19 tot 25 februari 1945: Amerikanen landen op Iwo Jima

In deze reeks geven we elke week een overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen in het laatste jaar van de Tweede Wereldoorlog. De Amerikanen beginnen met de verovering van een strategisch belangrijk gelegen eiland, de geallieerden breken door aan het Westfront en op de valreep verklaren steeds meer landen de oorlog aan Duitsland. 

In de vroege ochtend van 19 februari zijn Amerikaanse mariniers geland op de stranden van het Japanse eiland Iwo Jima in de Stille Oceaan.

Iwo Jima ligt 1200 km ten zuiden van Tokio en is amper 23 km² groot. Het eiland is een Japanse vloot- en vliegbasis. Sinds het verlies van de Marianen en de Marshalleilanden in 1944 is het belang van Iwo Jima voor de Japanse luchtmacht nog toegenomen. 

Links: een kaart met de ligging van Iwo Jima. Rechts: het slagschip New York vuurt zijn  360 mm-kanonnen af op het eiland.

Als de Amerikanen het eiland veroveren, kunnen ze de vliegvelden gebruiken voor bombardementen op Japan. Bovendien betreden ze op Iwo Jima voor het eerst een stuk volwaardig Japans grondgebied.

Iwo Jima is al sinds juni 1944 intens bestookt vanuit de lucht en de zee. Geen enkele plaats is in de oorlog zo zwaar gebombardeerd. De landing werd voorafgegaan door drie dagen beschietingen door zware oorlogsschepen. Onvoldoende, vinden sommigen, want het verzet is geenszins gebroken.

De Japanners hebben het hele eiland voorzien van bunkers en ondergrondse schuilplaatsen, onderling verbonden door 18 km onderaardse gangen. Daarin zitten 21.000 Japanse soldaten verscholen. 

De landing op de stranden van Iwo Jima. Rechtsboven de berg Suribachi.

De eerste dag zijn er 30.000 mariniers geland. De dagen daarop volgden er nog 40.000. Maar niet zonder zware verliezen. Van de 900 man van een bataljon dat in de ochtend landde, waren er in de avond nog maar 150 ongedeerd. 

In enkele dagen is het zuiden van het eiland veroverd. Op 23 februari konden de mariniers de Amerikaanse vlag plaatsen op de top van de Suribachi, de hoogste berg van het eiland.

Maar de verovering is daarmee zeker niet voltooid. De Japanners controleren nog het noorden van het eiland. Van roekeloze “banzai-charges” die de Amerikanen van de Japanners gewend zijn, is hier geen sprake. De Japanners vertonen zich zo weinig mogelijk en blijven de Amerikanen vanuit hun bunkers en schuttersnesten bestoken.

Bovenstaande foto is – althans voor de Amerikanen – zowat de bekendste foto van de hele oorlog. Ze toont hoe zes mariniers de Amerikaanse vlag hijsen op het hoogste punt van Iwo Jima. De afbeelding werd meteen wereldberoemd en de fotograaf, Joe Rosenthal van Associated Press, kreeg er dat jaar een Pulitzerprijs voor.

Wel was het niet de eerste vlag die daar op 23 februari werd gehesen. De foto is die van een andere – grotere - vlag, die dezelfde dag nog de eerste verving. Door een misverstand werd Rosenthal er later ten onrechte van beschuldigd de opname in scène te hebben gezet. 

Drie van de gefotografeerde mariniers sneuvelden in de dagen daarop. De drie die het overleefden, werden in april 1945 in het Witte Huis gedecoreerd. 

Geallieerde doorbraak in het westen

Er is schot gekomen in de geallieerde offensieven aan de Beneden-Rijn (voorbij de Nederlandse grens) en de Roer.  De Duitse legers worden steeds verder naar de Rijn teruggedrongen.

Bij het offensief aan de Beneden-Rijn (Operatie Veritable) hebben Britse divisies op 21 februari Goch veroverd, een Duitse stad even over de Nederlandse grens, tussen de Rijn en de Maas.  

Britten in Goch op 22 februari

Britten en Canadezen probeerden door te breken naar Kalkar, maar ondervonden zware verliezen. Uiteindelijk werd de strijd gestaakt en hebben de gevechten zich verplaatst naar Goch.

De strijd in dit gebied was een echte slijtageslag die sterk aan de Eerste Wereldoorlog deed denken. 

Britse soldaat in Goch

Meer naar het zuiden is het Negende Amerikaanse Leger van generaal Simpson dan toch de aanval over de rivier de Roer begonnen. Na massale artillerie­beschietingen zijn bootjes met de grootste moeite de rivier overgestoken.

Deze bijrivier van de Maas vormde een frontlijn over bijna 100 km. Door de sabotage van de dammen op de Roer was het water te hoog en moest deze Operatie Grenade worden uitgesteld tot het peil wat gedaald was.

Pas na zware gevechten hebben de Ameri­kanen vaste voet op de rechteroever gekregen. Meteen is begonnen aan de bouw van bruggen. De Duitsers boden massaal weerstand, maar beschikten in die sector niet over pantsertroepen die de bres in het front konden dichten.

Een Amerikaanse M36-tank in Jülich.

Op 23 februari is de stad Jülich aan de overzijde van de Roer door de Amerikanen veroverd. Twee dagen later is Düren gevolgd, meer naar het zuiden. Beide steden liggen volledig in puin na vijf maanden van luchtaanvallen en beschietingen.  

Een gesneuvelde Amerikaanse soldaat op een pontonbrug over de Roer nabij Jülich.

Nu de Amerikanen over de Roer zijn, lijken ze een definitieve bres in de Duitse linies aan het westelijk front te hebben geslagen. De Westwall (of Siegfriedlinie, zoals de geallieerden die noemen) speelt geen rol meer.  De weg naar het dichtbevolkte industriegebied aan de Rijn ligt open. 

Amerikaanse soldaten rond een verwoeste fabriek bij gevechten in Düren.

De Duitse legerleiding lijkt door de aanval te zijn verrast. Ze verwachtte een groot geallieerd offensief eerder zuidelijker, aan de Saar en de Moezel. Ze heeft in de bedreigde sector nauwelijks reservetroepen en nog minder tanks.

Veldmaarschalk von Rundstedt, de Duitse opperbevelhebber in het westen, heeft zijn troepen opgeroepen “zich te scharen rond de Führer om ons volk en onze staat te behoeden voor een gruwelijk lot”. Hitler heeft de oude veldmaarschalk meteen beloond met het Ridderkruis met zwaarden. Maar veel lijkt dat niet te helpen.  

Hitler neemt niet openlijk wraak op krijgsgevangenen

Met tegenzin heeft Hitler besloten om toch geen wraakmaatregelen te nemen tegen geallieerde krijgsgevangenen.

Op een vergadering op 19 februari  overwoog hij geallieerde militairen die in Duitse handen vallen, te doden. Dat idee kwam van dr. Goebbels, de fanatieke minister van Propaganda. Die stelde voor om alle gevangen vliegtuig­bemanningen dood te schieten als vergelding voor de bombardementen op Duitse steden. 

Foto van Hitler toen hij op 24 februari 1945 een hoge onderscheiding verleende aan een oudgediende van het naziregime: Reichsarbeitsführer Konstantin Hierl (hoofd van de Arbeidsdienst). Het is een van de weinige foto's van Hitler die in deze tijd gemaakt zijn.

Sommige officieren maakten hiertegen juridische bezwaren. Zoiets is een regelrechte schending van de Conventie van Genève, die de rechten van krijgsgevangenen garandeert. Maar Hitler zei dat dit hem niet kon schelen.

Toen werd opgemerkt dat dit tot represailles kon leiden tegen gevangen Duitse soldaten, leek hij te hopen dat de geallieerden hetzelf­de zouden doen met Duitsers. "Dan zul­len er heel wat zijn die zich nog eens be­denken alvorens te deserteren", zei hij.

Admiraal Dönitz, die opdracht kreeg de zaak te onderzoeken, heeft de dag daarop echter laten weten dat de nadelen niet op­wegen tegen de voordelen. “Het zou beter zijn de uiterlijke schijn te bewaren en de maatregelen te nemen die noodzakelijk worden geacht zonder ze van tevoren aan te kondigen”, zo staat in zijn rapport.  

Anti-Amerikaanse karikaturen uit het Duitse satirische tijdschrift Kladderadatsch (1943). Links: Eleanor Roosevelt (de vrouw van de president) laat “boys” ballen werpen naar vrouwen, kinderen en kerken als “de beste voorbereiding voor jonge terreurvliegers”.  Rechts: piloten krijgen een kaart te zien waarop kerken en heiligdommen zijn aangeduid om "wetenschappelijk te bombarderen". Bemerk de weinig flatterende afbeeldingen van zwarte Amerikanen.

Sinds eind 1944 zijn er steeds meer gevallen van geallieerde piloten die door de Duitse volkswoede worden gedood, omdat ze verantwoordelijk worden gesteld voor bombardementen op weerloze burgers. Deze “lynchjustitie” op “luchtgangsters” wordt door de nazi-autoriteiten in het geheim aangemoedigd en zelfs georganiseerd. Ook sterven er nogal wat geallieerde krijgsgevangenen tijdens lange marsen door honger en uitputting en omdat ze blootstaan aan geallieerde luchtaanvallen

Nog een cartoon uit Kladderadatsch (1942): "De triomftocht van de USA-beschaving". Elementen daarvan zijn o.m. jazzmuziek, werkloosheid, gangsters,  uitbuiting van de arbeiders, lynchen van zwarten... Rechtsboven president Roosevelt in zijn invalidenwagen (geduwd door zijn echtgenote) die een dollarteken en een Jodenster draagt.

Voor Sovjet-krijgsgevangenen respecteert Duitsland de Conventie van Genève helemaal niet. Honderdduizenden onder hen zijn tijdens de oorlog van honger en ontbering in kampen omgekomen of in koelen bloede vermoord, ook in gaskamers.  

Intussen nemen de maatregelen tegen Duitse deserteurs toe. Sinds kort kan iedere Duitse militair die met valse papieren reist of door bedrog verlof heeft gekregen, de doodstraf krijgen. Het aantal deserteurs aan het Westfront is dan ook bijzonder groot. 

Sovjetkrijgsgevangenen verwelkomen hun Amerikaanse bevrijders in het kamp van Eselheide op 9 april 1945. In dit kamp alleen al kwamen 30.000 Sovjet-militairen om het leven. Circa 3,3 miljoen Sovjet-krijgsgevangenen of meer dan de helft kwamen om in Duitse kampen (collectie NARA).

Poznań veroverd

Het Duitse garnizoen in Poznań (Duits: Posen) heeft zich op 23 februari na een beleg van vier weken overgegeven aan het Rode Leger.

De circa 40.000 verdedigers van de stad, waaronder hulptroepen van politie en gewapende burgers, konden niet op tegen de aanvallen van het Eerste Gardeleger van generaal Vasili Tsjoejkov, een geducht leger dat zijn sporen verdiend had in Stalingrad. 

De citadel van Poznań na de gevechten.

Op 12 februari was alleen de oude citadel van de stad nog in Duitse handen. De toestand was dan al compleet hopeloos. Een paar duizend ingesloten Duitsers, die er niet in geslaagd waren om de citadel te bereiken, deden toen nog een poging om naar het westen uit te breken.

Zes dagen later begonnen de troepen van Tsjoejkov de finale aanval op de citadel. Die hield nog goed stand, maar op de 22e braken de Sovjets door de wallen en kwam het tot gevechten binnen de muren. 

Duitse verdedigers van de Festung Posen geven zich over.

De commandant van de Festung Posen, generaal-majoor Ernst Gonell, gaf daarop de 12.000 overgebleven Duitsers toestemming zich over te geven. Zelf schoot hij zich als overtuigde nazi een kogel door het hoofd.

Poznań was door het Verdrag van Versailles (1919) weer Pools geworden, nadat het meer dan een eeuw tot Pruisen had behoord. Bij het begin van de oorlog annexeerde nazi-Duitsland het opnieuw. 

Vernielde Sovjettank in het centrum van Poznań.

Zo’n 5.000 verdedigers zijn bij de verovering gesneuveld. Hun verzet heeft de opmars van het Rode Leger nauwelijks gehinderd, wat aantoont dat Hitlers strategie van vestingen die tot het uiterste moeten standhouden een gruwelijke dwaasheid is.  

Vernielde brug in Poznań

Duits succes bij Koningsbergen

De Duitse legers rond Koningsbergen, de ingesloten hoofdstad van Oost-Pruisen, zijn erin geslaagd de omsingeling te doorbreken, althans in de richting van de havenstad Pillau.

In de ochtend van 19 februari begon een Duits legerkorps een onverwachte aanval vanuit Koningsbergen. Ze wisten de Sovjets te verrassen door gebruik te maken van een buitgemaakte T34-tank, bemand door Duitsers in Sovjetuniformen met een officier die perfect Russisch spreekt.

Duitse mitrailleurspost nabij Koningsbergen

Het korps wist na zware gevechten de voorstad Metgethen te veroveren.  Daar hebben ze op straat de lijken aangetroffen van tientallen vrouwen, kinderen en oude mensen. Veel vrouwen waren verkracht. Beelden van deze “bolsjewistische moorden” zijn meteen door de Duitse propaganda de wereld ingestuurd. 

Foto van vermoorde Duitse burgers in Metgethen. (Library of Congress)

‘s Anderendaags wist een ander Duits legerkorps dat op de kust standhield door te breken en contact te maken met de troepen in Metgethen. Daardoor is een corridor gevormd tussen Koningsbergen en de haven van Pillau, zodat de stad opnieuw kan worden bevoorraad en burgers verder kunnen worden geëvacueerd.

De dag voor de tegenaanval begon, kenden de Sovjets nog een tegenvaller. Generaal Ivan Tsjernjachovski, de bevelhebber van het 3e Wit-Russische Front, werd in Oost-Pruisen door een artilleriegranaat getroffen en gedood. Hij was met 38 jaar de jongste frontcommandant van het Rode Leger en had tweemaal de titel Held van de Sovjet-Unie gekregen. Tsjernjachovski’s aanpak in Oost-Pruisen is zeer succesvol geweest.

Sovjet-postzegel ter ere van de gesneuvelde generaal Tsjernjachovski.

Stalin heeft meteen de stafchef van het Rode Leger, maarschalk Aleksandr Vasilevski tot opvolger van Tsjernjachovski aangesteld. 

Bij de gevechten rond Koningsbergen werd ook de jagersgroep "Normandie-Niémen" ingezet: Franse vliegeniers die sinds 1942 aan de kant van de Sovjet-Unie aan het Oostfront vochten. Op de foto verbroederen ze met Sovjet-collega's.

Nog meer landen verklaren de oorlog

Turkije heeft op 23 februari de oorlog aan Duitsland en Japan verklaard. Egypte heeft de dag daarop hetzelfde gedaan.

In de week daarvoor waren er nog oorlogsverklaringen van Venezuela en Uruguay. Al die landen hadden al eerder hun diplomatieke betrekkingen met Duitsland verbroken, zodat hun deelname niet veel verschil maakt.  

De Turkse president Ismet Inönü (midden vooraan) tussen de Amerikaanse president Roosevelt en de Britse premier Churchill in december 1943 bij overleg in Caïro. Vooral Churchill drong er toen op aan dat Turkije de kant van de geallieerden zou kiezen. Hij moest nog meer dan een jaar daarop wachten.

Dat ze nu formeel nog de oorlog verklaren, heeft twee redenen. Vooreerst wordt aan de Duitse nederlaag niet meer getwijfeld. Bovendien zijn er nu uitnodigingen verstuurd voor een conferentie van de Verenigde Naties die in april in San Francisco moet worden gehouden. Daar moet de nieuwe internationale organisatie die in de maak is, worden opgericht. Maar om deel te nemen moet men in oorlog met Duitsland zijn. Er zijn intussen al meer dan veertig landen die aan die voorwaarden voldoen.

Het is merkwaardig dat Egypte nu pas de oorlog verklaart, hoewel het land met zijn havens en het Suezkanaal een belangrijke rol speelde voor de geallieerden en er tot 1942 op Egyptische bodem zwaar gevochten werd in de "Woestijnoorlog". De Britten, die de baas zijn in het "onafhankelijke" Egypte, voerden oorlog tegen de Italianen en de Duitsers  in Egypte en het naburige Libië. 

Koning Faroek, de politieke elite en het leger hielden zich al die tijd afzijdig. Veel Egyptische officieren sympathiseerden met de Duitsers. De massale aanwezigheid van troepen uit het Britse Gemenebest in Egypte zorgde voor veel ongemakken voor de bevolking.  

Koning Faroek van Egypte met president Roosevelt op de Amerikaanse kruiser Quincy, nog geen twee weken voordat Egypte Duitsland de oorlog verklaarde.  Faroek voelde zich vaak vernederd door de Britten maar werd door Roosevelt gevleid.

Syrië en Libanon werken nog aan een oorlogsverklaring, hoewel ook hier niet iedereen pro-geallieerd is. Die landen zijn sinds 1944 formeel onafhankelijk maar het Franse leger is er nog steeds de baas. 

Zwaar bombardement op Pforzheim

In de avond van 23 februari is de Duitse stad Pforzheim (in Baden, nabij het Zwarte Woud) door een bombardement verwoest.

In amper twintig minuten dropten 380 Britse bommenwerpers hun lading spring- en brandbommen. Samen zo’n 1500 ton. Die veroorzaakte in het centrum een enorme vuurstorm. 

Luchtfoto van het bombardement op Pforzheim.

Als gevolg is meer dan 80 % van de gebouwen verwoest. In het oude stadscentrum is dat bijna 100 %.

Het aantal getelde doden bedraagt 17.600, waarvan 500 buitenlanders. Daarmee telt deze relatief kleine stad de zwaarste dodentol voor een luchtaanval na de eerdere bombardementen op Hamburg en Dresden. In verhouding met het aantal inwoners van de stad is dat zelfs het hoogste dodental  ooit: meer dan een kwart van de bevolking kwam om. 

Het stadscentrum van Pforzheim na het bombardement (stadsarchief Pforzheim). Het centrum werd na de oorlog heropgebouwd in een moderne stijl.

Pforzheim was nog maar weinig aangevallen en leek geen militaire betekenis te hebben. De stad telt traditioneel veel juweliers en horlogemakers. Volgens een rapport van het Bomber Command van de RAF konden de horloge­makers ook zijn ingezet voor de bouw van precisie-instrumenten. 

Gedenkteken van het bombardement. Het bevindt zich op een heuvel die gemaakt werd van het puin.
Copyright: Thomas Duerselen, Remseck

Meest gelezen