24-10-1918: Italië in het offensief

Op 24 oktober 1918 zet het Italiaanse leger een groot offensief in tegen het Oostenrijks-Hongaarse leger. De dood van spionne Louise de Bettignies raakt bekend. En het Belgische vorstenpaar verhuist.

Langs het grootste deel van het Italiaanse front zijn de Italianen een groot offensief begonnen.

Dat gebeurt precies één jaar na het begin van de slag bij Caporetto, waarbij het Italiaanse leger een zware nederlaag leed en zich moest terugtrekken achter de Piave in de streek van Venetië.

"Aan de Piave wordt beslist over het leven en de eer van het Vaderland" , propagandapostkaart, 1918 (Wikimedia). Beginfoto, Italiaanse mitrailleurspost op de Monte Grappa.

 

In de nacht voor de aanval landden Italiaanse en Britse troepen op Papadopoli, een eiland in de  zwaar door de regen gezwollen Piave, waar ze het kleine Oostenrijks-Hongaarse garnizoen overrompelden. Andere eilandjes in de rivier werden eveneens bezet, terwijl de andere oever onder artillerievuur lag. Dit is een eerste stap voor het oversteken van de rivier.

Italiaanse en Britse troepen steken over naar het eiland Papadopoli in de Piave

Tegelijk is in de bergen bij de Monte Grappa een zware aanval begonnen, voorafgegaan door zware beschietingen. Het Oostenrijks-Hongaarse leger weet stand te houden. Overal bemoeilijkt het slechte weer de gevechten.

De Italianen zetten  51 divisies in, bijgestaan door 3 Britse, 2 Franse en 1 Tsjecho-Slovaakse divisie, plus een Amerikaan regiment. Samen meer dan een miljoen man. Daartegenover staan 57 Oostenrijks-Hongaarse divisies.

Italiaanse troepen gaan in de aanval op de flanken van de Monte Grappa

De Italiaanse aanval komt onverwacht. De Geallieerden hadden de voorbije maanden meermalen aangedrongen op een offensief, als ondersteuning voor de offensieven aan het Westelijk Front en op de Balkan. Maar de Italiaanse regering en generaal Diaz, de Italiaanse stafchef, toonden zich weigerachtig.

Blijkbaar wil Italië nu profiteren van de wankelende positie waarin Oostenrijk-Hongarije verkeert. De regering in Wenen heeft om een wapenstilstand gevraagd en rekende niet meer op zware gevechten. Voor het wegkwijnende Habsburgse rijk een ramp te meer.

Oostenrijkse foto van de overgang naar Papadopoli in de rivier de Piave. "Reservat" betekent dt de foto niet gepubliceerd mocht worden (Kriegspressequartier Alben 1914-18, Oostenrijkse Nationale Bibliotheek).

"Niets te melden van het Belgische front ..."

De Fransen verstevigen hun positie op de rechterover van de Leie tussen Deinze en Waregem bescheiden. Ze hebben nu Machelen-aan-de Leie en Olsene in handen tot aan de steenweg van Deinze naar Kortrijk. In Machelen is zeer zwaar, van huis tot huis, gevochten.  Daar zouden ook zo'n 100 burgers zijn omgekomen.

De Duitsers vallen, zonder succes, de Belgische stellingen aan te Strooibrug (Maldegem) en Balgerhoeke.

Het officiële communiqué zegt dat er in de Legergroep Vlaanderen niets bijzonders te melden valt.

Cyrille Van Driessche, overleden in Maldegem op 24 oktober 1918, ten gevolge van een granatscherf in zijn borst. In 1914 had hij als vrijwilliger dienst genomen.

Maar: Charles Bresseleers, Julien Carion, Jean Cheron, Henri Cuylaerts, Edmond Delaruelle, Maxime Debal, Constant Grisay, Leon Gyselinck, Jean Hoefmans, Ernes Joniaux, Franciscus Meyers, Arnold Peters, Firmin Remiche, François Smits, Prosper Stoffelen, Gaston Taillandier, Cyrille Van Driessche, Leon Vanderheeren, Theodoor Vermeiren en Jan Wauters. Allemaal Belgische militairen die deze dag sneuvelen. ‘Niets bijzonders te melden’ heeft op de hoofdkwartieren een andere invulling dan aan het front.

Koninklijke familie verlaat De Panne

Koningin Elisabeth en koning Albert hebben vanmorgen definitief de Koninklijke Villa in De Panne verlaten. Daar hebben ze de voorbije 4 jaar het grootste deel van de tijd verbleven. Hun nieuwe verblijf wordt het kasteel van Loppem in Brugge, veel dichter bij het front.

Ook het Belgische militaire hoofdkwartier is van Houtem verhuisd naar Beernem.

Een dag voor het vertrek liet de koningin nog een aantal foto's maken van de bescheiden villa, waaraan ze gehecht was geraakt. Hier onder de koningin in haar bureau (Foto's Archief Koninklijk Paleis) Elisabeth is trouwens later naar de villa terguggekeerd en heeft er nog een groot deel van de winter 1918/1919 verbleven. 

Dood van spionne Louise de Bettignies gemeld

In de Noord-Franse stad Rijsel heeft de moeder van Louise de Bettignies bekendgemaakt dat haar dochter vorige maand overleden is in Duitse gevangenschap. Ze was 38 jaar.

Louise de Bettignies, een telg van een oude Franse adellijke familie, werkte in het begin van de oorlog als verpleegster in Rijsel. Begin 1915 ging ze voor de Britse inlichtingendiensten werken. Ze richtte het netwerk “Alice” op, dat een tachtigtal medewerkers had, ook in België. Dat verzamelde inlichtingen over het Duitse leger en liet ook honderden Britse militairen ontsnappen naar Nederland.

Links, Louise de Bettignies als jonge vrouw, rechts, na-oorlogs schilderij van haar in een oorlogslandschap, ze draagt alle eretekens die haar postuum zijn verleend.

In oktober 1915 werd ze nabij Doornik gearresteerd. Op 16 maart 1916 werd ze door een Duitse krijgsraad in Brussel ter dood veroordeeld. Haar straf werd omgezet in levenslang. Die zat ze uit in de vesting Siegburg aan de Rijn. Toen ze ziek werd in de vochtige cel, weigerde de commandant van de vesting haar gepaste verzorging. Onder diplomatieke druk van Spanje werd ze dan toch naar een ziekenhuis in Keulen overgebracht, waar ze op 27 september overleden is.

Monument voor Louise de Bettignies in het atelier van de kunstenaar Real del Sarte in 1927. Naast het beeld staat de vrouw van de Franse generaal van Belgische origine Weygand, die het monument mee hielp financieren. Het monument staat nu in Rijsel (BnF gallica)

Louise de Bettignies is wellicht de meest succesvolle spionne uit de Eerste Wereldoorlog. Een van de vele boeken aan haar gewijd draagt de titel “The Queen of Spies”. In haar geboortestad. Saint-Amand-des-Eaux (niet ver van Doornik) is een museum aan haar gewijd.

De pers over 24 oktober 1918

De Nederlands en fel anti-Duitse krant De Telegraaf volgt de oorlogsgebeurtenissen zoals altijd nauwgezet, maar heeft op zijn voorpagina ook veel aandacht voor de Spaanse griep. In Parijs heeft die de voorbije dagen meer dan 5000 mensen getroffen. Ook in Engeland is de piek van de epidemie ook nog lang niet voorbij.

Het Italiaanse weekblad La Tribuna Illustrata  (20 tot 27-10-1918) zet de Italiaanse opperbevelhebber Diaz op de voorpagina, maar wijdt ook een pagina aan de “bondgenoten van de Spaanse ziekte”, meer bepaald het stof, dat “een krachtige drager van de besmetting” zou zijn.