24 tot 30 juli 1944: Het Rode Leger rukt op in Polen

In deze reeks geven we een overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen in het laatste jaar van de Tweede Wereldoorlog, deze week van 24 tot 30 juli 1944.

Het Rode Leger heeft de Poolse stad Lublin bevrijd. Na een paar dagen van hevige gevechten maakten troepen van het Eerste Wit-Russische Front onder Sovjet-maarschalk Konstantin Rokossovski zich op 24 juli helemaal meester van de stad.

Daarmee veroveren de Sovjets de eerste grote stad van wat zij als Polen beschouwen. De oostelijke delen van het vroegere Polen hebben ze immers in 1939 geannexeerd (met instemming van nazi-Duitsland!).

Het zwaar beschadigde stadhuis van Lublin. Foto bovenaan: Sovjettroepen trekken Lvov binnen.

Vlak voor de bevrijding van Lublin is op initiatief van de Poolse communisten een "Pools Comité voor Nationale Bevrijding" opgericht. Dat comité gaat zich in Lublin vestigen en wil het Rode Leger helpen bij het bestuur van de bevrijde Poolse gebieden.

Het Westen ziet in dit comité een door Stalin opgezet alternatief voor de Poolse regering die in Londen verblijft. Moskou erkent die regering al meer dan een jaar niet meer en beschouwt haar als te reactionair.

De omstreden oostelijke gebieden worden voornamelijk door Wit-Russen en Oekraïners bewoond. De herovering van die gebieden is op 28 juli vrijwel voltooid met de inname van de grensstad Brest (het vroegere Brest-Litovsk) door het Eerste Wit-Russische Front. 

Duitsers op de terugtocht op overvolle wegen.

De dag daarvoor, 27 juli, veroverde het Eerste Oekraïense Front onder maarschalk Ivan Konjev de oude stad Lvov (Lviv of Lemberg), nadat in de buurt daarvan een ingesloten Duitse strijdmacht was opgeruimd. Acht Duitse divisies werden daarmee opgeruimd.

De Sovjet-legers hebben dezelfde dag Przemyśl bereikt in het uiterste zuiden van Polen, aan de voet van de Karpaten.

Dezelfde 27 juli is ook Białystok, in het noordoosten van Polen, veroverd door het Tweede Wit-Russische Front. Nog noordelijker hebben de Duitsers de Letse ste­den Daugavpils en Rēzekne prijsgegeven, net als Narva, een grensstad van Estland.

Van een pauze in de Russische opmars is voorlopig geen sprake. De troepen vanuit Lublin zijn al doorgestoten tot aan de Weichsel (Wisła of Vistula), de belangrijkste rivier van Polen, die ook door de hoofdstad Warschau stroomt. 

Uitgeputte Duitse soldaten in Polen.

Concentratiekamp Majdanek bevrijd

Even buiten Lublin is het naziconcentratiekamp Majdanek in handen van het Rode Leger gevallen.

Het concentratiekamp was aangelegd in 1941, kort na de Duitse aanval op de Sovjet-Unie. Aanvankelijk werden er Sovjet-krijgsgevangenen in opgesloten, maar nog hetzelfde jaar kwamen er meer dan 100.000 Joden bij. In de streek woonden zeer veel Joden en Lublin gold als een belangrijk centrum van Joodse cultuur.

Vanaf 1942 werden de Joden systematisch uitgeroeid. Eerst werden ze doodgeschoten en in massagraven begraven, later kwamen er gaskamers en crematoria. De bijzonder slechte omstandigheden in het kamp waren op zich al zeer moorddadig. 

De plaatselijke (Poolse) bevolking legt bloemen op de menselijke resten die in het kamp werden aangetroffen.

Majdanek (officieel KZ Lublin) is daarmee met Auschwitz het enige concentratiekamp dat ook als vernietigingskamp fungeerde.  

Het is het eerste grote concentratiekamp dat in geallieerde handen komt. Er waren al meer dan voldoende aanwijzingen dat nazi-Duitsland systematisch de Joden aan het uitmoorden was. Nu zijn daar ook materiële bewijzen voor gevonden. 

De speciale vernietigingscentra voor Joden die bestonden in het oosten van Polen (Treblinka, Sobibór, Bełżec) zijn al maanden eerder volledig ontmanteld.

Een massa schoenen die in het kamp werden aangetroffen. Veel kledingstukken van de slachtoffers werden door de SS gerecupereerd.

Bij hun vertrek uit Majdanek hebben de SS-bewakers de archieven vernietigd en ook de crematoria in brand gestoken. De meeste gevangenen waren al maanden eerder verplaatst naar andere kampen. De laatsten vertrokken de week voor de bevrijding. 

Het Rode Leger trof nog zo’n 1500 mensen in het kamp aan. De meesten waren geen gevangenen, maar gewonde of invalide voormalige Sovjet-krijgsgevangenen die naar het Duitse leger waren overgelopen en in het hospitaal van het kamp werden verzorgd. Van een bevrijding is voor hen geen sprake…

Geschat wordt dat er minstens 150.000 mensen in Majdanek werden opgesloten. Daarvan zijn zijn er tussen de 80.000 en de 110.000 omgekomen. De meeste doden vielen door honger, ziekte en uitputting.

Sovjet-militairen bij verbrandingsovens in Majdanek,  Het houten crematoriumgebouw is afgebrand, maar de bakstenen ovens in het gebouw zijn intact.

Amerikaanse doorbraak in Normandië

De Amerikaanse legers zijn  erin geslaagd door te breken langs de westelijke stellingen in Normandië.

Ten westen van Saint-Lô is een groot offensief bezig onder de naam “operatie Cobra”.

De operatie begon met een geweldige luchtaanval. Die moest op 24 juli plaatsvinden maar werd door het slechte weer in extremis afgelast. Een aantal bommenwerpers had toen al bij vergissing de eigen troepen gebombardeerd.

Amerikaanse soldaten kijken op 25 juli naar het optreden van de Amerikaanse vliegtuigen ten westen van Saint-Lô. Conseil Régional de Basse-Normandie / National Archives USA

De dag daarop voerde een luchtvloot van 1600 Amerikaanse toestellen een “tapijtenbombardement” uit op de Duitse stellingen. De getroffen Duitse eenheden werden voor 70 % uitgeschakeld.

Op 27 juli volgde de aanval van drie Amerikaanse legerkorpsen. Ondanks de zware Duitse weerstand werd die een succes.

De Amerikanen beschikken over een groot overwicht aan tanks en hebben hun tactiek om door het moeilijke Normandische bocage-landschap te trekken verbeterd. Het Amerikaans succes is deels te danken aan een soort ploeg, ter plekke bedacht door  sergeant Curtin Culin, waarmee de Sherman-tanks zich een weg kunnen banen door de Normandische heggen.

Links: een met een ploeg uitgeruste tank heeft zich een weg gebaand door een haag. Rechts: Amerikaanse militairen maken een ploegschaar met door de Duitsers op de Normandische kust achtergelaten”egel”-hindernissen.

Het resultaat is spectaculair. Op 28 juli veroverden de Amerikanen Coutances en stootten ze door langs de westkust van het schiereiland Cotentin. Twee dagen later bereikten ze de havenstad Avranches, in het uiterste zuidoosten van het schiereiland. 

Een oude inwoonster van het vernielde dorp Roncey passeert langs enkele uitgeschakelde Duitse tanks.  Door de snelle Amerikaanse opmars raakten de Duitse troepen in Roncey (bij Coutances) ingesloten. Ze hielden nog een paar dagen stand.  Conseil Régional de Basse-Normandie / National Archives USA

De doorbraak was mogelijk omdat in het oosten heel wat Duitse troepen werden vastgehouden door Canadese aanvallen bij Caen. Pas nu zou de Duitse legerleiding beroep doen op de Duitse troepen die aan het Nauw van Calais zijn gelegerd met het oog op een (tweede) geallieerde landing. 

Een Amerikaanse militaire arts onderzoekt een baby in een Normandisch dorp.. In het midden een Russische verpleegster die bij Leningrad  door de Duitsers was gevangen genomen en gedwongen werd om in Normandië in te staan voor de arbeiders die aan de Atlantikwall werkten..  Een deel van het Amerikaans medisch personeel  moest zich over de burgerbevolking bekommeren.

Duitse militairen vernederd

Vanaf 24 juli is in het Duitse leger de nazigroet verplicht. Hij vervangt de traditionele militaire groet.

De Hitlergroet of “Duitse groet” was al jaren in Duitsland de regel, behalve  bij militairen, waar men zoals bijna overal groette door de rechterhand tegen het hoofddeksel te plaatsen. 

Op een plechtigheid in 1939 brengen Duitse burgers, zelfs geestelijken, de Hitlergroet, maar een marine-officier groet op militaire wijze.

Er waren eerder plannen om de “Duitse groet” ook in de Wehrmacht verplicht te maken. Het is uiteindelijk de mislukte aanslag van 20 juli op Hitler die de doorslag gegeven heeft. 

Volgens de nieuwe chef van de generale staf, generaal Guderian, wordt zo de "onwankel­bare trouw aan Hitler" en de "absolute eenheid tussen partij en leger" bewezen. Officieren krijgen ook de raad zich aan te sluiten bij de nazipartij, voor zover ze dat nog niet zijn.

Zonder hoofddeksel brachten Duitse officieren ook al vroeger (hier in 1941) de nazigroet .

Daarmee lijkt het Duitse leger, en zeker het eens zo gerespecteerde officieren­korps, zijn laatste stukje waardigheid en onafhankelijkheid te hebben verloren. 

Naarmate de Duitse nederlagen toenamen, raakte Hitler meer en meer het vertrouwen in zijn generaals kwijt. Hij beschouwde hen als onbekwaam en kortzichtig. Door de aanslag ziet hij in hen nu verraders.

Na de mislukte bomaanslag haastten de generaals zich om hun trouw aan Hitler te betuigen, zelfs als ze door hem eerder zijn vernederd en afgedankt.

Officieren die in het complot tegen Hitler zaten, worden ook aan de militaire rechtspraak onttrokken.  

In de SS (ook de Waffen SS) was de Hitlergroet al lang  de regel, zoals hier bij een parade van de SS-Leibstandarte Adolf Hitler.

Japanse zelfmoordaanval op Guam

De Japanse troepen die het eiland Guam verdedigen, hebben in de nacht van 25 op 26 juli een soort zelfmoordaanval ingezet tegen de Ameri­kaanse mariniers die daar vijf dagen eerder zijn geland.

Een gevangengenomen Japanse soldaat wordt door Amerikaanse mariniers afgevoerd.

De mariniers zijn in het holst van de nacht verrast door horden fanatieke aanvallers die uit het duister aanhol­den met de kreet "Word wakker en sterf, Amerikanen". Er ontstonden man-tegen-man-gevechten. Zelfs in het veldhospi­taal moesten de patiënten vechten.

Pas toen het licht werd, ontdekten de Amerikanen dat de Japanners in groepjes waren uiteengeslagen en werd een tegen­aanval ingezet. Rond de middag waren bijna alle 3.500 aanvallers gedood.

Belgische oud-minister vermoord

In Mont-sur-Marchienne bij Charleroi is op 28 juni de liberale oud-minister Jules Hiernaux vermoord.

Hiernaux (63) was aanvankelijk mijningenieur, maar werd al snel een specialist van het technisch onderwijs. Zo kreeg hij de leiding van de Université du Travail in Charleroi, een complex van technische en beroepsscholen. Later werd hij directeur-generaal van het provinciaal onderwijs van Henegouwen.

In de jaren 1930 was hij korte tijd minister van Openbaar Onderwijs, hoewel hij nooit een politiek mandaat had bekleed. Hij was wel actief in de Waalse beweging.  

Links : karikatuur van Hiernaux in het weekblad 'Pourquoi Pas?', waarin hij met een knipoog naar de vrijmetselarij ''grootmeester van het technisch onderwijs' genoemd wordt.  Rechts: monument voor Hiernaux in de Université du Travail in Charleroi.

De aanslag is duidelijk het werk van rexisten. De rexistische milities DSI en Formation B hebben al een tijd gedreigd met een contraterreur om te reageren op de aanslagen van het verzet in Wallonië.

Vijf dagen eerder werd de burgemeester van Saint-Amand-lez-Fleurus vermoord. Vorige week vond in Waudrez een driedubbele moord plaats. In beide gevallen zou de Formation B achter de aanslagen zitten.

Hiernaux is ook grootmeester van de Belgische vrijmetselarij geweest. De rexisten viseerden al eerder vooraanstaande vrijmetselaars. Zo werd begin dit jaar François Bovesse, een andere liberale oud-minister en oud-gouverneur van Namen, door hen vermoord. 

De rexistische moordenaars zullen in augustus 1945 de doodstraf krijgen.

Twee afbeeldingen van François Bovesse.  Rechts een schilderij van “ La fresque des Wallons” in de “Jardins du Maïeur”  in  Namen. Bovesse stond bekend om zijn openlijk antifascistische houding.