De raid op Zeebrugge of hoe de Britten van een fiasco een triomf maken

100 jaar geleden, op 23 april 1918, probeerden de Britten de havens van Zeebrugge en Oostende te blokkeren. Het werd een bloedige onderneming zonder succes. Maar toch slaagde de Britse propaganda er in om er een triomf van te maken. Dit weekend vinden herdenkingen plaats. 

Begin 1918 brachten de Duitse U-boten de Britse koopvaardij nog altijd zware verliezen toe. De voedselvoorziening voor Groot-Brittannië werd steeds moeilijker. De Britse marine stond zwaar onder druk om daar iets te doen.  

De door de Duitsers bezette Belgische havens Zeebrugge en Oostende waren allang een doorn in het oog van de Britten. Van daaruit konden de U-boten snel het Kanaal bereiken. Om dat te beletten had de Royal Navy de Dover Patrol ingesteld, een zeestrijdmacht die de ingang van het Kanaal moet bewaken. Maar eind 1917 bleek die de onderzeeërs niet echt tegen te houden. Bovendien werd de Dover Patrol zelf meermalen aangevallen door Duitse torpedoboten vanuit Zeebrugge.  

De bunkers in de Brugse achterhaven waarin de Duitse duikboten een veilig onderkomen vonden (IWM Q 7745)

De Britten willen iets tegen die “kapersnesten” ondernemen, maar wat? De U-boten zelf treffen leek bijna onmogelijk. De onderzeeërs hadden hun basis in met beton overdekte dokken in het binnenland, nabij Brugge, omringd met luchtafweergeschut. Via kanalen konden ze van daaruit de havens van Zeebrugge en Oostende bereiken.

Daarom probeerden de Britten zoveel mogelijk de haveninstallaties te vernietigen. Zeebrugge en Oostende werden voortdurend gebombardeerd met vliegtuigen en met zware kanonnen vanuit zee. Dat leverde weinig op. Een paar keer in 1917 voerden Britse schepen een aanval van dichtbij uit, zonder het gewenste resultaat. Het Duitse Marinekorps Flandern beschermde de havens met een geduchte hoeveelheid zware kanonnen.

De Duitse kanonnen in de duinen bij Zeebrugge © IWM (Q 49120)

Het plan van Keyes

De commandant van de Dover Patrol, viceadmiraal Roger Keyes, ontwikkelde een plan om de ingang van beide havens te blokkeren door er schepen tot zinken te brengen. Maar ook zulke ”blokschepen” zouden kwetsbaar zijn voor het Duitse zware geschut. Vooral voor de (toen) gloednieuwe haven van Zeebrugge was er een probleem.

Die haven was naar de zee toe afgeschermd met een boogvormige havendam van 2,5 km lengte, toen de grootste ter wereld (deze betonnen muur, bekend als de môle, bestaat nog steeds, maar is nu helemaal ingesloten in de nog grotere haven die later werd aangelegd). Om de ingang van de havendokken en het kanaal naar Brugge te bereiken, moest er rond die dam worden gevaren. Voor een vijandelijk schip was dit vrijwel zelfmoord: zowel op de kust als op het uiteinde van de môle stonden kanonnen geplaatst. 

Plan van de haven van Zeebrugge, met de posities van de Britse schepen tijdens de operatie.

Daarom stelde Keyes voor om tegelijk troepen op de havendam te ontschepen. Ze moesten zo mogelijk de kanonnen uitschakelen en hun aanval zou in elk geval de aandacht van de naderende blokschepen afleiden.

Het plan was gewaagd, maar kreeg de goedkeuring van de Britse admiraliteit. Vier compagnies mariniers  - samen 740 man - werden getraind op een landing op de havendam. Ze werden aangevuld met een paar honderd gewapende matrozen.

Voor de landing op de môle werd de oude lichte kruiser Vindictive ter beschikking gesteld, die speciaal hiervoor werd uitgerust. Andere afgeschreven kruisers werden voorbereid als blokschepen, drie voor Zeebrugge en twee voor Oostende. Ze werden ontdaan van hun bewapening en volgestopt met cement en steengruis, zodat ze eenmaal gezonken zware blokken zouden worden.  

De Vindinctive net voor het vertrek naar Zeebrugge

De aanval kon alleen maar lukken bij volkomen verrassing. Daarom moest die in een donkere nacht plaatsvinden.  Er was toen nog geen radar, maar de Duitse kustbatterijen speurden de zee ’s nachts af met grote zoeklichten. Om die te misleiden, werd gebruik gemaakt van rookgordijnen. De Britten ontwikkelden een middel dat op grote schaal kunstmatige mist veroorzaakte.

Op 11 april 1918 vertrok Keyes met een vloot van tientallen grote en kleinere schepen vanuit Dover richting Zeebrugge en Oostende. Alles leek goed te gaan, maar anderhalf uur voordat de aanval moest beginnen, werd de operatie afgeblazen. De wind was vanaf de kust gaan waaien en dat maakte het mistgordijn onmogelijk.

De vloot keerde onverrichterzake terug. Eén snelboot raakte daarbij vermist. Keyes wist niet dat hij nabij Oostende strandde en in Duitse handen viel. Met zware gevolgen, zoals zou blijken.

Het maken van kunstmatige mist (Le Miroir, mei 1918, BnF Gallica)

Het was niet evident om de operatie te hernemen, maar Keyes was koppig en kreeg na aandringen toestemming voor een nieuwe aanval op 22 april. Bovendien zou de landing dan precies op middernacht plaatsvinden. Bij het begin van 23 april, St George’s Day of het feest van Sint-Joris, de patroonheilige van Engeland. Keyes zag er een extra aanmoediging voor zijn mannen in.

Elf dagen na de eerste poging zette de vloot zich opnieuw in beweging. Keyes sloeg op een destroyer voor de kust de operatie gade terwijl een deel van de vloot richting Oostende en een ander richting Zeebrugge voer.

De kapitein van de Vindictive, Alfred Carpenter (derde van rechts), na de operatie, waarbij hij licht gewond werd, tussen zijn officieren. De man had een persoonlijke collectie glasplaten van de operatie, waarmee hij overal in de wereld lezingen gaf.

Zijn glasplaten zijn gepubliceerd in het boek "De Raid op Zeebrugge. 23 april door de ogen van kapitein Alfred Carpenter" van Carl Decaluwé en Tomas Termote (Roularta). Tenzij anders vermeld zijn alle foto's en illustraties bij dit artikel afkomstig uit dat boek.

De landing op de dam

De Vindictive zette koers naar de havendam, vergezeld van twee kleinere schepen, de veerboten Daffodil en Iris, alle met landingstroepen aan boord. Eerst leek alles goed te gaan. De kunstmatige mist verborg de naderende schepen aan het oog van de kustbatterijen.

Wat de Britten echter niet wisten, was dat de Duitsers in de hoogste staat van paraatheid waren. Ze hadden in de gestrande snelboot papieren gevonden waarin de hele operatie werd beschreven!  Ze kenden het tijdstip niet, maar van een verrassing was geen sprake meer. Toen het mistgordijn nader kwam, waren alle zoeklichten in actie en werden lichtkogels afgevuurd, zodat het klaarlichte dag leek.

Enkele minuten voor de landing moest plaatsvinden draaide de wind en werd de mist weggeblazen.  De Duitsers zagen plots een kruiser op enkele honderden meters van de havendam. Het duurde niet lang of de kanonnen barstten los. De Vindictive vuurde terug, maar de Duitse granaten veroorzaakten meteen veel slachtoffers onder de honderden mannen die op het dek stonden.

Het dek van de Vindictive na de aanval. Merk de matrassen die delen van het schip moesten beschermen tegen projectielen. De gepantserde hut rechts verborg een vlammenwerper..

Kapitein Carpenter van de Vindictive had de tegenwoordigheid van geest om zijn schip zo snel mogelijk tegen de havendam te laten varen. De tien meter hoge betonnen muur schermde het grootste deel van de kruiser af tegen het vijandelijke vuur. De troepen moesten nu ontschepen. Maar alles leek mis te lopen.

De Vindictive stond zowat 300 meter verder van het uiteinde van de môle dan gepland, zodat een aanval op de kanonnen problematisch werd. Men slaagde er niet in het schip aan de dam vast te maken. De daarvoor voorziene enterhaken schoven weg op het beton. De ontscheping kon alleen gebeuren omdat de Daffodil met zijn voorsteven de Vindictive tegen de dam duwde.  (Zie het plan van Zeebrugge bovenaan: de zwarte scheepjes duiden de plaats aan waar ze stonden, de witte waar ze hadden moeten staan)

De landingsbruggen van de Vindicive. Rechts een reconstructie van de landing. In werkelijkheid konden maar een paar bruggen echt gebruikt worden.

Slechts een paar van de speciaal daarvoor aangelegde loopbruggen konden worden gebruikt. Daardoor raakten een paar honderd man van de Vindictive op de top van de muur aan wal. Maar ze moesten eerst ladders en koorden gaan halen om langs de andere kant veilig op de begane grond af te dalen. Intussen ratelden de Duitse machinegeweren op de dam…

De veel kleinere Iris was achter de Vindictive komen liggen, maar daar slaagde bijna niemand om op de muur te geraken. Het lukte alleen twee officieren, die snel werden neergemaaid. De troepen op de Daffodil  konden door de bizarre positie van het schip helemaal niet ontschepen.

Tekening van de gevechten aan de binnenkant van de havendam.

De ontscheepte troepen vochten fel, maar waren niet in staat om veel uit te halen. Intussen hadden de Britten nog een verrassing. Aan de andere kant van de havendam voer een kleine Britse duikboot, volgeladen met springstof, onder de viaduct die de havendam met het vasteland verbond. De vier inzittenden maakten zich met een bootje uit de voeten waarna de duikboot ontplofte.

De viaduct die naar de havendam (rechts) liep, met de verwoesting veroorzaakt door de ontplofte duikboot.

De explosie verwoestte de viaduct. Een spectaculaire daad, maar zonder veel gevolgen, behalve dat de stroom op de môle uitviel. Maar dit was dan ook vooral als afleiding bedoeld.

Drie kwartier na de landing vond kapitein Carpenter het welletjes. De scheepshoorn riep de troepen terug naar de Vindictive. Sommigen sleurden hun gewonde of gedode makkers mee aan boord, maar anderen bleven dood of levend op de wal achter. Kort daarop vertrokken de schepen, maar de Duitse kanonnen zorgden nog voor een bijkomende slachting op de Vindictive en de Iris.

Links: luchtfoto's van de havens van Oostende en Zeebrugge. Rechts: een tekening van de actie in Zeebrugge in de Parijse krant 'Excelsior'. (24 en 27 april 1918, BnF Gallica)

De blokschepen

Intussen voerden de drie blokschepen Thetys, Iphigenia en Intrepid – in die volgorde - voorbij de havendam. De Thetys kreeg de volle laag van de Duitse kanonnen. Hij kapseisde en zonk in de voorhaven.

De twee andere schepen wisten echter door te dringen tot in de havengeul. Daar zwenkten ze uit om de doorgang de blokkeren, alvorens een springlading de schepen lek sloeg en ze deed zinken. De bemanningen wisten zich met bootjes te redden en werden door een snelle motorboot opgepikt.

De Iphigenia en de Intrepid in de havengeul bij laagtij.

Een paar uur later waren bijna alle schepen op de terugweg. Eén begeleidende destroyer was door kustbatterij tot zinken gebracht. Op de schepen lagen heel wat doden en gewonden. Sommigen stierven nog voor ze terug in Dover waren. Volgens een recente schatting werden er in totaal 227 Britten gedood en 359 gewond.

De gelijktijdige aanval op Oostende was een flop geworden. De Duitsers, die waren voorbereid, hadden een lichtboei die de haveningang aangaf naar het oosten verplaatst. De twee blokschepen werden misleid en kwamen een paar kilometer naast hun doel voor het strand terecht waar ze door de kustbatterijen lek werden geschoten.  De bemanningen konden met snelboten ontkomen, maar ook daar vielen er 19 doden en 30 gewonden.

Tekening van de zwaar gehavende Vindictive op de terugweg

De Britse schepen waren nog niet terug thuis of er werden al persberichten de wereld ingezonden. De Britse admiraliteit meldde een groot succes in de aanvallen. De Duitsers maakten bekend dat de aanval weinig schade had veroorzaakt.

Luchtfoto’s maakten snel duidelijk dat de gezonken Iphigenia en Intrepid het kanaal niet volledig afsloten. Torpedoboten en kleine onderzeeërs konden althans bij hoogtij de hindernissen passeren. Toen drie weken later de houten staketsels langs de ingang waren verwijderd, was de weg ook vrij voor grotere schepen.

Luchtfoto van de Intrepid (links) en de Iphigenia (rechts) in de havengeul. De houten staketsels zouden later worden weggehaald.

Bovendien hadden de blokschepen in Zeebrugge de gelegenheid gemist om de nabije sluisdeuren in het kanaal te rammen. De Thetys had die taak gekregen, maar dat schip was voortijdig gezonken. De Iphigenia, die wel die kans kreeg,  deed het niet : dat behoorde niet tot de opdracht. Terwijl Britse vliegtuigen ontelbare keren gepoogd hadden die sluisduren te treffen…

Hoe dan ook had een blokkade van Zeebrugge weinig gevolgen als Oostende nog vrij was. Keyes beval daarom een nieuwe poging om Oostende te blokkeren. Een paar weken later, in de nacht van 9 op 10 mei, voer de gehavende Vindictive opnieuw uit voor zijn laatste reis. Onder zwaar Duits kanonvuur bracht hij zich vlak voor de havengeul tot zinken, maar het schip kwam niet in een positie waarin het de haven kon blokkeren. Er stierven daarbij nog eens 18 Britten

De bemanning van de Vindictive bij de terugkeer in Dover

Propaganda

Ondanks die mislukking en ondanks de vele slachtoffers werd de raid op Zeebrugge als een heldendaad voorgesteld. Niet het resultaat telde, wel de moed van de aanvallers.

De Britse oorlogspropaganda gaf een vertekend beeld van het gebeuren, waarbij soms regelrechte verzinsels de wereld werden ingestuurd.  Zo werd beweerd dat alle 450 man landingstroepen van de Vindictive op het dam waren geraakt, terwijl dat nog niet voor de helft was gelukt. Er werd ook verteld dat de kanonnen wel degelijk onschadelijk waren gemaakt. Een ander verhaal was dat een peloton Duitse wielrijders die nacht in de leegte van de vernielde viaduct waren gereden…  

De schepen Iris en Daffodil konden na hun terugkeer door het grote publiek worden bezocht. Tegen betaling voor een goed doel. Een eerder uitzonderlijk gebeuren (le Miroir, mei 1918, BnF Gallica)

Admiraal Keyes benadrukte de heldendaden door een regen van decoraties. Er werden meer dan 200 onderscheidingen toegekend, of zowat één voor elke tien seconden dat er op de môle was gevochten. Daaronder waren er liefst acht Victoria Crosses (waarvan twee postuum toegekend), de zeer prestigieuze onderscheiding voor bijzondere moed of inzet.  

Keyes zelf werd ridder in de prestigieuze Orde van het Bad en kreeg felicitaties van de regering en een grote som geld als beloning. Maar pas tijdens de Tweede Wereldoorlog zou hij door de invloed van zijn vriend Winston Churchill worden verheven tot Lord Keyes of Zeebrugge and Dover.

Breedglimlachende gewonde mariniers. Dit is een van de vele foto's die door de Britten met propagandadoeleinden werden verspreid.

Langs Duitse kant vielen er ook felicitaties. De Duitse keizer, die in de buurt verbleef, kwam kort nadien in Zeebrugge zelf de mariniers decoreren die zich zo weerbaar hadden getoond. Daarbij begroette hij ook de Britten die krijgsgevangen waren gemaakt en eiste dat ze goed zouden worden behandeld.

De Duitse keizer kijkt naar de Iphigenia © IWM (Q 42485)

De mannen die de havendam van Zeebrugge bestormden, waren wellicht niet dapperder dan de honderdduizenden anderen die rond die tijd vochten aan de Leie of op de Kemmelberg.  Maar dit gebeuren kreeg veel aandacht. 

Het was een ongeziene operatie in de hele oorlog en bovendien het werk van de marine. Veel Britten vroegen zich al een tijd af waarom hun reusachtige slagschepen het grootste deel van de oorlog veilig in de haven bleven. Nu had de Royal Navy eindelijk eens laten zien dat ze tot een spectaculaire actie in staat was.   

Links, " de Britse bulldog heeft de Duitse ratten in Zeebrugge alle hoeken laten zien ( Western Mail, 24 april 1918). Rechts: "Ik heb de eer uwe majesteit het werk te laten zien van een verfoeilijk, klein vlootje" (Le Rire, mei 1918)
"Zeebrugge of het nieuwe wapen tegen de duikbotenoorlog: we willen de Duitsers voor zijn, we laten nu zelf onze schepen zinken" ( uit het Duitse tijdschrift Simplcissimus, 14 mei 1918)