75 jaar geleden: Antwerpen leeft in angst door terreur van "vliegende bommen"

Vanaf oktober 1944, en dat bijna een half jaar lang, was Antwerpen het doelwit van Duitse vliegende bommen en raketten. Voor de Duitsers een wanhoopspoging om de Antwerpse haven te treffen. Voor de Antwerpenaren een periode waarin iedereen voortdurend bedreigd werd.  

Dit is een bijdrage van Bert Govaerts, gewezen eindredacteur van historische televisiedocumentaires op de VRT. Hij maakte in 2004 een documentaire over dit onderwerp. "Bommen op de Stad" kunt u hieronder helemaal bekijken.

Video player inladen...

Antwerpen heeft de verjaardag van zijn bevrijding in de eerste dagen van september gevierd. Eigenlijk was dat vijf maanden te vroeg. Tussen 13 oktober 1944 en 28 maart 1945 lag de stad nog bijna alle dagen onder vuur. Dat viel uit de hemel, in de vorm van vliegende bommen, Hitlers ‘vergeldingswapens’ V1 en V2.

De V1 was een vliegtuigje zonder piloot. Het mat 7,90 x 5,38 meter en bestond  uit niet veel meer dan een zware straalmotor waar een springlading van 830 kg en een stel vleugels aan vastgemaakt waren. Bij de lancering werd de motor zo ‘geprogrammeerd’ dat hij na een bepaald aantal kilometers stilviel. De V1 stortte dan gewoon neer, waarbij de meegedragen bom ook ontplofte. De eerste les die de Antwerpenaren over de V1 leerden, was dat je hem niet hoefde te vrezen zolang je hem kon horen.

Links : een V1 wordt door Duitse soldaten naar de lanceerplaats getrokken. Rechts : een V2 stijgt op tijdens een proefvlucht (Bundesarchiv)

De V2 was een echte raket, 14 meter hoog, bij een doorsnede van 1,65 meter, geladen met 1 ton springstof. Over de V2 viel weinig te leren, behalve dat hij zeer dodelijk was. Zijn maximumsnelheid bedroeg 5.760 km per uur, driemaal zo snel als het geluid. Als je hem hoorde, was je waarschijnlijk al dood.

Een productielijn van V1's in het concentratiekamp Mittelbau-Dora. Er werden meer dan 12.000 van die tuigen gemaakt door dwangarbeiders in verschrikkelijke omstandigheden. (Bundesarchiv)

V1’s en V2’s bij elkaar opgeteld vielen er meer dan 3.700 springtuigen op het arrondissement Antwerpen. Over het aantal slachtoffers verschillen de bronnen van mening. Overleden militairen en burgers werden apart geteld en eindigden in verschillende statistieken. 4.000 doden lijkt een aannemelijk cijfer. 

De episode van de ‘vliegende bommen’ behoort tot de straffe stadsverhalen waarvan bijna elke Antwerpse familie haar eigen versie heeft of had. Elke stoep, elke vensterbank, elke huiskamer, elke vierkante centimeter van de stad was van de ene op de andere dag een doelwit geworden... En toch ging het leven in de stad ‘gewoon’ door. 

Bij de allereerste inslag, op een huizenblok vlak bij het Museum van Schone Kunsten, vielen meteen al 32 doden. Minder dan een week later haalden de brandweerlieden 44 doden van onder het puin in de Kroonstraat in Borgerhout.

Dat zijn aantallen die die gebeurtenissen vandaag tot een nationale ramp zouden maken. Maar de stad viel niet stil. Cafés, scholen, theaters, bioscopen bleven gewoon open. 

De allereerste inslag, bij het Museum voor Schone Kunsten.

Censuur en bibbergeld

De Antwerpenaren kenden de precieze slachtoffercijfers niet want de stad leefde onder militaire censuur. Over de bominslagen moesten de kranten zwijgen, omdat informatie daarover via spionnen de schutters zou kunnen bereiken. Foto’s maken was ook strikt verboden. Eén enkele fotograaf, Frans Claes, mocht ‘technische’ foto’s maken voor schadedossiers. Op zijn beelden zijn geen slachtoffers te zien. Maar natuurlijk deden verhalen over de vele, vele doden meteen de ronde. 

Schade veroorzaakt door een V2-inslag op de hoek van de Lange Nieuwstraat en de Eikenstraat op 27 november.

Krantenlezers leerden overlijdensadvertenties interpreteren. En als er bekende Antwerpenaren onder de slachtoffers waren, kon dat ook moeilijk verstopt worden.

Een voorbeeld daarvan was de romanschrijver Lode Zielens, die ook een van de meest geliefde journalisten van de socialistische krant Volksgazet was. Op 28 november 1944 stierf hij op straat, vlak bij zijn redactie. Hij is vermoedelijk de enige Antwerpenaar die een uitvaart kreeg die een beetje in verhouding stond tot de gebeurtenissen. Een lange rouwstoet, geleid door burgemeester Camille Huysmans, trok door de stad.

Op de dag dat Zielens stierf, arriveerde het eerste grote schip dat over de Schelde weer naar Antwerpen was kunnen varen. Het Duitse verzet bij de monding was gebroken en de rivier was ontmijnd. De haven kon nu volop functioneren als draaischijf voor de bevoorrading van de geallieerde legers. Dat wisten de Duitsers ook en de beschietingen werden intenser.

De dokwerkers waren nu ineens de belangrijkste burgers van Antwerpen, want zonder hen was de haven nog altijd waardeloos. Zij waren zich daar zeer van bewust en dwongen met een paar korte stakingen het beroemde ‘bibbergeld’ af, een premie voor werken in gevaarlijk gebied. 

De geallieerden hadden rond de stad, ver op het platteland, een mobiele gordel van luchtafweergeschut geplaatst die vrij doeltreffend was tegen de V1. De V1 was tenslotte een dom, niet al te snel tuig dat alleen rechtdoor kon vliegen, zodat zijn koers volledig voorspelbaar was. Het kwam er alleen op aan hem op tijd in het vizier te krijgen.

Vooruitgeschoven radarposten seinden hun informatie door naar het zenuwcentrum van ‘Antwerp X’ (de codenaam voor de verdedigingsgordel) dat in hotel Le Grand Veneur in Keerbergen gevestigd was. Van daaruit kregen de geschutsbatterijen zeer precieze informatie die het mogelijk maakte om de tuigen uit de lucht te halen voor ze de stad bereikten.

Hotel Le Grand Veneur in Keerbergen. Hier werden de waarnemingen van naderende V1’s geanalyseerd en orders aan de luchtafweerbatterijen doorgegeven. Dit verliep zo efficiënt dat de grote meerderheid van V1’s werd neergeschoten.

Maar tegen de V2 hielp de luchtafweer niet. Zijn voor die tijd onvoorstelbare snelheid en vlieghoogte (tot meer dan 80 km) maakte, de V2 zo goed als onkwetsbaar.

Voltreffers

De V1’s en V2’s waren zeer ondoelmatige wapens, totaal ongeschikt om het relatief kleine gebied van de Antwerpse haven systematisch te beschieten, laat staan de nog veel kleinere, vitale onderdelen daarvan, zoals de grote sluizen, te raken. 

Het ongeluk heeft gewild dat de Duitsers bij die wilde, haast ‘amateuristische’ beschieting  een aantal 'voltreffers' hebben gescoord die de stad in haar hart hebben geraakt. Bijna elke inslag deed pijn en veroorzaakte lijden, maar bij twee gelegenheden bloedde de stad echt in haar wezen. 

Op 27 november kwam er een V2 neer op het  grote kruispunt van de leien en de De Keyserlei, een plek die de Antwerpenaren kennen als de Teniersplaats. De raket sloeg in op het middaguur, op een van de drukste plekken van een levende stad.

Voor de eerste keer liep het dodenaantal op tot boven de honderd. Onder de doden veel passanten die stonden te wachten om over te steken. Reizigers in een tramrijtuig, de hals doorgesneden door glasscherven. Militairen in brandende jeeps. Ook de waterleiding was geraakt en in de kortste keren liep het kruispunt onder water. Maar volgens de brandweerrapporten werd de Teniersplaats al na twee uur weer vrijgegeven voor het verkeer. 

Reddingswerkers zoeken naar overlevenden na explosie in Cinema Rex op 16 december.

Het kon nog erger. Veel erger. Op 16 december, in de namiddag, vernielde een V2 Cinema Rex op de De Keyserlei. De zaal zat bomvol voor een voorstelling van The Plainsman, een western met Gary Cooper. Balans: 567 doden, van wie 271 burgers.

Nu ging de stad wél door de knieën. Alle publieke bijeenkomsten van meer dan vijftig personen werden verboden. Theaters en cinema’s sloten de deuren. Duizenden mensen verlieten de stad. 

De gevolgen van een V2-inslag op 29 december

Schoolkinderen werden geëvacueerd, als de ouders dat wensten.Tussen 16 december 1944 en 31 maart 1945 vertrokken 6.399 kinderen. De scholen bleven wel open, maar de klassen werden gesplitst en de klashelften kregen om de beurt een halve dag les. Van scholen met verdiepingen werden alleen de benedenverdieping en ‘bij hoge uitzondering’ de eerste verdieping nog gebruikt.

Op 2 februari werd een  transmissiecentrum van het Britse leger in Antwerpen door een V2 getroffen. Een toevalstreffer, want de V-wapens viseerden geen militaire doelwitten.

Januari 1945 werd nog een bijzonder harde maand doordat de Duitsers hun geschut hadden verplaatst naar de buurt van Rotterdam.  ‘Antwerp X’ kon de opening in de verdedigingsgordel niet snel genoeg dichten. De beschietingen gingen nog door tot 28 maart 1945. Op 27 maart vielen er nog 23 doden in Mortsel.

"Antwerpen onder V1 en  V2", een fotoboek dat verscheen kort na het einde van de aanvallen.

Schade

De balans is natuurlijk verschrikkelijk. Zonder ‘Antwerp X’ zouden de cijfers wellicht nog veel pijnlijker geweest zijn. Maar de stad heeft bij momenten ook geluk gehad. Er sloeg een bom in vlak bij het Museum Plantijn en Moretus, maar het gebouw werd er niet reddeloos door vernield. Geen enkel groot historisch gebouw of kunstwerk ging verloren. 

Een geoefend oog ziet vandaag nog wel de littekens van de inslagen, in de vorm van ‘nieuwbouw’ op historische plekken, zoals op de Vrijdagmarkt. Maar in haar naoorlogse zucht naar modernisering en ‘sanering’ heeft de stad zichzelf véél grotere wonden toegebracht dan Werner von Braun, de uitvinder van de V2, ooit vermocht. Toch heeft Wannes Van de Velde hem bedacht met een bittere ballade. Die eindigt zo:

Ge vindt zijne naam in de grote Larousse,

geklemd tussen dichter en clown,

maar niemand die weet dat 'em mij heeft gemist,

die grote geleerde von Braun.

Kort na het einde van de beschietingen zou Antwerpen op een meer vreedzame wijze met de V-wapens kennis kunnen maken. Links : een buitgemaakte V2 wordt tentoongesteld op de Groenplaats (met de vermelding "gevaar"). Rechts: onderdelen van V2's die aangetroffen werden in Mittelbau-Dora in de Antwerpse haven om naar de Verenigde Staten te worden verscheept. De Amerikanen zouden hun raketten ontwikkelen uit de buitgemaakte V2's, net als de Russen.   

Meest gelezen