19-10-1918: Brugge en Kortrijk worden bevrijd, de vooruitgang van de Belgische divisies verloopt spectaculair

Op 19 oktober 1918 rukken de Geallieerden verder op in België. De Belgen nemen Brugge in en bereiken de grens met Nederland. De Britten zijn in Kortrijk. De Amerikaanse president Wilson luidt doodsklok voor Oostenrijk-Hongarije

Belgische troepen zijn om 11 uur in de voormiddag onder klokkengelui Brugge binnengemarcheerd. Enkelen waren al vroeger hun familie in de stad komen bezoeken. De laatste Duitsers hadden de stad al heel vroeg ontruimd. De straten hingen vol met Belgische vlaggen en vlaggen van de bondgenoten. De soldaten zijn uitbundig verwelkomd.

Aankomst van de Belgen in Sint-Andries Brugge (Stadsarchief Brugge – www.erfgoedbrugge.be). Beginfoto, Belgische soldaten marcheren door Brugge (NARA).

Er is niet alleen euforie, her en der in de stad wordt ook wraak genomen. Huizen van mensen, die te nauw met de Duitsers hebben samengewerkt, worden geplunderd, hun huisraad in stukken geslagen. Vrouwen, die met de Duitse bezetter hebben aangepapt, wordt het haar afgesneden.

Een menigte voor het huis van een Duitsgezinde in Brugge dat kort en kleingeslagen wordt (KLM).

De Duitse troepen trekken  zich versneld terug. Her en der organiseren ze weerstandsnesten om deze aftocht te dekken en de opmars van de geallieerden te vertragen. Tot grote gevechten komt het niet, enkel schermutselingen met deze weerstandsnesten die tamelijk snel door de Duitsers worden opgegeven.

Een vrouw biedt een Belgisch soldaat iets te eten aan (Stadsarchief Brugge – www.erfgoedbrugge.be).

De opmars van de geallieerden is dan ook zeer groot: twaalf kilometer voor de Fransen in het centrum van de Legergroep Vlaanderen. In het zuiden van de legergroep boeken de Britten beperkte terreinwinst. Ze bevrijden wel Kortrijk en Rollegem.

Britse militairen en terugkerende vluchtelingen in een buitenwijk van Kortrijk (Beeldbank Kortrijk).

De vooruitgang van de Belgische divisies is spectaculair. Niet alleen Brugge wordt bevrijd, de volledige kust tot aan de Nederlandse grens is nu in Belgische handen. Deze aanzienlijke terreinwinst dient niet te verbazen: de Duisters hadden het gebied eerder verlaten.

De Belgische Cavaleriedivisie krijgt de opdracht om de infanterie voorbij te steken en de Duitsers van nabij te achtervolgen. Doel is om zo snel mogelijk naar het Afleidingskanaal van de Leie (het Schipdonkkanaal) op te rukken waar de Duitsers het gros van hun troepen in een defensieve, sterke stelling hebben gebracht.

Net voor hun vertrek uit Kortrijk hebben de Duitsers de brug bij de Broeltorens opgeblazen, de schade aan de torens is relatief beperkt gebleven (Beeldbank Kortrijk).

De noordelijke colonne van de Belgische cavalerie stuit te Burkel (Maldegem) op Duitse weerstand. Twee eskadrons van het 1ste Regiment der Gidsen zullen deze weerstand breken met een cavaleriecharge met blanke sabel en gesteund door twee auto-mitrailleurs. De Duitsers zijn uit hun lood geslagen door deze onstuimige stormloop en hun positie wordt dan ook veroverd.

Het elan van de charge gaat drie kilometer verder waar op een tweede weerstandsnest  wordt gestoten. De auto-mitrailleurs zijn echter uitgeschakeld en de tweede positie wordt te voet veroverd. Het is verbazingwekkend dat deze stormloop met het blanke zwaard tegen mitrailleursnesten weinig verliezen maakt: ‘slechts’ zes gidsen sneuvelen, een ruiter is vermist en vijftien anderen zijn gewond.

Een schilderij van de "charge van Burkel", naar verluidt de laatste cavaleriecharge in West-Europa.

Fransen aan de Donau

Het Franse leger op de Balkan heeft de Donau bereikt bij Vidin. Vidin ligt in het uiterste noordwesten van Bulgarije. De grote stroom vormt er de grens met Roemenië.

Op de Donau lag een Oostenrijks-Hongaarse kanonneerboot die meteen door de Franse artillerie werd beschoten.

Ten oosten daarvan heeft het Servische leger Zaječar bereikt, een belangrijke Servische stad op de Bulgaarse grens. Ten noorden van Niš zijn de Servische troepen in gevecht geraakt met Duitse troepen.  

Franse koloniale troepen, Marokkaanse Spahi's, op weg naar Vidin

Wilson luidt doodsklok voor Oostenrijk-Hongarije

De Amerikaanse president Wilson heeft nu ook de vredesnota van Oostenrijk-Hongarije beantwoord.

Het antwoord, dat via de Zweedse gezant in Washington naar Wenen werd gestuurd, moet een zware teleurstelling betekenen.

"De laatste stuiptrekkingen van de Oostenrijkse middeleeuwen, de minderheden in het rijk zien de zon voor hen opkomen" (La Domenica Illustrata, oktober 1918).

Net als Duitsland beroept Oostenrijk-Hongarije zich op de Veertien Punten die Wilson zelf begin dit jaar had voorgesteld. Vooral punt 10 is hier belangrijk: “De volkeren van Oostenrijk-Hongarije moeten de meest vrije mogelijkheid tot autonome ontwikkeling krijgen”.

De “Keizerlijke en Koninklijke Regering” ging daarmee akkoord en is bereid haar volkeren autonomie te geven binnen een federatie. Keizer Karel heeft daarover zopas een “volkerenmanifest” over bekendgemaakt.

De keizer en keizerin Zita verwelkomen een groep Weense kinderen bij hun terugkeer uit Hongarije, waar ze een "versterkende" vakantie hebben gekregen; de voedselsituatie in Wenen was ronduit desastreus (Österreichs Illustrierte Zeitung, 6-10-1918).

Wilson laat nu echter weten dat dit punt voorbijgestreefd is. De Verenigde Staten hebben inmiddels de Tsjecho-Slovaakse Nationale Raad als oorlogvoerende regering erkend. Dat houdt in dat die regering zelf over het lot van de Tsjecho-Slovaakse volkeren kan beslissen. Ook erkennen de VS het recht op vrijheid van de Joegoslaven.

“De president heeft dus niet meer de vrijheid om eenvoudige ‘autonomie’ van die volkeren als een voorwaarde voor vrede te aanvaarden.“  Het zijn die volkeren zelf die hun toekomst moeten bepalen.

In het midden Tomas Tomáš, de voorzitter van de voorlopige Tsjecho-Slovaakse regering, tijdens een bijeenkomst van Midden-Europese volkeren in Philadelphia eind oktober 1918. De "Vrijheidsklok" werd speciaal voor de gelegenheid gegoten.

Daarmee laat Wilson toe dat Oostenrijk-Hongarije uiteenvalt in een aantal onafhankelijke staten. De laatste hoop om de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie te behouden lijkt daarmee vervlogen. Volgens sommige kranten bestaat die monarchie eigenlijk niet meer.

Precies gisteren heeft de Tsjecho-Slovaakse voorlopige regering in Parijs een onafhankelijkheidsverklaring van Tsjecho-Slovakije  uitgeroepen. De verklaring eist uitdrukkelijk het recht op van de Tsjechische en Slovaakse broedervolkeren om zich van de Habsburgse monarchie af te scheiden.

Links, "De Oostenrijker vecht, de Tsjech eet"; rechts, "Het Tsjechische gevaar" (uit het Duitse Simplicissimus, 12-3 en 7-5-1918)

In feite willen de vele volkeren van Oostenrijk-Hongarije niet dat ze tot de verliezers van de oorlog worden gerekend. Door zich af te scheiden kunnen ze zich aan de kant van de overwinnaars scharen.

De Joegoslavische Nationale Raad in Zagreb zegt nu dat de Oostenrijks-Hongaarse monarchie bij vredesbesprekingen niet in naam van de Zuid-Slavische volkeren van de monarchie mag spreken.  En in Hongarije wordt openlijk over afscheiding van Oostenrijk gesproken. Zelfs de Duitse (Duitstalige) Oostenrijkers zetten stappen voor een eigen nationale vergadering.

Zoals een Duitse krant opmerkt bestaat het Habsburgse rijk eigenlijk al niet meer

"De Tsjechen en de Polen de zwakke zuilen van het Oostenrijks-Hongaarse rijk, alleen de Duitse burger en boer houden het recht" (Kikeriki, 17-2-1918).

Kranten over 19 oktober 1918

De Oostenrijks kranten berichten pas met 2 dagen vertraging over het negatieve antwoord van Wilson, zoals de Arbeiterzeitung, die op 21 oktober ook meldt dat de Tsjecho-Slovaakse parlementsleden in het land zich ook voor onafhankelijkheid hebben uitgesproken.

Het hoofdpunt van de Illustrierte Kronenzeitung een dag eerder is de sluiting van alle openbare gelegenheden in Wenen omwille van de Spaanse griep, die nu zwaar toeslaat in de hoofdstad.

De New York Tribune meldt ten onrechte dat de Geallieerden al in Gent zijn. Nog volgens de krant is het hoogtepunt van de griepepidemie in de stad voorbij.

Er zijn nu al 2 miljoen Amerikaanse soldaten in Frankrijk, genoeg volgens The Seattle Star om van Chicago tot New York een doorlopende rij te vormen.

"Een fotografisch record"

Het Parijse Excelsior pakt trots uit met een record: een foto van een uitbundig bevrijd Rijsel die pas de middag voordien was gemaakt. Gezien een negatief toen nog fysiek op de drukkerij aanwezig moest zijn om gedrukt te kunnen worden, was dat inderdaad vrij snel. De eerste foto's van het op dezelfde dag bevrijde Douai kon de krant pas twee dagen later tonen.