12-11-1918: republiek Duits-Oostenrijk uitgeroepen, plunderingen in Antwerpen

Op 12 november 1918 wordt in Wenen de republiek Duits-Oostenrijk uitgeroepen. In Antwerpen verhindert de bevolking dat treinen vol goederen naar Duitsland vertrekken en haalt ze leeg.

In Wenen heeft de Voorlopige Nationale Vergadering voor Duits-Oostenrijk de republiek uitgeroepen.

Na de “terugtrekking” van de Oostenrijkse keizer gisteren, stond niets meer de uitroeping van de republiek in de weg. Op voorstel van de regering van Karl Renner werd een wet aangenomen die begint met de woorden “Duits-Oostenrijk is een democratische republiek.” Slechts drie leden van de Christelijk-Sociale Partij stemden tegen. Die partij had een referendum over de staatsvorm gewild, maar liet die eis op het einde vallen.

Aan de Ringstrasse rond het parlementsgebouw was een enorme menigte verzameld om de historische gebeurtenis te vieren. De sociaaldemocratische partij had daartoe opgeroepen, maar haar ordedienst hield de manifestatie scherp in de gaten. Het kwam dan ook tot incidenten.

Gewapende leden van de Rode Garde, die voorstander zijn van een radenrepubliek naar Russisch voorbeeld, rukten de witte streep in de rood-wit-rode Oostenrijkse vlaggen weg, zodat er rode vlaggen overbleven. Daarop kwam het tot een schietpartij waarbij twee doden vielen.

Chaos in het station van Wenen, waar gedemobiliseerde troepen terugkeren en anderen wachten om naar hun huis terug te kunnen keren.

Duits-Oostenrijk zegt alle Duitstalige gebieden van het voormalige Oostenrijkse keizerrijk te omvatten. Daarbij worden ook delen van de Tsjechische landen Bohemen en Moravië gerekend, waar nu al wrijving is met de Tsjechische bevolking.

Een kaart met alle gebieden die Duits-Oostenrijk claimt, de rode lijn geeft het huidige Oostenrijk aan.

De goedgekeurde wet zegt dat de nieuwe republiek “een bestanddeel van de Duitse republiek” is. Veel Duitssprekende Oostenrijkers beschouwen zich als Duitsers en zien hun toekomst in een Duitse natiestaat.

Naschrift: de overwinnende Geallieerden zullen snel iedere unie of “Anschluss” met Duitsland verbieden. Zelfs de naam “Duits-Oostenrijk” zal worden verboden. Daardoor heet het land vandaag gewoon Oostenrijk.

Vergaande hervormingen in Duitsland

De Raad van Volksafgevaardigden, die voorlopig de hoogste macht in Duitsland uitoefent, heeft een regeerprogramma afgekondigd.

Er komen snel verkiezingen voor een Nationale Vergadering, die een democratische grondwet zal opstellen.  Vrouwen zullen daarbij met gelijke rechten kunnen stemmen als mannen.

Intussen heeft ook Pruisen, de grootste Duitse deelstaat, een revolutionaire regering, onder de controle van de arbeiders- en soldatenraden. Die gaat beslag leggen op het hele vermogen van het Pruisische koningshuis.

Links: "Thuiskomst: hoe veel vaders moeten sterven voor een kind zijn heimat terugvindt!" (Die Muskete, Wenen, 14-11-1918). Rechts: "Morgenstond: Vader, de nieuwe dag is aangebroken, geef mij de ploeg" (Jugend, München, nr 47, 1918).

In de kleinere deelstaten vinden nog steeds revoluties op kleine schaal plaats. De lokale vorsten vluchten of onderhandelen over een troonsafstand waarbij ze bepaalde rechten behouden.

Toch lijkt de kalmte in Duitsland weer te keren. De meeste grote bedrijven in Berlijn hebben het werk hervat. De algemene staking was de aanzet tot de revolutie.

Het Berliner Tageblatt geeft de bezorgdheden en protesten weer tegen de Wapenstilstandsovereenkomst. Vooral de voedselbevoorrading van Duitsland baart zorgen omdat de Britse blokkade wordt aangehouden.

Treinen tegengehouden en leeggehaald in Antwerpen

In Antwerpen plunderen burgers goederentreinen, die klaar stonden om naar Duitsland te vertrekken. De treinen zaten vol met goederen, vooral uit de grote Duitse militaire depots in Antwerpen.  De stad was een belangrijk verdeelcentrum voor het Duitse leger dat van hier uit het front in België en Noord-Frankrijk bevoorrade.

Van heinde en verre zijn mensen opgedaagd om de treinen leeg te halen.  Die staan op de spoorwegberm ter hoogte van de Guldensporenstraat en de Touwstraat, de Damstatie, Viaduct-Dam, Viséstraat en de Schijnpoortweg. Onderaan de berm staan wagens en karretjes om de buit af te voeren.

In Antwerpen is voorlopig, zoals in Brussel, een Duitse soldatenraad aan de macht en die kon het gebeuren niet verhinderen. Hun prioriteit is zo snel mogelijk de 10.000den soldaten uit de stad weg te halen.

Pas tegen 16 november zouden in Antwerpen de eerste Belgische troepen aankomen en  tot dan sijpelde weinig nieuws uit de stad naar bevrijd gebied.

Op 17 november meldt de correspondent van de Nederlandse krant De Telegraaf dat het leeghalen van de treinen drie dagen heeft geduurd:

"De laatste Duitsers en de Antwerpse politie hebben nog even geprobeerd deze plunderingen op onmetelijke schaal te beletten. Er werden zelfs schoten gelost, maar even makkelijk kan men door revolverschoten een zwerm vliegen uiteen drijven die op een jampot is neergestreken".

Vincent Buyssens

Niet alleen treinen, maar ook opslagplaatsen werden leeggehaald. De Antwerpenaar Willy Oomes noteert in zijn dagboek:

"Nooit werden meer occasies gekocht en gestolen. Men roofde hele wagons met huisraad. Ik zag drie mannen sleuren met een spiegelkast. Opeens riep de eerste “Ik kan niet meer houden! Pas op!" Hij liet los, de anderen ook en daar lag de schoone kas in gruizelementen. In de Zuidstatie was de grond bezaaid met bloem, siroop, suiker, bouillon, gelei, ..."

Weken na de feiten, op 2 februari 1919, verscheen een hele bladzijde met foto's van het gebeuren in het Franse tijdschrift Le Miroir.  Het tijdschrift geeft een nogal patriottische interpretatie aan het gebeuren. De foto's tonen, aldus het Le Miroir ,"hoe de Antwerpenaars de rijke buit uitlaadden waarop in Duitsland ongeduldig de familie van officieren zaten te wachten". Het was geen plunderen .........

Beelden: Stadsarchief Antwerpen en BnF Gallica.

Vreugde en onrust in Brussel

In Brussel is het nog altijd onrustig. Veel Duitse soldaten zijn aan het plunderen geslagen. Vooral grote winkels en rijke herenhuizen worden geplunderd. Soms verkopen de soldaten meegenomen meubels op straat. Soldaten hebben ook het geld van een bank “opgeëist”.

De vertegenwoordigers van de soldatenraad betreuren de plunderingen. Ze zeggen de getroffenen te zullen vergoeden en de schuldigen te straffen.

De Brusselse soldatenraad roept, niet toevallig, in de Belgischer Kurier alle militairen met politie-ervaring op om zich te melden

Ondanks die incidenten heerst er vreugde in de stad. Want intussen is het nieuws van de wapenstilstand dan toch bekend geraakt. Veel mensen versieren hun huizen. Op straat worden Belgische vlaggen en andere patriottische insignes verkocht.

Het Brusselse satirische tijdschrift La Cravache, dat op 17 november voor het eerst veschijnt, schetst in zijnkop de sfeer in de stad op een nogal groteske wijze.

Geallieerde soldaten die recent krijgsgevangen werden gemaakt, zijn vrijgelaten. Ze worden warm onthaald.

De Duitse troepen bereiden zich voor op hun vertrek. Daarom is het Noordstation voorlopig alleen voor Duitse militairen toegankelijk.

Duitse officieren wachten op een tram die hen naar het Noordstation moet brengen.

Een nieuw gevaar

Het militair bestuur in bevrijd België wijst op het gevaar van niet ontplofte explosieven. Het raadt aan om die voorwerpen niet aan te raken en zeker niet te proberen ze uit elkaar te halen.

Vanuit Merksem komt die dag het bericht dat een tiental burgers zijn omgekomen bij een explosie, er zullen er nog, jarenlang, veel volgen.