28 augustus tot 3 september 1944: Brussel wordt bevrijd

In deze reeks geven we een overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen in het laatste jaar van de Tweede Wereldoorlog. Deze week van 28 augustus tot 3 september 1944: de geallieerde legers overschrijden de Belgische grens en dringen meteen door tot in Brussel, na een bliksemsnelle opmars door het noorden van Frankijk. 

De bevrijding van België is begonnen, sneller dan gedacht. Geallieerde pantsertroepen zijn via de Franse grens in Henegouwen meteen doorgedrongen tot in het centrum van het land en hebben Brussel bereikt.

Cruciaal was de bliksemoperatie van de Britse Guards-pantserdivisie. Die kampeerde in de nacht van 2 op 3 september nog bij Douai in Noord-Frankrijk en kreeg daar bevel om naar Brussel op te rukken, zo’n 120 km verder. Bij het krieken van een zonni­ge dag overschreed ze de Belgische grens bij Lesdain, ten zuiden van Doornik.

In Lettelingen rijdt een groep dispatch riders van de Welsh Guards voorbij een pas uitgeschakelde Duitse vrachtwagen. © IWM (BU 395)
Lettelingen, net voorbij Edingen, is een van de weinige plaatsen waar de Welsh Guards tijdens hun rit naar Brussel op Duits verzet stoten. De vrachtwagens die de tanks volgen houden halt en de bemanning gaat schuilen in een gracht. © IWM (BU 401)

De Household Cavalry (de verkenningstroepen van de divisie) is vliegensvlug opgerukt, een colonne tanks via Aat en Halle, een andere via Lessen, Edingen en Ninove.

Duitse krijgsgevangenen in Hondzocht, vlak voor Halle op de Edingsesteenweg. © IWM (BU 546)

Na een rit van 14 uur was het zover. In de avond zijn de tanks van het 1e bataljon Welsh Guards langs de Waterloosesteenweg de hoofdstad binnengereden. Meteen kwamen de mensen op straat om de bevrijders toe te juichen. In de stad schoten de lichten aan, na jaren van verplichte verduistering ’s nachts.  

De eerste Britse tank die Brussel binnenrijdt schakelt in de Wetstraat een Duitse Panzer Kampfwagen IV uit. Dagenlang zal die veel bekijks krijgen. (collectie Peter Taghon)
Dolgelukkige Brusselaars begroeten aan de Beurs de eerste geallieerde voertuigen die de stad binnenrijden. (collectie Peter Taghon)

Die 3de september verliep chaotisch in Brussel. De meeste kranten verschenen niet meer. De laatste Duitse troepen en overheidsdiensten vertrokken in een sfeer van grote spanning. 

Hier en daar werd brand gesticht, onder meer in hotel Windsor en het gebouw van de NMBS, maar vooral in het Justitiepaleis. Blijkbaar wilden de vertrekken­de Duitsers bezwarende dossiers vernie­tigen, zo wordt toch gezegd. Toen er vlammen uit de koepel van het Justitiepaleis kwamen, stroomden de mensen spontaan toe om te helpen blussen. Er vormde zich een rij van emmers.

Brusselaars halen boeken en dossiers uit het brandende Justitiepaleis. Rond 11 uur werden de vlammen opgemerkt. Tegen 17 uur leek de brandweer het vuur onder controle te hebben maar toen barstten een nieuwe reeks explosies los.

Intussen kon het verzet belet­ten dat ook het radiogebouw aan het Flageyplein in brand werd gestoken.

Hier en daar ging het verzet in de aanval. In het Jubelpark brak een vuur­gevecht uit. Tientallen Duitsers werden daarbij gedood of gevangen genomen. Bij de aankomst van de Britse tanks waren er nauwelijks nog Duitsers te bespeuren. 

De krant La Libre Belqique, die onder de bezetting clandestien verscheen, had op 3 september al een speciale editie klaar voor de bevrijding.

Terwijl de Guards Brussel bevrijden is een andere Britse pantserdivisie (de 11de) op weg naar het belangrijke oorlogsdoel Antwerpen.

Deze divisie trok iets noordelijker. Ze vertrok die ochtend uit de buurt van Lens in Noord-Frankrijk, passeerde de grens tussen Doornik en Moeskroen en rukte op via Ronse, Zottegem, Aalst en Asse om in de avond te stoppen nabij Wolvertem, ten noorden van Brussel, op een goede dertig kilometer van Antwerpen.

In Antwerpen zelf is het verzet in actie geschoten na een codeboodschap op de BBC. Gewapende groepen nemen stellingen in de haven in om vernielingen door de Duitsers tegen te gaan. De voorbije dagen waren er al een groot aantal sabotagedaden gedaan. 

In Rogny gingen de eerste Amerikaanse tanks de grens over en baanden zich een weg door de kijklustigen. Die zullen die hele dag de grootste hindernis worden voor de snel oprukkende troepen. De Belgische vlag is duidelijk nog maar pas uit de schuilplaats gehaald, de strepen van de plooien zijn nog te zien. (NARA)

De eerste bevrijders van België zijn nochtans de Amerikanen. Al op 2 september stak de 9de Amerikaanse tankdivisie de grens bij Chimay over, terwijl een infanteriedivisie zorgde voor de bevrijding van Doornik en een voorhoede van de 3de pantserdivisie Bergen bereikte.

In Macquenoise (grensplaats ten zuiden van Chimay)  juichen inwoners de voorbijtrekkende Amerikaanse troepen toe. In hun handen een Duits bord dat verbiedt de grens over te steken. (NARA)

Snelle geallieerde opmars naar het noorden

De bevrijding van ons land is mogelijk geworden doordat de geallieerden bijzonder snel konden oprukken door het noorden van Frankrijk.

Nadat hij zijn troepen van de Seine had weggetrokken, probeerde de Duitse veldmaarschalk Model een nieuwe verdedigingslinie op te zetten op een lijn langs de Somme en de Aisne.

De Britse legers van Montgomery slaagden erin de ca. 100 km tussen Seine en Somme in twee dagen af te leggen. Ze namen niet eens de tijd om te stoppen in de steden die ze intussen triomfantelijk bevrijdden, zoals Beauvais. 

Britten bij de bevrijding van Amiens.

Op 31 augustus wisten ze bij Amiens drie bruggen over de Somme ongeschonden in handen te krijgen, die door de Duitsers maar zwak werden verdedigd.

De geplande verdedigingslinie bleek meteen onhoudbaar. Het gebrek aan tanks en vliegtuigen speelt de Duitsers parten. De tegenstand werd nog geringer toen de Britten verder oprukten. Op 1 september bevrijdden ze Arras. Twee dagen later waren ze behalve in Brussel ook in Rijsel.

De bevrijding van Arras.
Britse tanks in de Noord-Franse stad Hénin-Liétard. (nu een deel van Hénin-Beaumont)

Aan de rechterflank vindt een vrijwel even triomfantelijke opmars van de Amerikaanse legers plaats. De Amerikanen hebben zonder veel moeite Reims, Verdun, Charleville en Valenciennes bevrijd alvorens in Henegouwen de Belgische grens te overschrijden.

Amerikanen herstellen een brug over de Oise bij Compiègne.

Aan de linkerflank van het front hebben de Canadezen het moeilijker om de kustgebieden te veroveren. Rouen viel op 30 augustus na zeer zware gevechten in hun handen. De grote stad aan de Seine, die de voorbije jaren zwaar door de geallieerden gebombardeerd was, is voor een groot deel verwoest.

De Duitse garnizoenen in de havensteden blijven furieus weerstand bieden. Le Havre wordt nog altijd belegerd, maar Dieppe is in Canadese handen gevallen. 

In Rouen was de linkeroever van de Seine één grote puinhoop, nadat de Duitse troepen er massaal werden aangevallen.

Eisenhower doet Montgomery een stap opzij zetten

Op 1 september is de bevelstructuur van de geallieerde strijdkrachten in Europa gewijzigd.

De Amerikaanse generaal Dwight D. Eisenhower, die al opperbevelhebber van de hele geallieerde expeditiemacht was, ook ter zee en in de lucht, voert voortaan rechtstreeks het opperbevel over de grondstrijdkrachten.

Hij vervangt daarmee de Britse generaal Sir Bernard Montgomery. Deze blijft wel het bevel voeren over de Brits-Canadese legergroep (de 21ste Legergroep), die ook Poolse, Belgische en Nederlandse troepen omvat, maar niet meer over de Amerikaanse 12de Legergroep onder generaal Bradley. 

Eisenhower (links vooraan) met rechts van hem Montgomery en links achter hem Bradley.

Voor de eigenzinnige Montgomery is dat een bittere pil, net nu de geallieerde legers zoveel succes boeken.

Maar die wijziging was op voorhand afgesproken. Er zijn nu al meer dan 2 miljoen geallieerde soldaten geland, waarvan zowat driekwart Amerikanen. Het is politiek ondenkbaar dat de leiding niet bij een Amerikaan zou berusten. 

Montgomery in 1943.

Montgomery is echter onverschillig voor dat soort overwegingen. Hij vindt zichzelf de beste generaal. Bovendien heeft de energieke Engelsman een andere strategische visie dan de opperbevelhebber. Montgomery is voorstander van een snelle doorstoot naar Duitsland, de voorzichtige Eisenhower wil een meer geleidelijke opmars.

Als troostprijs heeft de Britse premier Churchill ervoor gezorgd dat Montgomery op diezelfde 1 september is bevorderd tot veldmaarschalk. Daardoor staat hij in rang hoger dan Eisenhower, althans volgens de Britse militaire hiërarchie.  

Snelle bevrijding Zuid-Frankrijk

Het Franse verzet paradeert in de oude haven van Marseille.

Het zuiden van Frankrijk wordt zo mogelijk nog sneller bevrijd dan het noorden. Op de meeste plaatsen trekken de Duitse troepen zich zo snel mogelijk terug.

Om Marseille is nog zwaar gevochten, maar op 28 augustus heeft het Duitse garnizoen daar dan toch gecapituleerd. 37.000 mannen van de Wehrmacht gaan in krijgsgevangenschap. De haven is zwaar vernield, maar toch hopen de geallieerden ze snel te kunnen gebruiken. 

Verwoestingen in de haven van Marseille. Rechts de kathedraal.

Dezelfde 28 augustus is in Nice een opstand van het Franse verzet uitgebroken, waarop de Duitsers vertrokken richting Italië.  

Een groot deel van de Côte d’Azur is de volgende dagen door Franse partizanen bevrijd, nog voor geallieerde troepen verschenen.

Op 3 september viel de rots van Monaco in hun handen, na een nacht van zware gevechten. De verzetsleiders zijn nu de baas in het prinsdom Monaco. Omdat de regerende vorst Louis II de reputatie heeft pro-Duits te zijn en een oude kennis is van maarschalk Pétain, denken sommigen eraan om van het prinsdom een republiek te maken of het bij Frankrijk te voegen. 

Franse verzetslieden nadat ze de Duitsers uit Nice hebben verdreven.

Franse troepen zijn ook oostwaarts opgerukt tot in Montpellier, dat op 2 september bevrijd werd. Daarmee zijn de laatste Duitsers verdwenen van de Franse kusten aan de Middellandse Zee. 

In de nacht van 2 op 3 september ontruimden de Duitsers de grote stad Lyon, waar ze al een paar dagen vochten met Franse en Amerikaanse troepen en het Franse verzet.

In nog geen drie weken is vrijwel de hele zuidelijke helft van Frankrijk bevrijd. Alleen rond de Alpenpassen langs de grens met Italië zijn er nog enkele Duitse garnizoenen. 

Duitse krijgsgevangenen bewaakt door Algerijnse tirailleurs.

Duitsers verliezen oliebronnen

De Sovjetlegers van maarschalk Malinovski hebben de olievelden van Ploești  (of Ploiești) in Roemenië bezet. Ze zijn nog op een dagmars van de hoofdstad Boekarest.

Daarmee hebben de Duitsers hun voornaamste leverancier van aardolie verloren. Ze zijn nu aangewezen op enkele oliebronnen in Hongarije of op dure synthetische benzine die ze uit steenkool maken.

Een geallieerde luchtaanval op Ploești in 1943.

De olie-industrie van Ploești is de voorbije twee jaar meermalen zwaar gebombardeerd door geallieerde vliegtuigen, die vertrokken vanuit bases in Noord-Afrika en Zuid-Italië, maar geen enkele aanval slaagde er in de productie ernstig te verstoren. 

De Duitse troepen zijn op verscheidene plaatsen ingesloten door het Roemeense leger. Een deel van die troepen is naar het naburige Bulgarije kunnen ontkomen, waar ze meteen ontwapend worden. Bulgarije, een halfslachtige bondgenoot van Duitsland, beschouwt zich voortaan neutraal. 

Opstand in Slovakije

In Slovakije is een opstand begonnen tegen het autoritaire pro-Duitse regime en tegen de Duitse troepen aldaar.

De voorbije jaren is er binnen Slovakije een partizanenleger gevormd dat erkend en gesteund wordt door de Tsjecho-Slovaakse regering in Londen. Dat had plannen om in actie te schieten van zodra het oprukkende Rode Leger de grens zou overschrijden. 

Slovaakse opstandelingen.

Een paar dagen eerder begonnen verzetsgroepen op te treden tegen Duitse militairen die zich uit het naburige Roemenië terugtrokken. Tientallen Duitsers werden daarbij gedood. Meteen daarop, op 29 augustus, vielen Duitse troepen Slovakije binnen. Om te beletten dat het land helemaal bezet zou worden, is het bevel tot de opstand diezelfde dag nog gegeven.

De opstandelingen hebben meteen een groot deel van het midden van Slovakije in handen, rond de stad Banská Bystrica. De Duitse troepen wisten echter het grootste deel daarvan snel te omsingelen. Het Rode Leger trappelt intussen al een tijd ter plaatse. 

Slovakije scheidde zich onder Duitse druk in maart 1939 af van Tsjecho-Slovakije en is sindsdien niet veel meer dan een Duitse satellietstaat. Het nam vanaf het begin aan Duitse zijde aan de oorlog deel. Door de verslechterde toestand kreeg de verzetsbeweging, waarin de communisten een belangrijke rol spelen, steeds meer aanhang.

Slovaakse opstandelingen bij een gepantserde trein.