14 tot 20 augustus 1944: de situatie van het Duitse leger in Frankrijk is uitzichtloos

In deze reeks geven we een overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen in het laatste jaar van de Tweede Wereldoorlog, deze week van 14 tot 20 augustus 1944.

De situatie in Frankrijk is voor de Duitsers hopeloos geworden.

Tot eind juli wisten ze de geallieerde legers ingesloten te houden nabij de landingsstranden van Normandië. Nu is de situatie omgekeerd. De geallieerden hebben de Duitsers na een grote omsingelingsbeweging in de tang genomen. Een operatie die werd bevolen door de Amerikaanse generaal Bradley en die een succes werd.

Daardoor raakten de zowat 150.000 Duitsers van het 7e Leger en het 5e Pantserleger (in theorie 28 divisies) omringd door circa 350.000 Amerikanen, Britten, Canadezen, Fransen en Polen in een smalle zone in het zuidwesten van Normandië. 

Een veld vol Duitse helmen en papieren. Duitse krijgsgevangenen zijn er gefouilleerd voor ze naar een kamp werden afgevoerd. Beginfoto: verzetslieden in Parijs op een barricade. Conseil Régional de Basse-Normandie / National Archives USA

Tot een volledige insluiting is het echter niet gekomen. Aan de oostkant blijft een smalle opening tussen de steden Falaise en Argentan. De Amerikaanse generaal Bradley heeft zijn divisies opgedragen niet voorbij Argentan op te rukken.

Onder de ingesloten Duitse troepen heerst chaos. Er is gebrek aan munitie en veel materieel is kapot. De vele gewonden kunnen niet goed meer worden verzorgd. Het moreel is de laatste tijd gezakt. De divisies van de Waffen-SS blijven wel fanatiek vechten. 

Een Duitse tank is over kop gegaan in een bomkrater in de buurt van Falaise. Een Canadese ambulancier onderzoekt een makker.

De Duitse legerleiding had de omsingeling zien aankomen, maar Hitler  weigerde elke terugtrekking en bleef zelfs aandringen op een herovering van Avranches. Pas toen duidelijk werd dat de Duitse legers helemaal ingesloten dreigden te worden, gaf hij toestemming voor een terugtrekking uit deze “Zak van Falaise”. In een eerste fase worden de legers ten westen van de Orne teruggetrokken.

Hitler beseft nu zelf dat enkel een hergroepering van de Duitse legers meer naar het oosten enig soelaas kan brengen. Zo geeft hij de hoop op om de geallieerden in Normandië te verslaan. Iets waarin buiten hem niemand nog geloofde.  

De verkoolde lichamen van twee Duitse militairen op hun Panzer IV in Saint-Lambert-sur-Dive, dicht bij Argentan. Het voertuig probeerde door de Canadese linies te breken en te ontsnappen. Life Photo Collection chez Google Arts & Culture

Falaise zelf is op 16 augustus door de Canadezen veroverd na zeer zware gevechten. Het Normandisch stadje is zo zwaar verwoest dat je nauwelijks kunt zien waar de straten lagen. Daardoor is de opening tussen Falaise en Argentan gereduceerd tot minder dan 20 km. De Duitse troepen die zich door die smalle opening begeven, worden voortdurend bestookt door artillerie en vliegtuigen.  

De Canadese parachutist D. Sharp (in het midden in burgerkleren) in gesprek met landgenoten. Op 6 juni was hij in Duitse handen gevallen, maar hij kon ontsnappen en de bewoners van een dorpje bij Falaise gaven hem onderdak. Conseil Régional de Basse-Normandie / Archives Nationales du CANADA

Geallieerde landing in de Provence

In de vroege ochtend van 15 augustus is een geallieerde landing begonnen op de zuidkust van Frankrijk.

Amerikaanse troepen landden op verscheidene stranden tussen Cannes en Toulon. De voornaamste zijn Alpha Beach bij Cavalaire-sur-Mer, Delta Beach bij Saint-Tropez en Camel Beach bij Saint-Raphaël.

Franse troepen komen aan land nabij Grimaud in de Var.

De Amerikaanse troepen maken deel uit van het 7e Leger onder generaal Alexander Patch. Ze zijn gevolgd door een Frans leger onder generaal Jean de Lattre de Tassigny. In een eerste fase zijn zo’n 150.000 man ontscheept. Het totale aantal moet meer dan een half miljoen worden. Ook hier werd de landing voorafgegaan door massale luchtaanvallen door geallieerde vliegtuigen die vanuit Corsica en Sardinië opereerden. 

De generaal Jean de Lattre de Tassigny (derde van rechts) omringd door zijn staf op de boot die hen naar Frankrijk brengt.

Deze Operatie Dragoon verloopt met relatief minder verliezen dan Operatie Overlord in Normandië. De Duitse verdedigingswerken aan de Zuid-Franse kusten zijn niet te vergelijken met de Atlantikwall.

Het Duitse leger aldaar heeft enkele van zijn beste divisies moeten afstaan voor de strijd in Normandië. De meer dan 200.000 man die overblijven, zijn voor een groot deel veteranen, herstellende gewonden en Osttruppen (voormalige Sovjet-krijgsgevangenen). Er zijn ook weinig Duitse tanks en nog minder vliegtuigen en schepen. 

Een vrouw bovenop een verwoest Duits voertuig juicht langsrijdende geallieerde troepen toe in de buurt van Saint-Maximin en Provence op 20 augustus. (bron: NARA)

De beslissing tot Operatie Dragoon is amper enkele dagen eerder genomen. Aanvankelijk wilde men de landing in de Provence doen samenvallen met die in Normandië, maar er kwamen allerlei bezwaren tegen.

Vooral de Britten waren tegen een inval in Zuid-Frankrijk, omdat de troepen daarvoor van het front in Italië worden onttrokken. De Britse premier Churchill wil absoluut zo snel mogelijk via Italië doorstoten naar Oostenrijk en als het kan ook naar de Balkan.

De Amerikanen zien het anders. Generaal Eisenhower is een groot voorstander van Operatie Dragoon, omdat hierdoor de Duitse legers in Frankrijk ingesloten kunnen worden. Bovendien wil hij zo snel mogelijk de haven van Marseille in handen krijgen, waardoor de geallieerde legers vanuit de Middellandse Zee kunnen worden bevoorraad. Hij rekent ook op de steun van het Franse verzet, dat in het bergachtige zuiden zeer sterk staat.

Duitse militairen geven zich over op 15 augustus. (bron: NARA)

Ten slotte heeft generaal de Gaulle geëist dat de Franse troepen in de eerste plaats voor de bevrijding van Frankrijk worden ingezet.

Hoe dan ook is de operatie een succes. Voor de Duitsers kon ze op geen slechter moment vallen, nu de situatie in Normandië onhoudbaar is geworden. Hitler noemde 15 augustus de verschrikkelijkste dag van zijn leven. 

Franse militairen en verzetslui verbroederen. (bron: NARA)

Grote delen van Frankrijk worden bevrijd

Een groot deel van Frankrijk is intussen al bevrijd van de jarenlange Duitse bezetting.

De Duitse troepen verlaten het zuidoosten van het land. Hun aanwezigheid is daar nutteloos geworden en ze dreigen te worden ingesloten.

Steden als Carcassonne, Toulouse en Périgueux zijn zonder slag of stoot door de Duitsers geëvacueerd. In veel andere zuidelijke steden is het verzet in actie geschoten. De nog overgebleven Duitse garnizoenen werden ingesloten en gaven zich meestal snel over. Dat is het geval in Tulle, Perpignan, Pau, Foix, Albi… 

Een door het verzet in een buitenwijk van Toulouse opgetrokken barricade. (Bron: Archives Municipales Toulouse)
Verzetslui in het bevrijde Perpignan met enkele Duitse gevangenen.

Het maquis valt ook vertrekkende Duitse legercolonnes aan. In tientallen provinciesteden wordt de macht in naam van generaal de Gaulle overgenomen, het bestuur gezuiverd en de collaborateurs opgepakt (en vaak kort daarop neergeknald).

Ook in de Alpen laat het verzet van zich horen, zeker na de landing in de Provence. Op 16 augustus nam het de macht over in Evian, aan het Meer van Genève. Een deel van het Duitse garnizoen vluchtte naar Zwitserland. Daarop volgden onder meer Chamonix en Annecy.  

Op 20 augustus trekken de verzetslui in stoet door de straten van Annecy om de bevrijding te vieren en hun doden te herdenken.

In het westen van Frankijk is de bevrijding vooral het werk van het Derde Amerikaanse Leger van generaal Patton dat in een recordtempo oprukt. Tanks van een van zijn legerkorpsen bereikten op 16 augustus Chartres. De dag daarop bevrijdden andere tanks Orléans, op bijna 300 km van waar ze twee weken geleden vertrokken waren.

Op 17 augustus heeft het Duits garnizoen van het belegerde Saint-Malo de strijd opge­geven. De Duitse kolonel von Aulock had gezegd dat hij de havenstad in Bretagne tot de laatste man zou verdedigen "zelfs al moest ik die laatste man zijn". Na bijna twee weken lang door de Amerikanen te zijn bestookt, is von Aulock samen met 400 overlevenden naar buiten gekomen, geschoren, in gala-uniform en nog altijd even arrogant.

De 19de hebben de tanks van Patton de Seine bereikt bij Mantes-Gassicourt (tegenwoordig Mantes-la-Jolie), op een vijftigtal kilometers ten westen van Parijs.

In het bevrijde Orléans hebben de inwoners een pop van Hitler gemaakt en in brand gestoken. Een scène die op veel plaatsen tijdens de bevrijdingsdagen te zien was. (Bron: Archives Municipales Orléans)

In Parijs zelf is die dag een opstand uitgebroken. Rebellerende politiemannen, die al enkele dagen in staking waren, bezetten de prefectuur van politie en hesen daarop de Franse driekleur op de Notre-Dame-kathedraal. Overal kwamen gewapende verzetslieden in actie. De dag daarop hadden ze het stadhuis in handen en lagen er overal barricaden.  

De Duitse bevelhebber in Parijs, generaal von Cholditz, beschikt over onvoldoende troepen om de opstand in toom te houden en heeft zelfs al een bestand met het verzet besproken. 

Verzetslui verschansen zich achter een barricade in Parijs. (Bron: privé-collectie)
Het allerlaatste nummer van de collaboratiekrant Paris-Midi verschijnt op 15 augustus.  De krant zet de "defensieve successen" van het Duits leger in de verf. (Bron: BnF Gallica)

Einde Vichy-regime

Op 20 augustus is maarschalk van Frankrijk Philippe Pétain tegen zijn wil door Duitse troepen weggevoerd uit zijn hotel in het kuuroord Vichy, waar hij sinds 1940 resideerde als “Hoofd van de Franse Staat”. 

Hitlers vertegenwoordiger bij Pétain eiste al enkele dagen dat hij zou vertrekken om niet in handen van de geallieerden of het Franse verzet te vallen. De 88-jarige maarschalk weigerde. Hij wist dat zijn rijk uit was en wilde niets anders meer dan ordelijk zijn macht aan de regering van generaal de Gaulle afstaan.

Een van de laatste foto's van Pétain in Vichy, genomen tijdens de wissel van de wacht bij zijn ambtswoning op 22 juli 1944.

Toen het staatshoofd vernam dat de Duitsers hem desnoods tegen zijn wil zouden meenemen, besloot hij enkel symbolische weerstand te bieden. Hij is vertrokken richting Belfort in het oosten van Frankrijk.

Pétain had de voorbije maanden de Fransen opgeroepen om zich niet te moeien in de strijd tussen Duitse en geallieerde legers. In tegenstelling tot meer extreme collaborateurs, die het Duitse leger de “enige hoop” noemen om Europa tegen de Angelsaksen te redden. 

Karikatuur van Pétain gemaakt door de Amerikaanse tekenaar Arthur Szyk in 1941.

De regeringsleider van Vichy, Pierre Laval, is drie dagen eerder tegen zijn zin naar Belfort overgebracht, net als de meeste van zijn ministers.

Laval had de dagen daarvoor nog geprobeerd het Franse parlement, dat Pétain in 1940 naar huis gezonden had, weer bijeen te roepen. Het parlement zou de oude Franse grondwet herstellen en zo een machtsovername door de Gaulle hebben moeten verhinderen. Maar de Duitsers staken daar een stokje voor, nadat enkele Franse “ultra-collaborationisten” zijn maneuver hadden verklikt.

Veel kleine en grote collaborateurs hebben geen tijd meer voor intriges. Ze zijn op de eerste de beste trein richting Duitsland gestapt. 

Uiterst rechts de regeringsleider van Vichy, Pierre Laval, naast Pétain.

Von Kluge krijgt ontslag en pleegt zelfmoord

Generaal-veldmaarschalk Günther von Kluge is ontslagen als Duits opperbevelhebber in het westen en bevelhebber van Legergroep B. Kort daarop heeft hij zelfmoord gepleegd.

Von Kluge had zich op 15 augustus zelf naar de “zak van Falaise” begeven om zich van de toestand te vergewissen. Door een luchtaanval viel daar zijn radioverbinding uit en had hij vele uren lang geen contact met de buitenwereld.

Hitler – die meer dan duizend kilometer ver in zijn hoofdkwartier in Oost-Pruisen de gebeurtenissen in Normandië volgt – werd zenuwachtig door het ontbreken van nieuws over von Kluge. Hij begon hem ervan te verdenken dat hij met de geallieerden onderhandelde.

Wellicht had de Gestapo toen al aan Hitler gemeld dat von Kluge op de dag van de aanslag tegen hem – 20 juli – een ontmoeting had met complotterende officieren. Die zouden de veldmaarschalk gevraagd hebben om een wapenstilstand met de geallieerden te sluiten. 

Op 17 augustus benoemde Hitler veldmaarschalk Walter Model tot nieuwe opperbevelhebber in het westen. Model, die de bijnaam “Hitlers brandweerman” heeft gekregen, was er de voorbije weken in geslaagd het zware Sovjet-offensief in het oosten enigszins af te remmen.

De dag daarop verscheen Model in von Kluges hoofdkwartier in La Roche-Guyon aan de Seine. Pas toen vernam de opperbevelhebber zijn ontslag. Von Kluge kreeg opdracht zich bij Hitler te melden.

Nog een dag later is von Kluge dood teruggevonden in de buurt van Verdun (waar hij in de Eerste Wereldoorlog zwaargewond raakte). Hij heeft vergif ingenomen.

Von Kluge omringd door zijn staf ergens in Normandië in juni 1944. (Bron: Bundesarchiv Bild)

PLUTO in werking

Sinds 14 augustus is een eerste geallieerde pijp­leiding onder het Kanaal operationeel. De leiding verbindt de zowat 100 km tussen het eiland Wight (in Engeland) met het Normandische schiereiland Cotentin en kreeg de koddige codenaam PLUTO (Pipe Line Under The Ocean).

Zo kan benzine voor de geallieerde voertuigen worden aangevoerd zonder die te moeten inschepen. Tot nu toe werd de brandstof via drijvende leidingen gepompt uit tankers die voor de kust lagen.

Voor de aanleg moest wel eerst de haven van Cherbourg worden hersteld.

De "Conundrum", het toestel waarrond de pijplijn wordt gewikkeld en waarmee die op de bodem van de zee wordt geplaatst. De eerste pijplijnen hadden een diameter van minder dan 10 centimeter en voerden maar een fractie van de benzine aan die de geallieerden nodig hadden. (Bron: IWM)

Rexisten richten bloedbad aan in Courcelles

In Courcelles, even ten noorden van Charleroi, hebben de rexisten bloedig wraak genomen voor de moord op de burgemeester van Groot-Charleroi, Oswald Englebin.

Englebin reed op 17 augustus met zijn auto in de buurt van Courcelles toen een wagen de weg belemmerde. Toen hij stopte, openden vijf mannen het vuur. De burgemeester werd gedood, net als zijn vrouw en zijn zoon die ook in de wagen zaten. Enkel een rijkswachter die hem als lijfwacht begeleidde, overleefde het.

De bedrijfsleider Englebin was begin 1943 burgemeester geworden van Groot-Charleroi (een samenvoeging van 31 gemeenten) nadat zijn rexistische voorganger Prosper Teughels eveneens vermoord was. Formeel was hij geen rexist, maar hij leunde als burgemeester erg aan bij de partij van Degrelle. 

Oswald Englebin in het midden bij de opening van een tentoonstelling in La Louvière in 1943. (Bron: SOMA)

Drie gewapende rexisten, die in de buurt van de aanslag waren, schoten ter plekke de directeur van een kolenmijn dood die daar passeerde. Kort daarna vielen woedende rexisten het gebouw van de gerechtelijke politie in Charleroi aan. Ze stichtten brand en schoten er iemand dood.

Die avond vonden in de streek nog zes andere moorden plaats en meerdere brandstichtingen. Zo werd een man samen met zijn vrouw en zijn moeder thuis gedood. 

Pierre Harmignie, pastoor-deken van Charleroi, een van de vermoorde gijzelaars in Courcelles, en de gedenkplaat aan het huis waar het drama plaatsvond.

Intussen waren zo’n 250 leden van rexistische milities uit Brussel naar Charleroi opgerukt voor een meer systematische wraakactie. Ze begonnen notabelen uit de streek als gijzelaars op te pakken. Uiteindelijk werden er twintig in een kelder in Courcelles opgesloten. De volgende ochtend werden ze – op één vrouw na - doodgeschoten. Onder de slachtoffers zijn er verscheidene politiemannen en de zeer gerespecteerde pastoor-deken van Charleroi, Pierre Harmignie.

De leider van de rexisten Léon Degrelle (links) en SS-politiechef Richard Jungclaus. (Bron: privé-collectie)

De slachtpartij gebeurt met instemming van de Duitse autoriteiten. De pas geïnstalleerde SS-politiechef van België, Richard Jungclaus, heeft aangekondigd dat hij zelf ook nog een twintigtal gijzelaars zal laten fusilleren als represaille voor de moord. 

Naschrift: in 1947 zullen 27 rexisten door een Belgische krijgsraad ter dood veroordeeld en terechtgesteld worden voor hun aandeel in het bloedbad van Courcelles. Onder hen de nummer twee van Rex, Victor Matthys (op de foto hierboven tijdens het proces, bron SOMA), die de leiding van de wraakactie had.