18 tot 24 december 1944: Duits leger tot vlak bij de Maas

In deze reeks geven we een overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen in het laatste jaar van de Tweede Wereldoorlog.  In de Ardennen dringen de Duitse tanks door tot enkele kilometers van de Maas bij Dinant, maar ze raken vast in het dal van de Amblève, terwijl het omsingelde Bastenaken standhoudt. 

Een week na het begin van het Duitse offensief is het  6de Duitse Pantserleger van generaal von Manteuffel doorgestoten tot enkele kilometers van de Maas.

De Amerikaanse weerstand bij Clervaux in Luxemburg is op 18 december overwonnen. Twee pantserdivisies stootten die dag door naar Houffalize en Bastenaken. In dat laatste stadje ondervonden de Duitsers wel weerstand, omdat daar een complete Amerikaanse divisie (de 101ste Luchtlandingsdivisie) stelling heeft ingenomen. 

Belgische burgers verlaten Bastenaken voor het wordt omsingeld.

Door de Amerikaanse weerstand in Bastenaken raakte de stad helemaal omsingeld. Op de 22ste eisten de Duitsers de overgave van de belegerde stad. De commandant van de 101ste Luchtlandingsdivisie, generaal McAuliffe, stuurde een schriftelijk antwoord met één woord; “Nuts”. Toen de Duitsers vroegen wat dat betekende, vertaalde de adjunct van de generaal het met "Loop naar de hel !". 

Para's van de 101ste Amerikaanse Luchtlandingsdivisie verdedigen Noville, een dorp tussen Bastenaken en Houffalize.

De befaamde Panzer-Lehr-Division reed intussen rond Bastenaken en veroverde de 22ste Saint-Hubert. Ten noorden daarvan botste de 2de Pantserdivisie voor Marche-en-Famenne op een andere Amerikaanse divisie.  De 2de Pantserdivisie week verder naar het westen uit en bereikte de avond van de 23ste Celles, op minder dan 10 km van Dinant, waar ze wegens brandstofgebrek halt moest houden. Een voorhoede ging nog tot het dorpje Foy-Notre-Dame, op een zestal kilometer van de Maas. 

Een Amerikaans mitrailleursnest  nabij Rocherath.

Meer naar het noorden ondervinden  Manteuffels divisies veel meer tegenstand. De Amerikanen wisten bij Sankt-Vith hevig verzet te bieden. Pas na een zeer zware aanval de 21ste raakte de stad in Duitse handen.

De 19de wisten de Duitsers nabij Sankt-Vith twee Amerikaanse infanterieregimenten te omsingelen en tot overgave te dwingen.  Liefst 6000 Amerikanen zijn in één klap krijgsgevangen gemaakt. Meteen de grootste Amerikaanse nederlaag ooit op een slagveld. De Duitsers die hen belegerden waren nochtans niet eens in de meerderheid, maar ze hadden wel zwaardere wapens.

De Amerikanen kunnen zich troosten met het besef dat hun verzet bij Sankt-Vith de Duitse aanvalsplannen in de war heeft gestuurd. En de tijd speelt in het nadeel van de Duitsers.

Gevangengenomen Amerikanen.

Alles samen heeft 6de Pantserleger daarmee een wig van bijna 70 km geslagen in het geallieerde front, met daarin Sankt-Vith, Houffalize, La Roche, Rochefort en Saint-Hubert en de Luxemburgse steden Echternach, Clervaux en Wiltz.

Het omsingelde Bastenaken blijft echter in Amerikaanse handen. Daardoor kunnen de Duitse transporten de wegen door deze stad niet gebruiken, terwijl de brandstofbevoorrading van de tanks de Duitsers voortdurend parten speelt. 

Generaal McAuliffe  (linksboven de kerstboom) met zijn staf op een kerstmaaltijd in het belegerde Bastenaken.

SS-pantsers vast aan de Amblève

Terwijl het 6de Pantserleger relatief grote successen boekt, maakt het 5de SS-Pantserleger ten noorden daarvan, bij de Hoge Venen, maar weinig vorderingen. Elsenborn, Malmedy en zelfs het Duitse stadje Monschau blijven in geallieerde handen.  

Het front zit daar zo muurvast, dat er al een pantserdivisie werd weggehaald om het 6de Pantserleger te helpen.

Alleen de Kampfgruppe Peiper wist door te stoten, maar zijn opmars werd uiteindelijk een flop.  Die groep wordt aangevoerd door de stoutmoedige en brutale SS-Obersturmbannführer Jochen Peiper, een vertrouweling van Himmler. 

Jochen Peiper  (rechts) bij het begin van de oorlog als adjudant van Reichsführer SS Himmler (midden).

De  Kampfgruppe  veroverde de 18de Stavelot. Een enorm brandstofdepot, dat zich in de buurt daarvan bevond, werd tijdig in brand gestoken door Belgische militairen die het bewaakten. Een half miljoen liter benzine ging in de vlammen op. Een tegenslag voor de Duitsers, die met een chronisch brandstofgebrek zitten

Een gesneuvelde Duitse soldaat in Stavelot.

Daarop reden de circa 60 tanks van Peiper westwaarts langs de Amblève. In Trois-Ponts botsten ze op een groepje Amerikanen dat erin slaagde de bruggen over de rivier op te blazen.

Peiper wilde vanuit Trois-Ponts westwaarts oprukken naar Werbomont, om vandaar te kunnen doorstoten naar de Maas bij Hoei. Maar de vernie­ling van de bruggen over de Amblève heeft dat verhinderd.

De weg van Peiper langs de Amblève.

Peipers tanks zetten dan maar de weg verder door de diepe, kronkelende vallei van de Amblève. Toen ze halt hielden bij het dorp La Gleize, bleken er Amerikaanse troepen te zijn in  het naburige dorp Stoumont. De dag daarop  veroverde de Kampfgruppe Stoumont na zware gevechten. Maar de komst van een Amerikaanse divisie zorgde ervoor dat de SS’ers niet verder raakten en uiteindelijk Stoumont moesten opgeven. 

Het dorpje La Gleize na het vertrek van de SS'ers.

Intussen hadden de Amerikanen Stavelot heroverd, zodat er geen versterkingen of brandstof meer konden worden aangevoerd. De SS’ers zaten vast in La Gleize, terwijl ze voortdurend bestookt werden door Amerikaanse troepen, en later ook vliegtuigen.

Op 24 december gaf Peiper de strijd op. De tanks, waaronder de enorme Königstiger, die zonder benzine zaten, werden opgeblazen en de SS’ers keerden te voet door de bossen terug, de gewonden achterlatend. Slechts 800 van de ca. 2000 leden van de Kampfgruppe ontsnapten. 

De achtergelaten Duitse tanks in La Gleize werden later weggesleept.

Het is meteen de eerste Duitse terugtrekking in het offensief, dat althans voor het noorden van de Ardennen een mislukking is geworden.

Intussen zijn ook de circa 300 Duitse para’s die bij de Hoge Venen waren gedropt, ingerekend. Ze waren hopeloos verspreid geraakt en wachtten tevergeefs op versterking.  

In La Gleize staat nog steeds een exemplaar van de  Königstiger (officieel Tiger II). Het is de enige van die zware tanks (69 ton) uit het Ardennenoffensief die bewaard is gebleven. Uwe Brodrecht

“Valse Amerikanen” zorgen voor paniek

Het Duits offensief heeft een nooit geziene zenuwcrisis in de geallieerde legers veroorzaakt. De voornaamste reden is de ontdekking van Duitsers die in Amerikaanse uni­formen en op Amerikaans legermaterieel achter de geallieerde linies rondrijden.

Het gaat om de “Pantserbrigade 150”, een speciaal daarvoor opgeleide groep vrijwilligers onder leiding van SS-Obersturmbannführer Otto Skorzeny, de man van de “speciale opdrachten”.  Zowat 2200 Duitsers, waarvan nog geen derde goed Engels spreekt,  zijn in Amerikaanse uniformen gestoken. 

Ze moeten blijkbaar spioneren en verwarring zaaien. Zo heeft een valse militaire politieman al een hele legercolonne de verkeer­de richting doen inslaan. Een deel van die Duitsers blijkt goed Engels te spreken.  

Otto Skorzeny (links), door de nazipropaganda beschreven als "de gevaarlijkste man van Europa".

Die “valse Amerikanen”  beschikken bovendien over perfect nagemaakte papieren en ook nog over Amerikaanse identiteitsplaatjes.

Er zijn snel strenge maatregelen genomen. Controleposten houden verificaties. Zelfs generaals moeten nu voortdurend een identiteitsbewijs op zak hebben, tot jolijt van veel gewone soldaten...

Om de valse GI's te ontmaskeren stelt men ze vragen die alleen echte Ameri­kanen horen te weten, zoals de uitslag van baseballwedstrijden of de naam van de hond van president Roosevelt. Zaken waar ook niet elke “echte” Amerikaan van op de hoogte is, zodat sommigen urenlang worden verhoord totdat hun identiteit duidelijk is. 

Dan zijn er nog oncontroleerbare geruchten: Duitse commando's zouden op weg zijn om generaal Eisenhower te vermoorden, er zouden al vermom­de Duitsers in Parijs zijn opgemerkt... De bewaking van Eisenhower in zijn hoofdkwartier in Versailles is intussen al opgevoerd.

Op 23 december werden drie Duitsers geëxecuteerd die de 17de bij Aywaille in Amerikaans uniform waren aangehouden.. Ze liepen in de val omdat ze het wachtwoord niet kenden.

Enkelen wisten in een jeep zelfs de Maas bij Dinant te bereiken, maar ze werden meteen ingerekend. Behalve het psycho­logisch effect van hun aanwezigheid, heeft de brigade weinig kunnen uitrichten.  Na een week is ze teruggetrokken. 

De “valse” Amerikanen namen wel grote risico’s.  Het gebruiken van vijandelijke uniformen is een schending van het oorlogsrecht die met de dood kan worden bestraft. 

Geallieerden treffen tegenmaatregelen

De geallieerde legerleiding heeft na de eerste verrassing kordaat gereageerd op het Duitse offensief.  Op 19 december heeft opperbevelhebber Eisenhower zijn orders gegeven op een vergadering met de hoogste generaals nabij de Franse stad Verdun. 

De Duitse wig tussen de geallieerde legers hindert hun coördinatie. Om chaos te vermij­den zijn de VS-troepen ten noorden van de wig onder het bevel geplaatst van de Britse veldmaarschalk Montgomery. Ze behoorden immers tot de 12de Amerikaanse Legergroep onder generaal Bradley, met hoofdkwartier in Luxemburg. 

Tanks van Patton op weg naar de Ardennen.

De belangrijkste beslissing is wel dat luitenant-generaal George Patton met een deel van zijn Derde Amerikaanse Leger koers zet naar de Ardennen. Het offensief dat Patton aan de Saar zou ondernemen is afgelast.

Patton heeft beloofd razendsnel in te grijpen. De stout­moedige generaal zei nog dat hij zo de Duitsers van achteren zou omsingelen, maar dat leek veel te roekeloos.

Op 22 december is Patton met drie divisies vertrokken in de richting van Bastenaken, met de bedoeling de stad te ontzetten. Volgens Bradley is mobiliteit het geheime wapen van de Amerikanen. 

Geallieerd bombardement op St-Vith.

Intussen is ook het weer verbeterd.. Dat betekent dat de Amerikaanse luchtmacht in actie kon komen. Op het vliegveld van Bierset bij Luik heerst grote drukte. Er landen minstens drie vliegtuigen per minuut.

Amerikaanse Dakota’s hebben op vier uur tijd 144 ton voedsel en andere goederen gedropt boven het belegerde Bastenaken.

Tegelijk vallen gevechtsvliegtuigen massaal Duitse stellingen en tanks aan. Daarbij begaan de Amerikanen ook vergissingen. Zo is de stad Malmedy gebombardeerd, alhoewel daar geen Duitsers te bespeuren zijn.

Bloedbad in het dorpje Bande

De dag voor Kerstmis heeft het dorpje Bande even ten zuiden van Marche-en-Famenne , vreselijk moeten lijden onder de nieuwe Duitse bezetting. Een dag nadat de Duitse tanks Bande waren binnengetrokken, verschenen er agenten van de SS-Sicherheidsdienst, die alle aanwezige mannen tussen 17 en 31 jaar oppakten. 

De actie was dus geen uitspatting van de gevechtstroepen maar was bewust gepland. De SS’ers kwamen om wraak te nemen voor een voorval dat gebeurde in september vlak voor de bevrijding.  Toen werden er drie Duitse militairen op een weg nabij Bande door het verzet doodgeschoten. 

Na ondervraging moesten er 33 mannen voor een Standgericht verschijnen. Na een kort “proces” werden er 32 met een nekschot afgemaakt. Eén ervan hen wist te ontkomen door zijn bewaker neer te slaan.  Als reactie werden daarna nog twee andere inwoners van Bande gedood. 

Foto's van het huis waar de lijken werden achtergelaten. De man rechtsonder met de rug naar de camera is Léon Praile, die aan de dood wist te ontsnappen.  Uit het verslag van de Belgische onderzoekscommissie voor oorlogsmisdaden;

Naschrift: de lichamen van de gedode dorpelingen werden in een kelder gedumpt en pas op 12 januari 1945 gevonden, toen Britse para’s Bande voor de tweede keer bevrijdden. Slechts één man van het moordcommando kon later worden geïdentificeerd en veroordeeld. Het was een Zwitser die vrijwillig in de SS diende. Hij kreeg in Zwitserland 20 jaar gevangenis, waarvan hij er 12 uitzat. 

Herdenkingssteen voor de in totaal 34 gedode burgers in Bande.

Eisenhower vijfsterrengeneraal

Generaal Dwight D. Eisenhower, de geallieerde opperbevelhebber in Europa, heeft op 20 december de nieuwe extra hoge rang van legergeneraal (General of the Army) gekregen. 

Deze hoogste generaalsrang is te herkennen aan vijf sterren (een Amerikaanse full generaal heeft vier sterren) en zou alleen uitzonderlijk verleend worden. Het Amerikaanse Congres heeft hem zopas,  op 14 december, ingevoerd. 

Eisenhower met vijf sterren op zijn kraag.

De eerste die de vijf sterren kreeg is generaal George Marshall, de stafchef van het Amerikaanse leger. Dat gebeurde op 16 december; 

Twee dagen later is de opperbevelhebber in de Stille Oceaan, Douglas MacArthur, eveneens legergeneraal geworden. Een dag na Eisenhower was het de beurt aan Henry Arnold, de opperbevelhebber van de Amerikaanse luchtstrijdkrachten. 

Daarmee heeft het Amerikaanse leger een rang gelijk aan die van veldmaarschalk.  Voor Eisenhower komt dat goed van pas omdat hij nu in rang gelijk is aan de Britse veldmaarschalk Montgomery, die in bevel onder hem staat.

Tegelijk is de gelijkwaardige rang van vlootadmiraal ingevoerd voor de Amerikaanse marine. Drie admiraals hebben hem meteen gekregen.

Naschrift : enkel Omar Bradley heeft sindsdien nog de rang van vijfsterrengeneraal gekregen. 

Scheepsramp met Belgisch troepentransportschip

Nabij de Franse kust op het Kanaal is het Belgische passagiersschip Léopoldville getorpedeerd, met Amerikaanse troepen aan boot. De gevolgen waren verschrikkelijk.

De Léopoldville was een van de grootste Congoboten (11.500 ton, 146 m lang) van de Compagnie Maritime Belge. Het schip, dat normaal 360 passagiers kon vervoeren, was in de oorlog omgebouwd tot troepentransportschip, waardoor het meer dan tweeduizend volledig uitgeruste militairen kon vervoeren. Sinds de landing in Normandië heeft het al meer dan 120.000 mensen over het Kanaal gezet.

Op 24 december voer het opnieuw van Southampton in Engeland naar Cherbourg in Frankrijk, met 2223 Amerikaanse infanteristen aan boord.

Even voor zes uur ’s avonds, in het zicht van Cherbourg, werd het schip aan bakboordzijde door een torpedo (van een Duitse onderzeeër) getroffen. De explosie veroorzaakte een gat in de romp, waarbij meteen honderden doden vielen en het schip begon te zinken. 

De torpedering van de Léopoldville, volgens een tekening van Richard Rockwell. Deze Amerikaan was zelf niet aanwezig, maar verloor een vriend bij de ramp.

Een Britse destroyer die de Léopoldville escorteerde, kwam meteen ter hulp maar kon niet meer dan zo’n vijfhonderd schipbreukelingen meenemen. Het duurde een hele tijd voordat er bijkomende hulp uit Cherbourg kwam. 

Uiteindelijk zonk het schip, waarin vermoedelijk 515 Amerikanen omkwamen,  plus de Belgische kapitein en vier leden van zijn bemanning. Nog eens 248 mensen die het schip hadden verlaten stierven door verdrinking, onderkoeling of verwondingen. 

De Léopoldville zinkt. Tekening van Richard Rockwell.

Naschrift: achteraf kwam er van Amerikaanse zijde veel kritiek op de Belgische bemanning, die onvoldoende zou hebben gedaan om de Amerikaanse troepen te redden. Zo zouden de evacuatiebevelen in het “Vlaams” (?) zijn gegeven. Er was echter ook verwarring in de radiocommunicatie (de Britse destroyer kon niet rechtstreeks communiceren met de Amerikaanse diensten in Cherbourg) en in de havens was men al in een kerstsfeer. 

In de zeer grote kazerne van Fort Benning in de Amerikaanse staat Georgia is een monument voor de 763 Amerikaanse militairen die omkwamen bij de ramp.