75 jaar geleden - "Hij toonde mij de ovens": de ontdekking van Hadamar, waar Duitsland zijn eigen kinderen vermoordde

75 jaar geleden ontdekt een  Amerikaans soldaat dat Nazi-Duitsland ook op grote schaal eigen burgers heeft vermoord. In enkele grote instellingen zijn meer dan 200.000 ‘erfelijk zieke’ en psychiatrische patiënten vermoord. Een "proeftuin" voor wat uiteindelijk de grote vernietigingskampen, zoals Auschwitz, worden. 

Dit is een bijdrage van Christophe Busch, tot eind 2019 algemeen directeur van het museum Kazerne Dossin. Hij is criminoloog (UGent) en master in de Holocaust en Genocide Studies (Universiteit Amsterdam). Hij doet onderzoek naar de beeldvorming van daders bij collectief geweld aan de Universiteit van Amsterdam en is fellow bij de Vrije Universiteit van Brussel. Eindredactie en illustratie Jan Ouvry.

De Amerikaanse soldaat George Jaeger is  zich met enkele collega’s in een Belgische schuur aan het verstrooien als  een onderluitenant zich meldt. Hij is op zoek naar ‘private Jaeger’, die als vertaler-tolk wordt toegewezen aan de Fifth Corps War Crimes Unit. Zijn voorganger blijkt overleden te zijn nadat hij op een landmijn is gestapt.

Jaeger, is daarmee de jongste van een vier man sterke eenheid die net achter de frontlijn speurt naar bewijzen van oorlogsmisdaden. Hij is geboren in Wenen in 1926, halfjoods en is met de Kindertransporten kunnen ontsnappen naar Engeland en uiteindelijk naar Amerika. Zijn grootste ontdekking doet hij op een zondag eind maart 1945.

De psychiatrische kliniek van Hadamar, uit de schouw komt de rook van het crematorium. Beginfoto: de patiënten van een instelling in het Beierse Neuendettelsau staan klaar om op de bussen te stappen die hen naar een instelling zullen brengen die meewerkt aan het "euthanasie"-programma.
Een Amerikaanse soldaat bewaakt de toegang tot het psychiatrisch ziekenhuis van Hadamar in april 1945 (USHMM NARA).

Een majoor vraagt Jaeger om zijn taalvaardigheden te gebruiken om enkele sigaren ‘te bevrijden’ in een Duits dorp genaamd Hadamar, tussen Koblenz en Frankfurt aan de Main. Buiten de sigarenwinkel stuit hij op een gewezen patiënt van het psychiatrische ziekenhuis aan de rand van het dorp.

De man overtuigt hem dat deze kliniek is gebruikt als een moordinstelling waar meer dan tienduizend mensen zijn omgebracht. Met enige voorzichtigheid volgt Jaeger de man, die hem spoedig de ovens toont waarmee de lichamen en andere bewijzen in Hadamar zijn vernietigd. 

Enkele patiënten die het overleefd hebben in de kliniek van Hadamar bijna onmiddellijk na hun bevrijding (USHMM en NARA).

Jaeger contacteert onmiddellijk zijn eenheid en kort daarop omsingelen Amerikaanse troepen de instelling. Ze nemen de gehele staf gevangen die er verkeerdelijk van uit is gegaan dat hun werk in een ziekenhuis een ideale dekmantel is om hun verantwoordelijkheid te ontlopen. De eenheid van Jaeger start een onderzoek en begint iedereen systematisch te ondervragen.

Al gauw blijkt uit de ondervragingen dat Hadamar als psychiatrische instelling is ingezet om ‘erfelijk zieke’ en psychiatrische patiënten te steriliseren en in een latere fase te vermoorden. Meer dan 10.000 mensen zijn in Hadamar alleen al  gedood, in de ogen van de nazi’s een ‘Gnadentod’ (genadedood). 

In de na-oorlogse processen wordt een geheel netwerk blootgelegd van psychiatrische ziekenhuizen die de rassenleer van de nazi’s hebben uitgevoerd. Meer dan 200.000 (meestal Duitse) patiënten vonden de dood door het zogenaamde ‘euthanasie’-programma dat eigenlijk als de voorloper van de nationaal-socialistische uitroeiingspolitiek moet gezien worden. De medische en biologisch-statistische wetenschap bezorgde de nazi’s daarvoor  de legitimatie en de selectiecriteria.

Leden van het Amerikaans onderzoeksteam ondervragen hoofdverpleegster Irmgard Huber; de tolk George Jaeger is zo goed als zeker de man helemaal links (bron: USHMM en NARA).
Video player inladen...

Dit filmpje van het Amerikaanse leger toont de bevrijding van Hadamar, het opgraven van slachtoffers en de ondervraging van het personeel. We willen waarschuwen dat sommige beelden gruwelijk zijn.

Eugenetica en rassenhygiëne

De moorddadige praktijk in Hadamar en andere psychiatrische instellingen wortelt in het midden van de 19de eeuw, toen onze wereld voornamelijk vanuit een biologisch referentiekader werd bekeken. Het darwinisme en zijn leer van natuurlijke selectie en overleving van de sterkste wordt, zonder veel kritiek en gedegen inzicht, zomaar toegepast op de menselijke samenleving. Maatschappelijke uitdagingen zoals de toename van ‘asociale mensen en onproductieve mensen’ in een meer en meer geïndustrialiseerde samenleving leiden tot het idee om de mens bij te sturen. 

Men zou als het ware de ideale mens kunnen kweken door het nemen van eugenetische maatregelen. Deze eugenetica of rasverbetering bestaat eruit de sterke genetische kenmerken te selecteren en de zwakkere te verdrijven. In de ‘Kampf um Dasein’ (strijd voor het bestaan) zou de rassenleer (omtrent superieure en inferieure rassen) en het sociaal-darwinisme leiden tot een institutionalisering van de ‘Rassenhygiëne’. 

Trouwen en kinderen krijgen wordt zo geen zaak van loutere liefde, maar vooral van raszuiverheid. Het selectiecriterium is het uitschakelen van het ‘minderwaardige erfelijk materiaal’. 

"De gevolgen van een ondoordacht huwelijk: dit kind zal het volk 50.000 rijksmark kosten tot zijn zestigste". Uit het tijdschrift Volk und Rasse (1936, collectie Christophe Busch).

De jurist Prof. Karl Binding en de psychiater Prof. Alfred Hoche schrijven hierover een van de belangrijkste publicaties in 1920. In hun klein boekje ‘Die Freigabe der Vernichtung unwerten Lebens’ (de toestemming tot  vernietiging van onwaardig leven) bediscussiëren ze de toelaatbaarheid van het doden van ongeneeslijke zieken op eigen vraag, maar ook de doding van “levensonwaardig” leven door de staat. Woorden zoals ‘Ballastexistenzen’, ‘Minderwertigen’ of het argument "wat kost dit wel allemaal niet aan de staat" worden gretig overgenomen in de latere nazi-propaganda. 

Het nationaal-socialisme gebruikt deze biologische ‘wetenschappelijke’ basis als het fundament van zijn gezondheidspolitiek. De samenleving raakt doordrongen van rassenleer en rassenhygiene. De gehele bevolking, van onderwijs tot entertainment, wordt overspoeld met vaak angstverwekkende propaganda om het ‘raciaal goede’ te kweken en het ‘slechte’ uit te zuiveren. 

"Erfelijke zieken vallen de staat ten laste. Met de uitgaven voor een tehuis voor 130 zwakzinnigen kunnen elk jaar 17 huizen voor arbeidersfamilies gebouwd worden". Wandkaart uit 'Erblehre und Rassenkunde in bildlicher Darstellung" van Alfred Vogel (1938)  Deze kaarten waren bestemd voor gebruik in de klas (collectie Christophe Busch).

Gedwongen sterilisatie

Een van de eerste maatregelen van de nazi's is de aanname de ‘wet op de verhindering van erfelijk belaste nakomelingen’ van 1 januari 1934. Deze wet voert de mogelijkheid tot dwangsterilisatie in voor verschillende ziektebeelden zoals ‘aangeboren idiotie’, schizofrenie, ‘circulaire waanzin’ (manisch-depressief), erfelijke ‘Veitstanz’ (Huntington chorea), erfelijke blindheid, erfelijke doofheid, zware lichamelijke misvorming en bepaald gevallen van zwaar alcoholisme. 

"Sterilisatie is geen straf, maar een bevrijding. Wie wil hieraan schuldig zijn?" Uit het tijdschrift Volk und Rasse (1936, collectie Christophe Busch).

Verschillende andere landen  hebben al zo’n wet aangenomen (onder andere de Verenigde Staten en Zweden) . Een feit dat de nazi’s frequent aanhalen in hun propaganda. De directeur van Hadamar, dr. Otto Henkel, reageert positief op de wet en stelt dat ‘het eerste principe van rassenhygiene de uitroeiing van de gedegenereerden en het behoud en bevordering van het hoogwaardige’ is.

Vanaf 1934 gaat Hadamar de wetgeving ook uitvoeren en beslissen artsen en juristen in ‘erfelijke gezondheidsrechtbanken’ over talloze dwangsterilisaties. Zo worden in 1935 141 vrouwelijke en 30 mannelijke patiënten uit Hadamar onvruchtbaar gemaakt. Gedurende de periode 1934-1945 zouden naar schatting uiteindelijk 400.000 mensen gedwongen gesteriliseerd worden in nazi-Duitsland.

"Paleizen voor idioten" en "Ook ziektes kan je erven". Artikel uit het propagandamagazine "Warum Rassen- und Bevölkerungspolitik? Bilder sprechen!" (1938).  Uitgave van het Rassenpolitischen Amt, de dienst die verantwoordelijk was voor het rassenbeleid en propaganda  (collectie Christophe Bush).

De moord op psychiatrische patiënten: het T4-programma

De dwangsterilisatie is de eerste fase in de aanpak van het raciale vraagstuk. Al gauw roepen enkele stemmen op om zich definitief ‘te ontdoen’ van wat men als een last voor de samenleving beschouwt. De naderende oorlogscontext eind 1939 maakt een volgende radicalisering mogelijk. In de zomer van 1939 start men met de voorbereidingen om psychiatrische patiënten te selecteren en te doden in psychiatrische instellingen.

Twee topnazi’s, rijksleider Philipp Bouhler en dr. Karl Brandt, krijgen van Hitler de opdracht om de nodige voorbereidingen te treffen om ‘ongeneeslijk zieken’ de ‘genadedood’ te kunnen geven. In een uniek document uit oktober 1939 (terug gedateerd op 1 september en de start van de oorlog) geeft Hitler de machtiging om een gehele administratie op te zetten om dit uit te voeren. Het hoofdkwartier van deze administratie bevindt zich in de Tiergartenstrasse 4 te Berlijn en levert de na-oorlogse naam op van ‘Aktion T4’. Vanuit Berlijn worden vragenlijsten gestuurd naar de psychiatrische instellingen om ‘minderwaardige’ patiënten te selecteren en transporteren naar zes instellingen waar men hen zal vergassen. 

De hoofdarts van Hadamar, Adolf Wahlmann (links) en verpleger Karl Willig na hun aanhouding (USHMM NARA).

Vanaf januari 1940 worden er door het T4 -hoofdkwartier duizenden patiënten in bussen van het ‘Gemeinnützige Krankentransport GmbH’ (Gekrat) naar de instellingen in Brandenburg, Grafeneck, Schloss Hartheim, Sonnenstein bei Pirna, Bernburg en Hadamar gebracht. Daar worden ze bij aankomst omgebracht door vergassing met koolstofmonoxide. Gouden tanden en frequent ook de hersenen worden na hun dood verwijderd.

Hadamar is de laatste instelling die wordt ingericht voor deze bijzondere moordtaak. Na de installatie van een gaskamer, twee verbrandingsovens en dissectieruimte begint het moorden op 13 januari 1941. Meer dan 10.000 patiënten worden op deze wijze vermoord in Hadamar alleen. 

Brief gestuurd vanuit Hadamar aan mevrouw Wichern om haar, "met leedwezen", mee te delen dat haar dochter Anna onverwachts "aan een longontsteking" is gestorven. Voor elk overlijden werd een doodsoorzaak gevonden.
De gaskamer in het psychiatrisch ziekenhuis van Hadamar (Wikimedia Commons).

Schijnmanoeuvre

In augustus 1941 spreekt de katholieke bisschop van Münster, Clemens August Graf von Galen, zich in een  vernietigende preek uit tegen de ‘euthanasie’ of de moord op de ‘onbruikbaren’. Zijn stellingname en de bezorgdheid voor de publieke opinie doen Hitler beslissen te stoppen met de centraal georganiseerde moord. De moordinstallaties en gaskamers worden tegen de zomer van 1942 ontmanteld. 

De bisschop Clemens August Graf von Galen uit Münster tijdens een plechtigheid tijdens de oorlog (Stadsmuseum Münster).

Al gauw blijk dit enkel een manoeuvre te zijn om de Duitse bevolking te sussen. In werkelijkheid worden de ‘euthanasie’-moorden voortgezet. Ditmaal niet meer centraal georganiseerd vanuit Berlijn, maar wel onder de verantwoordelijkheid van de landelijke en provinciale overheden en uitgevoerd in talloze psychiatrische instellingen. Deze regionale of ‘wilde euthanasie’ wordt uitgevoerd door overdosissen medicijnen of injecties. Later tijdens de oorlog komt daar soms ook de hongerdood bovenop.

Ook Hadamar neemt opnieuw zijn moordtaak op na een onderbreking van een jaar. Van de zomer 1942 tot en met 24 maart 1945 blijven er  patiënten aankomen en vermoord worden in kleine groepen. Van de 4.861 patiënten sterven er ongeveer 4.500.

Op 26 maart 1945 bevrijden de Amerikanen Hadamar dankzij George Jaeger en de patient bij de sigarenwinkel. Wat eens geruchten waren, wordt nu wereldkundig gemaakt. 

Een van de laatste bladzijden van de dodenlijst van Hadamar, met de namen van omgebrachte "patiënten" van 15 tot 21 maart 1945, dus tot enkele dagen voor de bevrijding (USHMM).
De ontdekking van Hadamar is voorpaginanieuws voor verschillende Amerikaanse kranten op 10 en 11 april 1945. "Nazi asiel verbergt een moordfabriek", kopt Stars and Stripes, de krant van het Amerikaanse leger (11-4-1945, bron La Contemporaine).

Gerechtigheid & herdenking

De geallieerden organiseren drie processen tegen het personeel van ‘Landesheilanstalt Hadamar’. Een Amerikaans militair tribunaal in Wiesbaden klaagt zeven zorgverleners aan in oktober 1945 voor de moord op 400 Poolse en Russische dwangarbeiders. De zakelijk beheerder Alfons Klein en twee verplegers krijgen de doodstraf en worden zes maanden later terechtgesteld. Hoofdarts Adolf Wahlman krijgt levenslang en hoofdverpleegster Irmgard Huber en de anderen krijgen gevangenisstraffen tussen de 25 en 35 jaar.

Een jaar later worden er twee processen georganiseerd voor de misdrijven in Hadamar. De artsen Adolf Wahlman en Bodo Gorgass worden in augustus 1946 aangeklaagd samen met 23 anderen. Op 26 maart 1947 volgt de uitspraak. De artsen krijgen de doodstraf, negen verpleegkundigen krijgen een gevangenisstraf en twee verpleegkundigen en het administratief personeel wordt vrijgesproken. De doodstraffen worden uiteindelijk omgezet in levenslange gevangenis voor beide artsen. Maar tussen 1949 en 1958 komt iedereen weer op vrije voet. 

De beklaagdenbank tijdens een van de Hadamarprocessen in 1947 in Frankfurt aan de Main (Getty Images).

De denazificatie faalt en de Duitse samenleving wil maar al te graag deze geschiedenis laten rusten. Het is pas in 2007 dat de Duitse Bundestag verklaart dat de ‘wet ter verhindering van erfelijk belaste nakomelingen’ een overtreding van de grondwet was.

Op 2 september 2014 wordt op de voormalige locatie van Tiergartenstrasse 4 een memoriaal ingehuldigd voor de slachtoffers van de nationaalsocialistische ‘euthanasie’-moord. In de zes psychiatrische instellingen (of op de locatie ervan) zijn vandaag kleine herdenkingsoorden en museale ruimtes ingericht.

Na meer dan een halve eeuw ziet men in dat deze moord op ‘wetenschappelijke basis’ de voorloper geweest is van de Holocaust. De rassenleer, selectiecriteria zoals ‘arbeidsgeschiktheid’ en artsen die dat moesten beoordelen zouden vanaf de zomer 1942 opnieuw ingezet worden in de zes vernietigingskampen in het oosten van Polen: Auschwitz-Birkenau, Majdanek, Sobibor, Treblinka, Chełmno en Bełżec. De ‘wetenschap’ ten dienste van de vernietigingspolitiek. 

Leestip: psychiater Erik Thys schreef een boek over het T4-programma. "Psychogenocide. Psychiatrie, kunst en massamoord onder de nazi's" is een standaardwerk over de genocide van de nazi's op hun eigen burgers met een psychiatrische problematiek of handicap.

Monument ter nagedachtenis van de slachtoffers van het T4-programma in Keulen, de bus waarmee ze naar hun "eindbestemming" werden gebracht. Een zelfde beeld staat ook in Frankfurt aan de Main.
Creative Commons Attribution Share Alike

Meest gelezen