Alexander Dumarey

Vers verkozen in 2019: hoe kijken nieuwkomers terug op hun eerste parlementaire stapjes?

Hoe onwennig voelen nieuwkomers zich in de Kamer of in het Vlaams Parlement? Vinden ze wel hun draai in het politieke strijdgewoel? Op het einde van een woelig politiek jaar vertellen zeven pas verkozen parlementsleden over hun ervaringen als verkozene des volks. Zeven verhalen van ambitie en zelfverzekerdheid, gekruid met wat onzekerheid en een reality check.

Word je anders bekeken als nieuw parlementslid, hoe werk je samen met collega's van andere partijen en hoe zit dat met de Franstalige collega's? In deze eindejaarsperiode proberen we wat los te komen van de formatieperikelen en van de politieke waan van de dag. Daarvoor trokken we richting Kamer en Vlaams Parlement.

Lees verder onder het videofragment.

Video player inladen...

"Ik heb niet het gevoel dat mensen hier kijken naar nieuwkomers als zijnde 'het zijn de nieuwkomers'", vertelt Vlaams Parlementslid Sihame El Kaouakibi (Open VLD). "Alhoewel ik al uitspraken heb gehoord als 'ze is nog nieuw en ze weet nog niet hoe het werkt'." Maar ze laat zich daardoor niet uit het lood slaan. "Laat het duidelijk zijn dat er geen één manier is van hoe het werkt. Je bent nieuw en je hebt een mandaat dat even veel waard is als eender wie van die andere 123 hier in het parlement." El Kaouakibi wil haar rol "keihard vervullen". "'Shake it up' was mijn baseline. Dat wil zeggen dat ik het ook anders wil doen."

Ik denk dat we van bij het begin onze stempel op de debatten hebben kunnen drukken

Vlaams Parlementslid Jos D'Haese (PVDA)

Ook de PVDA heeft zich al laten opmerken in het Vlaams Parlement. "In het begin was het een beetje raar, niet alleen als nieuw parlementslid, maar ook als nieuwe partij hier in het parlement", vertelt fractieleider Jos D'Haese. "Maar ik denk dat we van bij het begin onze stempel op de debatten hebben kunnen drukken."

Parlementslid zijn betekent niet dat iedereen je als dusdanig erkent. "Ik had voordien de gelegenheid om vanuit mijn rol als expert bepaalde dingen te stellen of mee in debatten te zitten", zegt Groen-Kamerlid Jessika Soors, in een vorig leven deradicaliseringsambtenaar in Vilvoorde. "Nu, als politica, zijn meer mensen geneigd om je expertise in twijfel te trekken. Mensen denken dat je spreekt vanuit debatfiches of dat je iets zegt omdat het moet van je partij."

"Ik denk dat we vooral collega's van elkaar moeten zijn en moeten strijden voor de belangen van de mensen", vindt Kamerlid Nawal Farih (CD&V).

Lees verder onder het videofragment.

Video player inladen...

Jonge parlementairen worden niet altijd voor vol aangezien. "Je komt het geregeld tegen dat je ergens moet zijn voor een vergadering of een overleg en vaak gaat men er standaard van uit dat ik de medewerker ben", vertelt Kamerlid Melissa Depraetere (SP.A). "Dan moet ik uitleggen dat ik eigenlijk zélf voor die vergadering kom want dat ik zélf Kamerlid ben. Dan wordt er naar je gekeken met een blik van 'is dat zo?'."

Het is niet zo dat je politicus wordt en plots boven je stand moet gaan leven

N-VA-Kamerlid Michael Freilich

"Als ik op verschillende plaatsen kom, ontvangt men mij met meer egards", ondervindt Kamerlid Michael Freilich (N-VA). "Maar mijn vrouw heeft mij heel duidelijk gezegd 'Michael, met beide voetjes op de grond blijven en niet gaan zweven. Je bent nog altijd dezelfde Michael'. Als ik thuis ben, doe ik huiswerk met de kindjes en help ik met de afwas. Het is niet zo dat je politicus wordt en plots boven je stand moet gaan leven."

"Ik merk wel bij een deel van de collega's een gezonde interesse in wie die nieuwe gezichten van Vlaams Belang nu zijn", vertelt Kamerlid Wouter Vermeersch (VB)

Lees verder onder het videofragment.

Video player inladen...

Maar het is niet allemaal rozengeur en maneschijn. "Soms ontbreekt zelfs wat menselijkheid", gaat Wouter Vermeersch (VB) voort. "'Goeiedag, goeieavond' kan er bij sommigen niet vanaf, en dan druk ik mij nog voorzichtig uit. Dat is wel jammer. "Er is nog altijd een voorbehoud - en dat is nog heel zacht uitgedrukt - ten opzichte van verkozenen van Vlaams Belang."

"Debatten mogen hard en vurig zijn, maar daarna moet je elkaar een hand kunnen geven", vindt Jos D'Haese (PVDA). "De enige uitzondering die ik daarbij maak, is extreem-rechts. Omdat ik vind dat die zo ver staan van mijn mensbeeld dat ik het heel moeilijk vind ook persoonlijk goed mee overeen te komen."

Er is ook een taalgrens in de Kamer, dat gaan we niet ontkennen

Kamerlid Wouter Vermeersch (VB)

Hoe zit dat met de verhoudingen tussen Nederlandstaligen en Franstaligen? "Er is ook een taalgrens in de Kamer, dat gaan we niet ontkennen", zegt Wouter Vermeersch (VB). "Dat zorgt voor enorm veel moeilijkheden én voor een impasse op federaal niveau." Een gelijkaardig geluid hoor je bij Michael Freilich (N-VA). "Aan de andere kant van de taalgrens heerst toch een terughoudendheid, een waakzaamheid - een argwaan zelfs - tegenover politici die Nederlands spreken. Ik vind dat betreurenswaardig."

Wij worden elke dag uitgedaagd om over thema's na te denken, niet alleen zoals het in de Vlaamse media wordt weergegeven of vanuit de realiteit die wij vooral in Vlaanderen kennen

Kamerlid Jessika Soors (Groen)

Jessika Soors (Groen) is het daarmee niet eens. "Absoluut niet. Vanuit mijn partij begint het al met het feit dat Groen en Ecolo één fractie vormen. Dat is enorm verrijkend. Dat betekent dat wij elke dag uitgedaagd worden om over thema's na te denken, niet alleen zoals het in de Vlaamse media wordt weergegeven of vanuit de realiteit die wij vooral in Vlaanderen kennen."

Inhoudelijke verschillen met haar Franstalige collega's ziet Melissa Depraetere (SP.A) niet, maar ze bemerkt wel een andere manier van aanpakken. "Als er een wetsvoorstel op tafel komt, vind ik het logisch dat we inhoudelijk kijken of dat goed of slecht is, los van wie het komt. Aan Franstalige kant merk ik veel meer reacties als 'Let op,  want dat komt van die of die partij. We kunnen daar toch niet vóór zijn'."

Morgen: hoe willen nieuwkomers de politiek veranderen of verbeteren? (Het interview met Michael Freilich werd afgenomen voor de heisa rond de joodse kandelaar in het parlement).