen...

Meest gelezen