© IWM (A 26602)

27 november tot 3 december 1944: de Antwerpse haven is weer in gebruik

In deze reeks geven we een overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen in het laatste jaar van de Tweede Wereldoorlog. Deze week van 27  november tot 3 december 1944. De geallieerden kunnen zich voortaan via de Antwerpse haven bevoorraden en een door de communisten aangemoedigde staking tegen de Belgische regering wordt een flop.

De Antwerpse haven is opnieuw open. Voor het eerst sinds de haven begin september werd bevrijd, kunnen geallieerde schepen Antwerpen bereiken.

Al op 26 november werd de Westerschelde officieel mijnenvrij verklaard. Die dag wisten een paar schepen uit Engeland Antwerpen te bereiken, maar de officiële heropening gebeurde twee dagen later. Voorafgegaan door twee Belgische mijnenvegers voeren 19 Liberty ships (vrachtschepen van Amerikaanse makelij die speciaal voor de oorlog en masse zijn gemaakt) op 28 november de haven binnen.

De  Antwerpse kade bij de aankomst van de schepen. Foto bovenaan: zicht vanuit het eerste schip dat Antwerpen bereikt. © IWM (A 26559)

De schepen werden verwelkomd door de Antwerpse burgemeester Huysmans en militaire bevelhebbers. Opmer­kelijk is dat de verzetsleiders, die een erg belangrijke rol speelden in de bevrijding van de haven, niet waren uitgenodigd. 

De autoriteiten op de kade. Midden op het podium (met bril) burgemeester Huysmans. © IWM (A 26569)

De Westerschelde werd  weer bevaarbaar door de intensieve mijnenveegoperatie waar meer dan honderd Britse, Nederlandse en Belgische schepen aan meegedaan hebben. Deze Operatie Calendar is trouwens nog niet helemaal voltooid. 

De Zeeuwse bevolking begroet een mijnenveger op de Westerschelde.

Schepen op de Westerschelde moeten hoe dan ook op hun hoede blijven. Een achtergebleven mijn is altijd mogelijk en Duitse snelboten en vliegtuigen verschijnen af en toe. 

Links : een mijnenveger in actie. Rechts : een mijn wordt tot ontploffing gebracht.

Het belang van de Antwerpse haven voor de oorlogvoering kan niet overschat worden. De geallieerden beschikken nu over een grote haven op nog geen 150 kilometer van het front aan de Duitse grens.  De haven van Oostende, die tot nu toe het dichtst lag, is veel kleiner. De haven van Calais in Frankrijk is nog maar heel gedeeltelijk hersteld. 

De heropening van de haven gaat buiten Antwerpen vrijwel ongemerkt voorbij. De pers zwijgt erover omdat de havenactiviteiten militair geheim zijn. 

Ontscheping van goederen op de Antwerpse kade. © IWM (B 12260)

Intussen blijven de Duitsers Antwerpen bestoken met V-bommen, in de hoop de haven te treffen.

Op dezelfde 28ste november maakte een V2-explosie een einde aan het leven van de schrijver-journalist Lode Zielens. De auteur van “Moeder, waarom leven wij” kwam om terwijl hij op straat wandelde.

De dag ervoor maakte een V-bom voor het eerst meer dan honderd doden. Een V2 sloeg in op de drukke Teniersplaats in het centrum, net toen daar een tram langsreed. Er vielen 157 doden, waarvan 129 geallieerde militairen.

Ook over die V-bommen is niets in de kranten terug te vinden. Het is de pers verboden daarover iets te melden, om de vijand geen informatie te bezorgen over het resultaat van de aanvallen. 

De socialistische Volksgazet meldt op 30 november het overlijden van haar medewerker Lode Zielens, maar enkel dat hij door  "een bom" is gedood. Geen woord over de heropening van de Schelde. (KBR, Afdeling Kranten en Hedendaagse Media)

Algemene staking in België mislukt

Een tweedaagse staking tegen de Belgische regering heeft maar weinig succes gekend.

De Syndicale Strijdcomités, die onder de bezetting clandestiene vakbonds­organisaties vormden en aangesloten zijn bij het Onafhankelijkheidsfront (OF), riepen op tot een algemene staking op 28 en 29 november, maar daar is lang niet overal iets van te zien. 

De regering verbiedt staken in oorlogstijd voor de openbare diensten. “Vandaag is de staking een misdaad tegen het land en tegen de geallieerden”, waarschuwde de socialistische minister van Verkeerswezen Ernest Rongvaux het spoorwegpersoneel. Ook de traditionele vakbonden steunden de staking  niet. 

In de ochtend van de 28ste circuleerde het gerucht dat de Gewapende Partizanen, een onderdeel van het OF, een “mars op Brussel” gingen houden. Premier Pierlot vroeg meteen steun aan de Britse generaal Erskine, de geallieerde vertegenwoordiger in België. Al snel stonden er Britse tanks bij de regeringsgebouwen. 

Betogers tegen de regering op het De Brouckèreplein in Brussel.

Zowel de Rijkswacht als de Britse Militaire Politie hielden die dag een drietal groepjes partizanen tegen die vanuit Henegouwen gewapend naar Brussel afkwamen. Ze werden zonder incidenten ontwapend en de verzetslieden keerden daarop vreedzaam naar huis terug.

Andere partizaneneenheden (ook uit Henegouwen en Oost-Vlaanderen) bereikten hun nationaal hoofdkwartier in Brussel, maar gingen ’s avonds weer huiswaarts. 

De communistische krant De Roode Vaan maakte de stakingen zo belangrijk mogelijk. (KBR, Afdeling Kranten en Hedendaagse Media )

De staking heeft de positie van het OF ondermijnd. Voor een groot deel van de publieke opinie is het nu duidelijk dat deze grote verzetsorganisatie gemanipuleerd wordt door de communistische partij om haar eigen politieke belangen te dienen. 

Er komen ook verwijten dat sommigen in het verzet nu politiek profijt willen halen uit de offers die verzetslieden tijdens de bezetting hebben gedaan. De (socialistische) minister van Buitenlandse Zaken Paul-Henri Spaak gaf het kernachtig weer in een toespraak: “Het verzet is een mystiek die haar martelaars heeft gehad. Het mag geen politiek worden die haar profiteurs heeft.” 

De conservatieve "Gazet van Antwerpen" heeft een heel andere visie op de houding van de communisten. (KBR, Afdeling Kranten en Hedendaagse Media )

Sinds de roerige betoging van het OF op 25 november zijn nog eens 12.000 wapens door verzetslieden ingeleverd of door de Rijkswacht in beslag genomen, ongeveer evenveel als de periode daarvoor.

Daarmee lijkt het verzet niet langer een bedreiging voor de regering te zijn. Zo’n 16.000 verzetslieden treden intussen toe tot het geregelde Belgische leger. 

Zeer zware explosie in Brits munitiedepot

Op 27 november is in het plaatsje Fauld, nabij Burton-on-Trent in het centrum van Engeland, een munitiedepot van de Royal Air Force ontploft.

Bijna 4000 ton explosief materiaal ontplofte in onderaardse galerijen over een oppervlakte van 1,7 hectare. Daaronder veel zware bommen, maar ook zo’n half miljard geweerpatronen. Op een of andere wijze ontplofte een bom per ongeluk waarna de luchtverplaatsing de rest deed springen. 

De onderaardse galerijen waar de bommen werden opgeslagen

In meer dan een kilometer in de omtrek werden gebouwen vernietigd. Op de plaats van de explosie ligt nu een 200 m brede en 30 m diepe krater. De ontploffing werd geregistreerd op seismometers tot in Zwitserland en Marokko. 

Luchtfoto van het gebied na de ontploffing. De 200 meter brede krater is goed zichtbaar.

Eerst werd gemeld dat er 220 doden waren gevallen. Een officieel rapport geeft 70 doden en vermisten en meer dan 20 gewonden.

In het depot zelf zijn er 26 mensen gedood of vermist (i.e. spoorloos verdwenen maar zo goed als zeker dood), de andere doden vielen in de omgeving. In een nabije fabriek vielen 27 doden toen een waterreservoir het begaf, en voor een stortvloed zorgde. Ook honderden koeien zijn gedood.

De schade in de omgeving van de ontploffing.

Hoe het ongeval kon gebeuren, blijft onduidelijk. In de onderaardse gangen werkten er behalve Britse militairen en burgers ook veel Italiaanse krijgsgevangenen, die geen ervaring hadden met de gevaarlijke omgeving.  De ramp had nog veel erger kunnen zijn, want amper 1/10 de van de totale munitievoorraad is ontploft. 

Een recente luchtfoto. De krater bestaat nog steeds, maar staat vol bomen. Op de rand ervan ligt een monument voor de slachtoffers.

Naschrift: ongelukken met munitiedepots kwamen minder voor in de Tweede Wereldoorlog dan in de Eerste. Dit was het zwaarste dergelijke ongeluk van de oorlog en tevens de zwaarste explosie ooit in Groot-Brittannië. 

Churchill is 70

Op 30 november heeft de Britse eerste minister Winston Churchill zijn zeventigste verjaardag gevierd. Dat is niet ongemerkt voorbijgegaan, ook buiten Groot-Brittannië. In veel geallieerde landen is de dikke, kale man met de eeuwige sigaar het boegbeeld van het verzet tegen nazi-Duitsland. 

Churchill in zijn persoonlijk vliegtuig (een B-24 "Liberator") bij zijn vertrek uit Adana in Turkije, in 1943. © IWM (K 4473)

Gazet van Antwerpen vat de verdiensten van Churchill kernachtig samen:  "Wat deze 70-jarige voor het mensdom heeft gedaan, zal pas na de oorlog volledig worden begrepen.... Zonder zijn energiek optreden, ook toen de oorlogsomstandigheden Engeland dreigden te overweldigen, zou de wereld nooit de bevrijding van de naziterreur hebben gekend."

Britten doen schip met meer dan 2000 gevangenen zinken

Voor de Noorse kust heeft een Britse luchtaanval op een Duits gevangenentransport gezorgd voor een van de zwaarste scheepsrampen ooit. 

Het door de Duitsers opgeëiste Noorse vrachtschip Rigel had in enkele havens in het noorden van Noorwegen krijgsgevangenen opgehaald die daar arbeid moesten verrichten. Het schip voer onder Duitse vlag met een Duitse bemanning naar een haven in het zuiden toen Britse vliegtuigen het in de gaten kregen. 

De brandende Rigel (links vooraan) met rechts daarvan een kleiner escorteschip.

Jagers en duikbommenwerpers van een naburig Brits vliegdekschip zetten meteen de aanval in. De Rigel werd voor een troepentransportschip gehouden omdat er zoveel mensen op het dek stonden.

Het schip incasseerde verscheidene bommen. De Duitse kapitein kon het nog doen stranden op een eiland. Daardoor konden er 267 opvarenden gered worden. 

Het wrak van de Rigel. Het werd pas in 1969 gesloopt. De menselijke resten werden toen overgebracht naar (anonieme) graven  op het naburige eiland Tjøtta.

Aan boord waren 2248 krijgsgevangenen uit de Sovjet-Unie, Polen en Joegoslavië, naast 95 Duitse deserteurs en 8 Noorse gevangenen. Verder 455 Duitse bewakers en ander personeel, 28 Duitse bemanningsleden, drie Noorse loodsen en een Noorse vrouw. Samen 2838 mensen, waarvan er dus 2571 zijn omgekomen… 

Sovjet-opmars door Hongarije

Terwijl er elders aan het Oostfront weinig verandering te merken is,  zijn de Sovjets verder doorgestoten in Hongarije.

Het Rode Leger heeft de Duits-Hongaarse verdedigingslinie bij Miskolc in het noorden van Hongarije doorbroken.

Sovjettanktroepen in de buurt van Boedapest

Andere eenheden hebben ten zuiden van Boedapest de Donau overschreden. De Duitse troepen aldaar trekken zich terug achter het grote Balatonmeer, want in het vlakke gebied kan moeilijk stand worden gehouden.

Daardoor dreigt Boedapest te worden ingesloten. De Sovjets staan al een tijd in de oostelijke buitenwijken. Maar Hitler heeft Boedapest tot een “vesting” verklaard, die tot de laatste man moet worden verdedigd. 

Sovjetsoldaten in het veroverde Debrecen.

Intussen is in Debrecen, in het door de Russen bevrijde oosten van Hongarije, een  Nationaal Onafhankelijkheidsfront opgericht van partijen die zich tegen de Duitsers en hun fascistische marionettenregering in Boedapest keren.

Het gaat om de Partij van de Kleine Boeren, de liberale, de socialistische en de communistische partij. Het front moet een regering vormen voor het bevrijde Hongarije. De Sovjet-Unie wil zo tonen dat het een democratisch bestuur zal toelaten.

Crisis in Griekenland

In Griekenland is het tot een open conflict gekomen tussen de regering en de door de communisten geleide verzetsbeweging EAM.

Sinds de bevrijding van de hoofdstad Athene in oktober zetelt daar een regering van nationale eenheid, geleid door Georgios Papandreou, met vertegenwoordigers van de drie grote verzetsbewegingen. Alle strijdkrachten, dus ook de verzetstroepen, staan onder bevel van de Britse luitenant-generaal Sir Ronald Scobie.

Deel van de betoging in Athene Time & Life Pictures

Op 1 december beval Scobie de ontbinding van de gewapende arm van de EAM. Tegelijk eiste Papandreou de ontwapening van bijna alle gewapende verzetsgroepen. Behalve op enkele eilanden zijn er immers geen Duitse troepen meer in Griekenland. 

De zes EAM-ministers namen de dag daarop ontslag en de beweging riep op tot een grote betoging. 

Op 3 december demonstreerden meer dan 200.000 mensen in het centrum van Athene. Ze marcheerden naar het parlementsgebouw, waar de politie en Britse tanks waren opgesteld. Bij het naderen van de troepen opende de politie het vuur. Ook van andere kanten werd het vuur geopend door schutters van de Organisatie Chi, een extreemrechtse verzetsgroep, die met de politie samenwerkte.

Er vielen officieel 28 doden en 154 gewonden.  

Enkele slachtoffers die vielen bij de schietpartij in Athene. Time & Life Pictures

De EAM, die in Athene en andere grote steden zeer sterk staat, heeft zijn aanhang gemobiliseerd.

De Britten willen komaf maken met de communistische invloed in Griekenland. De Britse premier Churchill had eerder met zijn Sovjetcollega Stalin daarover afspraken gemaakt en Stalin zou inderdaad de Griekse communisten kalm houden.

Maar sommige leiders van de EAM lijken meer hun mosterd te halen bij de Joegoslavische partizanenleider Tito, die zich erg onafhankelijk gedraagt tegenover de Russen.