Meest recent

    De revolutie van 1917 spookt nog steeds in Rusland

    De revolutie van 1917 wil men in Rusland liefst vergeten, maar Stalin, het kind van de revolutie, blijft onverminderd de held die de grootheid van het land heeft gered. En zijn harde repressie ...

    opinie
    Wim Coudenys
    docent Russische (cultuur) geschiedenis aan de KU Leuven

    In de nacht van 6 op 7 november 1917 – 25 oktober in Rusland – drongen enkele revolutionairen het Winterpaleis in Petrograd binnen en arresteerden de leden van de Voorlopige Regering.

    Van een massale bestorming, zoals Eisensteins iconische film Oktober (1927, zie ook beginfoto) suggereerde, was absoluut geen sprake. Wat de jubileumfilm evenmin vertelde was dat de bolsjewieken slechts dankzij brutaal geweld en gewiekste propaganda aan de macht waren kunnen blijven.

    En de film moest de mythe helpen creëren van de Oktoberrevolutie als het hoogtepunt van een lange revolutionaire traditie die in Rusland een eind had gemaakt aan de kapitalistische uitbuiting van de werkende mens. Voorwaar een dubieuze claim.

    Viering van de 300e verjaardag van de Romanov-dynastie in Petrograd

    Rond het midden van de 19e eeuw raakte de Russische intelligentsia geobsedeerd door de kloof tussen ’s lands elite, geïncarneerd door een autocratische tsaar, en de gewone Rus, in overgrote meerderheid boeren die in middeleeuwse omstandigheden, inclusief horigheid, moesten leven.

    De afschaffing van de lijfeigenschap (1861) en de industrialisering van het land op het eind van de 19e eeuw veranderden hieraan weinig. De tsaar hield halsstarrig vast aan zijn goddelijke almacht, de gewone man bleek moeilijk te mobiliseren voor ideeën die verder gingen dan onmiddellijk eigenbelang.

    En het was niet dat de intelligentsia geen moeite deed: populisten waren in de jaren 1870 naar het platteland getrokken om het volk zelfrespect bij te brengen, maar werden door de achterdochtige boeren weggejaagd; terroristen pleegden aanslagen op hoogwaardigheidsbekleders en de tsaar (met succes in 1881), wat tot een ‘war on terror’ avant-la-lettre leidde.

    Marxisten, die namens de (weinige) arbeiders spraken, ruzieden over de te volgen strategie: geleidelijk invloed winnen, zoals de sociaaldemocraten in het Westen, of op een proletarische revolutie aansturen, zoals de meerderheid (bolsjewieken in het Russisch) wilden.  

    Tekening van de succesvolle aanslag op tsaar Alexander II in 1881

    De zaken raakten in een stroomversnelling in 1905, toen na een desastreuze oorlog met Japan de (arbeiders)bevolking van Sint-Petersburg op straat kwam voor meer sociale en politieke rechten.

    Politiegeweld tegen de betogers – de eerste ‘Bloody Sunday’ uit de geschiedenis – kon de revolutie niet stoppen; dat lukte wel met papieren toegevingen – een grondwet en een Kamer van Volksvertegenwoordigers (Doema), zonder dat aan de almacht van de tsaar bleef geraakt – en, toen de gemoederen waren bedaard, een ongeziene repressie.

    Hallucinant in deze atmosfeer van gefnuikte verwachtingen was de viering van de 300e verjaardag van de Romanovdynastie in 1913, toen Nicolaas II zich als een middeleeuwse potentaat door analfabete boeren en verstokte monarchisten liet toejuichen.  

    De autocratie wurgt het Russische volk en de Doema, het nieuwe parlement, is machteloos; karikaturen van circa 1906

    De revolutie van 1905 zou later als een generale repetitie voor 1917 worden bestempeld – "Pantserkruiser Potjomkin" speelde zich ook toen af, – maar dat besef drong nog niet door tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het Russische keizerrijk streed toen aan de zijde van de Geallieerden.

    Initieel boekten de Russen successen, wat hen het epitheton ‘de Russische pletwals’ opleverde; toen de machine begon te sputteren, werden ze door hun bondgenoten voor dommekracht en een blok aan het been versleten. De toestand in Rusland zelf was weinig bemoedigend. Het oostfront was driemaal zo breed als het westfront en de bevoorradingslijnen waren eindeloos lang; alle middelen gingen naar de oorlogsvoering en de overheid bleek niet in staat om de bevolking te voeden.

    In 1915 nam de tsaar, tegen beter weten in, het opperbevel op zich, waardoor hij meteen ook verantwoordelijk werd voor het militaire falen. De wilde verhalen over de invloed van Raspoetin en de van origine Duitse tsarina op ’s lands politiek deden de rest. Op 1 november 1916 vroeg de liberaal Pavel Miljoekov zich in de Doema af of het Russische beleid ‘dwaasheid, dan wel verraad’ was.  

    Maart 1917: revolutionaire militairen in Petrograd hebben de gevangenen bevrijd en een gevangenis in brand gestoken

    Drie maanden later kwam de oorlogsmoeë bevolking van Petrograd op straat. De (wapen)fabrieken gingen plat, de bevolking eiste brood. De Februari­revolutie was begonnen.

    Het regime was ondertussen zo uitgehold geraakt dat het parlement en de legertop de tsaar adviseerden om op te stappen, als het Heilige Rusland hem werkelijk lief was. De tsaar deed troonsafstand; het parlement vormde een Voorlopige Regering, die echter moest opboksen tegen arbeiders- en soldatenraden die eveneens de macht claimden.

    En ondertussen viel het land ten prooi aan geweld, moorden en plunderingen: de finale afrekening met ’s lands elite door Ivan met de pet leek begonnen. In een poging om democratische legitimiteit te winnen, liet de Voorlopige Regering dissidenten terugkeren uit ballingschap (waaronder Lenin), schafte de censuur en het verbod op vrije vergadering af, verleende arbeiders en soldaten verregaande privilegies en kondigde grondwetgevende verkiezingen aan.

    De symbolen van het tsarisme – dubbelkoppige adelaar en tsarenhymne – maakten plaats voor de rode vlag en Marseillaise.

    Opstandige soldaten in de straten van Petrograd, maart 1917

    De westerse bondgenoten, die er zelf niet over peinsden om in volle oorlog de staat van beleg op te geven of verkiezingen te organiseren, juichten de revolutie toe. Ze erkenden prompt het nieuwe regime en stuurden socialisten naar Rusland die hun geestesgenoten ervan moesten overtuigen om toch maar in de oorlog te blijven.

    Deze spreidstand kon de Voorlopige Regering onmogelijk volhouden. Een mislukt offensief in juli, een poging tot militaire coup in september, en vooral het niet aflatende gestook van de bolsjewieken, met Lenin voorop, ondermijnden het gezag van het voorlopige bewind. Hoeft het te verwonderen dat de bolsjewieken op weinig weerstand stootten, toen ze op 25 oktober de macht grepen?  

    De tegenstanders van de nieuwe machtshebbers: de legertop, het kapitaal, de clerus en de grootgrondbezitter (Sovjet-propagandaposter, 1918-21)

    Van meet af aan onderscheidden de nieuwe machthebbers zich door hun populisme, meedogenloosheid en radicalisme, en dat alles overgoten met een gewiekste propaganda.

    Ze speelden in op de verzuchtingen van de bevolking door vrede te sluiten met de Centrale Mogendheden (maart 1918), ten koste van gigantisch grondverlies (inclusief Oekraïne, de Krim en de Baltische landen) en eeuwige verachting door de Geallieerden.

    Vervolgens zetten ze bevolkingsgroepen tegen elkaar op (‘klassenstrijd’) en ontketenden een nietsontziende terreur tegen (vermeende) tegenstanders. Dit ontaardde in een wrede burgeroorlog, buitenlandse interventies en een verschrikkelijke hongersnood.

    Propagandaposters van de tegenstanders van de bolsjewieken tijdens de burgeroorlog, van links naar rechts: de witte ridder zal de rode draak verslaan, 'brood en vrede' volgens de bolsjewieken, en de 'jood' Trotski als bloedduivel.

    Dat de bolsjewieken – de ‘roden’ – uiteindelijk het pleit wonnen, hadden ze te danken aan een grotere vastberadenheid en vooral een beter propaganda­verhaal dan hun ‘witte’ tegenhangers of buitenlandse belagers. Geef toe: een lichtende toekomst, waarin iedereen zou werken volgens vermogen en krijgen volgens behoefte, klonk stukken beter dan een ‘herstel van de oude orde’.

    In de praktijk bleek het nieuwe bewind nogal pragmatisch: als het geweld en de ellende contraproductief dreigden te worden, ging het temporiseren. In 1921, bijvoorbeeld, introduceerde het een Nieuwe Economische Politiek met kapitalistische trekjes, kwestie van de economie weer op de sporen te krijgen.

    In 1928 maakte Stalin hieraan een einde: voor het Eerste Vijfjarenplan, dat Sovjet-Rusland op weg naar het communisme moest zetten, werd teruggegrepen naar de antagonistische technieken van de revolutie en de burgeroorlog. Het zaad van de Stalinistische terreur was inderdaad in 1917 gezaaid, maar het zou tot na de val van het communisme in 1991 duren voor men dat in Rusland zou toegeven.  

    Poster schetst de voorziene groei van het aantal staats- en collectieve boerderijen tijdens het Eerste Vijfjarenplan  (National Library of Scotland)

    Ook vandaag waart het spook van 1917 nog door Rusland.

    De revolutie wordt resoluut verworpen, omdat ze het Russische Imperium ten gronde heeft gericht. Tegelijkertijd echter dwepen patriottische Russen met de nagedachtenis van Stalin, omdat hij als overwinnaar uit de Tweede Wereldoorlog kwam en de Sovjet-Unie tot een wereldmacht maakte.

    De stalinistische repressie wordt verzwegen, of goedgepraat als de prijs die nu eenmaal moest worden betaald voor Ruslands grootheid. President Poetin kijkt toe, en ziet dat het goed is.  

    Stalin naast de vader van de revolutie, Lenin

    ---

    VRT Nieuws wil op VRTNWS.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.