14-11-1918: steeds meer Duitsers verlaten België

Op 14 november 1918 verlaten steeds meer Duitsers België, maar het Belgisch leger heeft de Wapenstilstandslijn nog niet overschreden. En de Wapenstilstand dringt door tot Oost-Afrika.

Steeds meer Duitse militairen verlaten het deel van België dat ze nog bezet hielden. De stations draaien op volle toeren. Op de straten voor de overheidsgebouwen worden archieven verbrand.

Ook de meeste Vlaamse activisten, die aan de kant van de Duitsers werkten, zijn vertrokken. Alleen Adelfons Henderickx, de door de Duitsers benoemde secretaris-generaal van het Ministerie van Justitie, probeerde zijn job verder uit te oefenen. De ambtenaren van zijn ministerie laten hem echter niet meer binnen… en de Duitse soldaten weigeren hem te helpen om binnen te geraken.

De roemloze vlucht uit België van de activisten. Uit De Amsterdammer, 16 november 1918.

Prominente politici uit het bezette België zijn intussen naar Gent gereisd om overleg te plegen met de koning.

De socialistische leider Emile Vandervelde is vandaag als eerste Belgische minister naar Brussel teruggekeerd. Hij werd ontvangen in het stadhuis en hield een toespraak voor zijn partijgenoten in het Brusselse Volkshuis.

Duitse troepen -"Hunnen" - vertrekken uit Brussel  met volgeladen wagens.

Zelfs al is de Duitse terugtocht volop bezig, blijft het Belgisch leger op de frontlijn van 11 november en trekt niet verder. Enkele Belgische soldaten hebben zich niet kunnen houden en zijn hun familie gaan bezoeken in wat nog altijd Duits gebied is. Het Belgische hoofdkwartier heeft dat nogmaals ten strengste verboden!

Duitse eenheden trekken ook naar huis via Nederlands grondgebied, hier op de foto in Limburg. De Geallieerden hebben hiertegen scherp geprotesteerd bij de Nederlandse regering, want dit mag niet maar Nederland laat het toch toe..

In de Wapenstilstandsovereenkomst is een strikt schema afgesproken voor de Duitse terugtrekking.

Tegen 16 november moeten de Duitsers zich terugtrekken uit het gebied ten westen van Antwerpen, over Boom, het oosten van Aalst en Ninove, Tubize en Seneffe. Een dag later pas mogen de Geallieerden dat gebied innemen.

Brussel en Antwerpen mogen niet worden binnengetrokken voor 21 november om 5 uur ’s ochtends. 

Op 20 november 's avonds moet het Duitse leger weg zijn uit het gebied ten westen van de lijn Mol-Tienen-Hoei.

En binnen de 15 dagen na ondertekening, op 26 november, moeten de Duitsers helemaal weg zijn uit België (het toenmalige België, nog zonder de Oostkantons). Dan pas kunnen de Belgen en hun bondgenoten het resterende grondgebied innemen.

Scenes zoals hierboven zijn dezer dagen overal langs de frontlijn te zien. Duitse militairen bieden zich aan met wite vlag om materiaal in te leveren, in dit geval artillerie.

Duitse soldaten trekken weg door Visé, een van de eerste dorpjes waar ze op 4 august 1914 binnenvielen.

Duitse officieren steken overal de frontlijn over om aan hun Geallieerde collega's informatie te geven. Ze moeten bijvoorbeeld op detailkaarten aanduiden waar er mijnen liggen.

Het tijdsschema zal niet helemaal gerespecteerd worden en afwijkingen mochten ook indien zich onlusten zouden voordoen onder de bevolking en de gemeentelijke overheid om steun vraagt.

Op 16 november wordt een Belgisch detachement naar Aalst gestuurd op vraag van het stadsbestuur. In de stad is het blijkbaar onrustig en al op 14 november was de Burgerwacht er opgeroepen om te helpen de orde te handhaven (Stadsarchief Aalst).

In Antwerpen komen al op 16 november, 5 dagen vroeger dan voorzien, de eerste Belgische soldaten aan op de Scheldekaai.

De Duitse militaire gouverneur van de stad laat op 14 november het Belgisch Groot Hoofdkwartier weten dat zijn troepen ’s anderendaags de stad zullen hebben verlaten. Hij vraagt om zo snel als mogelijk Belgische troepen te sturen om onlusten in dit machtsvacuüm te vermijden.  

Iedereen wil deze Belgische soldaat even kunnen aanraken (Stadsarchief Antwerpen).

Als de Belgen aankomen barst, zoals overal, een gigantisch feest los.

De troepen van de  2de Legerafdeling zetten overal controleposten op,  er zijn nog grote munitievoorraden in de stad zijn wat de situatie gevaarlijk maakt.

Een dag later is het feestgedruis in Antwerpen nog niet voorbij, zoals hier op de Meir. Er wordt die dag een groot Vredesfeest georganiseerd (Stadsarchief Antwerpen).

Ook in Kruibeke komt er die dag veel volk op straat voor de viering van de Vrijheidsfeesten ( collectie Heemkundige Kring Wissekerke).

In Brussel is er op 19 november, als de laatste Duitse soldaten de stad verlaten, een grote explosie in het Zuidstation, gevolgd door een reeks kleinere explosies.  

Het station staat vol met wagons met voorraden, maar ook met munitie. Zoals eerder in Antwerpen begint men hier ook op grote schaal te plunderen en enkele plunderaars zijn onvoorzichtig ..... Al beweert de propaganda dat het zou gaan om een door de Duitsers gelegde mijn.

Er vallen zeker 12 doden en 17 gewonden, plunderaars én mensen van het Rode Kruis, die na de eerste explosie te hulp kwamen snellen.

Op 22 november doen de koning en de koningin, met hun kinderen, hun intrede in Brussel. Op 30 november volgt de laatste 'Blijde Intrede' in Luik.

"Duits berouw: Wel, het heeft niets opgebracht. Deze keer niet ..." ( uit John F. Knott, War Cartoons, New York, 1918).

Beste lezer, dit is de laatste aflevering van de reeks waarin we het einde van de Eerste Wereldoorlog dag na dag hebben opgevolgd. In de komende weken en maanden mag u nog artikelen verwachten over de gevolgen van dit conflict dat de wereld ingrijpend door elkaar schudde. Wij danken u voor uw belangstelling.

Wapenstilstand dringt door tot in Oost-Afrika

De Duitse generaal Paul von Lettow-Vorbeck, die nog altijd een guerrillastrijd in Oost-Afrika voert, heeft dan toch het nieuws van de wapenstilstand vernomen.

Lettow-Vorbeck houdt al de hele oorlog met zijn koloniale Schutztruppen stand tegen een grote overmacht van Geallieerde koloniale troepen.

Nadat een groot deel van de Schutztruppen in Duits Oost-Afrika waren uitgeschakeld, ontkwam Lettow-Vorbeck een jaar geleden naar Portugees Oost-Afrika (nu Mozambique).

Een tekening van Lettow-Vorbeck en een gedicht te zijnen ere (uit Lustige Blätter, nr 33, 1918).

Enkele weken geleden wist hij langs het Nyassameer (het huidige Malawiweer) onverwachts op te rukken naar Noord-Rhodesië (nu Zambia).  Daar voerde hij nog een paar succesvolle aanvallen uit. Eergisteren, de dag nà de wapenstilstand, wist hij nog de stad Kasama te veroveren.

Vandaag zag hij iemand met een witte vlag naderen. Een Britse magistraat in Noord-Rhodesië overhandigde hem een brief van de Zuid-Afrikaanse generaal Jacob van Deventer, de bevelhebber van de Geallieerde strijdmacht.

Lettow-Vorbeck en zijn troepen als kwelduivels van de Britten in Oost-Afrika (Lustige Blätter, nr 33, 1918).

Lettow-Vorbeck heeft zo kunnen vernemen dat er een einde is gekomen aan de vijandelijkheden en dat ook in Afrika de strijd moet ophouden.

De Duitse troepen in Afrika zullen niet krijgsgevangen worden gemaakt als ze zich overgeven. Ze zullen naar Europa worden teruggebracht.

Lettow-Vorbeck zou nu bereid zijn zich over te geven. Op dit moment beschikt hij nog maar over 140 Duitse militairen en iets meer dan duizend askari’s (inheemse zwarte soldaten).

Nadat hij het nieuws vernomen heeft, begeeft Lettow-Vorbeck zich met zijn troepen in alle kalmte naar Abercorn bij het Tanganyikameer, waar hij zich op 25 november eervol overgeeft.

Als hij in maart 1919 naar Duitsland terugkeert, wordt hij in Berlijn als een held onthaald..