Video player inladen...

12 tot 18 februari 1945: Achille Van Acker wordt nieuwe Belgische premier

In deze reeks geven we elke week een overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen in het laatste jaar van de Tweede Wereldoorlog. België heeft een nieuwe regering, de Duitse stad Dresden wordt door een bombardement verwoest en aan het Oostfront loopt een Duits tegenoffensief snel dood. 

Na amper vijf dagen regeringscrisis heeft de socialist Achille Van Acker een nieuwe regering van nationale eenheid gevormd.

De Belgische Socialistische Partij is erin geslaagd de impopulaire premier Hubert Pierlot te vervangen door iemand uit haar rangen. Door zijn krachtdadige optreden bij de invoering van de sociale zekerheid heeft Van Acker de reputatie van man van de daad  gekregen, een groot contrast met Pierlot. 

Het zag er even naar uit dat de Katho­lieke Partij niet zou meedoen. De katholieken, die de grootste fractie in het parlement vormen, toonden hun ongenoegen dat hun partijgenoot Pierlot moest opstappen, hoewel ze hem zelf nauwelijks gesteund hebben toen hij in moeilijkheden kwam.

Ook wilde de Katholieke Partij niet dat de communisten opnieuw deel van de regering zouden uitmaken. Maar Van Acker wilde de communisten erbij, al was het om te beletten dat ze vanuit de oppositie onrust zouden stoken.

Van Acker (midden) bij een bezoek aan het zwaar beschadigde Kortrijk in 1946 (Collectie AMSAB).

Nadat Pierlot zelf zijn steun aan Van Acker gegeven had, draaiden de katholieken bij en op 12 februari legde de nieuwe regering de eed af voor de prins-regent.

Het nieuwe kabinet telt 18 ministers (6 katholieken, 5 socialisten, 4 liberalen, 2 communisten en een technicus) waaronder twaalf die niet tot de ontslagnemende regering behoorden. Opvallend is dat alle vroegere “Londense” ministers verdwenen zijn, op één na : de socialist Paul-Henri Spaak, die op Buitenlandse Zaken blijft. 

Groepsfoto van de nieuwe regering. V.l.n.r. zittend : Kronacker (lib.., zonder portefeuille), Eyskens (kath., Financiën), Spaak (soc., Buitenlandse Zaken, premier Van Acker (soc., Kolenmijnen), du Bus de Warnaffe (kath., Justitie) en Van Glabbeke (lib., Binnenlandse Zaken).  Staand: Lalmand (comm., Ravitaillering), De Smaele (partijloos, Economische Zaken), Delvaux (kath., Landbouw), Ronse (kath., Informatie), De Bruyne (kath., Koloniën), Rongvaux (soc., Verkeerswezen), Vos (soc. Openbare Werken), Troclet (soc., Arbeid en Sociale Voorzorg) en Marteaux (comm., Volksgezondheid). Twee ministers ontbreken : Mundeleer (lib., Landsverdediging) en  Pauwels (kath., Oorlogsslachtoffers) . Collectie AMSAB.

Een aantal nieuwelingen komen – net als Van Acker zelf – uit het verzet. Dat is het geval met de socialist Léon-Eli Troclet (Arbeid en Sociale Voorzorg) en de liberalen Auguste Buisseret (Openbaar Onderwijs) en Adolphe Van Glabbeke (Binnenlandse Zaken).  De Luikenaars Troclet en Buisseret hebben onder de bezetting een tijd gevangengezeten.

Bij de katholieken is de Leuvense hoogleraar economie Gaston Eyskens (Financiën) een opvallende nieuwkomer.

Bij de communisten keert dokter Albert Marteaux terug op Volksgezondheid (waar hij twee maanden eerder ontslag nam), terwijl de secretaris-generaal van de Kommunistische Partij, Edgar Lalmand, voor het eerst in de regering komt als minister van Ravitaillering.

Van Acker zelf wordt behalve eerste minister ook minister van kolen­mijnen. Opvoering van de kolenproductie wordt een hoofdpunt van zijn beleid.

Achille Van Acker, een vroegere manden­maker en dokwerker uit Brugge, wordt de tweede socialist die een regering leidt en de eerste premier in twintig jaar die echt Nederlandstalig is.

Verovering van Boedapest voltooid

Na een bloedig beleg van bijna twee maanden heeft het Rode Leger de Hongaarse hoofdstad Boedapest volledig veroverd.  De laatste Duitse eenheden capituleerden op 13 februari.

De laatste weken hielden de Duitse en Hongaarse troepen stand op de burchtheuvel, waar ze bevoorraad werden met droppings en zweefvliegtuigen.

Een plein in Boedapest na de gevechten (bron fortepan.hu).

Toen de Sovjets de Duitse stellingen binnendrongen, besloot SS-generaal Pfeffer- Wildenbruch dat de ingesloten troepen en burgers (samen zowat 30.000 mensen) in kleinere groepen moesten uitbreken. Hitler had elke uitbraak verbroken.

De uitbraak werd een mislukking, want de Sovjets waren daarop voorbereid. Bijna alle uitgebroken troepen werden snel ingerekend. Slechts een 700-tal onder hen wist de Duitse linies in het westen van Hongarije te bereiken.

Sovjetsoldaten plaatsen een rode vlag voor het parlementsgebouw in Boedapest.

Ook de strijd om Boedapest is voor Duitsland een zware aderlating geworden. Alles samen zouden er meer dan 100.000 Duitsers zijn gedood of gevangengenomen, naast 40.000 man Hongaarse troepen. Tegelijk zijn meer dan 30.000 burgers gedood. De verliezen aan Sovjetzijde bedragen meer dan een kwart miljoen. 

Hitler wilde per se in de Hongaarse hoofdstad standhouden en had enkele SS-pantserdivisies uit de Ardennen laten aanrukken om het garnizoen te ontzetten. Maar toen twee weken geleden een dozijn Sovjetdivisies in Zuidoost-Hongarije begonnen aan te vallen, wijzigde Hitler zijn plannen en liet hij zijn troepen in Boedapest aan hun lot over.

Kort na het einde van de strijd werd de Vrijheidsbrug over de Donau tijdelijk hersteld door de aanleg van een pontonbrug (op de voorgrond) . Alle bruggen waren door de Duitsers opgeblazen.

Roosevelt overlegt met koning Ibn Saoed

Op zijn terugweg van de top van Jalta heeft de Amerikaanse president Roosevelt ontmoetingen gehad met bevriende staatshoofden uit Afrika en het Midden-Oosten.

De Egyptische koning Faroek wordt naar de Quincy geleid door admiraal van de vloot William D. Leahy, de militaire topadviseur van de Amerikaanse president (NARA).

Het ging om koning Faroek van Egypte, keizer Haile Selassie van Ethiopië en koning Ibn Saoed van Saoedi-Arabië.

De ontmoetingen vonden plaats op de Amerikaanse kruiser Quincy op het Grote Bittermeer in Egypte. Dat meer ligt op het Suezkanaal. Roosevelt was van de Krim tot vlak bij het meer gevlogen.

Roosevelt (rechts) met de Ethiopische keizer (negus) Halie Selassie op het dek van de Quincy.

Er was vooral veel aandacht voor het gesprek met de Saoedische koning op 14  februari. Zijn land wordt een steeds belangrijkere producent van aardolie. De oliewinning aldaar is het monopolie van Aramco, een bedrijf dat volledig in handen is van grote Amerikaanse oliemaatschappijen.

Roosevelt (rechts) met naast hem Ibn Saoed. De geknielde man is kolonel Bill Eddy, die als tolk optrad. Eddy was Amerikaans gezant in Saoedi-Arabië, adviseur van Aramco en officier van de inlichtingendienst. Naast hem staat admiraal Leahy. Voor de gelegenheid werd het dek van de Quincy bekleed met Arabische tapijten.

De Verenigde Staten hebben tijdens de oorlog de samenwerking met Saoedi-Arabië sterk opgevoerd. Voor Ibn Saoed was het de eerste keer dat hij zijn land verliet. Een Amerikaans oorlogsschip was hem in de haven van Djedda gaan ophalen.

Roosevelt peilde naar de instemming van Ibn Saoed om de Joden die in Europa zijn vervolgd in Palestina te vestigen. Maar de koning wil daar niets van weten en heeft gewaarschuwd dat de Arabieren zich daar met alle middelen tegen zullen verzetten. De Amerikaanse president heeft daarop – in het geheim – beloofd dat hij niets zal doen om de Joden te helpen tegen de Arabieren.

Ibn Saoed was bij zijn bezoek aan de Quincy vergezeld van een entourage van 48 mensen, waaronder drie van zijn zonen.

Meteen na dit gesprek is de Quincy, met Roosevelt en zijn gevolg, huiswaarts vertrokken. Onderweg is er nog halt gehouden in de Egyptische havenstad Alexandrië.

In Alexandrië bracht de Britse premier Churchill (rechts, terwijl hij aan boord stapt)) nog een kort bezoek aan de Quincy. Het zou de laatste van zijn vele ontmoetingen met Roosevelt worden, want de Amerikaanse president zou twee maanden later overlijden.

Zwaar geallieerd bombardement verwoest Dresden

Een zeer zwaar bombardement heeft de grote Duitse stad Dresden getroffen.

In de nacht van 13 op 14 februari verschenen 800 Britse bommenwerpers in twee golven boven de Saksische hoofdstad. Ze wierpen grote hoeveelheden spring-  en brandbommen uit. Die veroorzaakten een vuurstorm die nog veel meer verwoestingen aanrichtte. Hier en daar is metaal en glas gesmolten van de hitte. Mensen wierpen zich in de rivier de Elbe of in waterreservoirs om aan het vuur te ontkomen.

Bekijk hieronder archiefbeelden van "United News" uit het US National Archive over de bombardementen op Dresden van 13 tot 15 februari 1945: (lees verder onder de video)

Video player inladen...
Een B-17 in actie.

De middag daarop volgde nog een aanval van zo'n 400 Ameri­kaanse B-17 “Vliegende Forten”, die de bluswerken verstoorden. Nog een dag later wierpen nog eens 211 B-17’s hun bommen uit. 

Opruiming van lijken na het bombardement (bron DHM).

In totaal lieten 1300 vliegtuigen 2400 ton springbommen en 1500 ton brandbommen vallen, in minder dan 48 uur.

De ruïne van de befaamde Frauenkirche met daarvoor het ongeschonden standbeeld van Maarten Luther (Bundesarchiv Bild).

Het bombardement doet vragen stellen omdat er geen militaire of industriële installaties zijn getroffen. De aanval was duidelijk gericht op de historische binnenstad, die door haar uitzonderlijke schoonheid Dresden de bijnaam gaf van “Florence aan de Elbe”. Die oude stad is volledig verwoest op een oppervlakte van 15 km².  

De verwoeste Webergasse met daarachter de toren van de kruiskerk.

Het aantal slachtoffers is moeilijk te schatten. Behalve de 600.000 inwoners verbleven er een onbekend aantal mensen die op de vlucht zijn voor het oprukkende Rode Leger. Alleen door alle – meestal verkoolde – lijken te tellen kan men zich een idee vormen van het aantal doden. Intussen zijn wel 350.000 mensen dakloos. De Duitse hulpdiensten zijn meteen in actie geschoten om de getroffenen te helpen.

Lijken na de vuurstorm: een moeder met haar kinderwagen met een tweeling in (Deutsche Fotothek).

Nazi-propagandaleider Goebbels gebruikt het bombardement om de indruk te geven dat de geallieerden het Duitse volk willen uitroeien. Hij laat persberichten verspreiden met vermeldingen van 100.000, later 200.000 doden. Nochtans zijn er nooit meer dan 25.000 lichamen geteld. Ook de beweringen dat Dresden geen militair belang of geen oorlogsindustrie had, zijn producten van de propaganda, die na de oorlog bleven hangen. Lang nadien zullen er nog gefantaseerde dodenaantallen worden genoemd, tot 400.000.

Een van de beroemdste foto's van het verwoeste Dresden, genomen vanaf de stadhuistoren met een stenen beeld van de toren op de voorgrond (Deutsche Fotothek).

Onder de zeer weinigen voor wie de verwoesting van Dresden een geluk betekende, waren er een zeventigtal Duitse Joden die nog altijd vrij – met Jodenster en onder zware discriminatie – in de stad leefden maar elk moment konden worden opgepakt. De totale chaos na het bombardement stelde hen in staat om een andere identiteit aan te nemen. De bekendste was de taalgeleerde Victor Klemperer.

Amerikaanse landing op Corregidor

Amerikaanse parachutisten en landings­vaartuigen hebben een aanval ingezet op het Filipijnse eilandje Corregidor. Het eilandje ligt voor de ingang van de baai van Manilla en is zwaar versterkt.

Luchtfoto van Manilla tijdens de gevechten (NARA).

De verovering van Corregidor is essen­tieel om de toegang tot de hoofdstad Manilla te kun­nen vrijmaken.

Een maand geleden landden de Amerikanen op Luzon, het grote eiland waar Manilla ligt. Sindsdien hebben ze het centrale deel van Luzon op de Japanners heroverd. Ze zijn doorgedrongen tot de buitenwijken van Manilla, waar nu hevig wordt gevochten.

Een Amerikaans 57 mm-kanon in actie op Luzon.

Duits tegenoffensief aan Oostfront loopt snel dood

Op 16 februari is het Duitse leger een tegenaanval begonnen in Pommeren (de streek aan de Oostzeekust rond de Oder).

De Legergroep Weichsel slaagde erin de Russen terug te dringen tot bij de stad Pyritz (Pools: Pyrzyce), ten zuiden van Stettin (Pools: Szczecin).    

Sovjettroepen bij gevechten in een stadje in Pommeren

Dit kleine Duitse succes is vooral het werk van generaal Walther Wenck, die als stafchef feitelijk het bevel voerde over de Legergroep Weichsel. Officieel is SS-leider Himmler sinds vorige maand de bevelhebber van de legergroep, maar generaal Guderian, de chef van de generale staf, drong er heel erg bij Hitler op aan dat er een deskundig generaal aan hem werd toegevoegd. Hitler gaf na een hevige discussie met Guderian toe.

Generaal Wenck (staande rechts) tijdens de veldtocht in Frankrijk in 1940. Wenck was in 1945 de jongste 'full" generaal van het Duitse leger.

De Legergroep Weichsel verdedigt het gebied langs de kust tussen de Weichsel en de Oder. Ze omvat een half miljoen manschappen, die echter vaak gebrek hebben aan materieel en allerhande uitrusting. Hele eenheden hebben bijvoorbeeld geen stafkaarten. 

Duitse soldaten met een buitgemaakt Sovjet-machinepistool

Het Rode Leger (in dit geval het Eerste Wit-Russische Front onder maarschalk Zjoekov) behoudt echter overal een geweldig overwicht.

De Duitse aanval ondervond al snel hinder door de plots ingevallen dooi. De Duitse tanks zonken daardoor weg in de modder.

Gesneuvelde Sovjetsoldaten en vernielde tanks in het zuiden van Pommeren (Bundesarchiv Bild).

Tot overmaat van ramp voor de Duitsers is generaal Wenck op 17 februari het slachtoffer van een auto-ongeluk geworden.

Wenck, die verplicht werd naar Berlijn te komen voor een bespreking met Hitler, keerde dezelfde nacht terug naar zijn hoofdkwartier, hoewel hij al twee dagen niet meer geslapen had. Hij viel in slaap achter het stuur en is zwaargewond weggevoerd naar het hospitaal.

Nog voor Wenck kon worden vervangen, heeft Zjoekov versterkingen laten aanrukken, waardoor het Duitse offensief dezelfde dag is vastgelopen.  

Breslau helemaal omsingeld

De Silezische hoofdstad Breslau (Pools: Wrocław)  is sinds 14 februari volledig door het Rode Leger ingesloten.

Met meer dan 600.000 inwoners was Breslau een van de grootste steden van Duitsland. De meesten zijn de voorbije dagen gevlucht door een smalle corridor. Er blijven er nog meer dan 200.000 over.

Zo’n 50.000 man, waaronder ook 15.000 gewapende burgers van de Volkssturm en jongens van de Hitlerjugend, verdedigen de stad.        

Sovjet-houwitsers bestoken Breslau.

Intussen moeten de overige Duitse legers in Silezië zich steeds verder terugtrekken.

Een vijftigtal kilometer ten westen van Breslau hebben de Sovjets het concentratiekamp bevrijd bij het dorp Gross-Rosen (Pools: Rogoźnica) .     

Gross-Rosen was een van de grootste concentratiekampcomplexen, waar slavenarbeid voor de industrie werd gebruikt. De zowat honderd subkampen waren meestal verbonden met een fabriek. In het hoofdkamp bevond zich een steengroeve. Net als in andere kampen zijn de meeste gevangenen in de voorbije weken weggevoerd.

Het concentratiekamp Gross-Rosen : links de toegangspoort, rechts de steengroeve.

Gruwelijke moordpartij in Mauthausen

In de nacht van 17 op 18 februari zijn circa 500 gevangenen van het concentratiekamp Mauthausen (in Opper-Oostenrijk) op sadistische wijze gedood.

Ze werden verplicht naakt in de vrieskou te staan terwijl ze met koud water werden overgoten, tot ze aan de koude bezweken.

Sovjet-krijgsgevangenen in Mauthausen, kort na hun aankomst in 1941.

Het bekendste slachtoffer is de Russische generaal Dmitri Karbysjev, een van de bekwaamste officieren van het Rode Leger. Deze telg uit een kozakkenfamilie had zich onderscheiden in de Eerste Wereldoorlog en de Russische burgeroorlog en was befaamd als militair ingenieur en fortenbouwer.

Karbysjev was al in 1941 krijgsgevangen gemaakt. De Duitsers boden hem aan aan hun kant tegen het communisme te gaan vechten in het “Russisch bevrijdingsleger”, maar hij weigerde stellig. Daarom werd hij naar verscheidene concentratiekampen gestuurd, uiteindelijk naar Mauthausen, wellicht het meest beruchte.

Hoewel hij 64 was, zou hij zich bij zijn dood als een held hebben gedragen.

Generaal Karbysjev kreeg postuum de titel “Held van de Sovjet-Unie”. Hij is herdacht met straatnamen en ook op een postzegel (links). In Mauthausen is een monument voor hem opgericht dat hem toont in een ijsblok (rechts).

Een paar weken eerder wisten honderden gevangenen uit het concentratie­kamp te ontsnappen door de muren te bestormen. Ze werden bijna allemaal gedood of opgepakt tijdens een klopjacht van de SS met de actieve hulp van Oostenrijkse burgers. Het is niet duidelijk of deze moordpartij verband houdt met de ontsnapping.

Gevangenen van een nevenkamp van Mauthausen bij hun bevrijding in mei 1945.

Meest gelezen