1 tot 7 april 1945: Ruhrgebied is omsingeld, gruwel van concentratiekampen wordt duidelijk

In deze reeks geven we elke week een overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen in het laatste jaar van de Tweede Wereldoorlog. De geallieerden dringen steeds verder door in Duitsland en sluiten honderdduizenden Duitse militairen in die het Ruhrgebied verdedigen. Ook ontdekken ze voor het eerst een kamp vol hopen uitgemergelde lijken.

Bij Lippstadt, tussen Bochum en Paderborn, hebben twee Amerikaanse legers die rond het Ruhrgebied maneuvreerden, contact met elkaar gemaakt: het Negende Leger van Simpson en het Eerste van Hodges .

Meteen is het grootste industriegebied van Duitsland en een van de grootste ter wereld, helemaal omsingeld. Meer dan 300.000 militairen en 5 miljoen burgers – waaronder heel wat buitenlandse dwangarbeiders – zitten daar ingesloten. Veldmaarschalk Model en de lokale nazi-gouwleider zijn van plan zich tot het uiterste te verdedigen. 

Inwoners van Lippstadt,  meteen na de Amerikaanse verovering; ze hebben een winkel met drank geplunderd. In tegenstelling tot in het oosten toonden de Duitse burgers in het westen zich niet bijzonder bevreesd door de komst van de geallieerde troepen.

Voor de ingesloten Duitsers is de situatie hopeloos. Hitler heeft het nog beschikbare Elfde Duitse Leger bevolen om vanuit het oosten de omsingeling te doorbreken, maar dat in alle haast samengestelde leger slaagt er zelfs niet in een verdere Amerikaanse opmars tegen te houden.

Op 1 april was het Pasen in 1945. Twee Amerikaanse artilleristen stelden hun granaten voor als "paaseieren voor Hitler". "Vrolijk Pasen, Adolf".

De twee Amerikaanse legers zijn langs beide zijden beginnen aan te vallen. Vooral langs de noordkant is het een echt woud van fabrieken waarin de gevechten chaotisch verlopen. Aan de zuidkant ligt het Sauerland, een bebost bergachtig gebied met diepe dalen, waar de Duitsers gemakkelijk tegenstand kunnen bieden.  Hier is ook het Freikorps Sauerland actief, een groep naziburgers, voornamelijk gewapend met oude Belgische geweren. 

Door het afsluiten van de Ruhr is het grootste deel van de productie van wapens, munitie, machines en energie voor het naziregime verloren. De omsingeling van de Legergroep B slaat bovendien een enorme bres in de Duitse verdediging. Ten noordoosten van de Ruhr, in de richting van Berlijn, ligt nauwelijks nog iets wat men een Duits leger kan noemen. 

De geallieerde opmars in het westen. De rode lijn is de frontlijn op 4 april. Merk de insluiting van Legergroep B (Model) aan de Ruhr.

Verdere geallieerde opmars door Duitsland

Niets lijkt de geallieerde legers tegen te houden. Terwijl een deel van Simpsons leger het Ruhrgebied belegert zijn twee legerkorpsen van datzelfde leger verder naar het noordoosten opgerukt. Voorbij Bielefeld zijn ze tot aan de rivier de Weser gekomen.

Britse commando's in de ruïnes van de oude stad Osnabrück op 6 april

Ten noorden daarvan heeft het Tweede Britse leger van generaal Dempsey de steden Münster en Osnabrück veroverd en nabij Minden eveneens de Weser bereikt. Na gevechten is de Weser bij Hameln overgestoken. 

Gevangen Duitse officieren kijken naar de oversteek van de Weser bij Hameln door Amerikaanse infanteristen op 7 april .

Maar het is opnieuw Pattons Derde Amerikaanse leger dat de meest spectaculaire vooruitgang boekt. Dat zit al in het Thüringer Wald in het midden van Duitsland, waarbij de steden Eisenach en Gotha zijn ingenomen.

Amerikaanse genietroepen herstellen een brug bij Eisenach.

Twee van Pattons legerkorpsen zijn intussen naar het noorden doorgestoten. Na eerst zonder moeite Fulda te hebben ingenomen, volgden dan toch zware gevechten bij Kassel, dat op 4 april werd veroverd. 

Amerikaanse troepen in Kassel
Duitse krijgsgevangenen in Hessen, waaronder jongens van 14 jaar.

In het zuiden van Duitsland ondervindt het Zevende Amerikaanse Leger van generaal Patch wel effectieve tegenstand van de Duitse Legergroep G. Die heeft van Hitler de belofte gekregen dat, als ze standhoudt, er weldra voldoende straalvliegtuigen zullen zijn om de toestand te "stabiliseren". Een hersenschim...

Aan de Neckar heeft het Zevende Leger zich zonder gevecht meester gemaakt van de oude universiteitsstad Heidelberg, maar verderop, bij Heilbronn, vindt een hevige Duitse tegenaanval plaats, waarbij zelfs tanks worden teruggeslagen.

In het zwaar gebombardeerde Würzburg vechten de Duitse troepen, bijgestaan door politie en brandweer, hardnekkig tussen de ruïnes.

Twee cartoons uit Amerikaanse kranten. Links: Hitler tankt zijn nazi-oorlogsmachine maar het reservoir benzine en olie is bijna leeg, net als dat met “vechtend bloed van Duitsland” (Wilmingdon Morning Star, 4 april). Rechts: voorstelling van de commissie voor de oorlogsmisdaden van de Verenigde Naties. Engeland, de VS, Rusland, Frankrijk en China trekken blind de “oorlogsmisdadiger nummer 1” maar er is “geen twijfel over de eerste keuze” (Evening Star, 3 april). Met de verovering van Duitsland was de jacht op oorlogsmisdadigers begonnen.

Nog zuidelijker heeft het Eerste Franse Leger van generaal de Lattre een eerste stuk Duits grondgebied veroverd, rond de stad Karlsruhe. Het dringt het Zwarte Woud binnen. 

Geallieerden dringen oosten van Nederland binnen

Door de nieuwe geallieerde opmars raakt ook een deel van Nederland bevrijd.

In Nederland zelf houden de Duitse legers nog achter de Rijn stand, maar net over de Duitse grens is de stad Emmerich na zware gevechten in geallieerde handen. Van daaruit is het een offensief naar het noorden begonnen, waarbij ook de grens van de Nederlandse provincie Gelderland is overschreden. 

Britse troepen in het oosten van Nederland.

Op 1 april bereikte een Britse Guards-Pantserdivisie (die deel uitmaakt van het Tweede Britse Leger) de stad Enschede in Twente (het oosten van Overijssel). De dag daarop bereikte ze het naburige Hengelo. Op 5 april is Almelo bevrijd. 

Britse militairen met Duitse krijgsgevangenen van de Luftwaffe in de omgeving van Hengelo.

Bij de bevolking kon de vreugde niet op. De onverwacht snelle bevrijding komt er na een winter van honger en kou, na de teleurstelling dat de bevrijding er niet in september kwam.

Vreugde op straat bij de bevrijding van Hengelo.

Amerikanen landen op Okinawa

Op 1 april – Pasen - zijn de Amerikanen een grootscheepse landing begonnen  op het Japanse eiland Okinawa.

Okinawa is het grootste van de Japanse Riukiu-eilanden. Het dichtbevolkte eiland is een honderdtal kilometer lang en ligt op 600 km van de eigenlijke Japanse archipel. De verovering moet een voorbode worden van een aanval op Japan zelf. 

Amerikaanse mariniers landen met een amfibievoertuig terwijl het slagschip 'West Virginia' met kanonvuur de landing ondersteunt.

De voorafgaande dagen werd het eiland massaal gebombardeerd door vliegtuigen en slagschepen. Toen dit ophield landden meer dan 50.000 Amerikanen op de westkust. Het gaat om twee legerdivisies en twee divisies mariniers. In totaal zijn liefst een half miljoen man ingezet voor de operatie.

Strand vol Amerikaanse landingsvaartuigen op Okinawa.

Tot hun verbazing losten de Japanners niet één schot bij de landing. De Amerikaanse troepen slaagden er snel in een paar vliegvelden onder controle te krijgen.

Verder in het eiland liggen echter goed versterkte stellingen en schuilplaatsen, met garnizoenen van in totaal 110.000 man, aangevuld met 20.000 vrijwilligers van de bevolking van Okinawa. Veel meer troepen dan de Amerikanen vermoedden. 

Amerikaanse infanteristen lopen het binnenland in.

Toen de eerste Amerikaanse troepen op 5 april het noorden van het eiland bereikten, werden ze zwaar onder vuur genomen. De dag daarop begonnen hevige gevechten in het zuiden, waar 80.000 Japanners verschanst zitten. Deze geheel nieuwe tactiek heeft de invasietroepen verrast.

De zeer zware gevechten bij de verovering van het veel kleinere Iwo Jima, nog geen maand eerder, dreigen zich op grotere schaal te herhalen.

Een Amerikaanse soldaat zoekt dekking als een Japans kanon begint te schieten.

Bovendien zijn honderden Japanse vliegtuigen begonnen met vluchten naar de omgeving van Okinawa, waar ze de Amerikaanse invasievloot onder vuur nemen of zelfs kamikaze-aanvallen uitvoeren. Enkele Amerikaanse schepen hebben de buurt verlaten om aan de aanvallen te ontsnappen.

Het vliegdekschip 'Hancock' werd op 7 april getroffen door een kamikaze. Het was al de derde kamikaze-aanval tegen het splinternieuwe vliegdekschip  maar alleen deze aanval zorgde voor zware schade. De explosie boorde een gat door het dek en vernietigde vliegtuigen in de hangar onder het dek. Er vielen 62 doden en 71 gewonden. Toch was het schip na een uur alweer operationeel.

Britten ontevreden over Eisenhower

Nu de geallieerden zeker zijn van de overwinning neemt hun onderlinge verdeeldheid toe.

Bij de Britten is er ongenoegen over de algemene order die generaal Eisenhower als geallieerd opperbevelhebber op 28 maart heeft uitgevaardigd voor de verdere campagne.

Volgens die richtlijnen ligt de voornaamste taak bij de Amerikaanse generaal Bradley. Diens legergroep moet in het midden van Duitsland de rivier de Elbe bereiken tot in Leipzig en Dresden, en verder ook doorstoten naar het zuidoosten van Duitsland, in de richting van de Alpen. 

De twee andere legergroepen, die van Montgomery (noorden) en Patch (zuiden) moeten de flanken beschermen. Montgomery mag daarbij niet verder oprukken dan tot aan de Elbe.

De hoofdstad Berlijn, hoewel amper honderd kilometer voorbij de Elbe, is geen doel. Bovendien valt het Negende Amerikaanse Leger van generaal Patch voorlopig niet meer onder het bevel van Montgomery, maar dat van Bradley. 

Eisenhower (links) met Churchill bij een ontmoeting eind 1943 in Noord-Afrika, toen Eisenhouwer daar opperbevelhebber was.
© IWM (NA 10074)

De Britse premier Churchill vindt dat een belediging voor de Britten. Maar hij wil vooral een snelle opmars naar Berlijn. “Niets zal op alle nog strijdende Duitse troepen zo’n ingrijpend psychologisch effect hebben als de val van Berlijn”, aldus de eloquente Britse staatsman.

En er is meer. Als men Berlijn aan de Russen overlaat, zal hun aandeel in de overwinning wel zeer hoog worden. Dat zou in de toekomst aanleiding kunnen geven tot “ernstige moeilijkheden”, aldus Churchill. 

Eisenhower ziet het anders. Er zijn geruchten dat de nazileiders zich met hun beste troepen zouden terugtrekken in de Beierse Alpen, waar Hitler zo graag verblijft. In die bergstreek zouden versterkingen, grote opslagplaatsen en zelfs onderaardse fabrieken worden aangelegd.

Op die wijze zouden de nazi’s de strijd nog maanden kunnen voortzetten. Het geallieerde opperbevel wil dat voorkomen en vindt Berlijn nu minder belangrijk.

Cartoon uit de Franse communistische krant 'L'Humanité' (1-2 april 1945) over de mogelijke vlucht van Hitler naar de 'Alpenvesting' of 'Beiers reduit': "Ik vlucht maar capituleer niet. (Mein Kampf, nieuwe uitgave)". BnF Gallica.

Stalin wil Berlijn aanvallen

Het Rode Leger zal over een paar weken het eindoffensief tegen Berlijn inzetten.

Dat is beslist op 1 april op een stafvergadering in Moskou. Sovjet-premier en opperbevelhebber Josif Stalin had daar twee van zijn hoogste bevelhebbers uitgenodigd: de maarschalken Georgi Zjoekov en Ivan Konjev. Ze voeren bevel over respectievelijk het Eerste Wit-Russische en het Eerste Oekraïense Front.

Zjoekov (rechts) en Konjev (midden).

Beide “fronten” (legergroepen) staan al twee maanden aan de Oder, niet ver meer van de Duitse hoofdstad. Eerder vond Stalin dat er voor mei geen oversteek van de Oder moest plaatsvinden.

Maar nu gaf Stalin de indruk dat de (westerse) geallieerden van plan zijn Berlijn aan te vallen. Hij vroeg beide maarschalken: “Zo, wie gaat er Berlijn veroveren, wij of de geallieerden?”.

Konjev riep bijna meteen “wij” en zei klaar te zijn voor een aanval op Berlijn. Ook Zjoekov zei dat hij gereed was en wees erop dat zijn front het dichtst bij Berlijn ligt.

Zjoekov (midden) en Konjev (rechts) . Ten tijde van deze en vorige foto was Konjev nog geen maarschalk.

Stalin trok daarop een demarcatielijn tussen beide fronten en trok die door tot in Berlijn. “Wie er het eerst is, mag Berlijn nemen”, riep hij uit.

De twee maarschalken kregen twee dagen om hun plannen voor te leggen. Meteen daarna zijn  ze ijlings naar hun front teruggekeerd.

Intussen heeft Stalin aan Eisenhower laten weten dat Berlijn geen strategische betekenis heeft… 

Amerikaanse cartoon over de Amerikaanse president Roosevelt, die te toegeeflijk zou zijn voor Stalin: "Maarschalk Stalin, ik hoop dat u niet denkt dat ik alleen maar een jaknikker ben".

Rode Leger valt Wenen aan en neemt Bratislava in

Het Rode Leger (het Derde Oekraïense Front onder maarschalk Tolboechin) heeft de buitenwijken van Wenen bereikt. Er wordt gevochten in het oosten en zuiden van de stad.

Het Rode Leger in Oostenrijk.
Bij het parlementsgebouw in Wenen hangen nazi-affiches tegen "Het bolsjewisme" en "het Anglo-Amerikanisme". met de slogan "Capitulatie nooit!"

De hoofdstad van het geannexeerde Oostenrijk wordt voornamelijk verdedigd door de Waffen SS. In de eerste plaats het Zesde SS-Pantserleger, of wat daarvan overblijft na de gevechten in Hongarije. 

Sovjettroepen vechten in de straten van Wenen.

Enkele tientallen kilometers verder op de Donau heeft het Tweede Oekraïense Front onder maarschalk Malinovski de Slovaakse hoofdstad Bratislava ingenomen.

Daardoor is er een einde gekomen aan de “Slovaakse Staat” die onder leiding van priester Jozef Tiso aan Duitse kant stond. Tiso is naar Duitsland gevlucht. 

Intocht van het Rode Leger in Bratislava.
Sovjetmilitairen speken met Slovaakse burgers.

Het Rode Leger heeft daarmee de grens overschreden tussen Slovakije en het “Rijksprotectoraat Bohemen en Moravië” (de Tsjechische landen), dat nog helemaal onder Duitse controle staat.

In het noorden heeft het Vierde Oekraïense Front onder maarschalk Petrov een aanval ingezet op Ostrava, een belangrijke industriestad. Die aanval is echter afgeslagen door de Duitse Legergroep Midden.

Artillerie van Tsjechische troepen die aan Sovjetzijde vechten bij Ostrava.

De bevelhebber van de Legergroep Midden, kolonel-generaal Ferdinand Schörner, is meteen door Hitler tot veldmaarschalk bevorderd. Schörner, een overtuigde nazi, wordt geprezen omdat hij de moraal van zijn troepen hoog houdt door zijn drastische methoden. Zo hangt hij deserteurs op aan bomen en degradeert hij officieren die zich durven terug te trekken. 

 

Hitler beschouwde Schörner (links) op het einde als het voorbeeld van een nazigeneraal. Hij zou ooit gezegd hebben; "Een soldaat moet meer  angst hebben in de rug dan langs voor"

Verandering in Japan?

In Japan is de gepensioneerde admiraal Kantaro Suzuki tot eerste minister benoemd. Hij vervangt Kuniaki Koiso, die ontslag nam als gevolg van de Amerikaanse landing op Okinawa.

Cartoon in de Evening Star (11 april). Suzuki zegt tegen keizer Hirohito: “We behaalden een spirituele overwinning op Iwo Jima”. Hirohito antwoordt: “Ik hoop dat u niet hetzelfde soort overwinning zal behalen als ze in Japan landen.” Een verwijzing naar het zeer groot aantal Japanse doden  en de nederlaag op Iwo Jima.

Suzuki is een tegenstander van de oorlog tegen de Verenigde Staten, maar in hoeverre zijn benoeming een wijziging betekent in de door Japan gevolgde koers, is niet duidelijk. De invloed van de militaire kliek die tot elke prijs de oorlog wil voortzetten, is immers zeer groot. De nieuwe minister van Oorlog, generaal Korechika Anami, behoort daartoe.

Premier Suzuki (midden vooraan) met zijn kabinet. Achteraan, rechts van het midden (met snor en uniform) generaal Anami.

Op het moment dat Koiso ontslag nam heeft de Sovjet-Unie aangekondigd dat ze haar vriendschapsverdrag met Japan niet zal verlengen. Het verdrag dateert van 13 april 1941 en is vijf jaar geldig. Het zou automatisch verlengd worden als geen van beide partijen niet minstens één jaar op voorhand zich daartegen had verzet. Wat Moskou nu op de valreep doet. 

Dit kan het einde betekenen van een vreemde relatie: Japan en Duitsland zijn bondgenoten in de strijd tegen de Westerse mogendheden, maar de Japanners vechten niet mee tegen de Sovjets.

Voor de Sovjet-Unie was dat een goede zaak: ze kon zo alle kracht inzetten tegen Duitsland. Een oorlog op twee fronten zou misschien fataal zijn afgelopen.

Maar Stalin heeft in Jalta zijn bondgenoten in het grootste geheim toegezegd dat hij Japan zal aanvallen als Duitsland helemaal verslagen is. De aankondiging dat hij het verdrag wil opzeggen, zorgt dan ook voor heel wat ophef.

Cartoon in de Evening Star (7 april). De opzegging van het verdrag met Japan wordt voorgesteld als een kanonschot door Stalin waarbij het hele Japanse kabinet in de lucht vliegt. Stalin zegt: “Dat MacArthur en Nimitz (de Amerikaanse opperbevelhebbers in de oorlog tegen Japan) dit maar eens proberen te overtreffen”.

Gruwelen van de concentratiekampen worden duidelijk

Op 6 april hebben de Amerikanen voor het eerst echt kennis gemaakt met de gruwelen van een Duits concentratiekamp. Dat gebeurde in een kamp aan de rand van het stadje Ohrdruf, in de buurt van Gotha. 

Ohrdruf is een “buitenkamp” van het grote concentratiekamp Buchenwald. De gevangenen werden gebruikt om in de omgeving spoorwegen, wegen en onderaardse tunnels te graven. Eind vorig jaar zaten er zowat 10.000 gevangenen, maar dat aantal is de laatste maanden zowat verdubbeld, waardoor de leefomstandigheden nog erger werden. 

Kolonel Hayden Sears (rechts) met de enkele overlevenden van het kamp. Het initiatief van Sears om de inwoners van de dorpen en steden rond het kamp te verplichten om te komen zien wat er vlak bij hen is gebeurd, zal navolging krijgen en wordt de standaardpraktijk in de weken nadien.

Bij het naderen van een Amerikaanse divisie zijn de meeste gevangenen weggevoerd naar Buchenwald, 50 km oostwaarts. Wie te zwak was voor de voetreis werd in het kamp gedood.

De Amerikanen die, aangevoerd door kolonel Hayden Sears, het kamp betraden, troffen zo’n drieduizend uitgemergelde lijken aan, vaak op hele stapels. Een aantal lichamen waren in brand gestoken. 

Voor de militairen, die toch al wat gruwel gewend zijn, is deze ontdekking een afschuwelijke ervaring. De meeste kampen die tot nu toe waren gevonden (Breendonk, Stutthof...) waren volledig ontruimd. 

Kolonel Sears heeft heeft enkele tientallen burgers van Ohrdruf gedwongen de gruwelen te bekijken.

Het bestaan van de concentratiekampen was uiteraard binnen en buiten Duitsland bekend, maar verhalen over massamoorden werden door de Duitse media systematisch afgedaan als vijandelijke gruwelpropaganda.  

Een vrouw uit Ohrdruf (rechts) die gedwongen werd de lijken in het kamp te bekijken.
Vlugschrift met foto's van de gruwel van Ohrdruf die onder de Duitse bevolking werden verspreid. De titel is "Jullie moeten het weten!"

Opstand van Georgiërs op Texel

Op het Nederlandse eiland Texel is een bataljon Georgiërs van het Duitse leger in opstand gekomen.

Sinds februari zijn er 800 militairen van het Georgische Legioen van de Wehrmacht op het eiland. Ze zijn gerekruteerd uit Georgiërs uit het Rode Leger die krijgsgevangen waren gemaakt.

Zoals ook andere nationaliteiten van de Sovjet-Unie waren ze min of meer vrijwillig gaan vechten aan Duitse zijde, meestal om aan de afschuwelijke toestanden in de krijgsgevangenkampen te ontsnappen. Maar omdat de Duitse legerleiding hen niet vertrouwde, werden deze “Oostlegioenen” vaak ingezet op afgelegen plaatsen, zoals de verdediging van de kusten. 

Georgiërs op Texel (met Duitse uniformen) voor de opstand.

Op 5 april kregen de Georgiërs van hun Duitse commandant bevel zich klaar te maken om de dag daarna naar het vasteland te vertrekken. Ze zouden worden ingezet tegen de geallieerde strijdkrachten die in Nederland oprukken.

De nacht daarop begon de opstand. Met dolken doodden de Georgiërs meer dan 400 Duitse militairen. In de ochtend was het grootste deel van Texel in hun handen. Alleen de geschutsbatterijen aan de beide uiteinden van het eiland waren nog door Duitsers bemand.

Duitse militair bij de batterij van De Hors aan de zuidkant van Texel

De Duitse reactie was snel en hevig. De Duitse batterijen namen de hoofdplaats Den Burg onder vuur. Dezelfde dag nog – 6 april – ontscheepten Duitse troepen met veldartillerie op de zuidkant. Ze heroverden meteen een groot deel van het eiland. Daaronder ook Den Burg, waar de bevolking al de bevrijding zat te vieren. Een tiental  willekeurig uitgekozen burgers zijn gefusilleerd. 

Den Burg raakte zwaar beschadigd door het bombardement en er vielen ook wel wat burgerslachtoffers.
Texelaars moesten helpen om de vermoorde Duitsers te begraven.

De strijd duurt voort. In het noorden blijven de Georgiërs weerstand bieden. De Duitsers tonen geen genade voor wie levend in hun handen valt.

Links: de Georgische officier Sjalva Loladze, de leider van de opstand. Hij werd op 26 april doodgeschoten. Rechts: een niet mis te verstane waarschuwing.  De Georgische militairen werden gewoonlijk als "Russen" aangeduid en de opstand raakte op Texel bekend als de "Russenoorlog".

Naschrift: de opstand wordt snel bedwongen maar de Duitsers zullen op Texel hardhandig blijven afrekenen met voortvluchtige Georgiërs, ook na de Duitse capitulatie. De terreur stopt pas op 20 mei, als er Canadese troepen op het eiland landen.  

Meer over dit verhaal, met veel getuigenissen, vindt u op de boeiende website derussenoorlog.nl . Ook alle illlustraties hier komen daarvandaan.

Opgraving van de tien geëxecuteerde Texelaars uit een massagraf.

Japans reuzenslagschip gekelderd

In de Zuid-Chinese Zee hebben Ameri­kaanse vliegtuigen het Japanse reuzenslagschip Yamato doen zinken.

De Yamato was het grootste slagschip ooit gebouwd: Hij was 263 m lang, met een waterverplaatsing van 64.000 ton. De bepantsering was op sommige plaatsen meer dan 40 cm dik. Ondanks zijn omvang was het ook snel. 

Het enorme schip bezat meer dan honderd kanonnen, waaronder negen stukken van 46 cm diameter die granaten van 1350 kg afvuurden. Geen enkel schip heeft ooit zwaarder geschut gehad. De drie geschutstorens die deze reuzenkanonnen droegen, waren elk even zwaar als een middelgrote torpedojager. 

De Yamato in 1941, kort nadat het schip voltooid was.

De Yamato  maakte deel uit van een groep van tien schepen die op weg waren naar het bedreigde Okinawa toen een Amerikaans eskader hen in de gaten kreeg. Daarop begonnen golven van aanvallen door zo’n 300 Amerikaanse vliegtuigen, die bommen en torpedo’s afwierpen.

Al gauw begon het schip te lekken en ontstond er brand. Na twee uur kapseisde de Yamato en zonk, waarbij er nog een geweldige explosie plaatsvond. Slechts 269 bemanningsleden konden worden gered. Bijna 2500 kwamen om. Onder hen viceadmiraal Seiichi Ito, die de aanval naar Okinawa leidde. 

De Yamato werd tijdens de slag in de Golf van Leyte (oktober 1944) door een bom getroffen zonder dat dit veel schade veroorzaakte.

Het eskader rond de Yamato was uitgezonden met een zelfmoordopdracht (Operatie Ten-Go). De tien schepen moesten de Amerikaanse invasie bij Okinawa tegenwerken. Maar daar wachtten hen zowat zestig Amerikaanse schepen, ook zware slagschepen.

Door gebrek aan eigen vliegtuigen hadden de Japanners geen bescherming tegen Amerikaanse luchtaanvallen. Bovendien werd Ito tegen zijn zin verplicht op klaarlichte dag te varen. 

De Japanse bemanning besefte dat het een zelfmoorddaad was. Oudere bemanningsleden en jonge marinekadetten waren vlak voor de afvaart van boord gehaald. 

De ondergang van de Yamato is een zware klap voor Japan, want het schip had een groot prestige. 

De Yamato voer voor het einde in zigzag om aan de luchtaanvallen te ontsnappen.

Meest gelezen