"Dit is een zware klap voor het kroonjuweel van de Belgische chemie." Dat zegt Yves Verschueren, gedelegeerd bestuurder van chemiefederatie Essenscia, na het nieuws over de ontslagen bij BASF Antwerpen. Experts zijn het erover eens: er moet dringend een gelijk speelveld komen tussen Europa en de rest van de wereld. Hoge kosten en trage procedures verzwakken de concurrentiekracht.
"Chemiesector lijdt onder hoge kosten en trage procedures": waarom ontslagronde bij BASF niet onverwacht komt
Het filiaal van de Duitse chemiereus BASF in Antwerpen schrapt 600 van de bijna 3.700 jobs tegen eind 2028. Werkgeversorganisatie VOKA noemt het een "nieuwe uppercut" voor de Vlaamse industrie. De werknemers zijn bezorgd.
"Dit is een zware klap voor het kroonjuweel van de Belgische chemie", zegt Yves Verschueren, gedelegeerd bestuurder van Essenscia. "Uitgerekend op de site van BASF werd vorig jaar de 'Antwerp Declaration' voorgesteld: meer dan 1.000 bedrijven vroegen Europese leiders om de competitiviteit tegenover de rest van de wereld bij te stellen", legt hij uit. "De noodkreet werd dus geuit, maar spijtig genoeg is de vooruitgang bijzonder teleurstellend."
Kosten en minder vraag
Ook voor Thierry Vanelslander, professor transport- en haveneconomie aan de Universiteit Antwerpen, komt het nieuws niet geheel onverwacht. "Vandaag werkt de chemiesector in de haven van Antwerpen op een capaciteit van 70 procent. Dat betekent dus dat 30 procent capaciteit onbenut blijft", legt hij uit.
"Dat heeft te maken met de lage vraag door allerlei ontwikkelingen in de wereldeconomie, zoals algemene onzekerheid en de heffingen van de VS bijvoorbeeld. Tegelijk is er ook een probleem aan de aanbodkant: de productiekosten liggen hier heel hoog. We betalen hier tot 4 keer zoveel aan energie als in de VS."
Voor die hoge energiekosten zijn er meerdere redenen. "Dat komt enerzijds door de manier waarop wij energie belasten. Daarnaast is er een probleem bij de productie: we zijn een land waar we niet zoveel energie zelf kunnen produceren en dus moeten importeren. We hangen af van de wereldmarkten."
Procedures
Bovendien zijn er in ons land te veel regels en logge procedures. "Het verkrijgen van nieuwe vergunningen duurt in België erg lang. Ook procedures van belangengroepen zorgen vaak voor vertraging. In andere landen kan dat veel sneller", aldus professor Vanelslander.
Ook Essenscia-topman Verschueren ziet het zo en roept de overheid op vlug te handelen. "Het vergunningenbeleid moet snel beter en aantrekkelijker worden." Hij gelooft weliswaar in de intenties van de huidige Vlaamse regering om een gunstiger industrieel beleid te voeren, maar er blijft nog veel werk aan de winkel.
De Europese markt moet eengemaakt worden
Thierry Vanelslander, professor transport- en haveneconomie
Het probleem situeert zich bovendien niet alleen in België. Volgens expert Vanelslander kampt heel de Europese Unie hiermee. "De Europese markt moet eengemaakt worden, op alle niveaus. Er moeten veel minder regels en obstakels tussen landen zijn. Alleen zo kan de concurrentiekracht bewaard worden."
Om weer een robuustere chemiesector te krijgen, moeten trouwens niet alleen de regelgeving en de kosten onder de loep genomen worden. "Er zijn nog veel kansen voor deze sector, alleen moeten alle partijen ze ook echt benutten. Zo moet er ingezet worden op de duurzaamheid en de vergroening van al die processen. Als we dat kunnen aanbieden, hebben we iets unieks", besluit Vanelslander.
Verschueren verwijst naar het rapport van Mario Draghi. De voormalige ECB-topman stelt daarin dat de EU jaarlijks 800 miljard moet investeren om de industrie te vernieuwen en concurrentieel te houden. "Dat is de prijs die Europa moet betalen om straks nog een industrie te hebben", besluit hij.
