02-11-1918: Canadezen veroveren Valenciennes, omvang Spaanse griep-epidemie wordt duidelijk

Op 2 november 1918 veroveren de Canadezen na dagenlange harde gevechten Valenciennes. In ons land wordt Eeklo bevrijd en Oudenaarde is stevig in Geallieerde handen. En het besef begint door te dringen: de Spaanse griep is een ramp!

Na dagen vechten is het Britse leger erin geslaagd Valenciennes te veroveren. Daarmee is de laatste grote stad in het noorden van Frankrijk bevrijd die nog in Duitse handen was.

Het waren de Canadezen van generaal Currie die vanuit het noorden tot het stadscentrum wisten door te dringen, terwijl twee Britse legerkorpsen vanuit het zuidoosten aanvielen.

Nonnen van het Hotel Dieu van Valenciennes en vrouwen verwelkomen de Canadezen.

De Duitsers verdedigen zich zeer hardnekkig. Ze zetten de omgeving zelfs onder water. De strijd blijft trouwens voortduren aan de oostkant van de stad. Er zijn meer dan drieduizend Duitse soldaten gevangen genomen.

Vier Duitse krijgsgevangenen tusen twee Canadese militairen. Drie trokken een burgerplunje aan om te kunnen ontsnappen. Heeft de man rechts hun vermomming ontmaskerd?

De schade aan de stad is aanzienlijk. Op verscheidene plaatsen is brand uitgebroken en ook de overstromingen zorgen voor ellende.

Valenciennes ligt aan de Schelde, niet ver van de Belgische grens. De Duitsers hebben vanaf hier een verdedigingsstelling langs de rivier uitgebouwd die loopt tot voorbij Oudenaarde. Beide steden hebben ze op dezelfde dag moeten prijsgeven.

Een foto genomen in Valenciennes dagen voor de bevrijding van de stad. In wagens en wagonnetjes hebben de Duitsers alles wat maar kan ingeladen om af te voeren.

Ook elders winnen de Geallieerden langzaam terrein. Ten noorden van Vouziers hebben de Fransen het Canal des Ardennes bereikt en in de Argonne drijven de Amerikanen de Duitsers steeds verder terug.

Links, een oude vrouw in gesprek met een Canadese schildwacht aan het stadhuis, het wachhuisje is nog altijd in de Duitse kleuren geschilderd. Links, Le Petit Journal Illustré wijdt op 17 november zijn voorpagina aan de bevrijding van Valenciennes.

Het Belgisch leger in Eeklo

Belgische militairen hebben vanmorgen zonder tegenkanting het Afleidingskanaal overgestoken. Door de Frans-Amerikaans-Britse opmars ten zuiden van Gent is de situatie van de Duitse troepen achter het Afleidingskanaal ten noorden van Gent onhoudbaar. Zij lopen immers gevaar om overvleugeld te worden. Daarom trekken zij zich in alle stilte terug in de nacht van 1 op 2 november en nemen een nieuwe stelling in achter het kanaal Gent-Terneuzen.

Het 6de Linieregiment merkt als eerste om 5.55u dat de Duitse troepen verdwenen zijn ter hoogte van Daalmen (Zomergem). De andere eenheden worden hiervan op de hoogte gesteld en overschrijden behoedzaam het Afleidingskanaal.  

Een pontonbrug over het Afleidingskanaal in Merendree, de brug rust op grote, opgeblazen zakken (KLM).

Met de nodige voorzichtigheid wordt gevorderd richting kanaal Gent-Terneuzen. Eeklo en Lovendegem worden bevrijd. Op het einde van de dag bezet het Belgische leger de lijn Sint-Laureins (Nederlandse grens), Kaprijke, Lembeke, Waarschoot, Vinderhoutem, Baarle en Deurle. Verkenningselementen van de cavaleriedivisie zijn voorbij deze lijn en hebben Oosteeklo, Bassevelde en Sleidinge bereikt.

Belgische troepen trekken door Eeklo (KLM).

In het centrum van de Legergroep Vlaanderen heeft de 128ste Franse infanteriedivisie in de vroege ochtend de Schelde bereikt tussen Eine en Oudenaarde. Onmiddellijk wordt geprobeerd met geïmproviseerd materiaal een brug te slaan over de Schelde. Hevig Duits mitrailleurvuur van op de rechteroever doen dit mislukken.

Twee lichte Franse Renault-tanks in Eke (Albums Valois, BDIC).

De Amerikanen lukt het wel om ter hoogte van Heurne een klein bruggenhoofd te installeren over de Schelde. Hevig artillerie- en mitrailleurvuur verhinderen dat dit bruggenhoofd wordt versterkt en uitgebreid. Onder de dekking van de duisternis kunnen de Amerikanen ’s avonds een aantal loopbruggen werpen over de Schelde ter hoogte van Eine.

De pontonbrug over de Schelde op de plaats waar de Amerikanen erin slaagden een bruggenhoofd te installeren (NARA).

De Amerikanen hebben Oudenaarde intussen stevig onder controle. maar veilig is het in de stad nog lang niet. De Duitsers hebben hun kanonnen geïnstalleerd op de hoogte van Edelare en de Koppenberg en bestoken van daaruit de stad.

Amerikanen en twee nieuwsgierige jongentjes op de Markt in Oudenaarde, het gothische stadhuis heeft duidelijk al een aantal voltreffers te verduren gehad (Stadsarchief Oudenaarde, NARA).

De Spaanse griep, een ramp

In oktober en november 1918 bereikt de Spaanse griep-epidemie een nieuwe, zeer dodelijke piek. De kranten volgen het nieuws en brengen de cijfers over het aantal zieken en doden. Zelden op de voorpagina, en zo wat altijd in de schaduw van het oorlogsnieuws. Het lijkt er zelfs wat op dat de gezondheidsautoriteiten de epidemie wat willen minimaliseren.

Maar vanaf eind oktober, begin november wordt de Spaanse griep meer en meer ook het onderwerp van tekeningen en karikaturen. Het besef lijkt door te dringen dat er sprake is van een medische ramp.

Het Catalaanse satirische tijdschrift L' Esquella de Torratxa hanteert een sobere, maar messcherpe stijl, met een zeer donkere humor. De analyse is ook messcherp: de oorlogsgod Mars en de griep spelen een match met de arme aarde als bal. De griep zal het uiteindelijk winnen in dodelijkheid (8 november 1918).

Het ook Catalaanse en even donkere La Campana de Gracia laat een priester de griep omhelzen. Wie niet sterft kan er ook goed geld aan verdienen (27 oktober 1918).   In Spanje verdienden de priesters niet alleen goed bij begrafenissen, ze stelden ook vaak testamenten op voor hen die niet konden schrijven, vaak tot hun eigen voordeel.  Veel Catalaanse kranten waren antiklerikaal. 

Het "grieppanorama van Barcelona": van drie glazen cognac, over allerlei twijfelachtige middeltjes tot een zuurstofkuur, zowat alle mogelijke middeltjes worden aanbevolen om de griep te bestijden. Het zijn gouden tijden voor kwakzalvers (L' Esquella de Torratxa).

De artsen zoeken tevergeefs naar de oorzaak van de Spaanse griep en komen met allerlei verklaringen en remedies aandraven. Maar de griep is een sfinx die zich niet laat ontraadselen (L' Esquella de Torratxa).

De tekeningen van de Welshman Joseph Morewood Staniforth zijn traditioneler en minder scherp of grimmig, maar ook zijn boodschap is duidelijk: de griep valt de Britten aan, maar de overheid hoort hun roep om hulp niet (Western Mail, 29 oktober 1918).

Overal sluiten de overheden scholen, theaters, bioscopen, eetgelegenheden en kroegen, in de hoop om de epidemie een halt toe te roepen. Volgens het Weense tijdschrift Muskete overwegen de gezondheidsautoriteiten om het dragen van een gasmasker in het theater verplicht te maken (31 oktober 1918).

Het Franse tijdschrift Le Rire brengt een variant op hetzelfde thema. "Goede God ! Gaan jullie naar het front?", vraagt de soldaat. "Neen, wij gaan naar de bioscoop".

Hongarije verbreekt banden met Habsburgse kroon

De nieuwe Hongaarse regering van graaf Mihály Károlyi heeft formeel een einde gemaakt aan de bijna vier eeuwen oude overheersing van Hongarije door de Oostenrijkse Habsburgers.

De Hongaarse eenheden van het Oostenrijks-Hongaarse leger leggen vandaag de eed van trouw aan de nieuwe regering af. Aartshertog Jozef van Oostenrijk, een in Hongarije geboren lid van de Habsburgse dynastie, die in naam van de koning Hongarije bestuurde, erkent de Nationale Raad als hoogste gezag.

Graaf Mihály Károlyi in het midden, omringd door de leden van zijn regering (Wiener Bilder, 17 november 1918).

Keizer Karel van Oostenrijk wordt dus niet langer erkend als koning Karel IV van Hongarije. Gisteren ontsloeg Karel de Hongaarse ambtenaren en officieren van hun eed van trouw aan de koning.

De Hongaarse graaf Gyula Andrássy heeft daarom ontslag genomen als “keizerlijk en koninklijk” minister van Buitenlandse zaken. Hij wordt opgevolgd door de Oostenrijkse beroepsdiplomaat baron von Flotow. Maar intussen is er in Wenen ook al een Duits-Oostenrijkse minister van Buitenlandse Zaken actief.

"1918, het jaar van de storm, niets blijft wat het was, alles verschuift" (Kikeriki, 10 november 1918).

De nieuwe Hongaarse regering wil binnen de zes weken verkiezingen houden voor een grondwetgevende vergadering, met algemeen stemrecht voor mannen en vrouwen. Die moeten beslissen of Hongarije een koninkrijk blijft dan wel een republiek wordt.

De regering heeft ook beslist de voedseltransporten naar Duits-Oostenrijk te hervatten. Volgens Duitse bronnen zou Hongarije intussen alle transport van aardolie en andere grondstoffen uit Roemenië naar Duitsland tegenhouden. Voor Duitsland is dat een nieuwe tegenvaller.

"Het parlementsgebouw in Wenen moet een nieuwe bestemming nog, Kikeriki stelt voor om er een vondelingentehuis van te maken, waar kinderen van alle volken van het oude Oostenrijk welkom zullen zijn"  (10-11-1918).