75 jaar geleden: Wie waren de samenzweerders tegen Hitler en wat dreef hen?

De bomaanslag van 20 juli 1944 was het werk van een complot tegen Adolf Hitler dat nog voor de oorlog was ontstaan. Wie waren de samenzweerders en wat dreef hen zoiets te doen, op het gevaar van hun leven? 

In het totalitaire nazi-Duitsland was elke openlijke oppositie onmogelijk. De enkele verzetsgroepjes die af en toe opdoken, waren machteloos. Alleen het Duitse leger was in staat het regime ten val te brengen. Om de steun van het officierenkorps te krijgen, had Hitler lange tijd de autonomie en de tradities van het leger gerespecteerd. De meeste hoge officieren waren geen overtuigde nazi’s. Velen waren aristocraten met een groot eergevoel en minachting voor de demagogie van de nazibeweging.    

Maar alle militairen moesten een eed van trouw aan de Führer afleggen en die eed werd zeer ernstig genomen. De eerste jaren van het naziregime hadden de officieren geen enkele reden tot klagen. Hitler bouwde snel een groot en modern leger uit. De officieren konden rekenen op grote middelen, nieuwe wapens en andere uitrustingen en mooie promoties, waar ze vroeger niet aan durfden te denken. 

Het keerpunt kwam vanaf 1937. De legertop kreeg te horen dat Hitler snel en daadwerkelijk oorlog wilde om grote gebieden te veroveren.  Voor enkele generaals was dat uitermate gevaarlijk en riskant. Enkelen onder hen die bezwaren hadden, werden al onvriendelijk aan de kant geschoven.

In de lente van 1938 maakte Hitler de legerleiding duidelijk dat hij Tsjechoslowakije wilde aanvallen onder het voorwendsel de Duitssprekende minderheid daar te willen beschermen. Generaal Ludwig Beck, de chef van de generale staf, vond dat niet alleen bijzonder gevaarlijk (het zou tot een nieuwe wereldoorlog kunnen leiden) maar ook immoreel. Hij stelde voor dat alle generaals collectief ontslag zouden nemen om Hitler van dat plan te doen afzien. Maar dat gebeurde uiteraard niet...

Beck stapte uiteindelijk zelf op en ging met pensioen, maar vanaf dan zou hij de centrale figuur vormen van een samenzwering tegen Hitler. Die omvatte officieren die nog wel actief waren, maar ook hooggeplaatste burgers, zoals hoge ambtenaren en diplomaten. De voornaamste was de conservatieve politicus Carl Gördeler, die een tijd voor het naziregime had gewerkt alvorens er afstand van te nemen. 

V.l.n.r.: ;Ludwig Beck, Carl Gördeler, en Hans Oster. Beck schoot zichzelf de avond van 20 juli een kogel door het hoofd. De twee anderen werden later opgehangen.

Belangrijk was ook dat de samenzweerders banden hadden met de Abwehr, de Duitse militaire inlichtingendienst. Via het netwerk van Abwehr-agenten hadden ze bijvoorbeeld contacten met het buitenland. 

Toen in september 1938 de crisis rond Tsjechoslowakije een hoogtepunt bereikte, wilden een aantal generaals een oorlog voorkomen door Hitler af te zetten en te arresteren . De generaals Franz Halder, die Beck als stafchef van het leger had opgevolgd, en Erwin von Witzleben, zouden aan een staatsgreep hebben gewerkt. Zo ver kwam het echter niet. Op de beruchte conferentie van München (28 september 1938) kreeg Hitler volledig zijn zin van de Britse en Franse regeringen, zodat een oorlog vermeden werd.  

Links: generaal Erwin von Witzleben, die voor 28 september 1938 een staatsgreep in Berlijn plande.. Rechts :de conferentie van München op diezelfde 28 september , waar de Britse premier Chamberlain (links) en zijn Franse collega Daladier (naast hem) alles toegaven aan Hitler  om toch maar een oorlog te voorkomen.

Een jaar later brak de oorlog dan toch uit, toen Duitsland Polen aanviel. Merkwaardig genoeg deden de generaals toen niets om dat te voorkomen. Toch bleven ze vrezen dat de oorlog, en dan vooral het geplande offensief tegen Fransen en Britten, slecht zou eindigen. In november 1939 was er een halfslachtige poging om de Führer naar het hoofdkwartier van het leger te lokken in de hoop hem daar af te kunnen zetten. Maar Hitler kwam niet. 

Het Duitse offensief in het westen (mei-juni 1940) werd echter een groot succes voor Duitsland en voor Hitler persoonlijk. Van verzet was geen sprake meer. De generaals profiteerden van het succes. Hitler schonk velen onder hen niet alleen de maarschalksstaf en hoge onderscheidingen, maar zelfs grote sommen geld en landgoederen. In feite kocht hij hun loyauteit af. 

De samenzweerders werden pas opnieuw actief toen het Duitse leger eind 1941 een zware nederlaag leed nabij Moskou. Voor hen was het nu duidelijk dat Duitsland de oorlog niet zou winnen. Het kwam erop aan het naziregime te doen verdwijnen voor Duitsland verslagen zou worden.  

Vooral jongere officieren traden nu in actie.  Sommigen waren aan het Oostfont getuige geweest van de gruwelen die het Duitse leger aanrichtte onder de burgerbevolking en de systematische uitroeiing van de Joden.

De belangrijkste was kolonel (later generaal) Henning von Tresckow. Hij begreep al snel dat het onbegonnen werk was Hitler te arresteren, omdat die buitengewoon goed bewaakt werd door zijn SS-lijfwacht. De enige manier om van hem af te geraken – en om de militairen van hun eed van trouw te verlossen - was om hem te doden. 

Henning von Tresckow met zijn vrouw Erika von Falkenhayn, zelf de dochter van een bekend Duits generaal uit de Eerste Wereldoorlog.

De eerste mislukte aanslagen

Op 13 maart 1943 slaagde Tresckow erin een tijdbom mee te smokkelen in een vliegtuig dat Hitler vervoerde. De bom ontplofte echter niet, maar werd ook niet ontdekt.

In de daaropvolgende maanden probeerden enkele officieren een zelfmoordaanslag uit te voeren. Ze wilden een bom doen ontploffen toen ze in de nabijheid van Hitler stonden. Eerst was er een officier die de nazileiders moest rondleiden op een tentoonstelling van buitgemaakt Russisch oorlogsmaterieel. Maar Hitler verliet de tentoonstelling al na een paar minuten.

Daarop volgden een drietal pogingen door een paar jonge officieren die als “mannequin” moesten optreden voor het tonen van een nieuw model legerjas. Maar eerst ging de “show” niet door omdat de jas door een vliegtuigbom was vernietigd en daarna daagde Hitler niet op.

De meeste aanslagen mislukten omdat Hitlers agenda vaak op het laatste moment gewijzigd werd. De samenzweerders besloten daarom de aanslag uit te voeren tijdens de routinematige conferenties die hij elke dag als opperbevelhebber hield met de legerleiding.

Links: Claus von Stauffenberg met zijn vrouw Nina. Zij zou zelf na de aanslag in de gevangenis belanden. Rechts: een unieke foto van Stauffenberg (links) met Hitler (midden) in het Führerhoofdkwartier. Rechts van Hitler staat zijn hondstrouwe medewerker veldmaarschalk Keitel.

De aanslag van 20 juli 1944

De enige die dat durfde, was kolonel Claus von Stauffenberg. De 37-jarige briljante, maar zwaar verminkte  officier (hij miste een oog, een hand en twee vingers van zijn andere hand) moest in juli 1944 meermalen naar het Führerhoofdkwartier komen om aan de bespreking mee te doen. Telkens had hij een bom bij.   

Maar de eerste keer deed hij het niet, de tweede keer verliet Hitler de conferentie voordat hij de bom kon plaatsen. De derde keer, op 20 juli, ontplofte de bom wel, maar de gevolgen waren miniem.  Hitler raakte maar lichtgewond. 

Links: wat overbleef van Hitlers broek na de aanslag. Rechts: schets van het lokaal waar de bom ontplofte. Hitler  zat op 1.  Enkel de personen op 3,4, 7, en 11 zouden overlijden aan de gevolgen van de aanslag.

 Stauffenberg maakte verscheidene fouten. Hij had voorzien dat de bom zou ontploffen in een bunker waar de conferentie normaal plaatsvond. Maar vanwege het warme weer was de vergadering verlegd naar een houten barak, met open vensters, wat het effect van de bom drastisch verminderde.

Stauffenberg beschikte over twee bommen, maar plaatste er maar één in de aktentas die hij naast Hitler neerzette, wat de kracht van de explosie beperkte. Toch nam hij aan dat niemand de ontploffing overleefd had. 

De Waffen SS bezet het gebouw in de Bendlerstrasse in Berlijn in de avond van 20 juli, waar de samenzweerders de staatsgreep leidden.

Stauffenberg was meteen na de aanslag naar Berlijn teruggekeerd, waar zijn medesamenzweerder generaal Olbricht een staatsgreep had voorbereid. Maar daar heerste onzekerheid over Hitlers dood. Stauffenberg was daar absoluut van overtuigd, maar toen het tegendeel duidelijk werd, stortte het complot in elkaar. Staufenberg, Olbricht en enkele mededaders werden die avond nog gefusilleerd. 

De overgrote meerderheid van de samenzweerders werd in de dagen daarop gearresteerd. Slechts enkelen zouden aan de doodstraf ontsnappen, want Hitlers wraak zou bloedig zijn.

Twee leidende samenzweerders op hun proces voor het "Volksgerechtshof": von Witzleben (links) en Gördeler (rechts).  Hun doodstraf stond bij voorbaat vast. De officieren verschenen in burgerkledij voor de rechter nadat ze formeel als verraders uit het leger waren gezet.

Niet onomstreden

Het hele netwerk van samenzweerders is later gelauwerd als de vertegenwoordiging van het “andere”, het betere Duitsland, dat zich tegen het naziregime verzette. In de huidige Bondsrepubliek zijn er nogal wat gedenkplaten en monumenten voor de samenzweerders te zien. Maar niet alle samenzweerders waren naar de huidige normen onomstreden figuren.

Er waren zeker democraten bij, zelfs sociaaldemocraten, zoals Stauffenbergs vriend Julius Leber, maar ook echte nazi’s. Dat was het geval voor graaf von Helldorff, de politiechef van Berlijn, die eerder zwaar tegen de Berlijnse Joden was opgetreden. Of SS-generaal Arthur Nebe, het hoofd van de Kriminalpolizei, die als hoofd van een Einsatzgruppe  meegedaan had aan massamoorden op Joden in de Sovjetunie 

Links: Hoepner op zijn proces. Hij zou kort daanra worden opgehangen. Rechts: een gedenkplaat op een Berlijns gebouw herinnert eraan dat Hoepner en Tresckow daar gewerkt hebben.

Een van de meest geroemde samenzweerders was de dappere pantsergeneraal Erich Hoepner. Na de oorlog werden straten, een kazerne en zelfs een school in Berlijn naar hem genoemd.  Maar in 2009 veranderde die school weer van naam, toen bekend was dat Hoepner ooit zijn troepen had opgeroepen om tegen het “joodse bolsjewisme” te kampen. 

Ook Gördeler en vele anderen waren niet vrij van antisemitisme, hoewel ze de jodenvervolgingen afkeurden. 

De meeste samenzweerders waren conservatieven en monarchisten. Velen hoopten dat er na Hitler weer een Duitse keizer zou komen (ze bekvechtten over wie het zou zijn). Generaal Beck zou voorlopig regent worden. 

Op het voormalige hoofdkwartier in Rastenburg (nu Kętrzyn in Polen) staat een tweetalige gedenkplaat op de plaats waar de aanslag plaatsvond.

Opvallend veel officieren in het complot behoorden tot de oudste adel, met banden met de vroegere Duitse vorstenhuizen. Stauffenbergs vader was bijvoorbeeld kamerheer van de laatste koning van Württemberg geweest.

Tresckow behoorde tot een adellijke familie die al generaties lang officieren leverde.  Wat overigens niet wegneemt dat sommigen er progressieve ideeën op konden nahouden. Ook hun christelijke overtuiging speelde een rol in hun verzet.

Te laat?

Hoe dan ook kwam de aanslag heel laat, bijna te laat om de loop van de oorlog nog te veranderen.

De samenzweerders hadden lange tijd gewild dat, eenmaal Hitler van de macht verdreven, er snel een wapenstilstand met de geallieerden zou komen. Dat zou Duitsland een echte nederlaag besparen. Ze hoopten zelfs dat Duitsland bepaalde veroveringen door Hitler, met name in Polen, zou kunnen behouden.

Maar vanaf 1943 maakten de geallieerde regeringen duidelijk dat ze alleen genoegen zouden nemen met de onvoorwaardelijke capitulatie van Duitsland en zijn bondgenoten.

Voor de samenzweerders een streep door de rekening. Ze zouden als verraders kunnen doorgaan als ze de macht overnamen en capituleerden., iets wat Hitler nooit zou doen.  

Begrafenis van Lufwaffe-generaal Günther Korten, die twee dagen na de aanslag aan zijn verwondingen overleed.

Ze herinnerden zich de “dolkstootlegende” van het einde van de Eerste Wereldoorlog. Duitsland zou die oorlog verloren hebben, omdat Duitse verraders de strijd gestaakt hadden, niet omdat Duitsland verslagen was.

De samenzweerders wilden niet die indruk geven.  Ze hoopten dat de geallieerden niet zover zouden gaan met een anti-naziregering, die verder bloedvergieten wilde voorkomen. Tenslotte was Italië in 1943 van kamp veranderd zonder onvoorwaardelijke capitulatie.

Twee Duitse publicaties van kort na de oorlog die de aanslag verdedigden. De titel rechts betekent  : "Tegen een nieuwe dolkstootleugen".

Maar in juli 1944 was de nederlaag zo dichtbij dat het nauwelijks nog de moeite leek de macht over te nemen. Toch waren er redenen om dit wel te doen.

De samenzweerders hoopten de wereld te laten zien dat er “een ander Duitsland” bestond. Ze hoopten een vernietiging van het vaderland te verhinderen. Er was de hoop dat de westerse geallieerden wilden verhinderen dat Duitsland door het communistische Rode Leger werd veroverd.

Ten slotte vreesden de samenzweerders dat ze op het punt stonden te worden gearresteerd. Leber was begin juli door de Gestapo opgepakt (Stauffenberg hoopte hem nog te redden) en Gördeler moest onderduiken.

De aanslag van 20 juli was dan ook een wanhoopsdaad. Maar als het complot gelukt was, zou dat de oorlog wellicht enkele maanden hebben ingekort, wat een verschil van honderdduizenden mensenlevens zou hebben betekend. 

Vrouwen brengen hulde aan Hitler na de aanslag.  Uiteraard een propagandafoto, maar uit opinie-onderzoek bleek toen wel dat de Duitse bevolking de aanslag afkeurde.