75 jaar geleden: beddenlakens redden Amerikaanse levens in de Ardennen

Enkele dagen na het begin van de Slag om de Ardennen begint het zwaar te sneeuwen. De Amerikaanse troepen, die in allerijl naar Bastogne zijn gestuurd, hebben geen camouflagekleding. In het dorpje Hemroulle geven de inwoners daarom al hun witte lakens af. Met enkele jaren vertraging zullen de Amerikanen hun oorlogsschuld terugbetalen. 

In december 1944 stond majoor John Hanlon aan het hoofd van het 1e bataljon van het 502e Amerikaanse Regiment Parachutisten. Dit vormde een onderdeel van de 101e Amerikaanse Luchtlandingsdivisie, die na de zware gevechten bij Arnhem rust nam in de omgeving van Reims, in Frankrijk.

In de avond van 17 december kreeg de divisie bevel om meteen te vertrekken naar het noorden. Het ging niet om luchtlandingen (het weer was daarvoor ongeschikt), de paratroepen moesten met vrachtwagens worden vervoerd. Het bevel was in allerijl gegeven als reactie op de Duitse aanval in de Ardennen. De “101 Airborne” moest dringend de verdediging rond de stad Bastogne gaan versterken, terwijl een Duits pantserleger snel naderde. 

John Hanlon (rechts) met twee collega's-officieren van het 502e Amerikaanse Regiment Parachutisten in Bastogne.

Een onprettige verrassing voor de luchtlandingsdivisie. De troepen hadden zich voorbereid op rustige kerstdagen. De divisiecommandant, generaal-majoor Maxwell Taylor, bevond zich voor een vergadering in Amerika en werd vervangen door brigadegeneraal Anthony McAuliffe.

Het bataljon van majoor Hanlon kreeg opdracht een heuvel te verdedigen ten noorden van Bastogne nabij Hemroulle, een gehucht van een twintigtal huizen. Het arriveerde er op 21 december. De nacht daarop sneeuwde het en dat maakte de majoor ongerust.

Bij sneeuw gebruiken infanteristen liefst witte camouflagepakken, maar daar beschikte het bataljon niet over. Om te vermijden dat zijn manschappen gemakkelijke schietschijven zouden worden, ging Hanlon op zoek naar camouflage.  Hij kwam op het idee om beddenlakens te gebruiken.

GI's in de sneeuw zonder camouflagepakken, een erg makkelijk doelwit voor een scherpschutter (NARA).

De belofte

Hanlon had in Hemroulle een ontmoeting met de burgemeester (van Longchamps, de gemeente waar het gehucht toen toe behoorde) en vroeg hem of hij beddenlakens kon opvragen bij de bevolking. Hij beloofde daarbij dat hij alles zou doen om ze later terug te geven. De oude burgemeester stemde toe en zei dat de Amerikanen binnen het uur over de lakens zouden beschikken. 

Hanlons soldaten schuiven aan in Hemroulle voor het eten. Tekening van Olin Dows, NARA.

Toen Hanlon naar zijn commandopost terugkeerde, hoorde hij de kerkklok luiden. Alle inwoners spoedden zich naar de kerk, waar de burgemeester uitlegde wat er gevraagd werd. In de kortste tijd gaven alle burgers uit de omgeving hun lakens af. Ze werden netjes gebundeld en de namen van de eigenaars werden door de burgemeester in een register genoteerd.

Meteen ontving het bataljon 500 lakens – zoveel als er nodig was – met het register. Onderaan had de burgemeester in het Engels geschreven "God bless you, Americans”.

De inwoners van Hemroulle brengen hun lakens aan.

Op kerstdag bereikten de Duitse pantsertroepen de heuvel bij Hemroulle. De gevechten duurden amper 20 minuten en eindigden in een triomf voor de Amerikaanse para’s. Ze vernielden 6 tanks, doodden 57 Duitsers en namen er 35 gevangen, terwijl ze zelf 3 lichtgewonden telden. De camouflage met beddenlakens speelde een duidelijke rol in dat succes. 

Enkele dagen later vertrok het bataljon uit Hemroulle. De lakens gingen mee want ze konden nog gebruikt worden. Intussen waren veel lakens al in vodden en stroken gescheurd, want ze werden ook gebruikt voor camoufleren van helmen, geweren en machinegeweren. Om hun lichaam te bedekken, maakten de soldaten meestal een gat door het laken om het als een poncho te dragen.

Toen kort na het Ardennenoffensief de sneeuw ging liggen, was er van de lakens niet veel meer over. De rest ging verloren, ook het ontvangstregister dat Hanlon had meegenomen. Hij had uiteraard belangrijkere dingen te doen. 

John Hanlons prestatie ging niet onopgemerkt voorbij. Op 10 januari 1945 ontving hij de Zilveren Ster, een hoge Amerikaanse onderscheiding voor dapperheid. Kort daarop werd hij – op zijn 27e – de jongste luitenant-kolonel in het Amerikaanse leger en kreeg hij het bevel over zijn regiment.

Ook andere Amerikaanse eenheden gebruikten rond die tijd lakens voor camouflage, maar voor Hanlon was er iets bijzonders. Hij had immers beloofd ze terug te geven aan de eigenaars. Die belofte bleef hem parten spelen na zijn terugkeer in zijn thuisstad Winchester (bij Boston, in de Amerikaanse staat Massachusetts). 

Winchester Day

In 1947 bekende hij zijn niet nagekomen belofte in een interview aan de krant Boston Globe. Als gevolg daarvan begon de bevolking van Winchester een inzamelactie van beddenlakens als compensatie. 48 vrouwengroepen en de geestelijken van alle tien plaatselijke kerken deden eraan mee. Ook bedrijven en inwoners van omliggende steden. Uiteindelijk verzamelde hij zowat 670 beddenlakens.

Ook lezers van de Boston Globe boden lakens aan na het lezen van het interview met Hanlon.
De inzameldag in Winchester. John Hanlon, linksboven met opgerolde mouwen, neemt de lakens in ontvangst.

Eind 1947 vertrok Hanlon naar Europa. De lakens reisden per vrachtschip naar Antwerpen. Op 2 februari 1948 vond in Hemroulle Winchester Day plaats, een groot feest waarbij de lakens werden teruggegeven. Hanlon luidde voor de gelegenheid zelf de kerkklok waarmee de inwoners waren opgeroepen. Hij werd bij die gelegenheid ereburger van de gemeente Longchamps.

Links, een affiche die de Winchester-dag in Hemroulle-Longchamps aankondigt. Rechts, John Hamlon luidt de kerkklok.

Hanlon deelde niet alleen lakens uit. Hij herinnerde zich dat de plaatselijke scouts zeer actief waren geweest bij de inzameling van 1944. Omdat er in het naoorlogse België nauwelijks nog scoutsuniformen waren, bracht hij een aantal uniformen mee die door de scouts van New York waren geschonken. 

De inwoners van Hemroulle toonden op hun beurt hun dankbaarheid aan de bevolking van Winchester. Ook later werden rond de gebeurtenis nog herdenkingen gehouden. En de lakens werden vaak als een kostbaar aandenken bewaard door de nakomelingen van de gulle inwoners. 

Het Amerkaanse weekblad Life bracht een zeer uitgebreid verslag van de Winchesterdag in Hemroulle, met als kop "Belgians get their sheets back".

Meest gelezen