15 tot 21 januari 1945: Warschau in handen van het Rode Leger

In deze reeks geven we elke week een overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen in het laatste jaar van de Tweede Wereldoorlog. De Sovjetlegers dringen in ijltempo door tot de delen van Polen die nog in Duitse handen zijn: Warschau, Krakau, Łódź...  En in de Ardennen krijgen de Duitsers een nieuwe klap door de Amerikaanse doorbraak bij Houffalize.

Nadat het vier maanden lang ter plaatse was blijven trappelen, heeft het Rode Leger dan toch het grootste (westelijke) deel van de Poolse hoofdstad Warschau veroverd. Of tenminste wat er nog van overblijft…  

Dat is het gevolg van het nieuwe grote Sovjetoffensief, dat de Duitse verdediging langs de Weichsel totaal heeft weggevaagd. 

Sovjet- en Poolse troepen tussen de vernielde gebouwen van Warschau. Foto bovenaan :  het plein van de Drie Kruisen bij de bevrijding van de stad.

Hitler had het Negende Duitse Leger opdracht gegeven om in Warschau stand te houden. Door de Sovjet-opmars dreigden de Duitsers in de stad te worden ingesloten door de legers van maarschalk Zjoekov.

De bevelhebber van het Negende Leger, generaal Smilo von Lüttwitz, gaf op 17 januari het bevel tot terugtrekking, nadat hij daarvoor toestemming had gekregen van kolonel Bogislaw von Bonin op de Duitse generale staf.

Inwoners van Warschau verwelkomen hun bevrijders.

Hitler reageerde woedend op het negeren van zijn bevel. Drie dagen nadien is kolonel von Bonin door de Gestapo gearresteerd en naar een concentratie­kamp gestuurd. De Gestapo ondervroeg daarbij nog andere generaals, zelfs stafchef Guderian.

Tegelijk is generaal von Lüttwitz ontslagen, net als de bevelhebber van de overkoepelende Legergroep A, kolonel-generaal Josef Harpe. Deze laatste wordt vervangen door kolonel-generaal Ferdinand Schörner, die tot nu toe de Legergroep Koerland in het noorden aanvoerde. 

Een Sovjet-officier (rechts) in gesprek met een officier van het Eerste Poolse Leger (links). Dat door de Sovjet-Unie uitgeruste leger nam deel aan de bevrijding van Warschau.

Wat de Duitsers van Warschau overlaten is niet meer dan een gigantische puinhoop.  Vrijwel alle gebouwen zijn verwoest en het grootste deel van de bevolking is gedeporteerd. 

Inwoners van Warschau ruimen puin na de bevrijding.

Verdere bevrijding van Polen

In een week is het Rode Leger op sommige plaatsen tot meer dan 150 km doorgedrongen op Pools grondgebied.

Alleen terugtrekking kan de Duitse legers aan een totale vernietiging doen ontsnappen. Dat gebeurt dan ook op grote schaal. Duitse nieuwsbronnen melden voortdurend dat de Duitsers het gebied "volgens plan ontruimen". De Russen spreken van een heuse vlucht. 

De Amerikaanse legerkrant "Stars and Stripes" geeft met een kaartje een idee van de snelle opmars van de "Roden" (de Sovjets). De bevrijde Poolse steden Łódź en Częstochowa liggen binnen een cirkel van 300 mijl (480 km) rond Berlijn.

Op 19 januari bereikten de Sovjets de belangrijke industriestad Łódź ten noordwesten van Warschau. Łódź was door de nazi’s tot een Duitse stad omgevormd onder de naam Litzmannstadt, en voor een deel bevolkt door Duitse kolonisten. 

Een Sovjettank in het bevrijde Łódź.

Dezelfde dag is, meer naar het zuiden, de oude Poolse hoofdstad Krakau in Russische handen gevallen. De Duitse troepen trokken zich ook hier terug om te ontkomen aan een omsingeling door de legers van maarschalk Konjev.  

Inwoners van Krakau begroeten soldaten van het Rode Leger.

Krakau was de residentie van de Duitse gouverneur-generaal van het bezette Polen, de beruchte nazi-jurist Hans Frank, die er een waar terreurbewind uitoefende en van de Polen een achterlijk slavenvolk wilde maken. Frank is enkele dagen daarvoor vertrokken met zijn gezin en wagens vol kostbaarheden.

Hans Frank (rechts) bij een parade in Krakau.

Enkele tientallen kilometers voorbij Krakau hebben Konjevs legers de (vooroorlogse) Duitse grens overschreden bij Opper-Silezië, een belangrijk industriegebied. 

Sovjet-luchtartillerie nabij de historische burcht van Krakau, waar gouverneur-generaal Frank resideerde.

Het bevrijde Polen toont zware sporen van het Duits bewind. Krakau is grotendeels ongedeerd gebleven, maar de 60.000 Joodse inwoners (bijna een kwart van de bevolking) zijn verdwenen. In Łódź, waar 1/3 van de inwoners Joods was, hadden de nazi’s in totaal zo’n 200.000 Joden in een getto samengebracht. Daarvan zijn er nog 900 over.  

Sovjetsoldaten voor de vernielde Maarschalk Pilsudskibrug in Krakau. De brug werd later hersteld.

Nabij Łódź is een “jeugdconcentratiekamp” voor Poolse kinderen bevrijd. De meeste gevangenen zijn echter eerder weggevoerd.

Een zestigtal kilometer verder ligt het kamp Chelmno, waar de meeste Joden van het getto van Łódź werden omgebracht. Dit was het eerste vernietigings­kamp dat de SS oprichtte.  Meer dan 100.000 mensen werden er gedood door uitlaatgassen van vrachtwagens, waarin ze moesten plaatsnemen. Vlak voordat het Rode Leger Chelmno op 20 januari bereikte, is het hele kamp door de SS-bewakers vernietigd en zijn de laatste gevangenen vermoord. 

Een "rijdende gaskamer" in Chelmno wordt na de oorlog onderzocht door leden van een commissie voor oorlogsmisdaden.

Bij de bevrijding van de stad Częstochowa, vlak bij de grens met Silezië, zijn 800 Joden bevrijd die daar in een fabriek slavenarbeid moesten verrichten. Duizenden anderen waren de dagen daarvoor door de SS weggevoerd naar Duitsland. Ze zijn de enige overlevenden van een getto dat in volle bezettingstijd meer dan 40.000 Joden telde. 

Inwoners van Częstochowa onderzoeken een uitgebrande Duitse wagen.

Sovjetinvasie van Oost-Pruisen

Het Rode Leger is nu ook helemaal doorgedrongen tot in Oost-Pruisen, de meest oostelijke provincie van het Duitse Rijk.

Een Sovjetsoldaat overschrijdt de Duitse Rijksgrens in Oost-Pruisen.

Tot nu toe hadden de Sovjets enkel de oostelijke grens even overschreden, waar de Duitsers hen tot staan wisten te brengen. Maar nu wordt het gebied in het oosten overrompeld door het Derde Wit-Russische Front (maarschalk Tsjernachovski) en in het zuiden door het Tweede Wit-Russische Front (maarschalk Rokossovski). 

Sovjettanks rukken op in Oost-Pruisen.

Ook hier vormen de Russen een groot overwicht in troepen (meer dan drie tegen één) en nog veel meer in tanks en kanonnen. De meeste Duitse troepen waren dan nog opgesteld aan de oostelijke grens. 

Sovjet-infanterie, -artillerie en luchtmacht in actie in de omgeving van Tilsit.

Op 20 januari viel Tilsit, op de grens met Litouwen, als eerste belangrijke Duitse stad in Sovjet-handen. Vijf Duitse divisies hadden een week lang weerstand geboden tegen een Sovjetleger. De stad zelf was eerder grotendeels verwoest door luchtaanvallen

Sovjettroepen in het centrum van Tilsit op 20 januari.

(Opmerking: Tilsit behoort, net als het hele noorden van Oost-Pruisen, sinds het einde van de oorlog tot Rusland en is omgedoopt in Sovjetsk) 

Sovjetsoldaten met honden in de straten van Tilsit op zoek naar verborgen explosieven.

Het zuidelijke deel van Oost-Pruisen is bebost en relatief dun bevolkt. In die streek ligt wel het enorme monument van de slag bij Tannenberg, een grote Duitse overwinning op de Russen in 1914 onder de gevierde oorlogsheld Hindenburg. Hitler heeft bevolen het monument op te blazen. Het stoffelijk overschot van Hindenburg, die daar begraven lag, is weggehaald.

Links : het monument van Tannenberg zoals het eruitzag (als een middeleeuwse burcht). Rechts : wat overbleef na het opblazen.

Zware Duitse nederlaag in de Ardennen

Amerikaanse legereenheden hebben in Houffalize de Duitse wig in de Ardennen doorboord. De Duitse troepen ten oosten van het stadje werd de pas afgesneden. 

Een Amerikaanse jeep rijdt het verwoeste Houffalize binnen..

In de vroege ochtend van 16 januari bereikten 17 Amerikaanse lichte tanks Houffalize. Ze waren de avond ervoor uit Bertogne vertrokken en vormden een voorhoede van het Eerste Amerikaanse Leger van generaal Patch, die vanuit het noordwesten oprukte.

Meteen ontstond een gevecht met de Duitse troepen ter plaatse. Maar toen later in de ochtend de voorhoede van het Derde Leger van Patton uit het zuiden opdaagde, was de strijd beslist. 

Graven van SS'ers met Amerikaanse Shermantank op de achtergrond.

Precies een maand na het begin van de slag in de Ardennen liepen de Duitsers hun zwaarste nederlaag op. Zo'n 20.000 Duitse soldaten konden niet worden geëvacueerd. Ze werden ingesloten en konden niets anders doen dan zich overgeven.

Houffalize biedt intussen een troosteloze indruk. Bijna alle gebouwen zijn verwoest en in de straten liggen kapotte tanks en ander oorlogsmateriaal. 

Amerikaans antitankkanon in actie bij Vielsalm.

Twee dagen daarna volgde, meer naar het noorden, de bevrijding van Vielsalm. De strijd om de Ardennen is daarmee echter nog niet gestreden. De Duitsers trekken zich steeds verder uit de Ardennen terug, maar niet zonder hevige weerstand te bieden.

De Amerikanen drijven de Duitsers nu ook terug uit het noorden van het Groothertogdom Luxemburg. Op 18 januari is het stadje Diekirch bevrijd. Drie dagen later volgde Wiltz. 

Amerikanen bij een gesneuvelde Duitse militair.

Sinds 19 december wordt strijd geleverd rond Sankt Vith, de laatste Belgische stad die nog in Duitse handen is. Dezelfde 7e Amerikaanse Pantserdivisie, die bijna een maand geleden de stad moest opgeven na zware gevechten, heeft nu de taak haar te heroveren.

Het weer blijft al die tijd slecht, wat in het nadeel speelt van de bevrijders. De aanval op Sankt Vith werd verstoord door een hevige sneeuwstorm. De Amerikaanse troepen hebben hun handen vol met sneeuwruimen. 

Hitler terug in Berlijn

Adolf Hitler is op 16 januari in alle stilte met zijn speciale trein in de hoofdstad Berlijn aangekomen.

Hitler had zowat een maand doorgebracht in zijn hoofdkwartier Adlershorst, bij Ziegenberg in het Taunusgebergte, zowat in het midden van Duitsland. Van daaruit leidde hij het Ardennenoffensief.

Zijn vertrek heeft te maken met de catastrofale toestand aan het Oostfront. Over de strijd in de Ardennen maakt hij zich al een tijd geen illusies meer. 

De Rijkskanselarij in Berlijn, kort voor de oorlog.

Als opperbevelhebber wil hij zich weer rechtstreeks met het Oostfront bemoeien. Maar zijn meest vertrouwde hoofdkwartier in het oosten, de Wolfsschanze in Oost-Pruisen, is niet meer veilig. Het Rode Leger staat niet meer ver van de Wolfsschanze. Er worden voorbereidingen getroffen om het hoofdkwartier te vernietigen.

Daarom neemt de Führer zijn intrek in zijn ambtswoning in de Berlijnse Rijkskanselarij, waar hij de voorbije jaren maar sporadisch geweest is. Door het Sovjetoffensief ligt Berlijn nu op minder dan 500 km van het front. Zijn aanwezigheid in Berlijn blijft geheim. Hij heeft zich niet in het openbaar laten zien. 

De werkkamer van Hitler in de "nieuwe kanselarij", een enorm bijgebouw van de Rijkskanselarij dat hij zelf liet aanleggen. In de eerste maanden van 1945 zouden hier nog stafbesprekingen worden gehouden.

Het opperbevel van de Wehrmacht (OKW) en de generale legerstaf zijn verhuisd naar het bunkercomplex Wünsdorf bij Zossen, even ten zuiden van Berlijn,  waar het "zenuwcentrum" van het Duitse leger ligt. Dat betekent wel dat hoge officieren nu voortdurend moeten pendelen tussen Wünsdorf en de Rijkskanselarij, dwars door het drukke Berlijn, dat regelmatig blootstaat aan luchtaanvallen.

De opperbevelhebber in het westen, veldmaarschalk von Rundstedt, blijft in Ziegenberg. 

Duitsers geven het grootste deel van Boedapest op

Na weken van hevige strijd heeft het Rode Leger het grootste deel van de Hongaarse hoofdstad Boedapest in handen. 

Brandend huis bij straatgevechten in Boedapest

Op 17 januari trokken de belegerde Duitse en Hongaarse troepen zich terug uit Pest, het stadsdeel op de linkeroever van de Donau. Eerder was zwaar in de straten van Pest gevochten. Nadat alle troepen waren overgebracht, werden alle bruggen over de Donau opgeblazen, ook de befaamde kettingbrug uit 1849, ondanks protest van Hongaarse officieren. 

Sovjet-artillerie bij de Elisabethbrug. Ook deze brug werd opgeblazen. Ze is de enige van de  Donaubruggen in Boedapest die na de oorlog niet in haar oorspronkelijke staat werd herbouwd, maar door een geheel nieuwe brug werd vervangen.

De strijd concentreert zich nu rond de oude stad Buda, die in tegenstelling tot Pest op een heuvel is gebouwd. Er wordt ook gevochten op het Margaretha-eiland in de Donau, tussen de twee stadsdelen. Sovjettroepen wisten over de bevroren rivier het eiland te bereiken, zodat er nu zware man-tegen-man-gevechten worden geleverd. 

Dode Duitse soldaat in het bevrijde deel van Boedapest.

Intussen rukt een SS-pantserkorps vanaf het Balatonmeer in het westen van Hongarije naar Boedapest op. Hitler hoopt de Russische belegeraars te omsingelen en te vernietigen, zoals ze zelf eerder in Stalingrad deden. Een vergelijking die mank loopt, want het Rode Leger is ook in Hongarije zwaar in de meerderheid. 

Een officier van het Rode Leger telefoneert met zijn hoofdkwartier tijdens een straatgevecht.

Met de verovering van Pest hebben de Sovjets ook de Joodse wijken kunnen bevrijden. Zowat 110.000 Joden, bijna de helft van de vroegere Joodse bevolking van de Hongaarse hoofdstad, hebben de nazibezetting overleefd, hoewel ze tot op het einde blootstonden aan slachtpartijen door Hongaarse fascistische milities. 

Twee Joodse overlevenden in Boedapest.

Een groot deel van de Joden van Boedapest kreeg de bescherming van diplomaten van neutrale landen (Zweden, Zwitserland, Spanje, Portugal en het Vaticaan) in de hoofdstad.  De meest actieve van die diplomaten was de Zweed Raoul Wallenberg, die wellicht 10.000 Joden heeft gered. De Sovjet-Unie heeft de Zweedse regering op 16 januari laten weten dat Wallenberg opgepakt is omdat hij voor Duitsland zou hebben gespioneerd.  

Wallenberg met zijn Joods-Hongaarse medewerkers.

Naschrift: kort na zijn gevangenneming wordt het stil over het verdere lot van Raoul Wallenberg. Ook vandaag nog is het niet duidelijk wat er met hem gebeurd is. Vermoedelijk stierf hij al in 1947 in een Russische gevangenis. In het westen is hij meermalen geëerd voor zijn inzet voor de Hongaarse Joden. 

Nieuwe Duitse opstoot in de Elzas

Terwijl het Duitse offensief in de Ardennen totaal mislukt lijkt, blijft het kleinere offensief in de Elzas aanhouden.

De eerste weken van deze Operatie Stormwind waren de Duitsers slechts een tiental kilometer vanuit het noorden doorgedrongen tot bij de dorpen Hatten en Rittershoffen. Het 7e Amerikaanse Leger wist met veel moeite hen daar tegen te houden.  De gevechten rond de dorpen waren wel buitengewoon zwaar. 

Duitse krijgsgevangenen in de Elzas worden afgevoerd.

Door de gunstige wending in de Ardennen kon opperbevelhebber Eisenhower versterkingen sturen, onder meer de inmiddels befaamde 101e Amerikaanse Luchtlandingsdivisie. Maar die kampen met vertraging en zijn nog niet ter plekke. 

Een Amerikaans mitrailleursnest

Vanwege gebrek aan bevoorrading en munitie heeft generaal Patch zijn leger op 21 januari een twintigtal kilometer teruggetrokken tot aan de Moder, een bijrivier van de Rijn.

Daardoor komen de Duitsers tot aan de buitenwijken van de stad Haguenau. 

Kaart van het Elzas-offensief. De blauwe lijn in het midden geeft de posities aan waarnaar de Amerikanen zich terugtrokken.

De bevolking van Haguenau is massaal op de vlucht geslagen. Voor de inwoners van Hatten is het ergste voorbij, maar hun dorp is vrijwel volledig verwoest en in de besneeuwde straten liggen een paar duizend lijken. 

 In een bos in de Elzas groeven de Amerikanen putten om hun gewonden voorlopig veilig onder te brengen, in afwachting van evacuatie.

De Duitse troepen in het zuiden van de Elzas (de “zak van Colmar”) zijn intussen niet verder kunnen oprukken. De kans dat Straatsburg langs beide kanten wordt ingesloten, is voorlopig geweken. 

Meest gelezen