Meest recent

    100 jaar geleden: Italiaans leger zwaar teruggeslagen

    In deze rubriek brengen we de grote en kleine verhalen tijdens de Eerste Wereldoorlog deze week 100 jaar geleden. Duits-Oostenrijkse aanval verrast het Italiaanse leger, Duitsers bedreigen de toegang naar de Russische hoofdstad Petrograd, positie van de Russische premier sterk verzwakt, .....

    Onverwacht zijn de legers van de Centrale Mogendheden een zwaar offensief begonnen aan het Isonzo-front. En met succes.

    In de vroege ochtend van 24 oktober schoten bijna 900 Duitse “gaswerpers” meer dan 70.000 bommen gevuld met chloorarseen en disfosgeen af op de Italiaanse linies nabij het dorp Caporetto.  De gevolgen waren verschrikkelijk.

    Vier uur later volgde een kort maar zeer hevig artilleriebombardement (2000 kanonnen), waarna twee zware mijnen onder de Italiaanse linies ontploften. Meteen daarop zette de infanterie de aanval in.  

    Dode Italiaanse soldaten en verwoeste loopgraven bij Caporetto (Bildarchiv AT)

    De Italiaanse loopgraven werden vrijwel zonder tegenstand ingenomen. De aanvallers troffen zo’n 500 dode Italianen aan, meestal slachtoffers van het gas. De rest was in paniek weggevlucht.

    Tegelijk drongen Oostenrijkse Alpenroepen door tot de naburige Italiaanse steunpunten in de bergen en vielen ze aan met machinegeweren, mortieren, vlammenwerpers en handgranaten. Daardoor konden de Italiaanse kanonnen de oprukkende troepen bij Caporetto niet bestoken.

    De aanval heeft de Italiaanse linies doorbroken. De aanvallers konden diezelfde dag kilometers doordringen via een belangrijke weg. Het Italiaanse opperbevel lijkt volkomen verrast.

    Duitse installatie voor het lanceren van gasgranaten (Bundesarchiv Bild)

    Aan de  aanval nemen 9 Oostenrijks-Hongaarse en 3 Duitse divisies deel, onder bevel van de Duitse generaal. Otto von Below. Daarnaast is er de legergroep Boroević, die het Isonzofront verdedigd.

    De Duitse legerleiding heeft in het geheim de divisies naar het Italiaanse front gestuurd om de Oostenrijkers bij te staan.  

    Het offensief veroorzaakt ook een exodus van de burgers in de streek (Bildarchiv AT). Deze “Twaalfde Slag aan de Isonzo” staat meestal bekend als de Slag bij Caporetto. Het dorp Caporetto (toen formeel een deel van Oostenrijk) ligt nu in Slovenië en heet Kobarid.

    Fransen veroveren fort aan Chemin des Dames

    De Duitsers hebben na een kort maar zeer hevig Frans offensief het Fort de la Malmaison moeten prijsgeven, vlakbij de inmiddels beruchte Chemin des Dames.

    Dit rond 1880 gebouwde fort deed al voor de oorlog geen dienst meer voor het Franse leger. Toch was het een belangrijk steunpunt voor de Duitsers bij de bloedige gevechten aan de Chemin des Dames eerder dit jaar. 

    De aanval werd een succes door de ongemeen hevige artilleriebeschieting die eraan vooraf ging. Bijna 1800 Franse kanonnen stonden langs 12 km front opgesteld. Ze vuurden in vijf dagen meer dan 3 miljoen granaten af.

    Deze foto's maken duidelijk hoe de artilleriebeschieting het fort en omgeving heeft verwoest (Albums Valois, BDIC)

    De Duitse aanvoerwegen werden permanent beschoten, waardoor geen munitie meer kon worden aangebracht voor de Duitse kanonnen.

    Bovendien schoten de Fransen ook voortdurend gasgranaten af. Daardoor moesten de Duitse verdedigers dagenlang continu hun gasmasker aanhouden, zodat ze al die tijd niet konden eten of drinken.

    De Fransen ondervonden dan ook betrekkelijk weinig weerstand toen ze het fort en de omgeving bestormden.  

    Deze Duitse krijgsgevangenen lijken opgelucht na de verovering van het fort (Albums Valois, BDIC)

    Door de verovering van het fort hebben de Fransen nu het westelijk deel van het plateau van de Chemin des Dames in handen. De Duitsers zijn 2 tot 3  km teruggedreven tot achter het kanaal Aisne-Oise.

    De aanval past in het voornemen van de nieuwe Franse opperbevelhebber, generaal Pétain. Die wil voorlopig zijn leger sparen door geen grote offensieven te houden, maar wel operaties op beperkte schaal.  

    Duitsers controleren toegang tot Petrograd

    De eilanden voor de Baltische kust zijn volledig in Duitse handen.

    Na een eerste mislukte poging landden Duitse troepen op het noordelijke eiland Dagö (Hiumaa). Op 21 oktober was de verovering voltooid. Twee dagen eerder hadden de laatste Russische troepen op het eiland Moon (Muhu) zich al overgegeven.

    De Russische soldaten boden maar weinig weerstand. Vaak sloegen ze in paniek op de vlucht. Er was sprake van muiterijen en plunderingen.
    Russische oorlogsschepen konden slechts een paar honderd man evacueren. De meesten gaven zich over.

    Behalve Dagö, Moon en het eerder veroverde Oesel (Saaremaa) , zijn ook de kleinere eilanden in de omgeving door de Duitsers bezet.  

    De Duitse pers triomfeert: de Duitse adelaar laat de Britse walrus weten dat de eilanden nu stevig in zijn greep zijn ( Kladderadatsch, 28 oktober 1917), volgens Simplicissimus heeft een Duitse stormvloed de eilanden overspoeld ( 6 november 1917)

    Meer dan 20.000 Russen zijn bij de verovering krijgsgevangen gemaakt.  Ook 2000 paarden, 141 kanonnen, 130 machinegeweren en 10 vliegtuigen werden buitgemaakt.  De Duitse landingstroepen telden nog geen 200 doden en gewonden. Op zee verloor de Duitse marine 17 kleinere schepen, met 156 doden en 60 geworden. 

    Voor Rusland is deze verovering een zoveelste catastrofe. De Russische premier Kerenski heeft zich met de Russische generale staf beraden over de ernst van de toestand.

    Door de Duitse verovering van de eilanden beheersen de Duitsers niet alleen de Golf van Riga, maar wordt ook de ingang van de Finse Golf en daarmee de toegang tot de Russische hoofdstad Petrograd bedreigd. De bevolking van de Baltische haven van Reval (Tallinn) wordt intussen geëvacueerd.  

    De Russische Neptunus, de god van de zee, voelt zich in de steek gelaten door zijn Russische bondgenoot ( Simplicissimus, 6 november 1917), en de Zweden zijn blij dat Duitsland nu een nabije buur is geworden ( Lüstige Blätter, november 1917)

    Macht Russische premier Kerenski brokkelt af

    In Rusland lijkt de voorlopige regering en haar leider Kerenski stilaan de macht te verliezen.

    Op 20 oktober opende Kerenski het nieuwe “pre-parlement” dat is opgericht in afwachting van de verkiezing van een grondwetgevende vergadering in november.

    Zoals gewoonlijk hield hij een vlammende toespraak, maar zijn redenaarstalent kon de gespannen sfeer niet verdrijven. Vooral de afkeer van de oorlog was duidelijk. Het bleef ijzig stil toen Kerenski zijn steun aan de Geallieerden uitsprak.  

    Zijn steun aan de Geallieerden en de oorlog is Kerenski als een hark in het gezicht terug geslagen ( uit Lüstige Blätter, oktober 1917)

    Drie dagen later liepen de bolsjewieken weg uit het pre-parlement. Hun woordvoerder Trotski zei toen dat ze alle banden met de voorlopige regering breken en dat ze “alle middelen” zullen gebruiken om hun doelstellingen te realiseren. Dat lijkt op een oorlogsverklaring.
    De voorlopige regering heeft beslist uit te wijken naar Moskou. Officieel omdat de Duitse legers steeds dichter bij Petrograd komen, maar zeker ook omdat de bolsjewieken minder invloed hebben in Moskou dan in de hoofdstad. De uitvoering van de maatregel is echter meteen uitgesteld. De Petrogradse Sovjet, voorgezeten door Trotski, verzet zich tegen de verhuis en bestempelt die als een “contrarevolutionair complot”.  

    Omniscan 12.6 Build2317

    De bondgenoten proberen de Russische wagen terug op gang te krijgen, maar de bolsjewieken( het figuurtje vooraan heet Lenin) verhinderen dat (tekening uit het Franse Paris-Genève, overgenomen in het Duitse Welt im Bild, oktober 1917)

    Intussen heeft de Centrale Matrozenraad in Kronstadt het bevel over de Oostzeevloot naar zich toe getrokken. De bevelvoerende admiraal is afgezet. De regering heeft er niets meer over te zeggen.

    Kerenski zelf wordt steeds minder serieus genomen. De spot tegen hem neem toe. In een populair hekeldicht worden verbanden gelegd tussen Aleksandr Fjodorovitsj (Kerenski) en Aleksandra Fjodorovna (de ex-tsarina). De ene gebruikt de slaapkamer van de andere in het Winterpaleis en ze zijn allebei hysterisch….

    In sommige media wordt ook beweerd dat hij een jood is, in het zeer anti-semitische Rusland een kwalijke zaak.

    De hogere acrobatie van Kerenski, die probeert het onmogelijke te verzoenen: vrede, een overwinning, een legerhervorming, socialisme, .... ( uit  Lüstige Blätter, oktober 1917)

    Berichten over chaos en onlusten blijven intussen toenemen. Op het platteland vinden er geregeld opstanden plaats. Landhuizen van rijke grootgrondbezitters worden geplunderd en platgebrand.

    In het zuiden van de Oekraïne en op de Krim voeren roversbenden geregeld overvallen op treinen uit. Daarbij zouden al meer dan honderd doden zijn gevallen.

    Paniek in Petrograd, de inwoners slaan op de vlucht voor hun eigen landgenoten ( Kladderadatsch, 7 oktober 1917)

    Zwarte dag voor de Zeppelins

    Een nieuwe Duitse luchtaanval met Zeppelins is dramatisch geëindigd.

    In de nacht van 19 op 20 oktober vlogen 17 luchtschepen van de Kaiserliche Marine boven Engeland.. Ze wierpen bommen uit boven industriezones van Londen, Manchester, Derby en Birmingham. 

    In totaal werd voor 23.000 kg spring- en brandbommen afgeworpen. Voor een van de luchtschipcommandanten, kapitein-luitenant-ter-zee Preusch von Buttlar-Brandenfels, was het al de veertiende raid op Engeland.

    Bij de terugkeer werden verscheidene luchtschepen door een sterke wind gegrepen. Bovendien zaten ze in een nevel, zodat ze zich niet konden oriënteren.  Daardoor dreven ze ver af boven Frankrijk.  

    Het Zeppelinverhaal was drie dagen lang voorpaginanieuws in Frankrijk (Excelsior, 21, 22 en 23 oktober 1917, BnF Gallica)

    Eén Zeppelin, de L 44, werd nabij het front in Lotharingen door de Franse luchtafweer in brand geschoten en stortte neer in de buurt van Lunéville.

    Een andere, de L 49, moest bij Bourbonne-les-Bains in Champagne een noodlanding maken. De bemanning werd gevangen genomen en het gevaarte viel onbeschadigd in Franse handen.  

    Landbouwer Boiteux vertelt hoe hij met zijn jachtgeweer de commandant van de L 49 gedwongen heeft zich over te geven en zo verhinderde dat die de Zeppelin in brand schoot, en poseert graag bij het wrak (Excelsior, 25 oktober 1917)

    Ook de L 50 maakte een noodlanding in Champagne, maar dreef daarna onbemand verder naar het zuiden. Hij werd nog aan de Côte d’Azur gezien en verdween boven de Middellandse Zee.

    Een vierde Zeppelin, de L 45, dreef af naar Zuid-Frankrijk en moest landen bij Sisteron in de Haute-Provence. De 19 inzittenden werden door de inwoners van een dorp in de buurt gevangen genomen, nadat ze het luchtschip in brand hadden gestoken. De andere luchtschepen konden ontkomen.

    De L 55 moest een noodlanding maken in Thüringen en werd daarbij onherstelbaar beschadigd. Om aan de vijandelijke vliegtuigen te ontsnappen, was de L 55 tot liefst 7600 m gestegen, een recordhoogte voor Zeppelins.

    De gondel van de L 49, tentoongesteld op het binnenplein van het Parijse Hotel des Invalides

    Schoenen in bezet België opgeëist

    Een nieuwe verordening van de Duitse gouverneur-generaal in België verplicht iedereen die beschikt over voorraden van minstens 5 schoenen om die aan te geven. De  aangifte moet gebeuren aan het Brusselse kantoor van ‘Kriegsleder A.G.’, de leverancier van lederwaren aan het Duitse leger. Die kan de voorraden dwingend opkopen.

    Het gaat om alle schoenen “uit leder, uit vervangingsstoffen van leder of uit andere weefsels”, ook sandalen, dames- en kinderschoenen en zelfs pantoffels.  Enkel geen schoeisel in hout (klompen). 

    Schoenhandelaren mogen nog 10 % van hun voorraad verkopen. De rest moet worden aangegeven. 

    De prijzen die  ‘Kriegsleder A.G.’ voor de aankoop zal hanteren zijn de gebruikelijke prijzen van 25 juli 1914 (!) vermeerderd met een nog te bepalen toeslag. Dat leidt tot sarcastische commentaren, want sinds de oorlog begon zijn de prijzen van schoenen zowat vervijfvoudigd.

    De meeste mensen kopen al lang geen schoenen meer, maar laten hun schoenen zo goed als het kan repareren. Of ze vragen de schoenmaker om uit het leer van hun koffer of aktentas een nieuw paar schoenen te maken. Hielen worden meestal uit hout gemaakt.

    De mannen die vuilnis ophalen in Brussel dragen nu bijna allemaal klompen (Bezet Brussel 14-18)