13-11-1918: feestelijke intrede van Albert en Elisabeth in Gent

Op 13 november 1918 doen koning Albert en koningin Elisabeth hun plechtige intrede in het pas bevrijde Gent, de Geallieerden bezetten Constantinopel...

De komst van de koning en de koningin was al een dag eerder aangekondigd en Gent was in feeststemming. Na Brugge is dit de tweede provinciestad waar Albert en Elisabeth, vergezeld van kroonprins Leopold, hun plechtige intrede doen.

Om 11 uur vertrok de optocht in de Gebroeders De Smetstraat, door het stadscentrum, om te eindigen op de Kouter.  Het was zonnig en zo schrijft de correspondent van de Nieuwe Rotterdamsche Courant: "Ook straalt een zon ... in de ogen der duizenden mensen, die reeds van zeer vroeg op straat zijn, allen getooid met de Belgische kleuren, allen met vrolijk gemoed ....."

Een non steekt een oorlogswees omhoog die de koningin een ruiker bloemen overhandigt (alle foto's Archief Koninklijk Paleis).

Op de Kouter wachtte een zeer grote menigte het koningspaar en de kroonprins op. Het volk zit er in de bomen en op de daken, balkons en lantaarnpalen.

Onderweg nemen de koning en koningin even de tijd om zich met enkele Gentenaars te onderhouden.

Als de stoet op de Kouter aankomt is er eerst "een ogenblik diepe stilte en dan breekt een gejubel los. Een indrukwekkende, onbeschrijflijke ovatie. Men wuift met zakdoeken, hoeden, petten, vlaggen, men weent en juicht, het regent bloemen uit de ramen", aldus nog de correspondent van NRC.

Ook de Belgische troepen die op de Kouter defileerden, werden toegejuicht. Een muziekkapel speelt "De Vlaamse leeuw" en de menigte zingt mee.

Daarna is het koninklijk gezelschap ontvangen op het stadhuis. Daar werden ze verwelkomd door waarnemend burgemeester Edward Anseele, de koning antwoordde in het Nederlands en feliciteerde de Gentenaars. "Liever dood dan Duits, dat was de stem van de Vlaamse bevolking. In naam van het land, in naam van het leger, bedank ik u allen voor uw moed en vaderlandsliefde", zei de vorst.

Het blijft onrustig in Brussel en elders

In de Belgische steden waar nog Duitse troepen zijn, is er nog altijd sprake van diefstal en plunderingen door Duitse soldaten. De soldatenraden hebben niet altijd greep op de situatie. 

De gouverneur van Brabant heeft in de hele provincie de verkoop van alcohol verboden.

De waarnemende burgemeester van Brussel, Maurice Lemonnier, laat via een affiche weten dat er de voorbije dagen vier burgers gedood en vijftien gewond zijn. Hij roept de bevolking op om zo weinig mogelijk op straat te komen en zeker niet samen te scholen. Lang kan die toestand niet duren want “Onze dappere troepen keren terug”.

Duitse troepen op de Place Lambert in Luik, klaar om te vertrekken. Ook vanuit Luik, waar ook een soldatenraad aan de macht is, worden ongeregeldheden gemeld.

Toch lijkt het ergste voorbij. Er lopen massa’s Duitse troepen door de hoofdstad, maar de meesten onder hen willen alleen maar zo snel mogelijk naar huis.

Intussen beginnen de rechtbanken en het parket hun werkzaamheden te hervatten.  Ze wilden sinds februari niet meer functioneren, nadat de bezetter enkele hoge magistraten had opgepakt. 

Karikatuur over de stakende rechters in het activistische tijdschrift "De Uilenspiegel van Leuven", 5 mei 1918.

Geallieerden bezetten Constantinopel

Geallieerde troepen zijn binnengerukt in Constantinopel, de hoofdstad van het Ottomaanse Rijk.

Gisteren passeerde een Brits-Frans vlooteskader de Dardanellen, de zeestraat waar in 1915 zo ver gevochten is. In de vroege ochtend verschenen ze in de Bosporus voor Constantinopel.

Zowel Franse als Britse (ook Brits-Indische) troepen zijn aan wal gegaan en hebben de forten rond de Bosporus bezet.  Onverwacht komt die bezetting niet. De twee weken oude wapenstandsovereenkomst van Moudros geeft de Geallieerden daartoe het recht.

De aankomst, later in november, van de bevelhebber van de Geallieerde troepen in het Oosten, de Franse generaal Franchet d'Espérey, in Constantinopel.

Volgens de Britse admiraal Gough-Calthorpe, die de overeenkomst van Moudros regelde, zullen de Geallieerden niet raken aan het bestuur van de Ottomaanse sultan en zijn regering. Die mogen zelfs nog een symbolische troepenmacht in de stad houden. Ook zou er zijn toegezegd dat geen andere Geallieerde landen aan de bezetting meedoen. Zeker Griekse troepen zouden voor onrust kunnen zorgen omdat Griekenland aanspraak maakt op de stad aan de Bosporus, waar veel Grieken wonen.  

Geallieerde troepen in de straten van de Ottomaanse hoofdstad.

Eergisteren heeft sultan Mehmed VI een nieuwe regering benoemd onder leiding van grootvizier Ahmed Tevfik Pasja. Deze oude en ervaren diplomaat geldt als pro-Brits. Hij was al eerder grootvizier.

Intussen zijn de vroegere pro-Duitse ministers Talaat Pasja, Enver Pasja en Djemal Pasja Turkije ontvlucht Ze zijn op 3 november in een Duitse onderzeeër gestapt.

Links sultan Mehmet VI, rechts de nieuwe grootvizier, Ahmed Tevfik Pasja

Hongarije krijgt afzonderlijke wapenstilstand

In de Servische hoofdstad Belgrado is een nieuw wapenstilstandsakkoord ondertekend, ditmaal tussen de Geallieerden en het onafhankelijke Hongarije.

De Geallieerden sloten op 3 november de Wapenstilstand in de Villa Giusti bij Padua met de Oostenrijks-Hongaarse monarchie. Hongarije had zich daar toen al van losgerukt. Bovendien beschouwt de nieuwe Hongaarse regering van graaf Mihály Károlyi zich als vredelievend en pro-Geallieerd. Daarom wilde Károlyi een afzonderlijke regeling.

Graaf Mihály Károlyi, de lange man met snor bovenaan de trappen, twee dagen later bij de uitroeping van de Volksrepubliek Hongarije.

Anderzijds is het Servische leger vanuit het zuiden verder in Hongarije doorgedrongen, omdat het de Vojvodina, met een overwegend Servische bevolking, wil bezetten. Dat gebeurt met toestemming van de Franse generaal Louis Franchet d’Espérey, de Geallieerde opperbevelhebber op de Balkan.

Een Hongaarse delegatie was al in op 7 november naar Belgrado gekomen, maar kreeg nog hardere voorwaarden voorgeschoteld dan in de Villa Giusti. Franchet d’Espérey beschouwt de Hongaren wel degelijk als vijanden en de Geallieerde regeringen spreken dat niet tegen. Na veel aarzeling en onderleg hebben de Hongaren dan toch ingestemd.

Een bevoorradingskonvooi van het Servische leger trekt het stadje Zemun in de Vojvodina binnen.

De overeenkomst houdt in dat het Hongaarse leger zich moet terugtrekken uit het zuiden van Hongarije (met een overwegend Servische en Kroatische bevolking) en het oostelijk deel van Transsylvanië (waar vooral Roemenen wonen). Hongarije moet zijn leger beperken tot zes divisies. Het moet ook grote hoeveelheden rollend spoorwegmateriaal en een aantal schepen op de Donau aan de Geallieerden afstaan.

De plechtige vergadering van de vertegenwoordigers van de Serviërs en andere volkeren in de Vojvodina die de aansluiting bij het koninkrijk Servië goedkeurde, eind 1918 (Wikimedia).

Wapenstilstand gevierd in China

Met 2 dagen vertraging is ook in de Chinese hoofdstad Peking de Wapenstilstand gevierd. Chinese hoogwaardigheidsbekleders en diplomaten van de Geallieerde landen kwamen samen bij een kerk in de stad.