25 september tot 1 oktober 1944: Geallieerde aftocht bij Arnhem

In deze reeks geven we een overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen in het laatste jaar van de Tweede Wereldoorlog. Deze week van 25 september tot 1 oktober 1944. De Britse luchtlandingsdivisie die bij Arhem was geland, moet zich over de Rijn terugtrekken. En België krijgt een nieuwe regering, met voor het eerst communistische ministers. 

De gevechten bij de Nederlandse stad Arnhem zijn voorbij.

In de vroege ochtend van 26 september zijn Duitse tanks het gebied rond Oosterbeek ten westen van Arnhem binnengereden waar de Britse 1ste  luchtlandingsdivisie standhield. Ze troffen er een driehonderdtal gewonden aan. 

Britten die door de Duitsers krijgsgevangen werden gemaakt. Foto boven : Britse krijgsgevangenen in Arnhem.  (Bundesarchiv Bild)

Meer dan tweeduizend andere Britten en Canadezen die daar standgehouden hadden, waren de nacht ervoor ontkomen naar de andere oever van de Rijn. Omdat er onvoldoende boten waren, probeerde een groot aantal de rivier over te zwemmen. Velen verdronken of kwamen om door het vijandelijke vuur.

Britten die op de valreep uit Oosterbeek konden ontkomen.

Van de ca. 10.000 man van de 1ste luchtlandingsdivisie zijn er na iets meer dan een week strijd 1.200 gesneuveld. 6.000 anderen zijn -meestal gewond- in Duitse handen gevallen.

Bij de hele Operatie Market Garden zijn zo’n 10.000 geallieerde militairen gesneuveld. Bij de Duitsers ligt dat aantal een heel stuk lager. Er zouden ook meer dan 3.000 Nederlandse burgers zijn gedood. 

Begraafplaats van de Britse gesneuvelden in Oosterbeek, kort na de oorlog.

Het is de zwaarste tegenslag voor de legers van Eisenhower sinds hun landing in Normandië, maar toch is het geen compleet fiasco. De geallieerden hebben tot voorbij Nijmegen een diepe wig gedreven in het zuidoosten van Nederland. Maar het doel van de operatie, een snel doorstoten naar het industriële hart van Duitsland, is absoluut niet bereikt. Daarmee vervliegt ook de hoop dat de oorlog nog voor eind dit jaar beëindigd zou kunnen worden… 

Nieuwe Belgische regering onder Pierlot

Zes dagen na zijn eedaflegging heeft prins-regent Karel een nieuwe regering benoemd. Die wordt opnieuw geleid door de Waalse katholiek Hubert Pierlot (61), hoewel hij gezegd had niet meer beschikbaar te zijn. Pierlot is sinds begin 1939 onafgebroken eerste minister geweest. Sinds oktober 1940 verbleef zijn regering in Londen. 

Na een mislukte formatiepoging van de oude katholieke senator Romain Moyersoen, slaagde de katholieke oud-minister Paul Tschoffen erin een coalitie van nationale eenheid te vormen. Tschoffen trok zich echter terug na geruchten in de pers over zijn banden met economische collaborateurs.

Daarop werd er door de regent veel druk op Pierlot uitgeoefend om premier te blijven. Uiteindelijk gaf hij toe. Zijn nieuwe regering ziet er wel heel anders uit dan de vorige en telt liefst 19 ministers (een record). 

Voor het eerst maken er communisten deel uit van een Belgische regering. Door hun rol in het verzet zijn de communisten immers zeer populair en invloedrijk geworden, terwijl ze zich tegelijk gematigd opstellen.

Bij de regeringsvorming waren er in alle partijen tegenstellingen tussen de politici die tijdens de oorlog in Londen waren en degenen die in België zijn gebleven. Uiteindelijk vormen de “Belgen” de meerderheid in de regering, maar de “Londenaars” behouden enkele sleutelposten. 

Vier ministers in Londen. Zittend v.l.n.r. De Vleeschauwer, Pierlot, Spaak en Gutt (collectie Maurice De Wilde, VRT / SOMA).

Er zijn nog vijf ministers uit de Londense regering over. Naast Pierlot zelf blijft Paul-Henri Spaak (socialist) op Buitenlandse Zaken, Albert De Vleeschauwer (katholiek) op Koloniën en Camille Gutt (partijloos) op Financiën terwijl August De Schrijver (katholiek) nu minister zonder portefeuille wordt.

Nog twee andere “Londenaars” worden minister: op Volksgezondheid komt de communistische dokter Albert Marteaux  en op Onderwijs de liberaal Victor de Laveleye, die in Londen de Belgische uitzendingen van de BBC leidde (hij heeft toen het wereldberoemde "V"-teken bedacht).

De nieuwe socialistische ministers Léon Delsinne, Achille Van Acker en Herman Vos.

De “Belgen” zijn allen nieuwkomers in een regering. Velen hebben in het verzet gezeten.

Achille Van Acker, die voorzitter was van de clandestiene socialistische partij, wordt minister van Arbeid en Sociale Voorzorg. Andere socialisten uit het verzet zijn Léon Delsinne (Ravitaillering) en Herman Vos (Openbare Werken). Vos brak ooit met het Vlaams nationalisme toen dit een extreem­rechtse koers ging varen.

Links Charles De Visscher, rechts Fernand Demets.

Nog uit het verzet komen de liberale partijvoorzitter Fernand Demets (Landsverdediging), de partijloze industrieel Jules Delruelle (Economische Zaken), de katholiek Charles De Visscher (zonder portefeuille) en twee communistische ministers zonder portefeuille: Raymond Dispy en Fernand Demany. Deze laatste is de secretaris-generaal van het Onafhankelijkheidsfront, een machtige en goed georganiseerde verzetsbeweging, die onder meer de Gewapende Partizanen en de Patriottische Milities overkoepelt.  

De eerste communistische ministers in België. V.l.n.r. Albert Marteaux, Raymond Dispy en Fernand Demany.

Opmerkelijk is dat er amper zes Vlamingen in de regering zitten, minder dan een derde van het totaal. 

Bevrijding duurt voort, met mondjesmaat

Op het einde van de "bevrijdingsmaand" is de bevrijding van het Belgisch grondgebied nog altijd niet voltooid.

In het uiterste noorden van het land hebben de Duitsers hun laatste stelling achter de Turnhoutse vaart moeten opgeven. De Poolse 1ste pantserdivisie kon daarop achtereenvolgend Rijkevorsel, Merksplas en Baarle-Hertog aan de Nederlandse grens bevrijden. 

Britse Tank in Rijkevorsel. (IWM)

Intussen zijn de geallieerden in het oosten van Zeeuws-Vlaanderen doorgedrongen tot aan de Westerschelde. Maar in het westen houden de Duitsers nog stand, zodat de Scheldemonding nog helemaal onder Duitse controle is. 

Omdat de Antwerpse haven meer dan ooit noodzakelijk wordt voor de geallieerde legers, heeft generaal Eisenhower nu formeel bevel gegeven om de Scheldemonding te veroveren en zo de toegang tot Antwerpen opnieuw vrij te maken.

De Canadezen moeten daarbij zowel landen op Walcheren als via een omzwaai rond Antwerpen Zuid-Beveland veroveren. Maar eerst moeten ze westelijk Zeeuws-Vlaanderen in handen zien te krijgen.

Verzetslui van de Nationale Koninklijke Beweging steken op 26 september het Albertkanaal over in Wijnegem. Het verzet (ook het Geheim leger met onder andere 500 mannen die uit Brussel kwamen) leverde de geallieerden belangrijke diensten bij de gevechten ten noorden en oosten van Antwerpen (NA Canada)

Duitsers weg van het Nauw van Calais

Op 30 september heeft het Duitse garnizoen van Calais gecapituleerd. Een week lang werd de Franse havenstad belegerd door gespecialiseerde Britse en Canadese eenheden die eerder al Kanaalhavens hadden veroverd. Opnieuw gebeurde dat met de hulp van massale luchtbombardementen.  

De dag daarvoor zijn de Duitse stellingen op Kaap Gris-Nez veroverd. Daar staan reusachtige Duitse kanonnen die Engeland – nog geen 40 km verder – konden treffen. 

Een van de 38 cm-kanonnen van de Batterie Todt aan de Kaap Gris-Nez  Er konden granaten tot 55 km ver mee worden geschoten, dus tot voorbij Dover in Engeland. © IWM (B 10467)

De verovering gebeurde met weinig verliezen. De veroveraars telden nog geen 300 doden en gewonden. De Duitse troepen konden uitstekend schuilen in de geweldige bunkers. De burgerbevolking van Calais was een paar dagen eerder geëvacueerd.  Er gaan wel 9000 Duitse militairen in krijgsgevangenschap.

Ook de haven van Calais is grondig verwoest. Het kan meer dan een maand duren voordat hij kan dienen voor de geallieerde bevoorrading. 

Het zwaar verwoeste Calais na de bevrijding. © IWM (A 26065)

Daarmee controleren de geallieerden nu op een na alle Franse Kanaalhavens. Alleen op de Britse Kanaaleilanden zijn er nog Duitse garnizoenen, maar die kunnen weinig uitrichten. Vlak bij de Belgische grens is Duinkerke nog stevig in Duitse handen, maar Montgomery wil geen troepen opofferen om ook die haven te veroveren.  

Maar voortaan zwijgen de batterijen en de V1-lanceerinstallaties bij Cap Gris-Nez. Na vier jaar kunnen de Engelsen aan de overzijde, in Dover, weer rustig slapen.

Hitler stort ineen

Adolf Hitler heeft op 1 oktober het bewust­zijn verloren. Dat nieuws is uiteraard niet publiek gemaakt.

De dag van de geallieerde aanval bij Arnhem raakte hij zeer opgewonden en werd hij woedend op de Duitse luchtmacht, die de geallieerde luchtlandingen niet had kunnen voorkomen. Hij kreeg toen last van maagkrampen. Volgens zijn artsen heeft hij geelzucht gekregen. 

Een (oudere) foto van Hitler in zijn hoofdkwartier met zijn staf in Oost-Pruisen. Hitler staat tussen zijn twee voornaamste militaire medewerkers veldmaarschalk Wilhelm Keitel (links) en generaal Alfred Jodel (rechts). Helemaal rechts vooraan zijn secretaris Martin Bormann. Zijn hoofdadjudant Rudolf Schmundt staat rechts achter Hitler. Rechts achter Bormann (met bril) dr. Theodor Morell.

Op de dag van zijn ineenstorting vernam hij het overlijden van een van zijn trouwste medewerkers, generaal Rudolf Schmundt. Die was militair hoofdadjudant van de führer en overleed aan de gevolgen van de bomaanslag van 20 juli, waarin hij zwaar gewond raakte.

Hitlers gezondheidstoestand - waarover de Duitse media zwijgen als het graf -  gaat al een tijd achteruit. HIj ziet er sterk verouderd uit.  

Zijn levenswijze speelt daar mogelijk een rol in. Hij verblijft nog steeds op zijn hoofdkwartier in Oost-Pruisen. Daar houdt hij voortdurend lange militaire besprekingen, over de kleinste details van de oorlog. Intussen ontspant hij zich nauwelijks. Verder volgt hij een bizar vegetarisch dieet. 

Enkele artsen die voor zijn gezondheid instaan, hebben vragen bij zijn behandeling door dr. Theodor Morell. Deze omstreden dokter is al jaren Hitlers favoriete lijfarts. Hij dient hem regelmatig bizarre pillen en injecties toe. Het zou onder meer om amfetamines  gaan.  Daardoor heeft Morell een bevoorrechte status in Hitlers omgeving gekregen. 

Hitler en dr. Morell. Toen een paar meer competente artsen bij Hitler opmerkingen maakten over zijn geliefde dokter, werd hij woedend en stuurde ze weg.

Bloedbad onder Italiaanse burgers

Rond het stadje Marzabotto, in het berggebied ten zuiden van Bologna, heeft de Waffen-SS een bloedbad aangericht onder de Italiaanse burgerbevolking.

Op 29 september verscheen daar een bataljon van de SS-pantserdivisie ‘Reichsführer SS’ onder bevel van SS-Sturmbannführer Walter Reeder. Ze hadden opdracht gekregen de voortdurende aanvallen van antifascistische partizanen in dit gebied met represailles te beantwoorden. Het bevel zou gekomen zijn van de Duitse opperbevelhebber in Italië, veldmaarschalk Kesselring. 

Wat overblijft van Monte Sole.

Ze omsingelden het dorpje Monte Sole nabij Marzabotto en openden het vuur op de inwoners. Veel dorpelingen, vooral vrouwen en kinderen, vluchtten de kerk in. De SS’ers doorzochten de kerk, schoten sommigen ter plekke neer en namen de anderen – waaronder de pastoor - mee naar het kerkhof, waar ze werden afgemaakt. De kerk en het hele dorp werden in brand gestoken.  In totaal werden er 197 dorpelingen gedood, waaronder 52 kinderen.

Soortgelijke taferelen deden zich die dag en volgende dagen voor in andere dorpen in de buurt: Caprara (107 doden), Cerpiano, (49 doden, waarvan 24 vrouwen en 19 kinderen), Creva (81 doden), plus honderden anderen op diverse plaatsen. Overal werd brand gesticht. 

Het is niet de eerste keer dat Duitse troepen in Italië een bloedbad onder burgers aanrichten als wraak voor het optreden van het verzet. De schaal waarop het hier is gebeurd, is echter ongezien. 

Gedenksteen voor de slachtoffers die vielen in de uitgebrande kerk van het gehucht Posero : 10 leden van de familie Paselli, 8 van de familie Luccarini, 11 van de familie Lorenzini en 17 anderen. Rechts, het graf van Maria Tonelli, vermoord samen met haar zes kinderen tussen de 4 en 24 jaar.

Naschrift: het totaal aantal doden van het “bloedbad van Marzabotto” is uiteindelijk vastgesteld op 775, hoewel er schattingen van meer dan 1800 slachtoffers waren. Hoe dan ook gaat het om het grootste dodenaantal bij een dergelijke slachtpartij in West-Europa.

Walter Reeder is in 1950 door een Italiaanse rechtbank veroordeeld tot levenslang en in 1985 vrijgelaten. Nog in 2007 zijn 17 Duitsers die aan de moordpartijen hadden deelgenomen in Italië bij verstek tot levenslang veroordeeld. 

Monument voor alle slachtoffers van het bloedbad  van Marzabotto