100 jaar geleden: Duitsers trekken zich terug achter de Hindenburglinie

In deze reeks brengen we grote en kleine gebeurtenissen uit de Eerste Wereldoorlog, deze week van 5 tot 11 september 1918: het Duitse leger trekt zich bijna volledig terug achter de Hindenburglinie, in Rusland lanceren de bolsjewieken de Rode Terreur, Nederland krijgt voor het eerst een katholieke premier, ...

In Picardië, langs de rivieren de Somme en de Oise, blijft de Geallieerde opmars voortduren.

De Duitsers trekken zich bijna volledig terug achter wat de Geallieerden de Hindenburglinie noemen : de in 1917 aangelegde, zwaar versterkte verdedingsstellingen tussen Arras en Soissons.

De terugtrekking gebeurt gepland en ordelijk, maar de Britse en Franse legers zitten de Duitsers wel op de hielen.

Britse Mark V tank rijdt door een straat in Péronne langs een dood paard. Op de beginfoto, de paarden en bemanning van een Duits artilleriegespan heeft een voltreffer niet overleefd (Library of Congress)

Vanuit het heroverde Péronne zijn de Britten opgerukt tot vlak voor de belangrijke stad Saint-Quentin, waar de Hindenburglinie loopt. Maar vanuit die stelling is de Duitse weerstand aanzienlijk.

Ten zuiden daarvan zijn de Fransen de baas aan de noordkant van de Oise. Ze heroverden het stadje Chauny aan de Oise en Ham aan de Somme.  Chauny en Ham waren al bij de eerdere Duitse terugtrekking grondig verwoest.

Meer ten zuiden, bij Soissons, zijn Franse en Amerikaanse divisies doorgedrongen tot aan de Aisne.

Het Franse Excelsior stelt tevreden vast dat de Duitse terreinwinst van het voorjaar nu bijna helemaal ongedaan is gemaakt . Rechts een foto van het verwoeste Noyon, met een bord dat waarschuwt voor de mijnen die de Duitsers er overal hebben geplaatst toen ze de stad opgaven (7 en 9 september 1918)
Het verwoeste Ham in Le Miroir (22 september 1918, BnF Gallica)

In Vlaanderen, langs de Leie, is er geen sprake meer van verdere Duitse terugtrekking. De Duitsers bieden heftig weerstand aan de Britse aanvallen bij Armentières. 

Wel hebben de Britten ten zuidwesten daarvan zich bij verrassing meester kunnen maken van de “spoorwegdriehoek” tussen La Bassée, Béthune en Lens.

Duitse militairen bekampen een Britse tank met een vlammenwerper © IWM (Q 55426)
Een Franse militair toont het wiel van een achtergebleven Duitse fiets. Bij gebrek aan rubber zijn de wielen volledig uit metaal gemaakt.

Hoe dan ook kan de Entente van een succes blijven spreken. De Britten rapporteren dat ze de laatste week 19.000 krijgsgevangenen hebben genomen. Het aantal Duitsers dat sinds het begin van de Geallieerde tegenoffensieven krijgsgevangen is gemaakt, zou meer dan 150.000 bedragen !  Meer en meer raakt de wereld ervan overtuigd dat Duitsland de oorlog aan het verliezen is.

Duitse krijgsgevangenen doen turnoefeningen in een Frans kamp; velen onder hen zien er zeer jong uit.
Links, de frontlijn, licht gekleurd, op 10 september; de donkere lijn is de Hindenburglinie. Rechts, Britse militairen vieren hun overwinning (Excelsior, 11 en 12 september 1918, BnF Gallica)
"Niet machines maar de harten zijn beslissend voor de overwinning"; de voorpagina van het Duitse Simplicissimus van 17 september 1918 geeft de moed niet op .
Links, een golf van depressie hangt over Duitsland: de kroonprins zegt aan zijn vader, keizer Willem: "Het is lang geleden dat we nog eens gelachen hebben, vader". Rechts: legerleider von Hindenburg hoopt eindelijk eens ongestoord te kunnen slapen, nu zijn troepen zich naar de naar hem genoemde lijn hebben teruggetrokken. Tekeningen uit het Australische The Daily Telegraph, 9 en 12 september 1918

Rode Terreur in Rusland

De Russische regering (de Raad van Volkscommissarissen) heeft een “Decreet op de Rode Terreur”  uitgevaardigd.

Daarin wordt bevolen “de klassenvijanden van de Sovjetrepubliek in concentratiekampen te isoleren en elk individu dat betrokken is in organisaties van de Witte Garde, opstanden of rellen ter plekke te fusilleren.”

De term “Rode Terreur” werd al eerder gebruikt, maar krijgt nu een officieel karakter. Het decreet legaliseert de praktijken van de Tsjeka, de Buitengewone Commissie tegen de contrarevolutie, de sabotage en de woeker, die al een tijd een harde repressie voert tegen alle mogelijke vijanden van het bewind.  

Rode Gardes bij het graf van Oeritski, de chef van de Petrogradse Tsjeka; op de vlag staat: "Dood aan de bourgeoisie en haar helpers, lang leve de Rode Terreur"

Het decreet komt er na de recente aanslagen op Lenin, de voorzitter van de Raad van Volkscommissarissen, en Oeritski, de chef van de Petrogradse Tsjeka. In de dagen na de aanslagen zijn meer dan duizend “gijzelaars van de bourgeoisie” door de Tsjeka gedood.

Overigens plegen de Witten, de tegenstanders van de bolsjewieken, een soortgelijke “Witte Terreur”  in de gebieden die zij controleren.

Vlak na de Oktoberrevolutie had de Raad van Volkscommissarissen de doodstraf volledig afgeschaft, maar sindsdien zijn er verscheidene maatregelen uitgevaardigd waarbij tegenstanders van het regime kunnen worden doodgeschoten, zonder vorm van proces. Dat “doodschieten” is formeel geen doodstraf, maar een vorm van legale terreur.

Slachtoffers van de Rode Terreur, die door de Bolsjewieken in de Zwarte Zee zijn gedumpt, spoelen tijdens de winter van 1918 aan op de stranden bij Evpatoria

De vooraanstaande mensjewiek Julius Martov, een vroegere vriend van Lenin die in principe nog altijd aan de “Rode” kant staat, heeft daar al zware kritiek op geleverd. Volgens hem sleurt de burgeroorlog beide partijen in een bloeddorstige beestachtigheid mee en worden de idealen van de revolutie daarmee verloochend.

De nieuwe terreurcampagne viseert vooral de socialisten-revolutionairen. Dezen worden verantwoordelijk geacht voor de aanslag tegen Lenin.

Intussen weet het Rode Leger enkele successen te boeken over de Witte Legers. Het heeft de steden Kazan en Sibirsk aan de Wolga heroverd. Die waren bezet door het Tsjecho-Slovaaks Legioen en overgedragen aan het Komoetsj, de socialistisch-revolutionaire tegenregering in Samara.

De vermoorde tsaar waarschuwt Lenin op zijn ziekbed: "Vandaag ik, morgen jij" ( De Amsterdammer, 7 september 1918)

Nieuwe regering in Nederland

Twee maanden na de parlementsverkiezingen heeft Nederland een nieuwe regering. Ze wordt geleid door Charles Ruijs de Beerenbrouck.

De nieuwe premier is een katholieke edelman uit Limburg. Daar was hij sinds enkele maanden commissaris van de Koningin (gouverneur).

Hij leidt een “confessioneel kabinet”, bestaande uit de katholieken en de twee grote protestantse partijen: de Antirevolutionaire Partij en de Christelijk-Historische Unie.

Charles Ruijs de Beerenbrouck, vierde van links, en zijn regeringsploeg

Ruijs de Beerenbrouck wordt daarmee de eerste katholieke premier van Nederland. Door het nieuwe kiesstelsel zijn de katholieken verreweg de sterkste fractie in de Tweede Kamer.  Het was de katholieke fractieleider mgr. Nolens die als formateur optrad, maar als geestelijke kon deze moeilijk een regering leiden.

Karikatuur over de nieuwe premier en regering uit De Amsterdammer van 14 september 1918

Het nieuwe kabinet telt voor het eerst een minister van Onderwijs en een minister van Arbeid.

Wat de oorlog betreft, wil de nieuwe regering net als de vorige strikt neutraal blijven. Nederland heeft het in die rol al moeilijk gehad, nu het aan landszijde helemaal door het Duitse leger is ingesloten, terwijl de Britse vloot de zee blokkeert.

Links, tekening van Ruijs de Beerenbrouck uit De Hollandsche Revue van 22-9-1918 en rechts een karikatuur die de lange regeringsvorming hekelt uit De Toekomst van 28-9-1918.

Weer passagierschip slachtoffer van U-boot

Opnieuw heeft het torpederen van een passagierschip tot een zware menselijke tol geleid.

Het gaat om het Britse stoomschip Galway Castle, dat op weg was naar Zuid-Afrika. In de vroege ochtend van 12 september, twee dagen na zijn vertrek uit Plymouth, werd het schip ten westen van het Kanaal door een torpedo getroffen.

De explosie verwoestte het achterschip en veroorzaakte daar een bloedbad. Het schip bleef echter drijven. Binnen een uur zaten de overlevenden in de reddingsboten. Ze werden overgebracht naar de torpedojagers die het schip escorteerden en meteen naar Engeland teruggebracht.

Achteraf bleek dat 143 van de 749 opvarenden het niet overleefd hebben. Er waren veel Zuid-Afrikaanse militairen aan boord die om gezondheidsredenen naar huis gingen. Onder de prominente passagiers was er de Zuid-Afrikaanse minister van Spoorwegen, die terugkeerde van een conferentie in Londen.

Een aantal bemanningsleden zijn vrijwillig aan boord gebleven in de hoop het schip te redden, maar het zinkt langzaam.

De Galway Castle was zeven jaar oud en was bij het begin van de oorlog een tijd opgeëist als troepentransportschip. Vorig jaar strandde het op de Zuid-Afrikaanse kust, maar na vijf dagen wist men het weer vlot te krijgen.

Namen van Duitse plaatsen worden verduitst

De Duitse keizer heeft de namen van enkele Duitse gemeenten gewijzigd, omdat die te Frans klonken Het gaat met name om Montjoie, Sourbrodt en Oudler, die niet ver van de Belgische grens liggen.

De stad Montjoie wordt omgedoopt in “Monschau”, Sourbrodt heet voortaan “Surbrodt” en Oudler wordt “Odler”.

De verduitsing pas in de nationalistische campagnes die de Duitse overheid voert. Zo worden mensen ertoe aangezet hun kinderen Duitse voornamen te geven.

Opmerking: de naamswijziging is voor Sourbrodt en Oudler ongedaan gemaakt toen beide gemeenten in 1919 als gevolg van het vredesverdrag bij België werden gevoegd. Sourbrodt  is nu een deel van de Robertville en Franstalig, Oudler (nu bij Burg-Reuland) Duitstalig. Monschau, dat Duits is gebleven, heeft zijn nieuwe naam behouden.

Postkaarten van Montjoie/Monschau van voor 1914

Duitse keizer spreekt tot de Krupp-arbeiders

De Duitse keizer Willem II heeft een bezoek gebracht aan de grote staal- en wapenfabrieken van Krupp in Essen. Bij die gelegenheid hield hij een toespraak tot de arbeiders van Krupp, wellicht om het stijgend ongenoegen van de Duitse arbeiders tegen te gaan.

De rede kreeg wereldwijd aandacht van vriend en vijand. Bij de vijand is de reactie een mengsel van spot en verontwaardiging.

De toespraak was volgens de critici leugenachtig, demagogisch en bombastisch. Zo zei de keizer dat er nu vrede is met Roemenië, Servië en Montenegro, drie landen die Duitsland en zijn bondgenoten onder de voet hebben gelopen. Ook beweerde hij dat de Duitse vloot de vijand bij het Skagerrak heeft verslagen (bedoeld wordt de Zeeslag bij Jutland van 1916, waar de Duitse vloot tijdig wist te ontkomen). De keizer wijst er ook op hoe Duitsland in 1916 tevergeefs een vredesaanbod deed.

De keizer bij Krupp in Essen. Links staat Gustav Krupp von Bohlen und Halbach.

Willem II ziet in de oorlog een “grote ontkenning” : de ontkenning van het bestaansrecht van Duitsland, de ontkenning van “onze cultuur”.

Vreemd genoeg nam de autocratische monarch het op voor het bolsjewistisch regime in Rusland. “Het parlementair geregeerde democratische Engelse volk heeft getracht de ultra-democratische Russische regering ten val te brengen, omdat die regering, in het belang van het vaderland, het volk de vrede die het verlangt, heeft verschaft, terwijl de Angelsaks nog geen vrede wil”. 

De keizer in gesprek met een Krupp-arbeider

De vorst toonde  zich op merkwaardige wijze solidair met de hard werkende arbeiders toen hij hen aanzette hun best te doen: “Waaruit bestaat onze plicht? Ons vaderland vrij te maken. Bijgevolg hebben we ook de verplichting om met alle krachten vol te houden in het gevecht tegen zijn vijanden. Ieder van ons krijgt van bovenaf zijn opdracht toegewezen. Gij aan een hamer, gij aan een draaibank en ik op mijn troon.„

Zijn besluit: “Word sterk als staal en het Duitse volksblok, tot staal gewalst, zal de vijand zijn kracht tonen (…) Wie het hart op de rechte plaats draagt, sta op en beloof mij nu uit naam van de hele Duitse arbeidersklasse: wij zullen strijden en volhouden tot de laatste man. Zo helpe ons God. En wie dat wil, die antwoordde met ja ! „

Waarop alle aanwezigen opstonden en krachtig  “Ja“ riepen.

Een productiehal van kanonnen bij Krupp in Essen

Oekraïense leider op bezoek in Duitsland en bezet België

De Hetman van Oekraïne, Pavel Skoropadski, heeft in kasteel Wilhelmshöhe in het Duitse Kassel de Duitse keizer Willem II bezocht. Na hun gesprek benadrukten beide heren tegenover de pers dat ze de band tussen hun landen nog verder willen versterken.  

In het Duitse grote hoofdkwartier in Spa heeft Skoropadski ook gesproken met de Duitse legerleiders, Paul von Hindenburg en Erich Ludendorff (zie foto).