31 juli tot 6 augustus 1944: opstand in Warschau tegen de Duitse bezetter

In deze reeks geven we een overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen in het laatste jaar van de Tweede Wereldoorlog, deze week van 31 juli tot 6 augustus 1944.

In de Poolse hoofdstad Warschau is een massale gewapende opstand tegen de Duitse bezetter bezig.

De opstand begon in de late namiddag van 1 augustus. Zo'n 34.000 mannen en 4.000 vrouwen, die het Pools Binnenlands Leger (Armia Krajowa, AK) vormen, vielen de Duitse garnizoenen in de stad aan, vaak met succes. De Duitse veiligheidsdiensten hadden pas op het laatste moment lucht van de komende actie gekregen en alarm geslagen.

Links: affiche waarin de opstand wordt aangekondigd, uitgevaardigd door de afgevaardigde van de Poolse regering en de commandant van het AK. Rechts: weggegooide foto's van Hitler in een straat van Warschau. Foto bovenaan: een groepje opstandelingen met helmen van diverse origine. Gezien de uitgelaten stemming dateert deze foto wellicht van het begin van de opstand.

De opstand is er gekomen nu duidelijk is dat het Duitse leger steeds verder in Polen wordt teruggedreven en het Rode Leger in een snel tempo Warschau nadert. De aanslag tegen Hitler en de geallieerde successen in Normandië geven de indruk dat het Derde Rijk op instorten staat. 

De Poolse bevolking staat ten volle achter de opstand. Ze lijdt intussen al bijna vijf jaar onder een naziregime dat wreder en harder is dan in de andere bezette gebieden. 

Radio Moskou riep op 29 juli in een uitzending in het Pools de Polen op in opstand te komen. In overeenstemming met de Poolse regering in Londen besloot de leiding van het AK in actie te treden. 

Een Poolse AK-soldaat in actie, met een Blyskawica-machinepistool.

De rebellen zijn opvallend goed georganiseerd. Het AK is een echt leger, dat wordt omkaderd door beroepsofficieren van het voormalige Poolse leger en hulp krijgt uit binnen- en buitenland. 

De wapens waarover het beschikt zijn deels door de geallieerden gedropt, deels gestolen of zelfs gekocht van Duitse eenheden (er was een bloeiende zwarte wapenmarkt), maar er zijn ook veel wapens die de Polen zelf vervaardigd hebben in clandestiene fabrieken. Daaronder een eigen machinepistool: de Blyskawica ("bliksem"). 

Na twee dagen heeft het AK zowat 3/5 van de stad op de linkeroever van de Weichsel in handen, waaronder het grootste deel van het centrum. Maar verder raken de opstandelingen niet.

De Duitsers zijn intussen een tegenaanval begonnen. Eerst wilden ze de stad in brand steken, maar dat is voor hun eigen ingesloten troepen te gevaarlijk.

Duitse militairen in de verwoeste straten van Warschau.

Hitler heeft generaal van de Waffen-SS Erich von dem Bach-Zelewski, een expert in de antipartizanenstrijd, bevel gegeven de opstand neer te slaan. Die is met speciale troepen een ware terreur onder de Warschause bevolking begonnen. In de opstandige zones wordt iedereen, ook vrouwen, bejaarden en kinderen, ter plekke doodgeschoten.

De opstand kan alleen slagen als het Rode Leger tijdig Warschau be­reikt. Maar precies nu is de opmars van dat Rode Leger richting Warschau vrijwel stilgevallen. Op 1 augustus wist een Duitse tegenaanval een einde te maken aan de vooruitgang van een Sovjet-tankkorps.

Een zeer zeldzame  foto in kleur van Warschau tijdens de opstand. Dit is een echte kleurenopname (Agfacolor) door korporaal Ewa Fanyaszewska van het AK.

Toevallig bevindt de premier van de Poolse regering in ballingschap, Stanisław Mikołajczyk, zich in Moskou om zijn moeilijke relatie met de Sovjet-Unie glad te strijken. Hij vraagt dan ook de volle steun aan de opstand.

Maar Sovjet-leider Stalin doet zeer minachtend over het AK, ook al heeft het kleine communistische verzetsleger in Polen zich bij de opstand aangesloten. 

Stalin wil intussen dat de regering in Londen het door communisten geleide Comité van Lublin erkent als wettelijke autoriteit in Polen. Mikołajczyk is bereid daarover toegevingen te doen en zelfs communisten in zijn regering op te nemen. De Sovjet-steun aan de opstand lijkt af te hangen van zijn gewilligheid. 

Amerikanen breken door naar Bretagne

Nauwelijks enkele dagen nadat ze Avranches in het uiterste westen van Normandië hadden veroverd, zijn de Amerikanen doorgebroken naar het westen, naar Bretagne. 

Een Amerikaanse verkenningseenheid  in de buurt van Avranches. Een vrouw schenkt iets voor de Amerikanen in. De verwoeste auto op de voorgrond is een Duitse Opel die toebehoorde aan de beruchte SS-pantserdivisie "Das Reich". Conseil Régional de Basse-Normandie / National Archives USA

Op 31 juli viel een brug over de rivier de Sélune, ten zuiden van Avranches in handen van de Amerikanen. Daarmee lag voor hen de weg naar Bretagne open. Er waren nauwelijks Duitse troepen om hen tegen te houden. 

Op een strand nabij Avranches vinden de GI's enkele wagens die door vluchtende Duitsers waren achtergelaten nadat ze in het zand waren blijven steken. Op de achtergrond steekt de beroemde Mont-Saint-Michel boven het water uit. Life Photo Collection chez Google Arts & Culture

Bij deze doorbraak is de structuur van de Amerikaanse invasie­macht gewijzigd. Dat is ook het gevolg van de toegenomen troepensterkte in Normandië. Sinds 6 juni zijn er meer dan een miljoen man geallieerde troepen geland.

Tot nu toe behoorden de Amerikaanse troepen in Normandië tot het Eerste Leger onder generaal Omar N. Bradley.  Daar komt nu het Derde Leger bij, onder bevel van luitenant-generaal George S. Patton. Patton staat sinds vorig jaar bekend als de meest geduchte tankgeneraal aan geallieerde zijde.

Tegelijk neemt luitenant-generaal Courtney Hodges het bevel van het Eerste Leger over. Beide legers vormen samen een legergroep onder bevel van Bradley. 

Generaal Patton (links) met zijn medewerker generaal James Van Fleet. De "A" op zijn schouder is het insigne van het Derde Leger. Ville de Cherbourg-Octeville

Het Derde Leger heeft bevel Bretagne te veroveren. Patton heeft meteen tankeenheden vooruitgestuurd om zo snel mogelijk de Bretoense havens in te nemen. Het gaat dan vooral om Brest, Lorient, Saint-Malo en Saint-Nazaire, die zwaar versterkt zijn en door de Duitsers als marinebasis worden gebruikt.

Op 4 augustus  betrad een Amerikaanse divisie Rennes, de hoofdstad van Bretagne. De Duitse troepen hadden zich de dag daarvoor teruggetrokken en het verzet had de macht op het stadhuis overgenomen.

Bij de bevrijding van Rennes werd ook een groot aantal Afrikaanse soldaten van het Franse leger bevrijd. De Franse krijgsgevangenen zaten sinds 1940 in Duitsland, maar de krijgsgevangenen uit de Franse  kolonies werden al gauw naar Frankrijk gestuurd, waar ze werden ingezet voor allerlei werk. Conseil Régional de Basse-Normandie / National Archives USA

De dag daarop reden de Amerikaanse tanks de stad Vannes in het zuiden van Bretagne binnen. Ook hier waren de Duitsers de dag daarvoor vertrokken. Vannes ligt zowat tussen Saint-Nazaire en Lorient, maar daar bieden de Duitsers hevig weerstand. 

De bevrijding van Vannes. Achter een Amerikaanse jeep een  Citroën van het Franse verzet (met het Lotharings kruis).

Razzia in Meensel-Kiezegem

In de ochtend van 1 augustus heeft het Veiligheidskorps van de Vlaamse SS, samen met Gestapo-agenten, een razzia uitgevoerd in de Hagelandse gemeente Meensel-Kiezegem.

Enkele woningen in Meensel werden door­zocht, op zoek naar wapens en munitie. Een twintigtal inwoners werden brutaal ondervraagd en afgeranseld. Twee mannen werden ter plaatse afgemaakt, twee an­deren in een naburig bos doodgeschoten.

De plaatselijke onderwijzer Hendrickx schreef meteen na de oorlog een boek over de drama's in Meensel-Kiezegem.

De oude tegenstelling tussen de dorpen Meensel en Kiezegem, die samen één gemeente vormen, hebben onder de bezetting een grimmig karakter gekregen.  In Meensel wonen nogal wat "witten", terwijl Kiezegem enkele uitgesproken "zwarte" families telt. Twee dagen eerder is Gaston Merckx uit Kiezegem, lid van de Vlaamse Wacht, door partizanen gedood. Vorige week had hij nog ruzie met een slachtoffer van de razzia van vandaag.

Turkije kiest partij tegen Duitsland

Turkije verbreekt de diplomatieke betrekkingen met Duitsland. Dat heeft de Turkse eerste minister Şükrü Saracoğlu in het parlement in Ankara aangekondigd. De Duitse ambassadeur in Ankara, oud-kanselier Franz von Papen, moet opstappen.

Turkije vocht in de Eerste Wereldoorlog aan Duitse zijde en de Duitse invloed is er groot. Saracoğlu sloot in 1941 nog met von Papen een Duits-Turks vriendschapsverdrag en stond eerder positief tegenover het naziregime.

Veel Turkse nationalisten en officieren hoopten dat Duitsland de Sovjet-Unie zou verslaan, zodat de Turkssprekende volkeren in de Kaukasus en Centraal-Azië bevrijd zouden worden van Russische overheersing.  Maar president Ismet Inönü stond daar eerder sceptisch tegenover. 

Saracoğlu (toen minister van Buitenlandse Zaken) bij de ondertekening van het Duits-Turks vriendschapsverdrag in 1941.

De Turkse beslissing betekent vooral dat Duitsland geen Turks chroomerts meer kan krijgen. Duitsland is op Turkije aangewezen voor levering van chroom, dat onder meer nodig is voor de productie van roestvrij staal. De geallieerden hadden eerder een boycot ingesteld tegen Turkije als het nog chroom verkocht aan Duitsland.

De leveringen aan Duitsland zouden hoe dan ook niet zo lang meer kunnen duren. Het Rode Leger is tot bij Duitslands bondgenoten Roemenië en Bulgarije genaderd. Als de Russen doorstoten tot de Balkan, heeft Duitsland geen verbindingen over land meer met Turkije.   

Premier Saracoğlu op de voorpagina van Time Magazine (12 juli 1943) en tussen de spelers van de belangrijke voetbalclub Fenerbahçe, waarvan hij toen voorzitter was. Hij gaf zijn naam aan het stadion van de club in Istanbul.

Japanse nederlaag in Birma

Myitkyina, het belangrijkste Japanse steunpunt in het noorden van Birma, is veroverd door Amerikanen, Britten en Chinezen.

Bijna drie maanden lang verdedigden 3.500 Japanners de stad tegen een tienmaal sterkere vijand, vaak met man-tegen-man-gevechten. Daarvan zijn er nu 600 kunnen ontkomen. De anderen zijn ge­sneuveld.

De geallieerden tellen bijna evenveel slachtoffers van tropische ziekten als gesneuvelden.

Chinese soldaten voeren Japanse krijgsgevangenen mee.

Door Myitkkyina in te nemen hebben de geallieerden voortaan een verbinding over land tussen Brits-Indië en het binnenland van China. Tot nu toe moes­ten de Chinezen via een luchtbrug van materiaal en olie worden voorzien.

Amerikaanse soldaten rusten uit nabij Myitkyina.

Mannerheim president van Finland

In Finland heeft het parlement maar­schalk Carl Gustaf Mannerheim via een speciale wet tot president uitgeroepen.

Enkele dagen geleden trad president Risto Ryti af om plaats te maken voor de Finse opperbevelhebber. 

Mannerheim, een telg uit de Zweedstalige adel in Finland, is een nationale held. Toen Finland nog tot het Russische Rijk behoorde, was Mannerheim officier in het Russische leger en raakte bekend als ontdekkingsreiziger in Azië. 

Nadat Finland onafhankelijk was geworden, speelde Mannerheim een cruciale rol in de kort daarop volgende burgeroorlog (1918). Hij werd toen een tijd waarnemend staatshoofd. 

Mannerheim (tweede van links, met maarschalkstaf in de hand) inspecteert troepen met de afgetreden president Ryti (midden).

In de “Winteroorlog” (1939/1940) tegen de Sovjet-Unie slaagde hij er lange tijd in de aanvallen van het Rode Leger tegen te houden langs de “Mannerheimlinie”.

De laatste weken slaagde hij er opnieuw in de Sovjet-opmars tegen te houden.

De Finnen verwachten van Mannerheim dat hij hun land uit de oorlog haalt. Finland vecht sinds 1941 met Duitsland tegen de Sovjet-Unie, zonder een formele bondgenoot te zijn.

President Ryti had de Duitsers een maand geleden moeten beloven geen afzonder­lijke vrede met Moskou te sluiten. Precies daarom is hij nu afgetreden. De nieuwe president is immers niet aan deze persoonlijke belofte gebonden.

Schrijver/piloot Saint-Exupéry verdwenen

De Franse schrijver en militaire piloot  Antoine de Saint-Exupéry is vermist.

Hij vertrok in de ochtend van 31 juli met een tweemotorige Lockheed Lightning uit Corsica voor een verkenningsvlucht boven het zuidoosten van Frankrijk. Kort daarop verloor men alle contact. Zijn vliegtuig was niet gewapend en hij vloog alleen. Men vermoedt dat hij door een Duits vliegtuig is neergehaald. 

Saint-Exupéry aan het stuur van zijn vliegtuig. Time Life Pictures

Saint-Exupéry (44) kwam uit een adellijke familie. Hij koos voor het avontuurlijke leven van luchtpostvlieger en reisde later als journalist door de wereld.

In 1940 kreeg hij voor zijn optreden als oorlogspiloot al het Croix de Guerre. Hij verbleef daarna een tijd in Amerika, voordat hij zich in 1943 aansloot bij de strijdkrachten van generaal de Gaulle.

Een groot deel van zijn literair werk gaat over zijn ervaringen als piloot en zijn reizen. Hij ontving prijzen voor zijn boeken Vol de nuit en Terre des hommes. Ook tijdens de oorlog bleef hij schrijven. Hij kreeg grote faam toen in 1943 in New York Le petit prince verscheen, een filosofisch sprookje. Het raakte vooral bekend in de Verenigde Staten, omdat het in Frankrijk (nog) niet te krijgen is. 

Saint-Exupéry tekent het gulden boek bij zijn ontvangst op het stadhuis van Montréal (Canada) in 1943.

Naschrift: pas in 2003 zullen de resten van zijn vliegtuig op de zeebodem bij Marseille worden opgehaald en geïdentificeerd. Een stoffelijk overschot van Saint-Exupéry wordt niet gevonden. De oorzaak van zijn verdwijnen blijft onzeker, hoewel enkele vroegere Duitse piloten zullen beweren wellicht zijn vliegtuig te hebben neergeschoten. Saint-Exupéry was op het einde van zijn leven pessimistisch, zodat sommigen zelfmoord niet uitsluiten.

Van Le petit prince zullen er meer dan 100 miljoen exemplaren worden verkocht. 

Titelpagina van de eerste uitgave van de Engelse vertaling van 'Le petit prince' . Die vertaling verscheen tegelijk met de originele Franse versie.