Meest recent

    Terug naar Sint-Jozef: over afgedankte muren en strakke nieuwbouw

    Het moest een heerlijke "trip down memory lane" worden. Terug naar mijn middelbare school van weleer. Maar het werd een confrontatie met de eisen van het moderne onderwijs, met de vermalende molen der tijd. Wat was, is geweest. Nu heersen nieuwe wetten, nieuwe gebouwen, nieuwe zeden. En wellicht zijn de studenten van het middelbaar onderwijs beter af nu. Vroeger was alles anders, niet beter. 

    In juni 1992 studeerde ik af. Aan het Sint-Jozefinstituut in Kortrijk. Een baken van kwaliteit was het. Waar ik de richting Latijn-Moderne Talen had afgewerkt. Op zoek naar nieuwe horizonten. Daarna “pol & soc” gaan studeren, in Gent. Om journalist te worden. Dat is dan toch gelukt uiteindelijk.

    Dat Sint-Jozef bestaat niet meer. In juni is afscheid genomen van de aftandse gebouwen, met klaslokalen vol verhalen, met spleten vol historie, met de geur van het diep katholieke nog in de vergeelde gordijnen, met schoolpoorten die duizenden leerlingen hebben opgeslokt. Twee grote speelplaatsen vol herinneringen, tranen van ontgoocheling op de stenen, glinsters van vergane glorie in de lucht, het stof dat de adolescenten deden opwaaien, is gaan liggen. Het psychiatrisch centrum Heilige Familie uit de buurt heeft de gronden opgekocht. Alles gaat tegen de grond, behalve de kapel. Die blijft. Godslastering heeft grenzen. 

    Waar het nu allemaal gebeurt is het Guldensporencollege. Een scholengemeenschap die verenigt: het grote Sint-Jozef, het andere grote Sint-Amandscollege, Ten Broele en het meisjesbastion ’t Fort. Sint-Jozef en Sint-Amand, dat was Club Brugge en Anderlecht, zo je wil. Halfslachtige vijanden, leerlingen droegen met trots de kleuren, beide instellingen zijn omver gemaaid. De noden van de tijd: alles moet economischer, efficiënter, goedkoper, duurzamer. En het moet gezegd, wat op de campus aan de Burgemeester Vercruysselaan aan het gebeuren is, is knap. Strak, doelgericht, sober en mee met de tijd.

    1992 versus 2017

    Wat is het allemaal veranderd! Vlak voor de schoolbel rinkelt, om 8.25 uur, troepen de honderden leerlingen van de derde graad samen. Meisjes! Hier lopen meisjes rond! In mijn tijd wist ik bij manier van spreken amper wat het andere geslacht was. Ook dat haalt een mens wel in, maar nu is gemengd onderwijs de normaalste zaak van de wereld. Gelukkig maar.

    Ik moest nog in rijen van twee naar de klas, in het gelid, in stilte. Nu zorgt iedereen er maar voor dat hij/zij op tijd in de klas is. Geen strenge broeders meer die rondlopen, geen overdreven tucht in de lucht, maar een jonge, dartele tred bij studenten en leraars. Die niet eens moeten rechtstaan als de leerkracht binnenkomt. Neen, hij of zij wacht de leerlingen op in de klas. Trouwens, de helft van de leerkrachten zijn ook vrouwen. Ik heb het anders geweten: als ik diep in mijn memorie graaf, herinner ik me in totaal drie vrouwen voor de klas. Vier misschien.

    Maar kijk, er staan nog cola-automaten. Nog even. Ik heb ze ooit zien binnenkomen, als het paard van Troje binnengerold. Tot jolijt van de leerlingen, de broeders van de Lasalliaanse gemeenschap (zo heette dat gezwollen) waarschuwden ons voor de vernietigende invloed van de reclame. “Nu gaan de automaten weg, eens de contracten zijn afgelopen. En ze steken toch al bijna vol met water”, zegt schoolhoofd Nicole Casteele. Scholen zijn gezond beginnen denken. Suikervrij en vegetarisch zijn geen loze begrippen, het is ooit anders geweest. 

    Mensen gaan niet meer naar de kerk, alles is anders

    Mijn schooltijd was willens nillens doordrongen van religie, van het katholieke. “Ook dat is verdwenen”, zegt Casteele. “We hebben nog een viering aan het begin en het einde van het jaar en rond Kerstmis, voor de rest is alles weg. Dat is in de maatschappij ook zo. Een school moet mee.” Of dat ooit terugkomt? Volgens het andere schoolhoofd, Heidi Steegen, niet: “Mensen gaan ook niet meer naar de kerk, alles is anders, ik denk niet dat het ooit nog terugkomt, neen. We vullen tegenwoordig alles anders in. De katholieke waarden zijn universele waarden en die geven we mee in de lessen. Al uiten we ons zeker nog altijd als christelijk van inslag.” Ik zie in alle klaslokalen nog kruisjes. Zonder Jezus Christus op. Sobere relicten, anders dan toen de broedergemeenschap en het bisdom nog veel bepaalden.

    De refter. Oord van vreemde geuren was het, altijd dezelfde, of er nu worst, vis of soep was geserveerd. Nu is het een strakke ruimte, ’t doet denken aan de eetzaal van een modern ziekenhuis. Warme maaltijden te verkrijgen. Broodjes met beleg ook. En er is een salad bar. Een salad bar, zeg ik u! Vijfentwintig jaar geleden was een tomaat en het obligate blad sla al een verworvenheid. Enfin, ik overdrijf, maar dat hoort zo bij melancholie en nostalgie.

    Mijnheer Lemey: "De grote verandering is de digitalisering"

    Ik volg twee lessen mee bij Koen Lemey. Mijnheer Lemey. Mijn geschiedenisleraar van weleer. Net als ik 25 jaar ouder geworden, hij is 52 nu, exact 10 jaar ouder dan ikzelf. Maar je ziet het niet aan hem. Amper verouderd, nog altijd niet van de grootste, net als ik trouwens: de beelden van mij, het kleine ventje met brilletje, dat hollend over de speelplaats liep met zijn te grote fiets, moeten veel van mijn studiegenoten nog kennen. Of mijn eeuwige strijd met de bok, de basketring, het volleybalnet en het klimrek. Of mijn drang tot praten en uitleggen en declameren. Dat ook.

    Enfin, mijnheer Lemey: hetzelfde kapsel, hetzelfde horloge ook, zo lijkt het wel. Nu een jeansbroek, vroeger niet. Denk ik, ik weet het niet zeker. Geruit hemd, losjes uit de broek, het zou bij broeder Guido vroeger niet waar geweest zijn. Zijn aanpak, zijn didactiek is nagenoeg dezelfde gebleven. Rustig, af en toe met vuur, gesticulerend, vraag en antwoord (“geleerd van Socrates”),  hij geeft nu onder meer cultuurwetenschappen.

    “Ik hou van studenten uit de humane wetenschappen. Ze zijn open en geïnteresseerd. En ik hou van de dialoog met hen”, zegt Lemey. Wat er dan veranderd is? Was vroeger alles beter? “Neen, zeker niet. Het was anders. Maar de grote verandering is de digitalisering. Bord en krijt en passer en cursus, da’s voorbij. We hebben smart boards, beamers, iedereen beheerst zijn of haar laptop, internet, Facebook, noem maar op. Ik geef nu heel veel Powerpoints , ik heb het niet zo voor die invulboeken”, zegt Lemey.

    Ik word warm en week van binnen als ik denk aan de overheadprojector. En de bij sommigen eeuwige worsteling om dat vel plastic op de juiste manier op dat onding te leggen. Hilarisch. Tot ik het later in mijn lerarenopleiding zelf moest leren. Het was rap gedaan met lachen.

    Lesgeven, kennisoverdracht, toetsen en examens, het is anders geworden. “Veel meer dan vroeger kunnen studenten multitasken, zijn ze met verschillende dingen tegelijkertijd bezig. Ze bestrijken vele vlakken. Aan de andere kant is de diepgang soms verdwenen, maken de jongeren van tegenwoordig er zich makkelijker vanaf, zoeken ze minder”, weet Lemey.

    Hen klaarstomen voor het hoger onderwijs is het ultieme, het is en blijft een heel mooi beroep

    En wat met de religie? “Ook dat is voorbij natuurlijk”, zegt de man die me ooit mijn eerste inzichten bezorgde in de Cuba-crisis en het begrip natiestaat. “De secularisering is al decennia aan de gang en dat zie je hier ook. Het aantal jongeren van allochtone afkomst is ook toegenomen, wat het allemaal interessant maakt. Dat zorgt voor een andere blik, een andere cultuur. Jammer dat zij nog altijd moeilijk doorstromen naar het ASO en eerder lijken vast te zitten in het TSO en het BSO. Maar er is beterschap. Langzaamaan.”

    Al 29 jaar staat hij voor de klas. “En ik zal het blijven doen, ik doe het graag, ik zie resultaten, hen klaarstomen voor het hoger onderwijs is het ultieme, het is en blijft een heel mooi beroep." Een pleidooi lijkt het wel tegen de uitstroom die het onderwijs blijft bedreigen.

    "Wij doen er alles aan om alles nauwgezet mee te volgen"

     Enthousiasme, het is een absolute voorwaarde voor een leerkracht. Nicole Casteele ziet dat toch zo: “Absoluut, naast vakkennis natuurlijk en authentiek zijn. En vooral je leerlingen graag zien, dan kan je heel veel bereiken.” Collega Heidi Steegen vult nog aan: “Het gaat ook om passie. Als je leerlingen op het einde van hun jaren hier vraagt naar wie hen is bijgebleven, zijn het altijd die mensen die met passie stonden les te geven, die vuur in het lokaal joegen.”

    Er is nu veel meer individuele begeleiding. En klasleraren en vakleraren. De drempel tussen leraren en leerlingen, of leraren en directie is absoluut niet meer zo hoog als in uw en mijn tijd. Wie het vroeger moeilijk had om mee te kunnen, werd minder goed begeleid. En zaken als autisme of dyslexie bijvoorbeeld werden vaak miskend. Dat is allemaal anders nu. Wij doen er alles aan om alles nauwgezet mee te volgen. Ook dat is modern onderwijs”, meldt mevrouw Casteele ook nog. Nieuwe gebouwen en nieuwe structuren hebben ook een aangepaste didactiek laten ontstaan.

    Nadien stond ik nog even aan de schoolpoort van het teloor gegane Sint-Jozef. Vlak bij het beeld van de Maagd van Vlaanderen dat de Guldensporenslag moet herdenken. Een man op een fiets spreekt me aan. Hij blijkt een administratief medewerker te zijn geweest van Sint-Jozef van weleer. “Ge zult u moeten haasten om het hier nog te zien, het zal rap plat liggen. Eens het onderwijs gemengd raakte, is het snel gegaan. De scholen pakten elkaars leerlingen af en alles is bergaf gegaan.” 

    Het is helemaal anders nu, ja. Ik heb Sint-Jozef maar begraven in mijn hoofd. Mijn jeugd is definitief gesmolten, de herinnering niet. Sic transit gloria mundi. Niet is voor eeuwig, niets blijft duren. Alles en iedereen is gedoemd te vergaan.