11 tot 17 september 1944: Amerikanen over de grens met Duitsland

In deze reeks geven we een overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen in het laatste jaar van de Tweede Wereldoorlog. Deze week van 11 tot 17 september 1944. De Amerikanen hebben de oostgrens van België overschreden en naderen Aken. Intussen proberen geallieerde luchtlandingstroepen bruggen over de grote Nederlandse rivieren te veroveren.  

In het oosten van België hebben de Amerikaanse troepen de grens met Duitsland overschreden. De grensstadjes Monschau en Roetgen zijn ingenomen. Die liggen niet ver van de grote stad Aken. Voor het eerst staat een stuk Duits grondgebied onder geallieerde bezetting. 

Een van de eerste maatregelen van de Amerikaanse bezetter in Duitsland: inwoners moeten hun wapens en camera's inleveren.   Foto bovenaan: GI's poseren  bij de Belgische grenspaal aan Eynatten.  Foto's NARA.

Iets achter de grens ligt evenwel de Westwall (ook bekend als Siegfriedlinie), een rij bunkers die voor de oorlog werd aangelegd. Het Duitse leger heeft zich voor een groot deel achter die linie teruggetrokken. Hitler heeft een paar weken geleden 20.000 dwangarbeiders en vrijwilligers gemobiliseerd om de Westwall te versterken. 

Overblijfselen van de Westwall nabij Aken. Jeffrey Pardoen

Even over de Belgische grens hebben Amerikaanse troepen de Siegfriedlinie overschreden. Dat gebeurde bij Prüm, ten zuidoosten van Sankt-Vith.

Ten noorden van Luik hebben de Amerikanen ook de grens met Nederland overschreden. Na een paar dagen van gevechten is Maastricht op 14 september bevrijd. 

GI's trekken St. Vith binnen. Ze ondervinden weinig weerstand en dragen het geweer gewoon op de schouder (NARA).

De laatste Duitse troepen hadden het oosten van België verlaten toen de 3de Amerikaanse divisie op 12 september Sankt-Vith binnenreed .

Daarmee zijn ook de Oostkantons bevrijd. Maar het enthousiasme voor de bevrijders is hier niet zo groot. 

Duitsland had de Oostkantons in 1940 geannexeerd. De meeste Duits­talige Belgen waren daar eerst tevreden mee (Hitler werd als een bevrijder in Eupen begroet), maar het gevolg was dat ook deze “Volksduitsers” dienst moesten nemen in de Wehrmacht. 

St-Vith tijdens de Duitse inval in 1940. De vlaggen tonen duidelijk de sympathie voor de Duitse agressor.

De Amerikaanse tanks die Sankt-Vith binnenreden, werden al snel gevolgd door Waalse verzetslui die weinig begrip konden opbrengen voor de positie van de Duitstalige Belgen.

De Amerikanen moesten zelfs optreden en stuurden de meeste weerstanders terug. Met de hulp van het plaatselijk verzet is nu een ordemacht opgericht.

Belgen in het Duitse leger die zich in de Oostkantons bevonden, zijn als krijgsgevangenen voor hun eigen veiligheid naar een kamp in Frankrijk gedeporteerd. 

Een GI met twee kinderen in het centrum van Eupen, kort na de bevrijding.  De Amerikanen hebben al hun bewegwijzering geplaatst (NARA).

Brigade Piron bevrijdt Leopoldsburg

De Belgische brigade van kolonel Piron heeft op 11 september Leopoldsburg veroverd.

De Belgische Groepering Bevrijding, zoals de brigade officieel heet, was die ochtend via de noodbrug van Beringen het Albertkanaal overgestoken en was meteen opgerukt naar dit belangrijke kwartier van het Belgisch leger.

Burgers van Leopoldsburg hebben bloemen geplaatst op een tank van de Brigade Piron die een voltreffer kreeg, waarbij twee inzittenden gedood werden en een derde zwaargewond raakte.  Foto: Collectie Dewandre,  ADIV CDH , Historisch Centrum Defensie Evere.

De Duitsers hadden in het kamp van Beverlo honderden politieke gevangenen opgesloten. Die zijn vorige week vrij­gelaten. Maar 25 onder hen zijn intussen door de Zwarte Brigade gefusilleerd.

Meteen is ook contact gemaakt met de Belgische parachutisten in het nabije Peer en Hechtel. Die waren daar gedropt om de Duitse troepenbewegingen te bespieden.

In Hasselt is op 12 september voor het eerst opnieuw Het Belang van Limburg verschenen; de krant brengt hulde aan de geallieerden en het verzet  ( archief Het Belang van Limburg).

De verovering van Leopoldsburg had meteen gevolgen voor de strijd bij Hechtel. Daar wisten Duitse paratroepen met enkele goed opgestelde kanonnen de geallieerde opmars in bloed te smoren. Hun positie werd nu onhoudbaar. De dag daarop kon de Britse Guards-pantserdivisie hen verdrijven.

Herbekijk hieronder de reportage in "Het Journaal": (lees verder onder de beelden)

Video player inladen...
Hechtel na de bevrijding. Foto IWM

De strijd rond Hechtel was zowat de bloedigste sinds de bevrijding begon. Het dorp is zwaar verwoest en er zijn 200 mensen gedood. Daaronder 35 burgers, sommigen zomaar door de Duitsers neergeschoten.

Het oorlogsdrama van de Malou, een gehucht bij Balen, vond plaats op 11 september 1944. Enkele terugtrekkende SS-soldaten haalden tien onschuldige burgers uit hun huizen en dwongen hen een diepe put te graven. Toen dat was gebeurd werd het vuur op de burgers geopend. Twee van hen overleefden de aanslag en konden nog voortvertellen wat er was gebeurd. Twee dagen later werden in Olmen nog eens zes burgers in koelen bloede neergeschoten, enkele uren voor de bevrijding.

De Duitsers trokken zich terug achter het Kempens Kanaal en de Zuid-Willems­vaart, in het noorden van Limburg. Maar intussen hebben de Britten bij Lommel ook al een bruggenhoofd over het Kempens Kanaal. 

Een tank van de Irish Guards loopt over een noodbrug (baileybrug) nabij Balen.

Canadezen bevrijden Brugge

Op 12 september is ook Brugge bevrijd. Het was de laatste Belgische provinciehoofdstad die nog onder Duitse bezetting verkeerde.

De Bruggelingen bouwden zelf een nood­brug over de gracht rond het oude stadscentrum om de 4de Canadese pantserdivisie toegang te verlenen.

De dag na de bevrijding worden de Canadese bevrijders gehuldigd op het stadhuis van Brugge. In het midden burgemeester Victor Van Hoestenberge, die in 1941 door de bezetter was afgezet, maar meteen weer zijn ambt opnam. Collectie Stadsarchief Brugge.

De Duitsers hebben niet om het centrum willen vechten, misschien omwille van de culturele waarde. Wel hebben ze geprobeerd de kranen van de Brugse binnenhaven op te blazen. Maar het Geheim Leger had de springladingen onklaar gemaakt.

Aan de kust is Zeebrugge nog in Duitse handen, al staan de Canadezen intussen al in Blankenberge.  

Op de Burg in Brugge tonen twee verzetslui een achtergebleven Duitse granaat aan een Canadees soldaat (NARA).

Bevrijding Waas- en Meetjesland

De Canadese en Poolse divisies dringen langzaam maar zeker door tot het noorden van Oost-Vlaanderen. Die streek is door de vele kanalen vrij moeilijk toegankelijk.

Na de bevrijding van Gent probeerden de Duitsers stand te houden achter enerzijds het kanaal Gent-Terneuzen en anderzijds het kanaal Gent-Brugge. Maar toen ze Brugge moesten opgeven, werd die tweede stelling onhoudbaar en trokken ze zich terug achter het kanaal van Schipdonk. Ook daar hebben ze niet lang kunnen standhouden. Ze zijn nu verschanst achter het Leopoldkanaal, dat vlak voor de grens met Nederland loopt. 

Poolse bevrijders in Sint-Niklaas.

Intussen hebben de Polen de weerstandsnesten in de omgeving van Gent gezuiverd. Daarop drongen ze door in het Waasland. Op 14 september bereikten ze de Nederlandse grens bij Stekene en De Klinge.

De dag daarop rukten de Polen triomfantelijk Sint-Niklaas binnen, terwijl de Canadezen Eeklo bevrijdden.

De Duitsers zijn nu teruggetrokken tot de dorpen aan de rand van Zeeuws-Vlaanderen. 

Een concrete dank aan de bevrijder. Bij het standbeeld van Karel Lodewijk Ledeganck in Eeklo maken de Canadezen reclame voor hun oorlogslening. Op 13 oktober was er in het stadje al 60.000 Canadese dollar opgehaald. Foto: NA Canada

Geallieerde luchtlandingen bij Nederlandse grote rivieren

Geallieerde luchtlandings­troepen zijn in Nederland geland aan bruggen over de Rijn (bij Arnhem), de Waal (bij Nijmegen), de Maas (bij Grave) en twee kanalen ten zuiden daarvan.

Het gaat om meer dan 20.000 man, Britten, Amerikanen en Polen, die met parachutes of zweefvliegtuigen zijn neergelaten. Ze zijn door meer dan duizend transportvliegtuigen vanuit Groot-Brittannië overgebracht. 

Parachutisten springen uit Dakota C 47's boven het Nederlandse Renkum (IWM).

Bedoeling is dat de geallieerden een corridor vormen door Nederlands gebied die over die bruggen loopt. Ze moeten nu zo snel mogelijk vanuit België daarnaartoe doorstoten. Dat is de taak van de intussen befaamde Britse Guards-pantserdivisie. Die heeft kort daarvoor een bruggenhoofd over het Kempens Kanaal nabij Lommel veroverd.

"Market Garden" (codenaam voor de lucht-landoperatie) is een stoutmoedig plan van veldmaarschalk Montgomery om Duitsland binnen te vallen via Nederland en zo de Westwall te vermijden. 

Golven parachutisten komen neer in Nederland (NARA).

De landingen van para's en zweefvliegtuigen zijn een volkomen verrassing voor de Duitsers. Zo'n gewaagde zet hadden ze niet verwacht.

Maar de operatie verloopt niet helemaal zoals gepland. 

In Geel zien de inwoners golven Dakota's c 47 overvliegen op 17 september 1944 richting Nederland. © IWM (BU 920)

Bij Arnhem is de 1ste Britse lucht­landingsdivisie onder generaal Urquhart op een hele afstand van de stad en de brug over de Rijn geland. Slechts één bataljon slaagde erin de brug te bereiken. Maar het werd snel ingesloten door oprukkende SS-pantserdivisies. De andere Britten hebben zich ten westen van Arnhem teruggetrokken.

Op versterking kunnen de Britten hij Arnhem niet meteen rekenen. Ook bij Nijmegen sla­gen de Amerikanen er niet in de brug over de Waal te veroveren.

Geallieerden maken contact in Frankrijk

Bij Châtillon-sur-Seine, in Bourgondië, hebben de geallieerde legers die vanuit de Provence noordwaarts oprukken contact gemaakt met de geallieerde legers die in Normandië waren geland. Dat gebeurde op 12 september, een dag nadat Dijon was bevrijd. 

Sinds hun landing in de Provence op 15 augustus hebben de Amerikaanse en Franse legers bijna 800 km afgelegd. Daarmee is Operatie Dragoon een volledig succes.

De beide legers worden nu ondergebracht in de grote geallieerde invasiemacht onder generaal Eisenhower. 

Links: een kaart van de snelle opmars van de geallieerden vanuit Zuid-Frankrijk. Rechts: een Amerikaanse tank bij de bevrijding van Dijon.

Meer dan 100.000 Duitse militairen – ongeveer een derde van de legersterkte in Zuid-Frankrijk - zijn krijgsgevangen genomen. Daarbij komt nog een kolonne van 18.000 man die zich uit het zuidwesten terugtrokken, maar in het midden van Frankrijk ingesloten werden. Die hebben zich uitgeput overgegeven.

De Duitse troepen die wel konden ontkomen, trekken zich grotendeels terug achter de Vogezen. Het noordoosten is het enige grote deel van Frankrijk dat nog niet bevrijd is. De tanks van generaal Patton, die daar opereren, vorderen daar nauwelijks, wegens gebrek aan brandstof. Alle beschikbare voorraden zijn immers prioritair bestemd voor de bevrijding van België. 

Gewonde Duitse krijgsgevangenen (NARA).

Wapenstilstand met Roemenië

In Moskou is een wapenstilstand gesloten tussen Roemenië en de drie grote geallieerde mogendheden. Het was Sovjet-maarschalk Malinovski die voor de geallieerden tekende.

Daardoor aanvaardt Roemenië dat de geallieerden (lees: de Sovjet-Unie) het land helemaal kunnen bezetten, de transportmiddelen gebruiken en bovendien censuur uitoefenen op pers en postverkeer.

Omdat het land van kamp is veranderd en nu in oorlog is met Duitsland (het Roemeense leger moet voortaan aan geallieerde zijde vechten) komt het er nog vrij goed van af.  

Nog voor de wapenstilstand werd gesloten, werd het grootste deel van Roemenië door het Rode Leger bezet, inclusief de hoofdstad Boekarest. De Russen werden als bevrijders verwelkomd.

Wel moet Roemenië opnieuw Bessarabië en de noordelijke Boekovina (gebieden waar zowel Roemenen als Oekraïners wonen) aan de Sovjet-Unie afstaan, iets wat het in 1940 al gedaan had. Anderzijds beloven de geallieerden dat Roemenië het deel van Transsylvanië terugkrijgt dat in 1940 onder Duitse druk naar Hongarije ging. Het land is nu ook in oorlog met Hongarije. 

In 1940 (het was toen niet in oorlog) moest Roemenië grote delen van zijn grondgebied afstaan aan de Sovjet-Unie (rood), Hongarije (geel) en Bulgarije (groen).  Uiteindelijk kreeg het enkel het gele deel terug.

Verder moet de Roemeense regering onmiddellijk iedereen die gevangenzat “omwille van zijn raciale afkomst” (lees: Joden en zigeuners) vrijlaten en alle discriminerende maatregelen opheffen.

De Roemenen hebben in de oorlog meer dan een kwart miljoen Joden vermoord, al dan niet met Duitse hulp, maar eind 1942 werd de genocide stopgezet. De ca. 300.000 overgebleven Joden werden daarna nog getroffen door dwangarbeid en zware belastingen. 

Oostfront weer in beweging

Terwijl de geallieerde opmars in het westen aan het vertragen is, komt het front in Polen opnieuw in beweging.

Het Rode Leger heeft een aanval ingezet op Warschau en is doorgedrongen tot een voorstad aan de rechteroever van de Weichsel. Van daaruit kunnen de Russen de gevechten tussen Duitsers en Poolse opstandelingen op de rechteroever zien, maar ze hebben nog geen contact met de opstandelingen. 

Russen nemen een voorstad van Warschau in. Foto Australian War Memorial.

Wekenlang stonden de Sovjets stil op enkele kilometers van de Poolse hoofdstad, waar de opstand tegen de Duitse bezetter met ongekende hevigheid blijft voortwoeden.

De houding van de Russen tegenover de opstand in Warschau is onlangs veranderd. Wekenlang deden ze niets. Nu laten ze toch bevoorrading langs de lucht toe en droppen zelf wapens en voedsel. Maar de situatie van de Polen is zeer moeilijk geworden. Ze hebben nog maar een paar stadswijken in handen.

Leden van het Pools Binnenlands Leger vechten in Warschau.

In het zuiden van Polen is het Rode Leger door de Duitse verdedigingslinie gedrongen en heeft ten zuiden van Krakau de Tsjechische grens bereikt.

Daarenboven is het Rode Leger een nieuw offensief begonnen in het Baltisch gebied. Sinds eind augustus lag het front ook daar vrijwel stil.

De Duitsers bezetten nog steeds het grootste deel van Estland, het westen van Letland en het kustgebied van Litouwen. Achter enkele zwaar versterkte verdedigingslinies zitten zo'n 700.000 Duitse soldaten. De Sovjets zijn iets talrijker en beschikken over veel meer tanks en vliegtuigen.

Top Québec stemt in met Morgenthau-plan

In de Canadese stad Québec is een geallieerde topconferentie gehouden.

Vijf dagen lang hebben delegaties aangevoerd door de Amerikaanse president Roosevelt en de Britse premier Churchill met elkaar gepraat in het bekende hotel Château Frontenac en de citadel van Québec. De Canadese eerste minister William Lyon Mackensie King was gastheer, maar nam niet aan alle besprekingen deel.

Er is vooral gesproken over verdere militaire en economische samenwerking. Concreet zullen de Britten ook de komende jaren massale Amerikaanse steun in de vorm van geld en goederen krijgen. 

De Amerikaanse president Roosevelt en de Britse premier Churchill met hun militaire staven in Québec.  Vooraan v.l.n.r. generaal George C. Marshall (stafchef van het Amerikaanse leger), admiraal William D. Leahy (voorzitter van de Amerikaanse gezamenlijke stafchefs), Roosevelt, Churchill, veldmaarschalk Sir Alan Brooke (stafchef van het Britse leger) en veldmaarschalk Sir John Dill (Brits hoog militair vertegenwoordiger). Rechts op de achtergrond het Château Frontenac.

Een belangrijk discussiepunt was wat in de toekomst met Duitsland moet gebeuren. Zo is beslist dat het overwonnen Duitsland in militaire bezettingszones zal worden ingedeeld.  

Onder druk van Roosevelt wordt ook ingestemd met een plan van de Amerikaanse minister van Financiën Henry Morgenthau. Dat houdt in dat de Duitse zware industrie moet worden ontmanteld en dat Duitsland in de toekomst hoofdzakelijk een landbouwland zal worden. Zo wordt vermeden dat het ooit nog een sterk leger kan hebben.

Churchill heeft tegen zijn zin met dat plan ingestemd. Hij gelooft er niet in maar hij is te afhankelijk van de Amerikaanse steun om zich te verzetten. 

Een banket tijdens de conferentie in het Château Frontenac. V.l.n.r. Clementine Churchill (echtgenote van de premier), Sir Eugène Fiset (luitenant-gouverneur van de provincie Québec), Eleanor Roosevelt (echtgenote van de president), de Canadese premier Mackensie King, Lady Fiset en de Amerikaanse ambassadeur Ray Atherton.

Naschrift: het Morgenthau-plan zal kort nadien in de pers uitlekken. De nazipropaganda zal het meteen gebruiken om de Duitsers op te roepen om tot het uiterste te strijden. Ze krijgen nu te horen wat "de Jood Morgenthau" voor hen in petto heeft als Duitsland wordt verslagen. De Britse regering zal het plan al snel verwerpen.