30-9-1918: politieke crisis in Berlijn, rijkskanselier von Hertling biedt zijn ontslag aan

Op 30 september 1918 aanvaardt de Duitse keizer het ontslag van rijkskanselier graaf von Hertling, de keizer wil een nieuwe regering, die - voor het eerst- op een parlementaire meerderheid moet steunen.

Graaf von Hertling (op de foto boven rechts naast de keizer) heeft de Duitse keizer zijn ontslag aangeboden als rijkskanselier en die heeft dat aanvaard.

Dit ontslag kwam er toen Hertling en minister van Buitenlandse Zaken von Hintze een bezoek brachten aan het Duitse hoofdkwartier in Spa. Wat doet vermoeden dat de Duitse legerleiding – Hindenburg en Ludendorff – een grote rol heeft gespeeld in zijn beslissing.

Karikatuur van graaf von Hertling die met knutsel- en vliegwerk Germania probeert recht te houden. De Amsterdammer, 21-09-1918.

Het is met een zwaar gemoed dat ik van uw verdere medewerking moet afzien”, zo zegt keizer Willem II in een publieke mededeling aan de kanselier waarin hij zijn ontslag aanvaardt.

In dezelfde mededeling doet de keizer een opvallende aankondiging: “Ik wens dat het Duitse volk werkzamer dan tot nu toe aan de toekomst van het vaderland meewerkt. Daarom is het mijn wil dat mannen die steunen op het volksvertrouwen in brede omvang deelnemen aan de rechten en plichten van de regering”.

"De Duitse keizer pokert voor het laatst, maar de dames Beschaving, Rechtvaardigheid en Macht zullen zich niet laten overbluffen" ( uit La Baïonnette, 24-10-1918, BnF Gallica)

Die verhulde uitspraak komt erop neer dat Duitsland een regering moet krijgen die steunt op een meerderheid in de Rijksdag. Dat betekent dat de sociaaldemocraten en het Centrum van de regering deel gaan uitmaken.

De tekening van George Van Raemdonck in De Amsterdammer van 21 september is bijna profetisch: "De conservatieve autocraten van het Pruisische slag ... zijn ten dode opgeschreven".

Duitsland heeft weliswaar een democratisch verkozen parlement, maar van een parlementair regime is geen sprake. De Rijksdag heeft geen invloed op de samenstelling van de regering, die door de keizer naar eigen goeddunken wordt benoemd en tot nu toe vooral uit conservatieve aristocraten en hoge ambtenaren bestaat.

"Von Hertling probeert het Duitse moreel op te krikken"; karikatuur uit The Washington Post, 29-09-1918.

Een meer democratisch Duitsland zou vredesonderhandelingen vergemakkelijken. Zeker als het van de Amerikaanse president Wilson afhangt. En daar lijken de keizer en de Duitse legertop op te gokken.

De tijd tikt snel weg voor de keizer, door de zandloper vloeit steeds meer mankracht weg (The Washinton Times, 20-09-1918, Library of Congress)

De Geallieerde offensieven stoten her en der op zwaar Duits verzet

De vier offensieven die de Geallieerden de voorbije dagen zijn begonnen aan het Westelijk front verlopen niet allemaal even rimpelloos. In het oosten stuiten de Amerikanen op zeer zwaar Duits verzet en ze hebben nog maar amper vooruitgang geboekt. De verliezen bij de onervaren troepen liggen ook erg hoog.

In Vlaanderen zijn na twee dagen intense strijd de fronttroepen vermoeid en moeten dringend afgelost worden. De aanvoer van munitie en bevoorrading loopt vast in de modder veroorzaakt door twee dagen onophoudelijke regen.  Zonder regen en modder is het terrein zo al moeilijk toegankelijk, het is na jaren oorlog een maanlandschap geworden.

Troepen van de Belgische genie op weg naar het front om wegen te herstellen (KLM)

Voor het eerst komen de Fransen in de frontlinie met een divisie. Er worden weliswaar pogingen ondernomen om verder door te breken maar de tweede Duitse verdedigingslijn is te sterk. Weliswaar worden de laatste Duitse stellingen op de Vlaamse Heuvelrug opgeruimd en veroveren de Britten Geluwe.

Pogingen in het noorden om het kanaal van Handzame te overschrijden mislukken.

Belgishe militairen aan de kruising van de weg van Westrozebeke naar Moorslede en de weg van Roeselare naar Ieper (KLM)

Het tijdschrift London Illustrated News maakt intussen een positieve balans van de oorlogsinspanningen van de voorbije twee maanden. Sinds ze op 8 augustus in het tegenoffensief gingen, hebben de Britten ruim 120.000 krijgsgevangenen genomen en 1.400 Duitse kanonnen buitgemaakt .

ILN, 12-10-1918