18 tot 24 september 1944 : geallieerden krijgen klappen bij Arnhem

In deze reeks geven we een overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen in het laatste jaar van de Tweede Wereldoorlog. Deze week van 18 tot 24 september 1944. De geallieerde aanval bij Arnhem dreigt uit te lopen op een ramp. In België komt het Parlement opnieuw bijeen en wordt prins Karel tot regent gekozen. 

Voor het eerst sinds de gevechten in Normandië ondervinden de geallieerden ernstige tegenstand.

Plan van Operatie Market Garden. De bedoeling was een corridor te scheppen tot in Arnhem door op verscheidene plaatsen op het traject luchtlandingstroepen te  droppen (blauwe rechthoeken met kruis). en tegelijk vanaf de Belgische grens op te  rukken.

Het was het plan van veldmaarschalk Montgomery om door middel van luchtlandingen in één klap een brug te veroveren over elk van de drie grote Nederlandse rivieren en zo toegang te krijgen tot de Nederlands-Duitse grens: de Maas bij Grave, de Waal bij Nijmegen en de Nederrijn bij Arnhem. Alleen in Grave verliep de operatie zonder problemen. Bij Arnhem is ze uitgelopen op een ramp: de brug is niet veroverd. 

De Rijnbrug in Arnhem, die de geallieerden niet konden veroveren.

Nieuwe Britse luchtlandingen bij Arnhem konden de situatie niet veranderen. Zware Duitse beschietingen beletten dat de Britten zich buiten Arnhem bij hun kameraden bij de Rijnbrug konden voegen.

Ontscheping van materieel uit zweefvliegtuigen bij Arnhem.  Foto NAM

Ten zuiden van Nijmegen is Eindhoven op 18 september bevrijd. Dat gebeurde door Amerikaanse luchtlandingstroepen die bij Son, ten noorden van Eindhoven, waren geparachuteerd, terwijl tegelijk de Britse Guards-pantserdivisie vanuit Lommel kon doorstoten tot Eindhoven. 

De bevrijding van Eindhoven, na Maastricht de eerste grote Nederlandse stad in geallieerde handen.

In Nijmegen had de Amerikaanse 82ste luchtlandingsdivisie moeite om de Waalbrug te veroveren. De brug was ondermijnd maar werd uiteindelijk niet opgeblazen toen de Amerikanen de brug op 20 september in handen kregen.

Dezelfde dag wist het Britse XXXste legerkorps vanuit Eindhoven door te dringen tot Nijmegen, waar nog altijd fel gevochten werd. Via de veroverde brug hadden de geallieerden verder moeten doorstoten naar Arnhem, amper 15 km naar het noorden, maar ze deden dat niet. De Duitsers boden nog felle weerstand bij Nijmegen. 

Cromwell-tanks van het 2e Welsh Guards over de Waalbrug in Nijmegen. Foto IWM
Nijmegen na een bombardement in september 1944. Foto Nationaal Bevrijdingsmuseum.

Intussen zat de Britse eerste luchtlandingsdivisie aan de Rijnbrug in Arn­hem in een hachelijke situatie. Zonder voedsel of water en met zeer weinig munitie vochten diegenen die het nog konden wanhopig voort tot 21 september. Toen bezweken ze voor de Duitse tegenaanvallen. Volgens de Duitsers vochten de Britten met een ongelooflijk fanatisme. Er werd op trappen en zolders van huizen gevoch­ten. Overal lagen doden en gewonden.

Andere troepen van de divisie houden stand in Oosterbeek, over de rivier ten westen van Arnhem. De Britten wachtten op versterkingen die door luchtlandingen ten zuiden van de brug moesten gebeuren, maar het slechte weer verhinderde dit. 

Britse para's in een granaattrechter bij Arnhem. Foto NAM.

Pas op de 21ste kon een Poolse brigade landen in Driel, ten zuidwesten van Arnhem. Een deel ervan wist de rivier over te steken om contact te maken met de troepen in Oosterbeek, maar intussen werden de Duitse tegenaanvallen steeds heviger. 

Britse soldaten met een 75 mm  Pack-houwitser in Oosterbeek. Ftot NAM/

De aanwezigheid van twee SS-pantserdivisies nabij Arnhem is een streep door de rekening van de geallieerden. De divisies hebben na de nederlaag in Normandië nog maar weinig tanks over, maar ze worden efficiënt ingezet.

Nog de 24ste wist een Brits bataljon vanuit Nijmegen de Rijn bij Arnhem te bereiken. Ze probeerden de rivier over te steken maar minder dan honderd mannen wisten bij de ingesloten troepen in Oosterbeek aan te sluiten. Hun situatie is er niet minder hopeloos op geworden. 

Boven: tekst radiobericht van general-majoor Roy Urquhart, de commandant van de Britse 1ste luchtlandingsdivisie bij Arnhem, aan de commandant van zijn legerkorps, luitenant-generaal Sir Frederick Browning (24 september om 21.15 uur). “Moet u waarschuwen tenzij fysiek contact in sterkte gemaakt is met ons begin 25 september, beschouw het onwaarschijnlijk dat we kunnen uithouden (lang genoeg). Iedereen nu uitgeput. Gebrek aan rantsoenen, water, munitie en wapens (…)  

Zware gevechten in Noorderkempen

In het uiterste noorden van België worden de Duitsers steeds verder teruggedrongen, maar niet zonder een moeizame, bloedige strijd. 

Nadat het Albertkanaal voor hen was verloren, hadden de Duitsers zich noordelijker achter het Kempisch Kanaal teruggetrokken. De Britten wisten het kanaal op verscheidene plaatsen over te steken, maar de Duitsers vochten terug. Vooral tussen Geel en Kasterlee werd fel gevochten aan het kanaal.

Een soldaat rust uit  naast een kerk in Geel., waarop SS-tekens zijn aangebracht. © IWM (B 10110)

Pas op 23 september trokken de Duitsers, die een omsingeling vreesden, zich van het kanaal terug, waarop Geel kon worden bevrijd.

De gevechten waren wel de bloedigste sinds de bevrijding van België begon. In totaal vielen er minstens duizend doden, waarvan meer dan honderd burgers. 

Britten van het 2e Middlesex -regiment  ondersteunen de troepen die bij Sint-Huibrechts-Lille het Maas-Scheldekanaal oversteken. © IWM (B 10144)

De dag daarop marcheerden de Britten Turnhout binnen. Turnhout is daarmee de laatste Belgische stad die bevrijd wordt. De Duitse troepen hebben zich wel teruggetrokken achter de Turnhoutse Vaart in het noorden van de stad.

Duitse troepen verzamelen op de Grote Markt van Turnhout, klaar om te vertrekken. Foto collectie familie François Boone.

De zuidelijker gelegen Duitse troepen dreigden ingesloten te worden. De mees­te werden weggeroepen om de stellingen bij Arnhem te verdedigen. Alleen in het noordwesten van de provincie Antwerpen blijven de Duitsers standhouden.

M10-antitankvoertuigen van de Britse 11de pantserdivisie op een baileybrug over het Maas-Scheldekanaal. © IWM (B 10146)

Belgisch Parlement opnieuw bijeen

Voor het eerst na vier jaar is het Belgisch Parlement opnieuw bijeen. Kamer en Senaat hielden op 19 september een gemeenschappelijke vergadering om de bevrijding te vieren.

Van de in totaal 369 volksvertegenwoordigers en senatoren waren er slechts 270 aanwezig. Het lot van de 99 afwezigen kan erg verschillen. Een aantal zit in Duitse kampen. Enkelen zijn overleden. Nog anderen zitten wegens collaboratie in een Belgische gevangenis, of zijn ondergedoken of naar Duitsland gevlucht…  

Drie parlementsleden die naar Duitse concentratiekampen werden gevoerd : Eugène Soudan (socialist, tevens minister van Openbaar Onderwijs), Arthur Vanderpoorten (liberaal, tevens minister van Binnenlandse Zaken) en Isidore Heyndels (communist). Heyndels was al in 1942 gestorven in Dachau, Vanderpoorten zou begin 1945 overlijden in Bergen-Belsen. Soudan overleefde de kampen.

Desondanks was deze eerste vergadering een feestelijke gebeurtenis. De zaal van de Kamer was versierd met Belgische en geallieerde vlaggen. Op de tribunes zaten vertegenwoordigers van de geallieerde legers en van het verzet.

De voorzitters van de Kamer (de Antwerpse katho­liek Frans Van Cauwelaert) en de Senaat (de Kortrijkse liberaal Robert Gillon) hebben hun functie opnieuw opgenomen.

Sinds de Duitse inval van mei 1940 was het Belgisch Parlement niet meer bijeen geweest. Wel had op 31 mei 1940 een  niet-officiële vergadering van parlementsleden plaatsgevonden in de Franse stad Limoges . Ook die werd geleid door Kamervoorzitter Van Cauwelaert (staande links, met baard) en Senaatsvoorzitter Gillon.

Van Cauwelaert sprak in een toespraak de hoop uit dat de naar Duitsland weggevoerde koning weldra zou terugkeren.

Eerste minister Hubert Pierlot hield een toespraak waarin hij rekenschap gaf van het beleid van de regering in Londen. Het was een triomf. Hij werd meermalen onderbroken door applaus. 

V.l.n.r. enkele afwezige parlementsleden : Adiel Debeuckelaere (VNV, stichter van de Frontbeweging), zit in een Belgische gevangenis maar wordt snel vrijgelaten. Hendrik De Man (socialist, gewezen partijvoorzitter) is naar Zwitserland gevlucht. Leo Vindevogel (onafhankelijk Vlaamsgezind katholiek), zit in een Belgische gevangenis en wordt later gefusilleerd, Léon Degrelle (leider van Rex), vecht aan het Oostfront en Hendrik Elias (leider van het VNV) is naar Duitsland gevlucht.

Prins Karel wordt regent van België

België heeft een tijdelijk staatshoofd. Op 20 september is prins Karel, graaf van Vlaanderen, tot regent van het Koninkrijk gekozen door de Verenigde Kamers van het Parlement.

Toen koning Leopold III op 28 mei 1940 krijgsgevangene werd van de Duitsers, verklaarde de Belgische regering hem “in de onmogelijkheid tot regeren”. Normaal moest er toen al een regentschap komen, maar door de Duitse bezetting kon het Parlement niet bijeenkomen. Meer dan vier jaar heeft de ministerraad daarom “in naam van het Belgische Volk” de koninklijke macht uitgeoefend. 

De regering was het er snel over eens dat Leopolds broer Karel regent zou worden.  Voor de verkiezing zelf was een geheime stemming vereist. Om verkozen te worden moest een kandidaat minstens 185 stemmen halen, de absolute meerderheid van alle parlementsleden samen. Omdat de 99 afwezige parlemensleden daarin meetelden, was dat niet evident. 

Eerst kreeg de prins 169 stemmen, 16 te weinig. Liefst 100 stembriefjes waren blanco en 1 ongeldig. De socialisten zeiden zich te onthouden vanwege hun republikeinse principes.

Bij een tweede stemming werd de absolute meerderheid wel gehaald. Er waren 217 stemmen voor Karel. Twee stemmen gingen naar de prominente socialist Louis de Brouckère en er waren nog altijd 47 blanco stemmen. 

De eedaflegging van de regent. Helemaal rechts koningin-moeder Elisabeth.

De volgende dag legde de prins-regent de eed af voor de Verenigde Kamers. Daarbij was ook zijn moeder, koningin Elisabeth, aanwezig. Zij en Karel zijn de enige leden van de koninklijke familie die in België zijn gebleven.

De plechtigheid was identiek aan de eedaflegging van een koning. Karel droeg zijn uniform van kolonel van de Gidsen. Hij hield een korte toespraak in de beide landstalen. Daarin sprak hij zijn hoop uit dat zijn broer, de koning, snel zou worden bevrijd, zodat hij opnieuw zijn grondwettelijke macht kan overnemen. 

Amper enkele weken nadat hij regent was geworden bracht prins Karel een bezoek aan Groot-Brittannië, waar hij ontvangen werd door zijn verre verwant koning George VI (links op de foto). Daarmee toonde hij zijn gehechtheid aan de zaak van de geallieerden. © IWM (TR 2415)

Kort daarop heeft de regering-Pierlot haar ontslag aangeboden bij de regent. Zo kan er na vier jaar opnieuw een gewoon parlementair kabinet worden gevormd.

De prins-regent op bezoek in Oostende (Collectie De Plate).

Franse havens veroverd maar verwoest

Na een beleg van zowat anderhalve maand hebben de Amerikanen op 19 september Brest kunnen innemen, in het westen van Bretagne.  

Liefst 36.000 Duitse militairen die Brest verdedigden gaan in krijgsgevangenschap. Ze hebben echter de tijd gehad om de Franse marinehaven grondig te verwoesten. 

De verwoeste haven van Brest Conseil Régional de Basse-Normandie / National Archives USA

Alle installaties zijn vernield en de havengeulen zijn met gezonken schepen geblokkeerd. De stad zelf is een puinhoop. Door de massale Amerikaanse bombardementen met fosfor- en napalmbommen is vrijwel elk huis kapot.

De geallieerden, die nog steeds over te weinig havens beschikken, hoeven niet op Brest te rekenen om hun bevoorrading te verbeteren. 

Gevangen Duitse officieren in Brest. Conseil Régional de Basse-Normandie / National Archives USA

Twee andere havensteden in Bretagne – Lorient en Saint-Nazaire – zijn nog stevig in Duitse handen, net als de zuidelijker gelegen haven van La Rochelle en Royans aan de monding van de Gironde (waardoor de haven van Bordeaux afgesloten is). De verovering van die zuidelijke havens is niet prioritair. Anders is het voor de Kanaalhavens, die belangrijk zijn voor de bevoorrading van de geallieerde legers.

Op 12  september hadden Britten en Canadezen Le Havre veroverd, een van de grootste Franse havens. Maar ook hier hebben de Duitsers de haven volledig ten gronde gericht. De stad zelf is voor 4/5 verwoest na een ongewoon zwaar Brits bombardement. 

De bevrijding van Le Havre.

De veroveraars van Le Havre zijn meteen 200 km naar het westen opgerukt om op 17 september het beleg van Boulogne-sur-Mer te beginnen. Hier werden de belegeraars ondersteund door zwaar geschut dat nabij Dover opgesteld staat aan de andere kant van het Kanaal en opnieuw door bommenwerpers. 

Pas na vijf dagen is Boulogne gevallen. De Duitsers hielden hardnekkig stand in een stelsel van bunkers en onderaardse gangen. Maar ook hier is er van de haveninrichtingen vrijwel niets meer over. 

Canadezen trekken het verwoeste Boulogne binnen

Terwijl de Antwerpse haven onbeschadigd in geallieerde handen is gevallen – maar niet gebruikt kan worden zolang de Scheldemonding geblokkeerd is – had de geallieerde legerleiding op de Kanaalhavens gerekend om de bevoorrading op te voeren. Alle transport moet nog langs Cherbourg of Arromanches verlopen. De troepen die de havens belegeren, hebben zelf regelmatig tekort aan munitie. 

Wapenstilstand met Finland

In Moskou heeft Finland op 19 september een wapenstilstand gesloten met de geallieerden, dat is in de eerste plaats met de Sovjet-Unie.

De strijd tussen Finnen en Sovjets was al een paar weken eerder gestaakt, maar nu is er een formele wapenstilstandsovereenkomst ondertekend, die neerkomt op een voorlopig vredesverdrag.

 Een Sovjet- en een Finse officier bekijken elkaars polshorloge in Wyborg op 4 september. Die dag kondigde Finland een staakt-het-vuren af.

Finland was de enige echte democratie die aan Duitse zijde vocht. Dat was het gevolg van de Winteroorlog van 1939-'40. Toen dwongen de Russen de Finnen om enkele grensgebieden af te staan, zoals de landstreek van Wyborg, niet ver van Leningrad en het gebied rond Petsamo, de enige Finse toegang tot de Noordelijke IJszee.

Finland heeft geprobeerd die gebieden terug te winnen door in 1941 de kant van Duitsland te kiezen, maar nu moet het ze allemaal weer afgeven. Het moet ook een schiereiland aan de kust van de Finse Golf verpachten aan de Sovjet-Unie, die daar een marinebasis gaat bouwen. 

Kaart van Finland. De gebieden in het rood moesten aan de Sovjet-Unie worden afgestaan. De zones in het bruin moesten tijdelijk aan de Sovjets in pacht worden gegeven.

Verder moet Finland zware schadevergoedingen in natura aan de Sovjets betalen. Maar voor de rest komt het er goed van af. Het land wordt niet door het Rode Leger bezet.

Wel moeten de Finnen de Duitse troepen in Finland krijgsgevangen maken.  Dat laatste kan nog voor moeilijkheden zorgen. In de streek van Petsamo bevindt zich een Duitse legermacht van meer dan 200.000 man, om de nikkelmijnen daar te beschermen tegen een Sovjet-aanval. 

Maarschalk Mannerheim (rechts) werd president van Finland met de bedoeling de oorlog te beëindigen. SA-Kuva / Lehtikuva

Langzame geallieerde opmars in Italië

De geallieerden zijn de Italiaanse stad Rimini aan de Adriatische kust binnengetrokken. De Duitsers gaven de stad op na een week lang hevige gevechten in de bergen voor Rimini. De verovering gebeurde door een Canadese divisie met een Griekse brigade bergtroepen en een paar Nieuw-Zeelandse bataljons. 

Canadese en Griekse soldaten stappen Rimini binnen.

De aanval maakt deel uit van een geallieerd offensief op de Gotenlinie, een Duitse verdedigingslijn die loopt van de Adriatische Zee bij Pesaro tot de Ligurische Zee bij Pisa, grotendeels langs de Apennijnen. 

Op die Gotenlinie nabij Rimini ligt ook het ministaatje San Marino, dat neutraal is in de oorlog. Beide kampen hebben even de grens van San Marino overschreden, maar zonder veel gevolgen. 

Geallieerden in actie bij Rimini.

De Gotenlinie is nu aan de oostelijke kant overschreden, maar het gaat wel zeer traag. In vier weken zijn de geallieerden nergens verder gevorderd dan 40 km. Nu de herfst aankomt, lijkt een snelle doorbraak naar het noorden onwaarschijnlijk. 

Duitse artillerie bij Rimini.

In de Italiaanse veldtocht, die nu al 14 maanden duurt, weet de Duitse veldmaarschalk Kesselring handig van het terrein gebruik te maken om de geallieerde opmars zwaar af te remmen, hoewel de geallieerde troepen bijna dubbel zo sterk zijn. 

Tanks zijn niet zo geschikt voor het bergachtig gebied. De geallieerde officieren zouden ook minder goed overweg kunnen met dergelijke situaties dan de Duitse.