75 jaar geleden: de papegaai is niet dood

Op 15 juli 1944 bevrijdt het verzet in Gent op spectaculaire wijze geheim agent Albert Mélot uit Duitse handen. Mélot, die met een speciale opdracht vanuit Engeland in België gedropt was, moest te allen prijze bevrijd worden, want hij wist te veel. Maar de actie had tragische gevolgen.

Dit is een bijdrage van Marc Verschooris. Al jaren doet hij onderzoek en publiceert hij over het verzet, de collaboratie en de Jodenvervolging in Gent tijdens de Tweede Wereldoorlog. In september verschijnt zijn boek 'De papegaai is niet dood' bij uitgeverij Sterck & De Vreese. Eindredactie Jan Ouvry.

Op zaterdag 15 juli 1944 rond het middaguur beukt een handkar ongenadig hard in op een Duitse auto op de hoek van de Maagdestraat en de Papegaaistraat in Gent. De auto moet stoppen. Twee leden van een zeskoppig commando nemen de Duitse chauffeur en de onderofficier onder vuur. Ze komen allebei om het leven.

De buit, geheim agent Mélot, wordt vliegensvlug uit het voertuig gehaald, in een vluchtauto gestopt en buiten de stad gevoerd. 'De papegaai is geschoten', de actie is volbracht. Gent trilt en de schokken blijven lange tijd voelbaar.

Albert Mélot (collectie Marc Verschooris) .

Albert Mélot wordt geheim agent

De jonge advocaat Albert Mélot is eind 1942 uit zijn thuisstad Namen gevlucht, achternagezeten door de Duitsers voor zijn betrokkenheid bij een plaatselijke ontsnappingslijn. Hij wil naar Engeland, om zijn diensten aan te bieden bij het Belgische ministerie van Landsverdediging.

De Tweede Directie van dit Ministerie werkt er samen met verschillende Britse geheime diensten waaronder de Special Operations Executive (SOE). Jonge mannen worden door hen opgeleid om in hun land opdrachten voor het verzet uit te voeren. 

"Het verzet!". Tekening uit "Le Livre d'or de la Résistance Belge", Brussel, 1948.

Eind 1942 loodst  een smokkelaar Mélot vanuit Bordeaux over de Pyreneeën. Via Spanje en Portugal komt hij in de lente van 1943 in Engeland aan. Begin augustus 1943 bezoekt Mélot de eerste Patriotic School, een van de vele scholen die hij in Engeland en Schotland zal leren kennen bij zijn opleiding tot geheim agent.

Zijn resultaten zijn uitstekend en als 'agent above average' wordt hij toegevoegd aan de speciale brigades, the Special Forces. Met de Noor Thor Heyerdahl, de latere ontdekkingsreiziger bekend door het Kon-Tiki-avontuur, beleeft Albert Mélot spannende dagen. 

"1944; De overwinning kondigt zich aan". Tekening uit het ondergrondse blad Churchill Gazette, overgenomen in "Le Livre d'or de la Résistance Belge", Brussel, 1948.

Terug naar België

Op 10 april 1944 wordt Albert Mélot geparachuteerd te Somme-Leuze in de provincie Namen. Mélot, een telg uit een familie met vooraanstaande katholieke politici en overtuigd aanhanger van Leopold III, onderzoekt eerst nog of het mogelijk is de koning te bevrijden. Maar hij moet dat plan definitief opgeven als de vorst na D-day naar Duitsland wordt gebracht.

Nog in de loop van april wordt hij naar Gent gestuurd. Hij wordt aan de generale staf van het Geheim Leger in de zone Oost- en West-Vlaanderen toegevoegd. 

Een geheim agent wordt geparachuteerd, een ontvangstcomité wacht hem op. Tekening uit "Le Livre d'or de la Résistance Belge".

Bijna iedereen weet dan dat een geallieerde landing nakend is, ergens op de kust van West-Europa, maar, behalve ingewijden, weet niemand waar precies, ook Mélot niet. De geheim agent moet helpen bij  het organiseren van acties die de aandacht van de Duitsers van de kust weghouden. Hij leert de verzetslui ook omgaan met de allernieuwste springstoffen, die in die dagen boven bezet Europa, ook België,  gedropt worden.

Een andere prioriteit voor de geheim agent is de bescherming van de Gentse haven. De Duitsers hebben springstoffen aangebracht om de belangrijkste haveninstallaties, bij een mogelijk vertrek, te vernielen. Het verzet moet die springstoffen opsporen en zich klaar houden om ze te ontmijnen.

Een vliegtuig van de Britse Royal Air Force dropt wapens en voorraden in de omgeving van Brussel (bron IWM).

Onder de leiding van Albert  Mélot worden voor het eerst twee succesvolle droppings uitgevoerd, te Liedekerke en te Velzeke. Engelse vliegtuigen lossen containers aan parachutes met wapens, munitie en uitzendposten, die snel afgevoerd en verstopt worden.

Beide terreinen kunnen geen tweede keer gebruikt worden voor een dropping. In tegenstelling tot in Wallonië is het in het dichtbevolkte Vlaanderen bijna onmogelijk zulke acties ongemerkt en veilig te laten verlopen. 

Aangehouden

Na de landing in Normandië verlaat Mélot de Gentse binnenstad. Op 14  juni 1944 arresteert de Duitse feldgendarmerie hem ’s ochtends vroeg in zijn nieuwe schuiloord  in Gavere. De nacht voordien had hij nog geholpen om springstoffen te plaatsen om een Duitse trein op weg naar Normandië te doen ontsporen. Met succes, kort na zijn aanhouding, ontspoort een locomotief in het nabijgelegen Asper.

De gevangenis aan de Gentse Nieuwe Wandeling (Beeldbank Gent).

Mélot komt in de gevangenis aan de Gentse Nieuwe Wandeling terecht. Londen laat weten dat hij koste wat kost bevrijd moet worden, want hij en zijn kennis mogen niet in handen van de vijand vallen. De Gentse verzetsman Jozef Speeckaert, een landmeter bij het Kadaster, bereidt de bevrijdingsactie voor.

Zes vrienden, vrijwel allen tewerkgesteld bij de NMBS-hoofdwerkplaats 'het Arsenaal' van Gentbrugge, zullen zijn plan uitvoeren. De jonge beroepsmilitair en vriend van Mélot, Jean Duhamel, neemt het commando.

Links, Jozef Speeckaert, de man die de bevrijdingsactie plant. Rechts, Jean Duhamel die bij de aanslag de leiding heeft. Collectie Marc Verschooris.

Regelmatig wordt Mélot van de gevangenis naar het gebouw van de Geheime Feldpolizei op de Gentse Kouter gevoerd. De bevrijdingsactie is gepland bij de hoek van de Papegaaistraat. Deze straat is door een smalle straat, de Maagdestraat, met de Oude Houtlei verbonden. Daar is plaats voor een handkar, die de Duitse auto waarin Mélot zit tot staan moet brengen, en een vluchtauto, volledig aan het zicht onttrokken. 

Verzetsvrouw Simonne Verhelle zit op een bank op de Kouter en houdt het gebouw van de Geheime Feldpolizei in de gaten. Als de auto met Mélot vertrekt geeft ze een teken met een witte zakdoek, dat door andere signaalgevers verder wordt doorgegeven tot aan de ploeg die wacht in de Papegaaistraat, zevenhonderd meter verder. Foto Besbrugge.

De eerste twee bevrijdingspogingen mislukken, op 15 juli 1944 lukt het wel. De Duitse chauffeur en onderofficier in de auto worden gedood. Na een verblijf van één nacht te Oostakker verdwijnt Mélot richting Brussel, waar hij tot de bevrijding begin september ondergedoken blijft.

In de Papegaaistraat schieten twee verzetslui de Duitsers in de auto met Mélot neer. Foto Besbrugge.

Tussen 15 juli en 30 augustus 1944 verdwijnen 70 mannen en 30 vrouwen achter de tralies voor vermeende betrokkenheid bij de bevrijdingsactie in de Papegaaistraat. De Duitse furie reikt tot Namen, waar de ouders van Albert Mélot en zijn drie zussen worden aangehouden en gedeporteerd.

Niet naleven van de veiligheidsconsignes, zoals het niet laten verdwijnen van de vluchtauto, speelt een rol bij het groot aantal aanhoudingen. Maar onderzoek leert dat de Duitsers al tijdens het voorjaar 1944 in verschillende Gentse verzetsgroepen een agent (een Oostenrijker die zich voordeed als een politiek vluchteling) hadden laten  infiltreren en klaar stonden om op te treden. De aanslag van 15 juli is slechts “de spreekwoordelijke druppel die de emmer doet overlopen”.

Jean Duhamel helpt Albert Mélot uit de auto van de Feldpolizei  te stappen. Foto Besbrugge.

Van de 70 aangehouden mannen worden er 3 nog voor de bevrijding van België  vermoord en 48 komen niet levend terug uit de Duitse kampen, onder hen Jozef Speeckaert, de organisator van de bevrijding van Mélot. Van de 31 gearresteerde vrouwen sterven er 5 in de kampen.

Albert Mélot betaalt  persoonlijk ook een hoge prijs: zijn beide ouders en zus Suzanne overleven de Duitse kampen niet. Ook het overlijden van zijn jonge broer Jean eerder valt zwaar. Jean sterft als hij in juni 1944 met een commando de Duitse afdeling van de gevangenis te Hasselt binnendringt om verzetslui te bevrijden. Albert komt een tijdlang in een zware depressie terecht.

Herdenkingsplechtigheid in het Gentse Zuidpark op 15 juli 1945 voor "De aanslag in de Papegaaistraat" en de slachtoffers. Albert Mélot, in militair uniform,  is de zesde van rechts. Helemaal rechts staat Jean Duhamel naast Simonne Verhelle.

Begin 1946 speelt Mélot zichzelf in een kortfilm over zijn bevrijding in Gent. Ook alle verzetslui die  aan de actie deelnamen, spelen mee. Alleen de chauffeur die Mélot wegbracht, Oscar Delamotte, ontbreekt. Hij is bij een vluchtpoging begin augustus 1944 door de Duitsers neergeschoten. De kortfilm wordt in bijna alle Belgische bioscopen getoond (alle "actiefoto's" in dit artikel zijn gemaakt tijdens de opnames van de kortfilm).

In 1958 worden de plannen van Mélot, om Léon Degrelle, de voorman van de fascistische beweging Rex, in Spanje te ontvoeren, verijdeld.

Na een carrière bij de rechtbank van eerste aanleg te Namen gaat Albert Mélot in 1972, op 57-jarige leeftijd, op rust om gezondheidsredenen. Hij wordt op 23 september 1975 in de adelstand verheven en krijgt de titel van baron. In datzelfde jaar begint hij opnieuw te getuigen over zijn verleden in het verzet, waarover hij jarenlang weigerde te spreken.  De 'résistant hors normes' overlijdt te Namen in 2010, 95 jaar oud.

Hoewel de bevrijding in  september 1944 in de eerste plaats het werk was van de geallieerden,  kunnen we nooit om de onmetelijke verdiensten van het georganiseerde verzet heen. De 'weerstand' heeft op zijn minst de voortgang van het Duitse regime in zijn veroveringspolitiek vertraagd.

Het lef, de moed en de avontuurlijkheid van de uitvoerders van de actie van 15 juli 1944 spreken tot de verbeelding. In die mate dat velen zichzelf, volledig onterecht, een rol in het verhaal toematen.

In zijn laatste brief voor zijn dood in 1995 getuigt Jean Duhamel, de leider van de actie, over de spectaculaire daad die alle andere verzetsacties liet ondersneeuwen: "dat de papegaai geschoten is [een actie volbracht is] betekent niet dat hij dood is". 75 jaar na de bevrijding zal op de plaats van de actie een herinneringsplaat onthuld worden.

Tekening van de bevrijdingsactie in de Papegaaistraat van R. Haderman (Collectie Marc Verschooris).