© IWM (Q 7122)

15-10-1918: opnieuw forse geallieerde terreinwinst in België

Op 15 oktober boeken de geallieerden opnieuw forse terreinwinst in België, de Belgen staan voor Torhout, de Britten nemen Menen en Wervik in. En de Italianen rukken op in Albanië.

Op 15 oktober wordt het offensief verder gezet, gesterkt door het succes van de voorgaande dag. De verdeling van de geallieerde troepen over het front blijft hetzelfde: de Groepering Noord bestaat uit Belgische troepen, het centrum uit Franse, de Groepering Zuid opnieuw Belgen en ten slotte het Tweede Britse Leger.

Belgische brugers samen onderweg op de baan van Kortemark naar  Torhout (KLM). Beginfoto, enkele vrouwen in Heule kijken nieuwsgierig naar een door de Duitsers vlakbij hun huis achtergelaten mitrailleur

De Belgen in het noorden rukken vrij gemakkelijk op voorbij Kortemark en bereiken hun objectief op minder dan een kilometer voor Torhout.

Belgische gewonden in een hospitaal, waarschijnlijk in De Panne. Alles wijst er op dat ze nog maar pas zijn aangekomen en omgekleed, hun kleren liggen slordig naast en onder hun bed (Archief Koninklijk Paleis).

In het centrum kennen de Fransen wisselend succes. Het noorden van dit frontdeel is succesvol en kan de spoorlijn Torhout-Roeselare bereiken in het verlengde van de Belgen links van hen. Maar rond Roeselare slagen de Fransen er niet in vooruitgang te boeken. Beveren wordt verschillende keren veroverd maar moet telkens weer prijs gegeven worden aan de Duitsers. Op het einde van de dag blijft dit dorp in Duitse handen.

Belgische cavallerie in het spoor van de terugtrekkende Duitsers op de weg van Gits naar Kortemark (KLM).

Ongeveer een gelijkaardig verhaal speelt zich af in de Groepering Zuid. Waar de Belgen aansluiting hebben met de Fransen, wordt geen vooruitgang geboekt. Maar in het zuiden van deze groepering lukt het de Belgen een enorme sprong van zeven kilometer te maken tot aan Bavikhove.

Ook vandaag zijn weer veel krijgsgevangenen genomen, het is opvallend hoe jong deze Duitsers er uitzien (KLM).

Ook de Britten veroveren heel wat terrein. In het zog van de Belgen veroveren zij Gullegem, Heule, Menen en Wervik. En ze slagen er in om een belangrijk bruggenhoofd te werpen over de Leie nabij Wervik.

In Heule verzorgt een Britse militair een jonge, gewonde vrouw in een eerstehulppost. © IWM (Q 7121)

Vader en zoon leven nog !

Bij een vroegere Duitse verpleegpost in Roeselare vraagt een Franse soldaat inlichtingen aan de man te paard. De man is Camiel Lamsens, achter hem zit zijn zoontje André.

Camiel is in 1914 met zijn zoon in Roeselare achtergebleven, zijn vrouw Leonie Vandeputte is met hun vijf andere kinderen naar Frankrijk gevlucht en vond er onderdak in de buurt van Laval.

De foto verschijnt in meerdere Franse kranten en zo ontdekt Leonie dat haar man en zoon nog leven!

Ruim vier jaar lang zijn de meeste Belgische soldaten gescheiden gebleven van hun familie, maar sommigen van hen zin nu al dicht bij huis. Deze Belgische soldaat heeft na een lange scheiding zijn vrouw en kind teruggevonden!

Kranten over 15 oktober 1918

De Belgische Standaard, uitgegeven in Den Haag, brengt vanzelfsprekend de terreinwinst in België. The Washington Times heeft meer aandacht voor het hernieuwde Amerikaanse offensief in de Argonne-Maas, maar meldt ook dat er 85 mensen in Washington op 15 oktober gestorven zijn aan de Spaanse griep, de piek van de epidemie zou er wel voorbij zijn. In Montréal zijn er 2.000 nieuwe gevallen bijgekomen op 1 dag en 153 sterfgevallen.

De grootste Amerikaanse militaire begraafplaats in Europa

De Amerikanen, samen met de Fransen, zijn in de Argonne-Maas niet alleen opnieuw in de aanval gegaan, na een ingrijpende reorganisatie van hun troepen.

Zij zijn ook begonnen met de aanleg van een grote begraafplaats in de streek. Want de verliezen lopen al erg hoog op, het jonge leger leert tegen een hoge kostprijs de lessen van de moderne oorlog.

De begraafplaats in Romagne-sous-Montfaucon zal uiteindelijk de grootste Amerikaanse begraafplaats in Europa worden. Er liggen 14.246 militairen begraven ( beelden NARA).

Italianen boeken vooruitgang in Albanië

In Albanië hebben de Italianen de stad Tirana in het midden van het land veroverd.

Gisteren betraden ze Durazzo (Durrës), de grootste havenstad van het land, die twee weken daarvoor door een Italiaanse vlootaanval was verwoest.

De ineenstorting van het front met Bulgarije, eind september, was voor het Italiaanse leger op de Balkan een gelegenheid om vanuit het zuiden van Albanië op te rukken.

Beschadigde Oostenrijkse schepen in de haven van Durazzo ( uit L'Illustrazione Italina, 1918).

De Oostenrijks-Hongaarse legers, die het grootste deel van Albanië bezet hielden, kunnen nauwelijks weerstand bieden. Hun bevelhebber, de bekwame generaal  Karl von Pflanzer-Baltin, zit met troepen die getroffen zijn door malaria en totaal ontmoedigd zijn. Bovendien riskeert hij te worden ingesloten door de geallieerde legers die ten oosten van Albanië Servië bevrijden. Hij heeft dat ook een geleidelijke terugtocht naar het noorden bevolen.

 Karl von Pflanzer-Baltin, in het midden, bij zijn benoeming tot generaal, midden een groep Oostenrijkse officieren (Oostenrijkse Nationale Bibliotheek).

Eindoffensief 1918