75 jaar geleden: Geen paniek bij de collaborateurs … of toch?

Tot bijna het bittere einde van de Tweede Wereldoorlog belijden de collaborateurs in bezet België hun geloof in Duitsland en Hitler, maar onderhuids groeit zeker in de laatste weken ook de paniek.

Dit is een bijdrage van Frank Seberechts. Hij is een specialist van de geschiedenis van de Vlaamse beweging, het Vlaams-nationalisme en België tijdens de Tweede Wereldoorlog en werkt voor het Vredescentrum van de provincie en de stad Antwerpen. Zijn laatste boek, "Drang naar het Oosten" gaat over de Vlaamse Oostfrontvrijwilligers en hun betrokkenheid bij oorlogsmisdaden.

In het voorjaar van 1944 proberen de collaboratiebewegingen zich sterk te houden en dat is dan al niet vanzelfsprekend: de oorlog sleept zich voort en op veel sympathie bij de bevolking moeten ze al lang niet meer rekenen.

Het verzet tegen de Duitse bezetter en zijn Belgische medewerkers neemt toe. Britse en Amerikaanse vliegtuigen bombarderen de Belgische steden en verkeersknooppunten en er is de toenemende dreiging van een geallieerde landing.

DeVlag-leider Jef Van de Wiele op de voorpagina van Balming, het weekblad van de organisatie die het dichtst bij de Duitse bezetter staat. Het is 22 juli 1944 en het vertrouwen blijft "onwankelbaar" staat er boven een artikel. Foto bovenaan: Vlaamse SS'ers brengen de Hitler-groet in Antwerpen (bron Felixarchief)

De Antwerpse gewestleider van de Duitsch-Vlaamsche Arbeidsgemeenschap (DeVlag) Walter Weyler schrijft niettemin op 1 juni in het Mededeelingsblad van zijn beweging dat er geen paniek heerst in de gelederen en dat de leden hun activiteiten gewoon voortzetten. “Integendeel: wij werken nog harder dan vroeger, want wij moeten op alles voorbereid zijn.” Op 6 juni is de geallieerde invasie in Normandië een feit.

Hendrik Elias, leider van het VNV houdt een toespraak en zwaait Vlaamse jongeren uit die naar Duitsland vertrekken.

Tot het einde van de bezetting blijven de DeVlag en het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) naar buiten uit hun geloof verkondigen in de Führer en in de eindoverwinning. Tijdens de maandelijkse VNV-ledenvergadering in Genk, op 2 juli 1944, schetst de plaatselijke afdelingsleider de stand van zaken: het Vlaamse Volk moet volgens hem kiezen tussen communisme en nationaalsocialisme. Een geallieerde overwinning staat volgens hem gelijk met een communistische overrompeling van Europa. Daarvan zijn nog meer Duitsgezinde Belgen overtuigd. 

Recruteringsaffiches van de Waffen-SS in België beklemtonen de "strijd tegen het bolsjewisme" (privé-collectie).

In april en mei 1944 vertrekken nieuwe contingenten Oostfrontvrijwilligers om in Oost-Europa het oprukkende Rode Leger te bestrijden. Ook op 30 juli 1944 vertrekt, na een plechtigheid in het Plantin-Moretusmuseum in Antwerpen, nog een groep Vlaamse jonge mannen naar het oostfront.

Vrijwilligers vertrekken vanuit Antwerpen naar het Oostfront op 29 mei 1944 (bron: Felixarchief Antwerpen).

In de pers worden oproepen gelanceerd om de rangen van de collaborateurs te versterken, zoals op 4 augustus 1944 in Het Ypersche Nieuws“Europa moet zich wapenen tegen al zijn vijanden, die het bedreigen. Ook Vlaanderen is in gevaar. Ook Vlaanderen moet zijn aandeel in den kamp nemen. Vlaanderen moet het zwaard omgorden. De Langemarck-stormbrigade roept, waarin reeds de edelsten en de besten uit ons volk, den strijd op leven en dood uitvechten. Sluit de rangen kameraden! Het is hoogste tijd! Meldt u op de DeVlag!”

Het Ypersche Nieuws van 4 augustus 1944 (bron: historischekranten.be )

Op 14 augustus 1944 organiseert het VNV een massale bijeenkomst van zijn jeugdbewegingen in Antwerpen. De DeVlag huldigt einde augustus in Merksem nog een nieuw lokaal in, met een toespraak door DeVlag-leider Jef Van de Wiele en met een optocht waaraan onder meer de Hitlerjeugd-Vlaanderen deelneemt.

DeVlag-leider Jef Van de Wiele toegejuicht bij het verlaten van een recruteringskantoor van de Waffen SS (bron SOMA).

Tot in de laatste dagen van de bezetting blijven overtuigde nationaalsocialistisch gezinde militanten actief in de vervolging van Joodse medeburgers. Aan een verlaten havenkaai in Antwerpen voeren Vlaamse zwart geüniformeerde militiemannen nog op 3 september 1944 een geïmproviseerde executie uit, waarbij een Joodse man om het leven komt en twee vrouwen worden gewond.  

Anoniem verklikkingsbriefje gestuurd naar de Gestapo in Antwerpen eind augustus 1944 (archief Maurice De Wilde VRT/SOMA).

Toch sluipt stilaan twijfel in de harten van een aantal collaborateurs. Het VNV heeft de strijd met de DeVlag om de gunst van de bezetter zo goed als verloren. In de loop van de zomer van 1944 keren meer en meer VNV-leden en -kaderleden zich af van hun leiders.

VNV-burgemeester van Genk Jef Olaerts meent dat nogal wat partijleden ontgoocheld zijn dat hun leiders niet genoeg bescherming kunnen bieden tegen de “talrijke aanslagen vanuit Duitse zijde op ons volkswezen gepleegd”. Het VNV heeft volgens hem te weinig moed gehad om daar waar het nodig was in te gaan tegen de politiek van de Duitse bezetter. 

De 23e IJzerbedevaart in augustus 1942: "Een zicht op den kleinen stoet waar de stukgeslagen zerkjes, opgegraven in Adinkerke, worden gedragen." Enkele aanwezigen brengen de Hitlergroet. (Bron AMSAB).

Op 20 augustus 1944 gaat in Diksmuide de 25e IJzerbedevaart door, maar het is een jubileumviering in mineur. De aanwezige leden van het IJzerbedvaartcomité verwachten weinig goeds van de komende weken. Ze hebben het over “beroerde omstandigheden” en de stemming is zeer bedrukt. Er worden zelfs geen foto’s genomen van de bijeenkomst.

Frans Daels, voorzitter van het IJzerbedevaartcomité, spreekt een groep Duitse militairen toe tijdens de bedevaart in 1942 (bron AMSAB).

Vooral in Limburg en Vlaams-Brabant nemen de aanslagen van het verzet tegen de ‘zwarten’ toe. DeVlag-militanten, Vlaamse SS’ers en leden van de Dietsche Militie/Zwarte Brigade vinden elkaar in het Veiligheidskorps, dat onder leiding van Robert Verbelen met een campagne van contraterreur begint tegen het verzet.

Onder meer de Vlaamsgezinde auteur Ernest Claes krijgt bezoek van een DeVlag-gewestleider met de vraag of hij verlangt “dat er maatregelen genomen worden tot [zijn] bescherming, ingeval van onlusten of gevaren”.

DeVlag maakt zich bij het Brusselse Noordstation klaar om kinderen te ontvangen die terugkeren van een verblijf in Duitsland. Tot in de laatste weken van de bezetting werd hiervoor in de collaborerende pers geadverteerd (datum onbekend, privé-collectie).

Het besef groeit dat de Duitse soldaten de geallieerde invasie niet onder controle kunnen krijgen en dat de bezettende troepen weldra wellicht door de oprukkende Britten, Canadezen en Amerikanen en hun bondgenoten zullen worden verdreven. Daarbij komt de vrees dat de Belgische bevolking wraak zal willen nemen tegen de collaborateurs zodra ze de handen vrij heeft.

Veel sympathisanten van de nazi-bezetting hebben jarenlang een of ander uniform gedragen en zijn dus zeer herkenbaar voor een wraakzuchtig publiek. Bovendien roept Radio-België vanuit Londen op om de landgenoten met een twijfelachtige reputatie te straffen, wat de gemoederen nog meer ophitst tegen de ‘zwarten’.

Raf Van Hulse, SS standardleider en hoofd van de Hitlerjugend Vlaanderen, bij  een heldenherdenking op de Duitse begraafplaats van Langemark op 26 juni 1944 (bron SOMA).

In de laatste weken van augustus 1944 worden dan ook de eerste maatregelen genomen om een eventuele uittocht van de collaborateurs en hun familieleden voor te bereiden. DeVlag-leider Jef Van de Wiele begint op 15 augustus 1944 met verkennende gesprekken met de Duitsers om de evacuatie van de leden en medewerkers van zijn beweging in goede banen te leiden. Verschillende collaborateurs brengen alles in gereedheid om op korte tijd te kunnen vertrekken, in het kielzog van de Duitsers. 

Affiche roept op om aan te sluiten bij de vrouwenafdeling van de DeVlag met een uitspraak van Adolf Hitler (privé-collectie).

Anderen verkiezen dan weer om in het land te blijven, soms met het idee dat het allemaal wel zo’n vaart niet zou lopen. Sommige collaborateurs brengen hun eigendommen in veiligheid bij familie, vrienden of kennissen die niet bij de collaboratie betrokken zijn. Belastende documenten en foto’s worden verbrand. Dat laatste gebeurt ook in de kantoren van de verschillende organisaties en instellingen die met de Duitse bezetter hebben samengewerkt.

DeVlag-kaderlid Pol Le Roy schrijft op 30 augustus 1944 een kattenbelletje aan Jef Van de Wiele, waaruit blijkt dat de paniek werkelijk toeslaat: “Groot-Alarmtoestand. Kameraadschapsavond valt weg! Pak direkt de koffers. Morgenvroeg om half negen hebben wij een leidingsbespreking waarop wij onze instructies ontvangen.”

Vanaf het einde van augustus is het voor de ‘zwarten’ bang afwachten wat de komende dagen en weken zullen brengen.

In De Poperingenaar van 2 september 1944, de allerlaatse keer dat het weekblad verschijnt, nodigt de lokale afdeling van de DeVlag de leden nog uit voor een filmvoorstelling op 7 september. Op 6 september 1944 wordt Poperinge bevrijd door Poolse troepen (bron: historischekranten.be).