Voor het eerst in 100 jaar: een nieuwe beiaard zal weerklinken over Leuven

Vandaag, op 11 november, zal voor het eerst in ruim 100 jaar een nieuwe beiaard weerklinken over Leuven. De beiaard van de vrede is een intitiatief van de stad Leuven en de Duitse stad Neuss. Leuven werd in 1914 verwoest, soldaten uit Neuss waren daarbij betrokken.

De Duitse terreur in België tijdens de eerste oorlogsweken werd in de westerse pers gretig aangewend om de agressor te diaboliseren. Niet enkel de duizenden burgerdoden werden daarvoor als argumenten ingezet, maar ook - en vooral - de verwoesting van cultureel erfgoed. In deze beeldvorming was een bijzondere rol weggelegd voor het lot van de Belgische beiaarden, een feit dat een belangrijke rol zou spelen in de internationale ontwikkeling van de beiaardcultuur.

Belgisch soldaat, gezeten op een klok van de verwoeste beiaard van Dendermonde (postkaart)

In augustus en september 1914 verloren de Belgische martelaarsteden Dinant, Leuven en Dendermonde hun beiaard. Kort daarna werden de beiaarden van Nieuwpoort, Diksmuide en Ieper verwoest tijdens de Eerste Slag om de IJzer. De klank van de verloren toreninstrumenten echode na in artikels en gedichten die verschenen in Frankrijk en Engeland. 

In september 1914 creëerde de Franse chansonnier Dominique Bonnaud met tekst "Carillons de Flandres" een literair cliché dat model zou staan voor het werk van latere dichters. De klokken van Vlaanderen - of van België, het onderscheid werd toen nog niet scherp gemaakt - zijn verstomd door de agressie van een meedogenloze bezetter. Nu rouwen ze, maar op het moment van de overwinning zullen ze weer in volle glorie weerklinken. 

(lees verder onder de foto)

Propagandaprent met de verwoeste klokken van Leuven

Bonnauds tekst kreeg grote bekendheid nadat hij op 7 oktober in Engelse vertaling verscheen in "The Times". De Engelse schrijver Thomas Hardy - auteur van de beroemde roman "Tess of the d'Urbervilles" - publiceerde in dezelfde maand "Sonnet on the Belgian Expatriation".

De auteur droomt dat inwoners van "The Land of Chimes" naar Engeland komen om er de beiaardkunst te introduceren. Hij ontwaakt en ziet enkel haveloze vluchtelingen zonder klokken. In december verscheen in Londen "King Albert's Book", een hommage aan de koning-soldaat - en zonder twijfel een poging van Engeland om zich te verzekeren van Alberts blijvende loyauteit aan de goede zaak.

In het boek staat een pianobewerking van "Carillon", een werk voor spreekstem en orkest van Edward Elgar. Het werk kende een triomfantelijke première op 7 december in Queen's Hall, waarna de beroemde componist het werk uitvoerde in een aantal Engelse steden. De opbrengsten kwamen ten goede aan de noodlijdende Belgische bevolking.

(lees verder onder de foto)

Voorpagina van George Wharton Edwards, Vanished Towers and Chimes of Flanders

Ook in de USA werd het lot van de Belgische beiaarden druk bezongen. De New Yorkse diplomaat William Gorham Rice publiceerde in december 1914 zijn omvangrijk boek "Carillons in Belgium en Holland" en kon vlak voor het verschijnen nog melding maken van het recente onheil dat de zingende torens van België getroffen had.

In 1916 verscheen in Philadelphia het boek "Vanished Towers and Chimes of Flanders" van de hand van de kunstschilder Georges Wharton Edwards. In tekst en beeld beschreef Edwards een aantal Vlaamse steden zoals ze eruitzagen toen hij ze voor de oorlog had bezocht en getekend, en het contrast met hun veronderstelde huidige toestand.

De lezers kregen het beeld gepresenteerd van een Vlaanderen waarin omzeggens alle beiaarden waren verwoest, inbegrepen die van Mechelen: ‘... those bells which now lie broken among the ashes of the tower in the Grand Place of the ruined town of Malines’: fake news in dienst van publieke verontwaardiging.

In 1917 en 1918 werd fantasy opnieuw meer werkelijkheid toen de beiaarden van Izegem, Oostende, Oudenaarde, Roeselare, Torhout en Wingene verdwenen door verwoesting of opeising.

(lees verder onder de foto)

De geest van Peter Benoit luidt de stormklok om de Belgische soldaten aan de IJzer aan te vuren (Edmond Van Offel).

‘Al de kerkeklokken luiden triomf’, schreef Virginie Loveling op 11 november in haar oorlogsdagboek. Inderdaad werd op die dag werkelijkheid wat de dichters hadden voorspeld. Om 11 uur luidden overal de klokken en droegen ze bij tot de bevrijdingsroes waarin de bevolking werd meegezogen.

In Lokeren leidde dat tot een hilarisch tafereel. Om 11 u trok een rouwstoet van de kerk naar het kerkhof. Plots begonnen alle klokken te luiden. Deuren werden opengerukt, vlaggen werden uitgehangen en een uitzinnige menigte kwam op straat.

De begrafenisstoet liep er onwennig bij, totdat de vaandel- en lantaarndragers en de misdienaars mee begonnen te huppelen tussen de menigte. Slechts met de grootste moeite kon de liturgische orde hersteld worden en vervolgde de rouwstoet in snelle pas haar weg naar het kerkhof.

De internationale bekendheid die de Belgische beiaarden hadden verworven tijdens de oorlog zou belangrijke gevolgen hebben na de bevrijding. Toen overal ter wereld comités samenkwamen om te discussiëren over welk soort monument de meest passende eer zou betuigen aan de gesneuvelde helden, kwam het idee naar boven dat dat een beiaard misschien wel een geschikt gedenkteken zou zijn. Door zijn weerkerende muzikale boodschappen was een beiaard immers in staat om de herinnering aan de gevallenen op een zeer dynamische manier levend te houden. Bovendien rustten veel gesneuvelden uit Angelsaksische landen in België, dat internationaal bekend geworden was als "The Land of Chimes". 

Aankomst van de beiaardklokken aan de University of Sydney in maart 1928 (Sydney University Archives).

Wellicht de eerste die opriep om een "Memorial Carillon" op te richten was Anna Thorne, de vrouw van de burgemeester van Kaapstad. Nauwelijks vier dagen na Wapenstilstand riep zij haar vrouwelijke stadsgenoten op om in de toren van het stadhuis een herdenkingsbeiaard te realiseren voor de soldaten van de Grote Oorlog. Haar wens zou pas 7 jaar later werkelijkheid worden. De klokken van de - nu niet meer bespeelde - beiaard van Kaapstad dragen de namen van beroemde slagvelden, waaronder "Menin Road", "Ypres", "Passchendaele" en "Messines". Op een van de klokken staat een variant van het Vlaamse ‘Nooit meer oorlog’: 

"Ring out the thousand wars of old, ring in the thousand years of peace"

Het aantal Angelsaksische War Memorial Carilons bleef uiteindelijk beperkt tot een twintigtal. Enkele instumenten hangen op prominente lokaties: de Peace Tower van het Parlementsgebouw in Ottawa, the University of Toronto, the University of Sydney en het National War Memorial in Wellington. Vier van de klokken in Wellington dragen vertrouwde namen: "Passchendaele", "Messines", "Flanders Fields" en "Ypres".

Het instrument inspireerde de Australische war painter William Longstaff tot een monumentaal schilderij met als titel  "Carillon". Op het schilderij staat geen beiaard afgebeeld, maar wel de Vlaamse kust bij nacht. De vlakte is bevolkt door de schimmen van gesneuvelde Nieuw-Zeelandse soldaten. Ze luisteren naar de nieuwe beiaard die aan de andere kant van de wereld klinkt te hunner nagedachtenis. 

Inhuldiging van het National War Memorial in Wellington op Anzac Day 1932.

In 1928 schonken Amerikaanse ingenieursverenigingen een beiaard van 48 klokken - evenveel als het toenmalige aantal Amerikaanse staten -  voor de nieuwe Amerikaanse bibliotheek van de Leuvense universiteit. Nog steeds wordt in Leuven het uur aangegeven door de zeven ton zware basklok van het instrument, "the Liberty Bell of Louvain". 

In de meeste Angelsakische landen bleef de beiaard een exotisch muziekinstrument dat niet verder wortel schoot. In de Verenigde Staten sloeg het instrument uit de Lage Landen wel aan, niet enkel als een militair monument, maar vooral als een memorial voor een mecenas of een van diens familieleden.

Miljonairs als John D. Rockefeller jr., William Randolph Hearst en anderen completeerden hun bouwprojecten met een beiaard. De Amerikaanse beiaardcultuur vond vooral een vruchtbare voedingsbodem op de groene universiteitscampussen. Vandaag klinkt beiaardmuziek over de campussen van Berkeley, Princeton, Stanford, Yale en een veertigtal andere universiteiten. 

De soldaten uit het Duitse Neuss poseren in Leuven

In België, het historische thuisland van de beiaard, worden nog maar sporadisch nieuwe toreninstrumenten geplaatst. Op 11 november 2018 komen er echter drie bij, niet toevallig in de drie Vlaamse martelaarsteden Leuven, Aarschot en Dendermonde.

In deze laatste stad komt een beiaardautomaat aan het Heldenplein. In Aarschot zal een nieuwe beiaard in de Onze-Lieve-Vrouwetoren de oorlogtragedie in die stad memoreren en in de Abdij van Park bij Leuven zal een replica worden gerealiseerd van de beiaard die tijdens de Brand van Leuven werd verwoest. Deze lokatie is niet arbitrair, want het instrument dat in 1914 in de Leuvense Sint-Pieterskerk ten onder ging, klonk tot in 1797 in de abdijtoren van Park.

Het nieuwe beiaardproject is het resultaat van een bijzondere samenwerking tussen Leuven en de Duitse stad Neuss. 

(lees verder onder de foto)

Leuven ligt in puin na de brand in 1914

Enkele jaren geleden ontdekte de Neusser stadsarchivaris Jens Metzdorf dat het gedrag van troepen reservisten uit zijn stad de directe aanleiding vormde voor de wraakactie die de Leuvense bevolking ten deel viel in de laatste week van augustus 1914.

Hij beschreef de feiten in detail in het jaarboek van het Neusser stadsarchief, waardoor Neuss plots werd geconfronteerd met een ongemakkelijke waarheid die sinds decennia was vergeten. Er werd contact gelegd met Leuven en op 25 augustus 2016 ondertekenden de burgemeesters van beide steden een charter waarin werd afgesproken dat door cultuur zou worden verbonden wat ooit door vuur gescheiden was.

De nieuwe beiaard is klaar om ingespeeld te worden op 11 november

Het eerste grote samenwerkingsproject is een getrouwe reconstructie van de beiaard die in 1914 is verwoest, op zijn oorspronkelijke lokatie. Op anderhalf jaar tijd werd in België en Duitsland meer dan 500.000 euro geworven. De nieuwe beiaard zal worden ingespeeld op 11 november om 11.15 uur, vlak nadat in het ganse land de kerkkloken zullen luiden, net zoals ze dat 100 jaar voordien deden.

Het instrument zal deel uitmaken van het "International Network of War Memorial and Peace Carillons", dat gevestigd is in het Vredespaleis in Den Haag en dat  onder meer via de website peacecarillons.org deze instrumenten meer zichtbaarheid en hoorbaarheid wil geven. 

Enkele klokken van de nieuwe Vredesbeiaard (foto Luc Rombouts)

De vredesmissie van de nieuwe beiaard is verankerd in de talrijke opschriften die de schenkers lieten aanbrengen op de 40 klokken. De twee grootste klokken heten Petrus en Quirinus, naar de patroonheiligen van Leuven en Neuss. Ze dragen hetzelfde opschrift: ‘His campanis crescant pax et concordia’ (‘Mogen door deze klokken vrede en samenhorigheid groeien’). De Romeinse cijfers in het opschrift tellen op tot 2018, hopelijk een jaar waarin de wereldvrede nieuwe kansen krijgt. 

Klokken van de nieuwe Vredesbeiaard in de Abdij van Park te Leuven (foto Andreas Dill).