28-10-1918: de Tsjechen grijpen hun onafhankelijkheid

Op 28 oktober nemen de Tsjechen Praag over en breken met Oostenrijk. Na de aankondiging dat Oostenrijk-Hongarije onvoorwaardelijk een wapenstilstand vraagt, barst in de stad een groot feest los.

De Tsjechische landen (Bohemen, Moravië en Oostenrijks-Silezië) zijn zich nu echt aan het afscheiden van de Oostenrijks-Hongaarse monarchie.

Nadat bekend raakte dat Oostenrijk-Hongarije onvoorwaaardelijk een wapenstilstand vraagt heeft in Praag de bevolking de stad overgenomen. De menigte roept leuzen zoals "Lang leve Wilson!" en "Lang leve Masaryk!" (de Tsjechische leider).

"Wij bieden omiddellijke vrede aan, zonder het resultaat van andere onderhandelingen af te wachten". De kop van het Prager Tagblatt, 28-10-1918.

Tsjechische leden van het Oostenrijkse parlement, die sinds kort een Tsjechische Nationale Raad vormen, hebben bezit genomen van het stadhuis van Praag. In een brief aan de Oostenrijkse gouverneur van Bohemen zeggen ze dat ze het bestuur van de Tsjechische landen overnemen in naam van de Tsjecho-Slovaakse voorlopige regering, die in Parijs zetelt.

Op het stadhuis werd de onafhankelijkheidsverklaring voorgelezen die de voorlopige regering op 18 oktober heeft uitgevaardigd.

De manifestanten hebben het Wenceslas-plein in Praag helemaal ingenomen (Das Interessante Blatt, 14-11-1918)

De bevolking van Praag reageert enthousiast. Een plaatselijk regiment verbroederde met de burgers op straat. Overal worden de symbolen van de Habsburgse monarchie verwijderd en de wit-rode vlag van Bohemen gehesen ( die vlag is identiek aan de Poolse vlag, de huidige Tsjechische vlag dateert van het jaar daarop).

De leeuw van Bohemen verscheurt de Oostenrijks-Hongaarse vlag (Wikimedia).

Vanuit Wenen wordt niets ondernomen. De Oostenrijkse keizer en zijn nieuwe regering hebben de diverse nationaliteiten het recht gegeven zelf over hun toekomst te beslissen.

Betogers trekken over de Karlovy Most, de brug over de Moldau in Praag (Das Interessante Blatt, 14-11-1918).

Maar de miljoenen etnische Duitsers in Bohemen en Moravië stellen zich afwijzend op. Ze eisen het recht op om de gebieden waar ze in de meerderheid zijn te verenigen met een zelfstandig Duits-Oostenrijk. Hun parlementsleden maken trouwens deel uit van de Nationale Vergadering van Duits-Oostenrijk die in Wenen vergadert.

In Oostenrijks-Silezië is er dan weer een grote Poolse bevolkingsgroep die aanhechting bij Polen wil.

"De Tsjechische bouwsteen voor de bouw van het nieuwe Oostenrijk" (uit Jugend, 1918, 2, 409).

Fransen nog stapje verder over de Leie

Aan het front in België beweegt er opnieuw weinig maar is er van beide kanten opnieuw zwaar artillerievuur. Ondervragingen van Duitse krijgsgevangenen en verkenningen van het vliegwezen, wijzen er op dat de Duitsers alles in gereedheid brengen om terug te trekken achter het kanaal Gent-Terneuzen.

In het centrum van de Legergroep Vlaanderen onderneemt de Franse 128ste Infanteriedivisie een succesvolle actie om de spoorlijn Deinze-Kortrijk te bezetten. Ze nemen ook Zulte in. De Franse verliezen zijn  die dag relatief klein: 5 doden en 18 gewonden. De Duitsers tellen 19 gesneuvelden.

In de winter van 1918-1919 schildert Modest Huys de  kapotgeschoten kerk van Olsene, vanop het plein dat nu zijn naam draagt (Collectie Heemkundige Kring van Zulte).

In het zuiden van de legergroep ondernemen de Britten ook geen acties. Generaal Plumer, bevelhebber van het Tweede Britse Leger, profiteert van de kalmte aan het front om zijn troepen te herschikken en de vermoeide eenheden af te lossen.

Twee Amerikaanse divisies, de 37ste (de Buckeye Division) en het 91ste (de Wild West Division) zijn onderweg naar het front in Vlaanderen. Op 28 oktober kantonneren zij in Meulebeke. Hun vuurdoop is niet meer veraf. Ze zullen onder andere de Fransen aflossen.

Bij de strijd aan de Leie hebben de Fransen zware verliezen geleden. Tijdens de gevechten kregen de gesneuvelden een veldgraf. Na de wapenstilstand kregen ze een eervolle laatste rustplaats. Daarvoor stelde de gemeente Machelen in 1919 een stuk grond ter beschikking. 750 gesneuvelden vonden hier een laatste rustplaats en zo is dit de tweede grootste Franse militaire begraafplaats van België, naast Saint-Jean de Potyze bij Zonnebeke (Collectie Heemkundige kring Zulte).

Tot 1980 waren de graven voorzien van zwaardvormige gietijzeren kruisen. Die werden toen vervangen door soberder stenen zerken (Collectie Heemkundige kring Zulte).

44 Fransen die in Olsene sneuvelden werden uitzonderlijk niet naar Machelen overgebracht. Zij kregen een laatste rustplaats op het ereperk van het kerkhof in Olsene. Op de foto hun plechtige begrafenis in aanwezigheid van Franse en Belgische militairen (Collectie Heemkundige Kring Zulte).

Franse parlementslid omgekomen

Een Frans parlementslid, Henri Durre, is omgekomen door Duits mitrailleurvuur in een buitenwijk van Valenciennes. Een collega van hem, Pierre Mélin , raakte zwaargewond. Britse troepen proberen al een week lang Valenciennes in te nemen, maar stuiten op zwaar verzet.

 De twee parlementsleden, allebei socialisten en afkomstig uit Valenciennes, wilden de stad binnenraken toen ze door een Duitse mitrailleur onder vuur werden genomen. Durre was op slag dood. Mélin raakte zwaargewond (hij zal een jaar later aan zijn verwondingen bezwijken).

Duitse paniek in Antwerpen

Onder de kop “Duitse paniek in Antwerpen” brengt de Nederlandse krant  De Telegraaf verslag over de situatie in Antwerpen. Alle Duitsers en Oostenrijkers vluchten uit de stad weg. En ook de Vlaamse activisten, zeker de kopstukken, kiezen het zekere voor het onzekere en verlaten het land.

Links, de huidige toestand van de "Teutoonse" bondgenoten (Brooklyn Daily Eagle, 28-10-1918). Rechts, waarom Duitsland vrede wil (Washinton Times, 28-10-1918).