01-11-1918: Duits leger in België achter de Schelde verdreven, Belgrado bevrijd

Op 1 november 1918 moet het Duits leger in België zich achter de Schelde terugtrekken en de Servische hoofdstad Belgrado is bevrijd.

In het centrum van de Legergroep Vlaanderen gaan de Amerikaanse en Franse divisies door op hun elan van gisteren. Ze nemen Kruishoutem in  en ze bereiken  de Schelde tussen Eke en Melden, bij Oudenaarde.

In de late namiddag bereiken Amerikaanse troepen ook de buitenwijken van Oudenaarde en 's avonds patrouilleren ze in de stad ten westen van de Schelde.  

Een door granaatscherven gewond gezin zoekt medische hulp bij de Geallieerde militairen. Beginfoto: Kruishoutemnaren verbroederen met hun Amerikaanse  bevrijders. Foto's uit de collectie van het NARA (de Amerikaanse National Archives and Records Administration).

De Belgische divisies ten noorden van Gent moeten zich herstellen van de bloedige mislukking van gisteren en komen niet tot actie. Hun Franse naaste buur, de 70ste Infanteriedivisie, kan Bachte veroveren. Ook Deinze is grotendeels bevrijd.

De opmars van het Tweede Britse Leger in het zuiden van de Legergroep gaat verder voorbij Tiegem. De zone tussen Tiegem en de Schelde is gisteren door de Duitsers ontruimd. Het Tweede Britse Leger vordert dan ook zeer snel tot aan de Schelde. De Britten bezetten nu de volledige linkeroever van de Schelde van de Franse grens tot aan Melden.

Een Kruishoutemnaar heeft snel een Amerikaanse vlag (rechtsboven) gemaakt om de bevrijders te verwelkomen (NARA).

Het Amerikaanse leger was ook vergezeld van een cameraploeg. Op de filmbeelden hier onder zie je de pontonbrug over de Leie tussen Oeselgem en Olsene. In het begin van de film zien we hoe krijgsgevangen Duitse soldaten ingezet worden bij de evacuatie van de lijken. Nadien worden de krijgsgevangenen samengedreven bij een hoeve.

In een tweede deel komt Kruishoutem centrum aan bod met onder andere de soepbedeling en overleg tussen Franse en Amerikaanse officieren. We eindigen met opnames uit Olsene: het station, centrum met kapotgeschotenkerk, pastorij en gemeentehuis, en kruispunt Gentse Baan met de weg naar Tielt. Opvallend is dat de mensen zich allemaal in dezelfde richting bewegen...naar de Leie toe, naar veilig gebied. En beelden van de foto's komen in de film terug.

Video player inladen ...

Nog aan de Schelde, maar een heel eind verder, stroomopwaards in Frankrijk, wordt zeer hard gevochten bij Valenciennes. Al een week lang proberen Canadese troepen de stad in te nemen. Ze zitten al een tijdje in de buitenwijken en nu wordt in het centrum hard gevochten. Over de stad hangen overal rookwolken. 

Bevrijding van Belgrado

Het Derde Servische Leger is de Servische hoofdstad Belgrado binnengetrokken.

Kort daarvoor waren de Duitse troepen in de stad vertrokken naar de noordelijke oever van de Donau.

De verwelkoming van de Servische kroonprins Alexander in het bevrijde Belgrado (uit Le Miroir, 9 februar 1919).

Daarmee is de bevrijding van Servië voltooid, 45 dagen na het begin van het Geallieerde offensief op de Balkan. De laatste dagen hadden de Servische en Franse legers bij hun opmars bijna meer last van het bitter slechte weer dan van de vijand, die zich steeds maar verder terugtrok.

Het Servische leger paradeert in Belgrado om de bevrijding van de stad te vieren.

De Donau vormt bij Belgrado de grens tussen Servië en Oostenrijk-Hongarije. Het was hier dat de oorlog op 29 juli 1914 begon toen de Oostenrijks-Hongaarse artillerie het vuur op de stad opende.

De Servische troepen gaan zeker hier geen halt houden. Aan de overkant – de Vojvodina - wonen ook Servische bevolkingsgroepen, die al de aanhechting bij Servië hebben gevraagd.

Franse officieren in een kamp met Servische krijgsgevangenen in Bulgarije. Alhoewel de Geallieerden Bulgarije al helemaal controleren, mogen de krijgsgevangen maar in kleine groepen de kampen verlaten, omdat het transport in het land zeer moeizaam verloopt (uit L'Illustration, 7-12-1918).

Generaal Groener volgt Ludendorff op

 

Luitenant-generaal Groener is benoemd tot eerste kwartiermeester-generaal, de op een na hoogste post van het Duitse leger. Hij volgt de ontslagen generaal Ludendorff op.

Wilhelm Groener (50) is een heel ander figuur dan zijn beroemde (of beruchte) voorganger. Hij komt niet uit de Pruisische aristocratie, maar uit een eerder bescheiden familie in Würtenberg.

Bij het begin van de oorlog was hij in het Groot Hoofdkwartier verantwoordelijk voor de spoorwegen. Als zodanig zorgde hij voor de perfecte organisatie van het troepentransport per spoor, zeker via de strategische spoorwegen naar en door België.

Een van zijn realisaties is de nieuwe spoorweg Tongeren-Aken.  Het 1100 meter lange viaduct bij Moresnet, waarover die spoorweg loopt, is ter zijner ere General Groenerbrücke genoemd.

Voor zijn prestaties kreeg hij in 1915 de orde “Pour le Mérite”. Hij werd zelfs doctor honoris causa van de universiteit van Berlijn en de technische hogeschool in Stuttgart.

Later in de oorlog werd generaal Groener hoofd van de dienst voor voedselvoorziening. Als plaatsvervangend minister van Oorlog stelde een wet voor die alle volwassen mannen verplicht te werken in een bedrijf dat nuttig is voor de oorlogsvoering.  Maar na een conflict met Ludendorff verloor hij die functie. Sindsdien voerde hij het bevel over een divisie en later van een legerkorps.

Het treurige einde van de Viribus Unitis

In de haven van Pola (Pula) is het Oostenrijks-Hongaarse slagschip Viribus Unitis door een Italiaans commando tot zinken gebracht. Het was een van de grootste en modernste schepen van de “Keizerlijke en Koninklijke Oorlogsvloot”. De naam Viribus Unitis is Latijn voor “Met verenigde krachten”, het devies van wijlen keizer Frans Jozef:

Pola, op het zuiden van het schiereiland Istrië aan de Adriatische Zee, was de voornaamste oorlogshaven van Oostenrijk-Hongarije. Tot gisteren. Toen is de vloot officieel overgedragen aan de nieuwe Staat van Slovenen, Kroaten en Serven.

 

De Oostenrijkse keizer Karel had daartoe opdracht gegeven. Zuid-Slavische officieren en manschappen staan nu in voor de schepen. Het marinepersoneel  dat niet tot de Zuid-Slavische staat behoort, mag naar huis. Het was de bedoeling de Viribus Unitis om te dopen tot Jugoslavija, maar zover is het niet gekomen. Want Italië wil geen nieuwe zeemacht aan de andere kant van de Adriatische Zee.

In de vroege ochtend drongen twee Italianen, Raffaele Rossetti en Raffaele Paolucci  met een (door Rossetti uitgevonden) “bemande torpedo” ongemerkt tot in de haven van Pola door. Ze plaatsten een mijn op de romp van het slagschip .  Toen ze een tweede mijn wilden aanbrengen werden ze ontdekt en gevangen aan boord gebracht. 

De twee bekenden meteen wat ze hadden gedaan. Net was het bevel gegeven om het schip te evacueren toen de mijn ontplofte. Het schip zonk ik een kwartier. Meer dan 300 opvarenden kwamen om. Rossetti en Paolucci waren vlak voor de explosie naar een ander schip overgebracht.

Pola is een echt scheepskerkhof geworden. De voorbije dagen heeft de Duitse marine daar verscheidene van haar onderzeeërs tot zinken gebracht. De meeste Duitse U-boten die in de Adriatische Zee opereerden zijn vertrokken en diegene die niet konden vertrekken mochten niet in vijandelijke handen vallen.

Paolucci (links), de zinkende Viribus Unitis en Rosetti

Naschrift: Dit was de eerste keer dat een groot oorlogsschip op dergelijke wijze tot zinken werd gebracht. Rossetti en Paolucci zouden kort daarop worden bevrijd. Ze kregen een hoge onderscheiding in Italië. Enkele jaren nadien zou Rossetti zijn land ontvluchten als tegenstander van het fascistisch regime.

Gevechten tussen Polen en Oekraïners in Galicië

In het westen van Oostenrijkse kroonland Galicië is er een conflict uitgebroken tussen de Poolse en de Oekraïense bevolkingsgroepen.

Galicië ligt in het noordoosten van de uiteengevallen Oostenrijks-Hongaarse Monarchie. Het behoorde tot eind 18de eeuw tot Polen en de Polen vormen de grote meerderheid van de bevolking. Het zag er al eerder naar uit dat dit gebied bij een vredesregeling naar de nieuwe Poolse staat zou gaan.

In het westen van Galicië wonen echter overwegend Oekraïners (onder het Oostenrijkse bewind Roethenen genoemd). Het zijn vooral boeren op het platteland, die gedomineerd worden door de Poolse adel, terwijl de stadsbevolking overwegend Pools is.

Manifestatie in Lember bij de uitroeping van het ongedeelde koninkrijk Polen ( Wiener Bilder, 3-11-1918).

Enkele dagen geleden werd in de Galicische hoofdstad Krakau een soort overgangsregering opgericht die Galicië en ook Oostenrijks Silezië bij Polen wil voegen. Maar in het westen bestond intussen al een Oekraïense Nationale Raad, die zich van de Poolse overheersing wil bevrijden. Die kreeg steun van gewapende troepen uit de naburige Oekraïne.

Gisteren namen Oekraïense eenheden de macht over in Lemberg (Oekraïens: Lviv, Pools: Lwów), de grootste stad in dit gebied. Met hun steun is een West-Oekraïense Volksrepubliek uitgeroepen. Deze eist ook andere delen van het uiteenvallende Habsburgse rijk op, zoals de Boekovina en Karpathisch Roethenië.

Vandaag is de Poolse bevolking in Lemberg in opstand gekomen tegen dit nieuwe bewind. Er vinden gevechten in de stad plaats. Veel van de opstandelingen zijn tieners (ze zullen bekend raken als de Lembergse adelaarsjongen). De joodse wijken van Lemberg (zowat een derde van de inwoners zijn joden) houden zich buiten te strijd.

Officieren van de Poolse militie die in lemberg de macht zal grijpen

De Poolse opstandelingen doen een beroep op steun. In het eigenlijke Polen – dat zich intussen aan het losmaken is van de Duitse overheersing - wordt hevig gereageerd. Men vraagt dat er Poolse troepen naar Lemberg worden gestuurd.

De Polen en Oekraïeners vochten nog om de controle van Lemberg en andere delen van Gallicië tot mei 1919, ten koste van vele honderden doden.De joodse bevolking van Lemberg werd het slachtoffer van een pogrom door de Polen, de eerste van velen.

De Polen haalden het en Lemberg lag in een vreemde uitstulping van het nieuwe Polen. Lemberg, vandaag officieel Lviv, ligt nu in Oekraïne.