6-10-1918: Zuid-Slavische volkeren eisen onafhankelijkheid

Op 6 oktober 1918 beslissen de vertegenwoordigers van de Zuid-Slavische volkeren in Oostenrijk-Hongarije dat ze onafhankelijkheid willen. En het Duits leger bereidt zich voor om de Vlaamse havens te verlaten.

In Zagreb (of Agram) is een Nationale Raad van Slovenen, Kroaten en Serven opgericht. Die moet de drie Zuid-Slavische volkeren uit Oostenrijk-Hongarije vertegenwoordigen.

De Raad was gisteren voor het eerst bijeengekomen op initiatief van de Kroatische nationalistische Partij van Rechten. Vandaag heeft de Sloveense Nationale Raad, die al in augustus was opgericht  door vertegenwoordigers van de Sloveense bevolkingsgroepen, er zich bij aangesloten.

Kaart met de verspreiding van de verschillende volkeren in Oostenrijk-Hongarije; de kaart is misleidend in de zin dat in bijna elk gebied waar één volk een meerderheid vormt er wel minderheden zijn die hier onzichtbaar zijn (Illustrierte Kronen Zeitung, 19-10-1918). Beginfoto, postkaart van Zagreb in 1918.

De Nationale Raad bestaat uit verkozen leden van de parlementen in de Dubbelmonarchie. Ze vertegenwoordigen Slovenen, Kroaten en Serven uit heel het Rijk. Die zijn verspreid over de verschillende kroonlanden.  In Kroatië-Slavonië, Bosnië-Herzegovina, Dalmatië en Krain vormen ze de overgrote meerderheid, in het Kustenland (Istrië, Triëst, Gorizia) zijn ze in de meerderheid, in het eigenlijke Hongarije, Karinthië en Stiermarken vormen ze een belangrijke minderheid.

Parlementsleden van het (nationale) Oostenrijkse parlement trekken zich meer en meer terug naar hun eigen streek, stelt de Illustrierte Kronen Zeitung vast op 15 oktober 1918. Laibach is Ljubeljana in Slovenië, Lemberg Lvov in het huidige Oekraine.

De meerderheid van de Raad wil dat de Zuid-Slavische volkeren uit al de gebieden een onafhankelijke staat gaan vormen, los van de Dubbelmonarchie. Die zou zich dan kunnen verenigen met Servië en eventueel Montenegro onder de naam Joegoslavië.

Tot voor kort ijverden Slovenen en Kroaten elk voor een aparte staat binnen Oostenrijk-Hongarije. Maar sinds een jaar is steeds meer aanhang voor één Zuid-Slavische staat, binnen of desnoods buiten de Dubbelmonarchie. Vooral voor de Kroaten was dat een ommekeer. Veel Kroatische nationalisten waren anti-Servisch en streefden naar de vereniging van overwegen Kroatische gebieden in een Groot-Kroatië.

Vrouwen dragen zware lasten op hun hoofd in Ragusa, nu beter bekend als Dubrovnik (uit Das Interessane Blatt, 24-10-1918)

Een minderheid van Kroatische nationalisten voert nog altijd overleg met de regeringen in Wenen en Boedapest over de vorming van een Kroatische staat binnen de Dubbelmonarchie.

" De mondige kinderen van vrouwe Oostenrijk zullen haar in de steek laten (o.a. de Zuid-Slaven), alleen de Oerduitser Michel zal haar trouw blijven (Kikeriki, 20-10-1918)

De laatste maanden lijkt de Dubbelmonarchie op sterven na dood. De staat werkt niet meer en in de bossen zit het vol deserteurs. Bovendien rukt het Servische leger vanuit Macedonië op in de richting van Oostenrijk-Hongarije. Ook de Russische Revolutie en de Veertien Punten van Wilson hebben de idee van een onafhankelijke Joegoslavië in de hand gewerkt.

Het Weense satirische tijdschrift Kikeriki heeft aan elk volk in Oostenrijk-Hongarije een insect toegewezen, en hoopt dat ook de mieren (de Duitsers) hun eigen staat zullen krijgen (27-10-1918)

Duitse marine bereidt zich voor om Oostende en Brugge op te geven

Het Marinekorps Flandern, dat sinds eind 1914 de Belgische kust bezette en controleerde, wordt ontbonden. Een divisie moet in de Zwarte Zee buitgemaakte Russische oorlogsschepen bemannen. De twee andere divisies versterken het Duitse Vierde leger in Vlaanderen.

Het is duidelijk dat de Duitsers zich voorbereiden om de havens van Oostende en Brugge op te geven. Nochtans waren ze voor de duikbootoorlog zeer belangrijk, maar die is van hier uit gestopt. De meeste Duitse schepen en duikboten zijn vertrokken.

Alle materiaal dat weggevoerd kan worden is weggevoerd. wat niet weggevoerd kan worden, wordt vernield.

In Oostende is een drijvend droogdok zo ver de oever opgetrokken dat het onbruikbaar is geworden (collectie Erwin Mahieu)

In Oostende is de elektriciteitsfabriek vernield, na ontmanteling en verzending naar Duitsland van alles wat demonteerbaar was. Droogdokken en haveninstallaties zijn onklaar gemaakt.  

Een omvergetrokken kraan aan de laad en loskaai van het Vlotdok in Oostende (collectie Erwin Mahieu).

De Duitsers zijn ook begonnen met het ontmantelen van hun indrukwekkende kustbatterijen. Wat afgevoerd kan worden wordt afgevoerd, de rest van het geschut wordt onklaar gemaakt.

De loop van een van de vier stukken van 15 cm. van de batterij Beseler in Mariakerke is vernield (naoorlogse zichtkaart, collectie Erwin Mahieu).

Zowel in Oostende als in Brugge hebben alle weerbare mannen van 17 tot 45 jaar de opdracht gekregen om de stad te verlaten. De Duitsers willen zo duidelijk verhinderen dat ze ingezet zouden kunnen worden door de oprukkende Geallieerde troepen. Maar velen geven geen gehoor aan het bevel en verschuilen zich.

Naast de Britse Vindictive, die in de haven achterbleef na de Britse raid van 10 mei 1918, hebben de Duitsers allerlei schepen in de havengeul tot zinken gebracht en zo de haventoegang voledig versperd (collectie Erwin Mahieu)