Video player inladen...

Voormalige Tunesische president Ben Ali is overleden

De voormalige president van Tunesië Zine Al Abidine Ben Ali is op 83-jarige leeftijd overleden. Hij heeft 24 jaar lang over Tunesië geheerst. Na de Arabische Lente in 2011 vluchtte hij naar Saudi-Arabië, waar hij sindsdien in ballingschap verbleef. Ben Ali laat een gemengd bilan na, maar veel Tunesiërs herinneren zich vooral een gebrek aan vrijheid en de wijd verspreide corruptie.

Ben Ali (1936) koos voor een militaire carrière en kreeg opleidingen aan militaire scholen in Frankrijk en de Verenigde Staten, twee landen waarmee hij nadien goede relaties zou onderhouden. Terug in eigen land werkte hij voor de militaire inlichtingendienst en in 1977 werd hij chef van de geheime diensten in Tunesië.  

Na enkele diplomatieke posten in Marokko, Spanje en Polen  kwam hij in '84 in de regering. Twee jaar later werd Ben Ali  minister van Binnenlandse Zaken en in oktober '87 benoemde president Habib Bourguiba (links) hem tot premier. Die snelle opgang was een gevolg van de contacten van Ben Ali met zowel het leger als de geheime diensten van Tunesië en andere landen.

Eind de jaren '80 kampte Tunesië met sociaal protest en de opkomst van moslimfundamentalisme en terreur. Buurland Algerije en Italië maakten zich zorgen omdat de oude president Habib Bourguiba de situatie niet meer in de hand had. 

Ben Ali leek een alternatief en in november 1987 zette hij Bourguiba "om gezondheidsredenen" af en werd hij zelf president. Jaren later zou het ex-hoofd van de Italiaanse geheime dienst Fulvio Martini verklaren dat Rome samen met de Algerijnse en Tunesische geheime diensten de coup zou hebben gesteund.  Waar of niet, feit is dat de Italiaanse ex-premier Bettino Craxi nadien in Tunesië asiel kreeg toen hij in eigen land tot een celstraf werd veroordeeld wegens corruptie.

Strijd tegen terreur en tegen vrijheid

Met Ben Ali als nieuwe sterke man, slaagde het regime er aanvankelijk in om opnieuw krediet te krijgen. Het moslimfundamentalisme werd onderdrukt, wat binnen- en buitenlands tot opluchting leidde, ondanks de schendingen van de mensenrechten.

Op buitenlands vlak zette Ben Ali het gematigde prowesterse beleid van Bourguiba voort en leek Tunesië een oase van stabiliteit tussen het Libië van de wispelturige Moe'ammar al-Khaddafi en het andere buurland Algerije dat in een burgeroorlog verzeilde. 

Tunesië schreef zich in in de strijd tegen het terrorisme en -net zoals andere autocratische Arabische leiders- misbruikte Ben Ali die strijd om alle oppositie de mond te snoeren. Tunesië bleef een schijndemocratie waar Ben Ali en zijn RCD-partij met glans alle verkiezingen wonnen, terwijl de oppositie en de media strak aan de leiband werden gehouden, desnoods met een forse ruk.

Groei werd afgeroomd door corruptie

Politieke hervormingen kwamen er dus niet, maar economische wel en niet zonder succes. Tunesië kon buitenlandse investeringen aantrekken, vooral uit Frankrijk en Italië en werd ook een magneet voor buitenlandse toeristen die ook veel geld binnenbrachten. 

Veel daarvan werd echter afgeroomd door de heersende elite, die in luxueuze villa's in Carthago nabij Tunis resideerde. De familie van Ben Ali en die van tweede vrouw Leila Trabelsi controleerden zo 30 procent van de Tunesische economie. De grote massa profiteerde niet of weinig mee, maar moest wel mee opdraaien voor de enorme corruptie door onderbetaalde ambtenaren en politieagenten.

Toen eind 2010 de voedselprijzen opnieuw fors stegen, was de maat vol. Nadat de jonge straatventer Mohammed Bouazizi zich in Sidi Bouzid uit wanhoop in brand had gestoken, braken in heel Tunesië sociale rellen uit. Politiegeweld slaagde er niet meer in om die in te dijken en de positie van Ben Ali wankelde, ook binnen het regime.

Op 14 januari 2011 stuurde Ben Ali eerst de regering naar huis, om enkele uren later zelf de laan uitgestuurd te worden door premier Mohammed Ghannouchi. Ben Ali en zijn familie verlieten Tunesië in helikopters en kregen tenslotte asiel in Saudi-Arabië. Daar is hij op 83-jarige leeftijd overleden.

In Tunesië werden 44 aanklachten tegen Ben Ali, zijn familie en een aantal oud-ministers ingediend. De voormalige president werd veroordeeld tot 35 jaar cel, maar Saudi-Arabië weigerde hem uit te leveren. In 2012 werd hij door een militaire rechtbank bij verstek veroordeeld tot levenslang wegens de dood van demonstranten tijdens de Arabische Lente. 

Bekijk hier het fragment uit "Het Journaal":

Video player inladen...