© IWM (Q 23769)

100 jaar geleden: Duits leger op amper 70 kilometer van Parijs

In deze rubriek brengen we grote en kleine gebeurtenissen tijdens de Eerste Wereldoorlog 100 jaar geleden, deze week van 30 mei tot 5 juni 1918. Het Duitse leger staat op amper 70 kilometer van Parijs, in de Franse hoofdstad is sprake van paniek, premier Clemenceau zegt dat hij niet zal capituleren,...  

Het nieuwe offensief van de Duitsers aan de Aisne is tot stilstand gekomen, nadat ze geweldige vorderingen maakten.

Deze kaart toont de de spectaculaire Duitse opmars tussen 29 mei (rode volle lijn bovenaan) en 3 juni (bruine streepjeslijn onderaan,) tot aan de Marne bij Château-Thierry. Villers-Cotterets ligt links, Reims helemaal rechts.

In enkele dagen is de legergroep van de Duitse kroonprins meer dan 40 km naar het zuiden opgerukt. Op 1 juni bereikten Duitse troepen de Marne bij Château-Thierry. Die stad werd meteen daarop veroverd.  Ook meer naar het oosten, bij Dormans, zijn ze aan de Marne verschenen.  

Franse verdedigingspost bij Château-Thierry

Het Geallieerde opperbevel heeft in allerijl versterkingen gestuurd om te beletten dat de Duitsers voorbij de Marne oprukken. Behalve Franse zijn daarbij voor het eerst ook Amerikaanse divisies in betrokken. 

Amerikaanse en Franse troepen verpozen na de gevechten aan de Marne (Excelsior 06-06-1916)

De Duitsers vormden enkele bruggenhoofden over de Marne maar gingen niet verder. Bij Jaulgonne, tussen Dormans en Château-Thierry, hebben Fransen en Amerikanen hen over de rivier teruggedrongen. 

Duitse graven aan de Marne in Dormans  (Albums Valois BDIC)

De zwaarste gevechten vinden overigens meer naar het westen plaats, langs de Ourcq (een bijrivier van de Oise). De Franse legers konden de opmars tegenhouden in de richting van de steden La Ferté-Milon en Villers-Cotterets. Die liggen op toegangswegen naar de Franse hoofdstad. In het grote bos rond Villers-Cotterets boden de Fransen hevige weerstand. 

Fransen graven noodloopgraven bij Villers-Cotterets (Albums Valois BDIC)

De Duitse opmars in zuidoostelijke richting ging door tot op 4 juni, vlakbij het dorpje Veuilly-la-Poterie, op 68 km in vogelvlucht van Parijs. 

Duitse infanteristen in opmars © IWM (Q 55009)

Aan de oostelijke zijde wisten de Fransen Reims te behoeden voor een inname, maar deze stad is nu langs drie kanten ingesloten. 

Franse krijgsgevangenen worden door de Duitsers afgevoerd. © IWM (Q 55362)

Het Duitse hoofdkwartier stuurt triomfberichten de wereld in. De Duitsers zouden sinds 29 mei meer dan 45.000 krijgsgevangenen hebben gemaakt, plus een buit van meer dan 400 kanonnen en duizenden machinegeweren. Bovendien is bij de veroverde stad Fère-en-Tardenois een Frans-Amerikaans kamp met enorme voorraden materiaal in Duitse handen gevallen. Daaronder meer dan een half miljoen artilleriegranaten en meer dan duizend wagens. 

© IWM (Q 56404)

Bij de gevechten in het bos van Villers-Cotterets maken de Fransen voor het eerst gebruik van een nieuw type tank: de Renault FT.  Deze revolutionaire lichte tank (6,6 ton, of nog geen kwart van het gewicht van de Britse Mark-tanks) kwam er door toedoen van de autoconstructeur Louis Renault. Het is het eerste pantsertuig met een draaiende geschutskoepel en als zodanig de voorloper van alle moderne tanks. 

Clemenceau : ik capituleer niet

De Franse premier Clemenceau heeft het vertrouwen gekregen van de Kamer van afgevaardigden.

Meteen na het begin van de Duitse aanval aan de Aisne zei Clemenceau nog dat het om een afleidingsmaneuver ging, maar nu staan de Duitsers opnieuw aan de Marne, zoals in augustus 1914, en lijkt een verovering van Parijs niet uitgesloten. 

Clemenceau aan het front

In Franse politieke kringen kwamen er eisen om de falende generaals te vervangen. Ook de positie van de nieuwe Geallieerde opperbevelhebber Foch kwam ter discussie. Moet de Franse regering de hoofdstad verlaten, zoals in 1914? En wat als Parijs valt? Voor sommigen moet er dan met de Duitsers over vrede worden gepraat… 

Drukte voor de Garde d'Orsay in Parijs: mensen die de bedreigde stad willen verlaten

Clemenceau, die de laatste weken meestal aan het front verblijft, kwam speciaal naar Parijs om duidelijkheid te scheppen. In de Kamer weigerde hij in te gaan op vragen van de socialisten over de militaire toestand. Hij wil daarover geen openbaar debat.

Clemenceau verklaarde wel dat hij niet zal capituleren zolang hij het vertrouwen van de Kamer en het land geniet. Of Parijs valt of niet, speelt daarbij geen rol. “Ik zal vechten voor Parijs, ik zal vechten in Parijs, ik zal vechten achter Parijs”, zei hij.  

Oostenrijkse karikatuur: Ludendorff en Hindenburg jagen op de "Tijger" Clemenceau.  "Groot is hij niet, maar klauwen heeft hij". "Die zullen we dan later manikuren".  (Wiener Caricaturen 01-02-1918)

Het antwoord van de Kamer was duidelijk: de premier kreeg het vertrouwen met 377 stemmen tegen 110. Alleen de socialisten stemden massaal tegen.

Daarmee is duidelijk dat “de Tijger” niet van koers zal veranderen. Voorstellen om de regering te verruimen met politieke kopstukken, zoals oud-premier Briand (die zware kritiek heeft op Clemenceau) krijgen geen kans. 

Clemenceau bezoekt Britten aan het front © IWM (Q 6548)

De laatste dagen gonsde het van geruchten over Clemenceau. Hij zou dictatoriale volmachten vragen en het parlement naar huis zenden. Er zou een militaire staatsgreep komen. In de kranten verschenen ook verhalen dat de oude staatsman aan het front het slachtoffer was van een verkeersongeval en dat hij ternauwernood aan een aanval van Duitse ulanen ontsnapte. 

De ""Tijger" droom dat hij een vloerkleed voor Hindenburg is.. (Jugend 1918-1-0028)

Premier de Broqueville neemt ontslag

Op 31 mei heeft de Belgische kabinetsleider baron Charles de Broqueville ontslag genomen.  De katholieke staatsman stond bijna zeven jaar aan het hoofd van de regering. Die regering zetelt sinds oktober 1914 in Sainte-Adresse bij de Franse havenstad Le Havre.

Volgens een persmededeling is het vertrek van de Broqueville niet het gevolg van politieke onenigheid, maar van een verschil van zienswijze over zekere regeermethoden. 

Er waren al een tijd spanningen binnen de regering. De kabinetsleider werd verweten eigenmachtig te handelen, zonder zijn collega’s te raadplegen. In de praktijk dekte hij vaak de beslissingen van koning Albert, die zonder medeweten van de ministers werden genomen.

Veel kritiek kreeg de Broqueville toen hij vorig jaar via de Belgische industrieel baron Coppée een vredesvoorstel ontving van baron von der Lancken, een Duitse hoge ambtenaar in Brussel. Daardoor moest hij zijn portefeuille van Buitenlandse Zaken afstaan aan de liberaal Paul Hymans. 

Karikaturen van de Broqueville in het satirische tijdschrijft "Koekoek" in 1933. Toen was hij opnieuw premier.

Er is ook gewezen op de Broquevilles houding in de Vlaamse kwestie. Deze Franstalige aristocraat uit de Noorderkempen was als volksvertegenwoordiger voor Turnhout gevoelig voor de Vlaamse eisen.  Hij had nog maar net een Studiecommissie voor het Vlaamse Vraagstuk opgericht. Zijn standpunten gingen vaak in tegen die van andere ministers.

De Broqueville verdwijnt nu helemaal uit de regering en gaat in Frankrijk rust nemen. Hij is wel tot minister van Staat benoemd. 

Charles de Broqueville met zijn familie op het kasteel Steenbourg in Frans-Vlaanderen, waar hij  in de tijd voor zijn ontslag verbleef.

Cooreman volgt de Broqueville op

Koning Albert I heeft minister van Staat Gérard Cooreman tot nieuwe kabinetsleider benoemd als opvolger van baron de Broqueville.

Cooreman wordt ook minister van Economische Zaken, een portefeuille die al een tijdje werd beheerd door Prosper Poullet, de minister van Kunsten en Wetenschappen. 

Voor het overige blijven alle Belgische ministers op dezelfde post. De regering blijft onveranderd bestaan uit 9 katholieken, 2 liberalen, 2 socialisten en een partijloze generaal. Het ministerie van Nationale Wederopbouw, dat speciaal was gecreëerd voor de Broqueville, verdwijnt. 

Belgische ministers van Staat tijdens de begrafenis van de Onbekende Soldaat in 1922. Van rechts naar links Jules Renkin (met gezicht naar de camera).,  Gérard Cooreman, Eugène Goblet d'Alviella, Emile Vandervelde (met een gewone hoed) en Pauls Hymans.  Allen maakten deel uit van de regering tijdens de oorlog.

Gérard Cooreman (66) behoort tot de Gentse katholieke burgerij. Hij is korte tijd minister geweest en kreeg vooral als Kamervoorzitter de reputatie van wijze staatsman. Vlak voor de oorlog verliet hij de politiek om directeur van de Société Générale te worden. Hij was geen lid van de vorige regering, maar woonde als minister van Staat regelmatig de ministerraad bij.

Het kabinet-Cooreman wordt de eerste Belgische regering die niet het vertrouwen van het parlement kan vragen. Doordat het grootste deel van het grondgebied bezet is kunnen de Kamers al sinds 1914 niet meer vergaderen.  

De Vlaamsgezinde activisten in bezet België zijn allerminst opgetogen met de benoeming van Cooreman, die als een Gentse franskiljon wordt beschouwd. Zoals blijkt uit dit fragment van de activistische krant “Ons Land”

Griekse overwinning in Macedonië

Voor het eerst dit jaar hebben de Geallieerden vooruitgang geboekt op de Balkan.

Drie Griekse divisies, bijgestaan door een Franse brigade, onder bevel van generaal Emmanouil Zymvrakakis, vielen de Bulgaarse stellingen aan op de Skra di Legen, een gebergte op de Grieks-Servische grens in Macedonië.

Generaal Zymvrakakis (rechts) met zijn stafchef tijedns de Slag op de Skra.

De Bulgaren waren in de meerderheid en sommige Griekse eenheden begonnen de aanval te snel, waardoor het effect van de verrassing verloren ging. Toch wisten de Grieken na twee dagen de vijand uit de bergrug te verdrijven en 12 km verder door te dringen. 

Zowat 1500 Bulgaren en ook enkele Duitsers werden krijgsgevangen gemaakt. Aan beide zijden vielen er honderden doden. 

Franse militairen en Bulgaarse krijgsgevangenen

Deze ‘Slag op de Skra’ is het eerste belangrijke wapenfeit van de Grieken sinds ze vorig jaar aan de oorlog gingen deelnemen. Ze kregen wel belangrijke hulp van de Geallieerde legermacht op de Balkan onder de Franse generaal Guillaumat. De Fransen steunden de aanval vooral met artillerie en luchtaanvallen. 

Bulgaren geven zich over (Gettyimages-152234153) This content is subject to copyright.

Geen bommen op Sacramentsdag

Op donderdag 30 mei zijn er geen luchtaanvallen uitgevoerd op de Duitse stad Keulen. Dat heeft de Britse regering laten weten.

Op 30 mei was het voor de katholieke kerk Sacramentsdag en dan vinden er veel processies plaats. Op verzoek van de aartsbisschop van Keulen, waar al sinds de middeleeuwen die dag een grote processie wordt gehouden, heeft paus Benedictus XV de Britse en Franse regeringen gevraagd geen bombardementen uit te voeren. 

Eerder had het aartsbisdom de processie in Keulen willen afgelasten uit vrees voor luchtaanvallen. 

De eerste processie op Sacramentsdag in het verwoeste Keulen na de Tweede Wereldoorlog.

In Groot-Brittannië heeft de beslissing tot kwade reacties geleid in pers en parlement. Een parlementslid stelde ironisch de vraag of het Vaticaan iets soortgelijks heeft ondernomen om het bombarderen van hospitalen en het torpederen van hospitaalschepen door de Duitsers te verhinderen. Hij vroeg of het leven van Britse militairen “van niet minder waarde mag worden beschouwd als dat van personen die bijeenkomen op Sacramentsdag om te bidden voor het succes van Duitsland in zijn aanvallen”.

De verontwaardiging is des te groter omdat in de nacht van 29 op 30 mei een bom is gevallen op een werkkamp van het Women's Army Auxiliary Corps, het vrouwelijke hulpkorps van het Britse leger, bij Abbeville in Picardië. Acht vrouwelijke vrijwilligsters stierven meteen, een negende overleed later.  In de tweede helft van mei alleen zijn zes Britse hospitalen door Duitse bommen getroffen, met in totaal 248 doden en 693 gewonden.

Het verwoeste kamp van het Women's Army Auxiliary Corps bij Abbeville. © IWM (Q 7891)

Bovendien blijkt dat de Duitsers ook op Sacramentsdag Parijs zijn blijven bestoken met langeafstandsgeschut. Daarbij werd opnieuw een kerk getroffen. De Geallieerde pers herinnert daarbij aan het bloedbad in een Parijse kerk op Goede Vrijdag.  

De Britse topminister Bonar Law heeft het parlement verzekerd dat Duitsers van de situatie geen misbruik konden maken, bijvoorbeeld door vliegtuigen die Keulen verdedigen die dag elders in te zetten.  Dat de Duitsers intussen Parijs zijn blijven beschieten “zal niet worden vergeten” als er in de toekomst nog een dergelijk verzoek komt, aldus Bonar Law. 

De Eglise St-Gervais in Parijs na de verwoesting op Goede Vrijdag

U-boten voor New York

De haven van New York is gesloten vanwege het gevaar van Duitse onderzeeërs.

De laatste tijd zijn er steeds meer berichten van aanvallen van U-boten voor de oostkust van de Verenigde Staten. Men schat dat er sinds 25 mei 15 Amerikaanse schepen werden gezonken, waaronder twee passagiersschepen.

In de meeste gevallen konden de opvarenden worden gered, maar men schat dat er nog 350 mensen vermist zijn.

Nachtelijk alarm in New York (Excelsior 8 juni 1918)

Schepen en vliegtuigen van de Amerikaanse marine patrouilleren voortdurend voor de kust op zoek naar vijandige onderzeeërs.

Intussen wordt New York ook verduisterd. De lichtreclames op Broadway mogen niet werken en in verlichte vertrekken moeten de gordijnen gesloten zijn.  Mogelijk vreest men voor Duitse luchtaanvallen. 

In de Verenigde Staten wordt een door de Britten buitgemaakte U-boot tentoongesteld als reclame voor een oorlogslening.

Bij een brand in Constantinopel (Istamboel), de hoofdstad van het Ottomaanse Rijk, wordt een hele wijk in de as gelegd. De wijk bestond overwegend uit houten huizen en een hevige westenwind verspreidde het vuur snel.